V

 

V

Volt.

 

V-MOTOR

Een V-motor heeft twee aparte cilinderrjen. Deze staan parallel en ten opzichte van elkaar onder een hoek van 60-120 graden. Bij een V-motor zijn op iedere kruktap twee drijfstangen bevestigd, één per cilinderrij.

 

V-RIEM

Elastische rondlopende aandrijfriem zonder tanden en met een kenmerkende V-vormige doorsnede. Hij verzorgt vanaf de krukas de aandrijving van de waterpomp, de dynamo, de koelventilator, (soms) de pomp van de stuurbekrachtiging en (soms) de compressor van de airconditioning.

 

V-SEGMENT

Alle op de markt zijnde personenauto’s kunnen, al naar gelang de grootte, worden onderverdeeld in twaalf groepen of segmenten. In het V-segment zijn de busjes ingedeeld (bijvoorbeeld Ford Transit, Mercedes-Benz Vito, Volkswagen Transport).

 

V-SNAAR

V-riem.

 

VACUÜM

Lege ruimte, waarin zelfs geen lucht aanwezig is. Dan bedraagt de luchtdruk dus 0 bar.

 

VACUÜMMETER

Meet de mate van onderdruk in het inlaatspruitstuk van een draaiende motor. Als dashboardinstrument helpt zo’n meter de bestuurder om zuinig te rijden. Een vacuümmeter geeft de onderdruk aan in bar.

 

VACUÜMPOMP

Compressor waarbij de toepassing niet aan de perszijde maar aan de aanzuigzijde geschiedt. Bij een auto met dieselmotor wordt een vacuümpomp gebruikt om de rembekrachtiger van vacuüm te voorzien.

 

VAF-SENSOR

Volume air-flow sensor. Deze sensor meet bij een op LPG lopende motor het inlaatluchtvolume.

 

VALSE LUCHT

Lucht die vanwege lekkage ‘onderweg’ van buitenaf in het luchtinlaatsysteem wordt gezogen. Valse lucht maakt het brandstof-luchtmengsel armer. Het motormanagement kan dit corrigeren ten koste van het brandstofverbruik.

 

VALSTROOMCARBURATEUR

Hierbij ‘valt’ de inlaatlucht  naar beneden. De stromingsrichtingen van lucht en benzine zijn dan ‘maximaal’ tegengesteld zijn. Dat geeft een goede menging.

 

VALVE SEAL

Klepsteelafdichting.

 

VAPOUR LOCK

Dampbelvorming.

 

VARIABEL

Veranderlijk, in staat tot verandering.

 

VARIABEL INLAATSPRUITSTUK

Inlaatspruitstuk waarvan de lengte en de diameter kunnen worden afgestemd op het op dat moment gewenste karakter van de motor. Dat heeft grote invloed op het karakter van een motor.

 

VARIABEL LUCHTINLAATSYSTEEM

Variabel inlaatspruitstuk.

 

VARIABELE KLEPBEDIENING

Bi een motor met variabele klepbediening variëren de klepopeningstijden (en dus de klepoverlap) al naar gelang de motorbelasting  en het toerental. Dit kan elektronisch of mechanisch zijn geregeld.

 

VARIOMATIC

Soort automatische transmissie, waarbij de tandwielen vervangen zijn door of twee riemen. Deze lopen over kegelvormige riemschijven, waarvan de helften in axiale richting uit- en in elkaar bewegen.

 

VAST

Bij stoffen: niet vloeibaar en niet gasvormig.

 

VASTE BRANDSTOF

Vaste brandstoffen zijn bijvoorbeeld kolen en hout. De enige vaste brandstof die in auto’s  voorkomt, zorgt voor het opblazen van de airbag in geval van een ongeluk.

 

VASTLOPEN

Bij een vastloper kan de krukas niet meer ronddraaien, omdat de zuigers dan in de cilinders zijn vastgeklemd. Mogelijke oorzaken: oververhitting van de motor of een defecte oliepomp.

 

VASTLOPER

Vastgelopen motor.

 

VEER

Schroefvormig gewonden draad (schroefveer) of een reep veerkrachtig metaal (bladveer, torsieveer). Een veer neemt bij indrukking of vervorming energie op en geeft die door aan de afgeveerde massa van de auto.

 

VEERBEEN

Veer-/schokdempereenheid bestaande uit een schokdemper en een daaromheen gewonden schroefveer. Aan de onderkant zit de fusee met wielnaaf eraan vast. Het veerbeen kan aan de bovenkant scharnierend in de wielkast bevestigd zijn.

 

VEERBEGRENZER

Bij zware belasting of op een slecht wegdek wordt een veer al gauw te sterk ingedrukt. Een veerbegrenzer is een rubberen stootblok of aanslagrubber, dat de veeruitslag beperkt.

 

VEERBOUT

Torenbout.

 

VEERBOL

Bij hydropneumatische vering en/of niveauregeling wordt, in plaats van mechanisch werkende veren, een gas (stikstof) als verend element gebruikt. Veerbollen zorgen daarbij voor een pneumatisch verende werking.

 

VEERPOOT

Veerbeen.

 

VEER-/SCHOKDEMPEREENHEID

Schroefveer met daarin de schokdemper. Zo zit een McPherson-veerbeen in  elkaar.

 

VEERSYSTEEM

Vering.

 

VEERUITSLAG

Afstand die een veer tijdens het in – en uitveren maximaal kan afleggen.

 

VEERWEG

Afstand, die de afgeveerde massa van de auto ter beschikking heeft om volledig in- en uit te veren. Hoe langer de veerweg, des te soepeler de vering.

 

VEHICLE BUS

Bekabeling, waarlangs digitale signalen kunnen worden verstuurd. Vehicle bus is de naam van een elektronisch netwerk binnen een motorvoertuig (variërend van auto tot schip en vliegtuig).

Elektronisch netwerk binnen een motorvoertuig

 

VEILIGHEID

Ten aanzien van alle in een auto ingebouwde veiligheidsmaatregelen onderscheidt men twee soorten veiligheid: actieve veiligheid en passieve veiligheid.

 

VEILIGHEIDSGLAS

Glas van voorruiten, dat ‘hard’ is gemaakt, waardoor het bij breuk in duizenden stukjes breekt. