W

 

W

Watt.

 

W/(mK)

Watt/meter-kelvin.

 

W-MOTOR

Motor met drie cilinderrijen, die parallel aan elkaar staan opgesteld. Een W-motor heeft echter slechts één gecompliceerd gevormde krukas voor alle cilinders.

 

WAARSCHUWINGSLICHT

Licht op het dashboard met een waarschuwende functie. Meestal is een waarschuwingslicht niet meer dan een goedkope uitgave van een meter.

 

WAARSCHUWINGSZOEMER

Waarschuwt de bestuurder via een hoorbaar signaal, dat de contactsleutel nog in het contactslot steekt of dat iemand is vergeten om de veiligheidsgordel om te doen.

 

WAGENVLOER

Bodemplaat.

 

WALK-IN-SYSTEEM

Systeem met naar voren toe klappende voorstoelen van een tweedeurs-personenauto, bedoeld om de achterpassagiers het in- en uitstappen gemakkelijker te maken .

 

WALKING

1] Onderlinge verwringing van rubber- en weefsellagen van een autoband.

2] Tijdens het rijden: beweging van een autoband rondom de velg.

 

WALKING FLOOR

Vloer van vrachtwagen met platte laadbak, die via een lopende-bandsysteem zelf lost en laadt.

 

WANG

Verticaal gedeelte van een gemonteerde band. Dit is dus het flexibele gedeelte dat het loopvlak met de velg ‘verbindt’.

 

WANKELMOTOR

Draaizuigermotor.

 

WARMDRAAIEN

Na de koude start is het niet verstandig om de motor onbelast warm te laten draaien. Zo’n warmdraaifase duurt te lang. Het is ook slecht voor het milieu, omdat een motor juist dán vuile uitlaatgassen uitstoot.

 

WARMDRAAIFASE

Warmdraaien.

 

WARMREGELAAR

Choke van een motor met brandstofinspuiting. Heeft tot taak om de motor gedurende het warmdraaien van extra brandstof te voorzien. Daardoor kan die motor een relatief hoog toerental draaien.

 

WARMTE

Er zijn vier soorten warmte: stralingswarmte, verbrandingswarmte, wrijvingswarmte en warmte door samenpersing van gassen.

 

WARMTE-AFVOER

De onder druk rondstromende olie moet ook de overtollige motorwarmte naar de carterpan kunnen afvoeren, voordat er binnen in de motor schade wordt aangericht.

 

WARMTECAPACITEIT

Hoeveelheid warmte, die nodig is om een lichaan één graad in temperatuur te laten stijgen. De SI-eenheid: joule/kelvin.

 

WARMTE-ENERGIE

Een motor krijgt warmte-energie toegediend in de vorm van brandstof. Hiervan blijft een flink deel onbenut. Dat komt in de buitenlucht terecht via de uitlaatgassen, de radiateur en in de vorm van stralingswarmte.

 

WARMTEGELEIDING

Transport van warmte binnen een vast lichaam (of een vloeistof of een gas). Dit gebeurt doordat deeltjes van dat lichaam onderling met elkaar in contact komen en de warmte dan aan elkaar doorgeven.

 

WARMTEGELEIDINGSCOËFFICIËNT

Hoeveelheid warmte, die per seconde door een één vierkante meter van een laag van een bepaalde stof heendringt, als het temperatuursverschil tussen de voor- en achterkant van die laag één kelvin bedraagt. SI-eenheid: watt/(meter-kelvin).

 

WARMTEGELEIDINGSVERMOGEN

Vermogen om binnen een vast lichaam warmte te geleiden.

 

WARMTEGRAAD

Geeft bij een bougie aan, in hoeverre deze in staat is om de opgenomen warmte aan de directe omgeving af te dragen.

 

WARMTE-ISOLATIE

Voorkomt dat warmte naar koude plaatsen stroomt.

 

WARMTE-OVERDRACHT

Transport van warmte binnen een vast lichaam (of een vloeistof of een gas). Dit gebeurt doordat deeltjes van dat lichaam onderling met elkaar in contact komen en de warmte dan aan elkaar doorgeven.

 

WARMTESTRALING

De warmte-overdracht vanaf de warme motor naar de omringende buitenlucht berust op warmtestraling. Dit is alleen binnen een gas (bijvoorbeeld lucht) mogelijk.

 

WARMTEWEREND GLAS

Getint warmtewerend glas houdt de zonnewarmte tegen. Nieuwer is getint infrarood reflecterend glas. Daarvan hangt de reflectie af van de lichtintensiviteit en de invalshoek van de zonnestralen.

 

WARMTEWISSELAAR

Hiermee kan warmte van een bepaald medium worden overgedragen op een ander medium. Een radiateur is een goed voorbeeld van een warmtewisselaar.

 

WARTEL

Moer waarmee twee vlakken tegen elkaar worden getrokken.

 

WASEM

Zichtbare damp, of de neerslag van zichtbare damp.

 

WASH-OUT

Niet door oververhitting of water veroorzaakt defect aan het remsysteem.

 

WASH-PRIMER

Hechtend tweecomponentenmiddel met etsende werking. Deze etsend primer moet op het nog kale metaaloppervlak worden opgebracht vóór de vuller of de grondlaag.

 

WASTE GATE

Overdrukventiel.

 

WATER

Verbinding van waterstof en zuurstof. Alleen water kan zich bij een bepaalde temperatuur in drie verschillende aggregatietoestanden bevinden: vast, vloeibaar en in gasvorm. Water is het product van een bijna-volmaakte verbranding

 

WATERDAMP

Water in gasvorm. Bij nevel is er zoveel waterdamp in de lucht, dat deze niet meer geheel oplost. Dan is er dus sprake van een zeer hoge luchtvochtigheid.

 

WATERGEDRAGEN LAK

Hierbij vormt water de basis van bindmiddelen en oplosmiddelen. Daardoor komen er veel minder milieu-onvriendelijke oplosmiddelen in de buitenlucht terecht.

 

WATERINJECTIE

Toevoeging van water zorgt voor een verlaging van de verbrandingstemperatuur in de verbrandingsruimte. Daarom wordt waterinjectie soms bij dieselmotoren toegepast.

 

WATERKOELING

Vloeistofkoeling van motoren. Koelvloeistof bestaat immers uit méér dan uitsluitend water.

 

WATERPOMP

Pompt de koelvloeistof door de motor heen om zo een goede koeling tot stand te brengen. De koelvloeistof neemt warmte uit de motor op en geeft die in de radiateur door aan de rijwind.

 

WATERPOMPTANG

Tang met over een groot bereik verstelbare bekken. De waterpomptang kan voor allerlei uiteenlopende werkzaamheden worden gebruikt.

 

WATERSTOF

Waterstof kan worden gebruikt als brandstof voor auto’s middels de milieuvriendelijke brandstofcel. Het uitlaatgas van zo’n auto is dan. waterdamp.

 

WATT

Watt (W) is de SI-eenheid van vermogen.

 

WATT/(METER-KELVIN)

Watt/(meter-kelvin) (W/(mK)) is de SI-eenheid van warmtegeleidingscoëfficiënt.

 

WATT-STANGENSTELSEL

Zorgt bij een starre achteras met schroefveren voor de dwarsgeleiding, die nodig is om de carrosserie zijdelings op zijn plaats te houden. Het zit in het midden scharnierend vast, de uiteinden zijn met de carrosserie verbonden.

 

WB

Weber.

 

WD40

Drijfgas in een spuitbus, die in vernevelde vorm smeert, ontvet en roestwerend is.

 

WEATHER-O-METER

Apparaat om het schadelijke effect van weersomstandigheden op lak te maten.

 

WEBER

Weber (Wb) is de SI-eenheid van magnetische flux.

 

WEEKMAKER

Stof, die de van oorsprong harde kunststof PVC zacht maakt. Daardoor kan dit materiaal worden toegepast als onder meer kabelisolatie, slangmateriaal en ‘skai’-interieurbekleding.

 

WEERSTAND [1]

Alles wat een beweging of een kracht tegenwerkt.

 

WEERSTAND [2]

Weerstandselement.

 

WEERSTANDSELEMENT

Schakelelement, waarmee de op een elektrisch apparaat staande elektrische spanning kan worden verlaagd. Een schuifweerstand is een continu verstelbaar weerstandselement.

 

WEERSTANDSLASSEN

Hierbij wordt het materiaal door middel van een door een transformator gegenereerde lage spanning maar zeer hoge elektrische stroom aan elkaar vastgesmolten.

 

WEGGEDRAG

Manier waarop een auto zich tijdens het rijden op de weg gedraagt, vooral bij plotseling wisselende omstandigheden.

 

WEGLIGGING

Weggedrag.

 

WEGRIJKOPPELING

Dient uitsluitend om vanuit stilstand weg te rijden. Een auto met CVT heeft zo’n wegrijkoppeling, maar schakelt verder volledig automatisch.

 

WERKSLAG

Arbeidsslag.

 

WERKTEMPERATUUR

Bedrijfstemperatuur .

 

WERKTUIG

Gebruiksvoorwerp om krachten te overwinnen met gebruik van andere krachten (bijvoorbeeld handkracht).

 

WERVELKAMER

‘Voorportaal’ van de verbrandingsruimte van een dieselmotor met indirecte dieselbrandstofinspuiting.

 

WET-SUMP-SMEERSYSTEEM

Smeersysteem, waarbij de olie ‘gewoon’ onderin de motor ligt opgeslagen. Bij zeer snelle auto’s kan de monding van de oliepomp in bochten lucht in plaats van olie aanzuigen.

 

WET-SUMP-SMERING

Wet-sump-smeersysteem.

 

WHEEL HOPPING

Stuiteren (trillingen in verticale richting) van de voorwielen op een hobbelig wegdek,

 

WHEEL SPIN

Wielspin.

 

WIEL

Een wiel is een velg met een band. Oftewel: een velg is een wiel zonder band. Je kan ook zeggen: een velg is het metalen gedeelte van een wiel.

 

WIELBASIS

Afstand vanaf het hart van een voorwiel naar het midden van het achterwiel, uiteraard aan dezelfde kant van de auto.

 

WIELBLOK

Een goedgeplaatst wielblok zorgt ervoor, dat een opgekrikte auto niet onverhoeds van de krik af kan vallen.

 

WIELDOP

Ronde plaatstalen schijf op een stalen wiel. Anders dan een naafdop beschermt een wieldop alle aanwezige wielbouten of wielmoeren tegen vuil.

 

WIELDRAAGARM

Deel van de wielophanging. Wieldraagarmen verbinden het wiel inclusief de naaf aan de carrosserie van de auto (soms via een hulpchassis).

 

WIELDRAGER

Fusee.

 

WIELDRUK

Druk waarmee een wiel van een auto op het wegdek wordt gedrukt. Merkwaardig is, dat wieldruk algemeen wordt uitgedrukt in de eenheid newton. Dit zou newton/vierkante meter moeten zijn.

 

WIELKAST

Ruimte onder het spatscherm, waarin zich het wiel bevindt. De voorwielen moeten binnen die ruimte kunnen sturen. In het algemeen mag een wiel bij zware belading niet tegen de wielkast aanlopen.

 

WIELKLEM

Oorspronkelijk bedoeld om parkeerovertreders mores te leren. Bleek ook zeer effectief te zijn als antidiefstalinstallatie. Verplaatsing of versleping van een aldus beveiligde auto wordt zeer tijdrovend, zoniet onmogelijk. Ook uitermate geschikt voor ‘los’ geparkeerde aanhangwagens of caravans.

 

WIELKUIP

Wielkast.

 

WIELLAGER

Lager dat zich bevindt tussen de wielnaaf en het bijbehorende wiel. Een wiellager is altijd een kogellager of een kegellager.

 

WIELMOERBEVEILIGING

Bestaat uit de vervanging van één wielmoer van elk wiel door een exzemplaar, dat afsluitbaar is en alleen met een sleutel kan ontsloten. Deze voorziening heeft uiteraard betrekking op de beveiliging van de wielen.

 

WIELNAAF

Meedraaiende drager van een wiel. De naaf is bevestigd aan (en staat loodrecht op) de fusee. Erdoorheen loopt de astap waaromheen het bijbehorende wiel ronddraait.

 

WIELOPHANGING

Vormt de verbinding tussen de wielen en de rest van de auto. Vering en schokdemping worden in het algemeen als deel van de wielophanging beschouwd.

 

WIELOPHANGINGSREGELSYSTEEM

Stemt de karakteristiek van de schokdemping en de vering automatisch af op de ondergrond. Sensoren meten voortdurend veranderingen ten opzichte van het wegdek.

 

WIELPLAN

Codering om het totaal aantal wielen x aantal aangedreven wielen. van een auto weer te geven. 6×4 wil dus zeggen, dat de auto in kwestie in totaal zes wielen heeft waarvan er vier worden aangedreven

 

WIELREMCILINDER

Deel van een trommelremsysteem. Door de remdruk wordt de remvloeistof in het midden van de wielremcilinder geperst. Daardoor drukken de beide remzuigers de remschoenenen tegen de binnenkant van de remtrommel.

 

WIELSCHIJF

Een bij een wiel het plaatvormige gedeelte, dat de verbinding tussen naaf en velg vormt.

 

WIELSCHOTEL

Wielschijf.

 

WIELSLEUTEL

Sleutel, die wordt gebruikt voor het verwisselen van wielen. De beste wielsleutel is een kruissleutel, omdat de wielmoeren daarmee dankzij de lange arm met een groot moment kunnen worden vastgedraaid.

 

WIELSPIN

Bij wielspin draaien één of beide aangedreven wielen van een auto sneller rond dan de ‘snelheid‘ waarmee het wegdek langskomt.

 

WIELSTANDEN

Totaal van alle factoren die de stand van de wielen ten opzichte van het wegdek bepalen. In theorie horen de wielen onder alle omstandigheden exact rechtop staan. Tijdens het rijden veranderen wielstanden echter voortdurend onder invloed van allerlei daarop werkende krachten.

 

WIELTOERENTAL

Aantal omwentelingen per wiel, waarmee het wiel van een rijdende auto ronddraait.

 

WIELVLUCHT

Hoek tussen de hartlijn van het wiel en de loodlijn op het wegdek. De wielen van de vooras als de achteras moeten in de rechtuitstand met de bovenkant enigszins naar binnen staan.

 

WINDHAAK

Zorgt ervoor, dat een naar achteren openende motorkap tijdens het rijden niet kan openslaan als de motorkapvergrendeling defect raakt. Als dit gebeurt, komt de motorkap slechts enkele centimeters omhoog.

 

WINDOW AIRBAG

Hoofdairbag.

 

WINDOW BAG

Hoofdairbag.

 

WINDTUNNEL

De windtunnel is in principe een rondlopende grote buis met daarin een enorme ventilator. Het is een hoogst effectief middel om de aerodynamische vormgeving van een auto te testen en te vervolmaken.

 

WIND-UP

Torsie van de aandrijfassen als een vrachtwagen achteruit tegen een laadkade aanrijdt, terwijl de bestuurder te laat ontkoppelt. Dan wordt zo’n as dus als het ware opgewonden.

 

WINTERBAND

Band, die specifiek geschikt is voor winterse rij-omstandigheden. Winterbanden hebben een aangepaste (zachtere) compound en een dito (van extra lamellen voorzien) bandenprofiel.

 

WINTERBENZINE

Benzine voor winterse omstandigheden. Dan zijn een goede koude start en een korte warmdraaifase van belang.  Daarom zitten er extra veel lichte fracties in.

 

WISSELSPANNING

Elektrische spanning, die een wisselstroom in stand houdt.

 

WISSELSPANNINGSTAND

De wisselspanningstand van een oscilloscoop is de instelling, waarbij deze alleen wisselspanningssignalen weergeeft.

 

WISSELSTATION

Plek waar men binnen enkele minuten het accupakket van een elektrische auto kan uitwisselen. Dit is dus een ‘tankstation’ voor elektrische auto’s.

 

WISSELSTROOM

Elektrische stroom, die periodiek in grootte en richting verandert en sinusvormig is. Wisselstroom is, in tegenstelling tot gelijkstroom, bijzonder geschikt voor transport van energie over grote afstand.

 

WISSELSTROOMDYNAMO

Een moderne dynamo is altijd een wisselstroomdynamo. Dit is een wisselspanningsbron en geeft dus wisselstroom af. Diodes maken daar vervolgens gelijkstroom van, voordat die stroom de accu bereikt.

 

WOBBLE

Slingering in de voorwielen van een rijdende auto.

 

WOLFRAAM

Uiterst hittebestendig materiaal, dat pas boven de 3000 graden Celsius  smelt. Gewone duplolampen hebben gloeidraden van wolfraam.

 

WOODRUFF-SPIE

Halvemaanvormige spie, schijfspie.

 

WOOFER

Lagetonenluidspreker van een audio-installatie.

 

WORM

Tandwiel met tanden, waarin de gang van een wormschroef aangrijpt.

 

WORM-EN-NOK-STUURINRICHTING

Hierbij grijpt een aan de pitman-as vastzittende nok binnen in een stuurhuis in een cilindrisch wormwiel. Bij stuurverdraaiing verdraait ook dat wormwiel. Door de cirkelvormige verplaatsing van de nok worden de wielen gestuurd.

 

WORM-EN-ROL-STUURINRICHTING

Hierbij grijpt een rol met twee of drie tanden binnen in een stuurhuis in een wormwiel. Bij stuurverdraaiing verdraait ook het wormwiel. De rol staat in verbinding met de stuurarm. Door de cirkelvormige verplaatsing van de rol worden de wielen gestuurd.

 

WORMSCHROEF

As met schroefdraad, die een worm aandrijft of erdoor wordt aangedreven.

 

WORMWIEL

Worm.

 

WRIJVING

Weerstand die optreedt, als een vast lichaam en een bewegend lichaam (of twee bewegende lichamen) over elkaar schuren. Wrijving genereert warmte en kost dus vermogen.

 

WRIJVINGSVERLIES

Gevolg van de inwendige wrijving tussen bewegende onderdelen.

 

WRIJVINGSWARMTE

Door wrijving ontstaat warmte. Soms is wrijvingswarmte nodig om onderdelen op bedrijfstemperatuur te houden.

 

WRINGIJZER

Stuk gereedschap, dat wordt gebruikt om een op een boutkop of moer geplaatste pijpsleutel rond te kunnen draaien

 

WRINGING

Er is sprake van wringing in een metalen staaf, als deze aan de ene kant ergens aan vast zit terwijl er aan de andere kant aan wordt gedraaid.

 

WRINGSTAAF

Wringijzer.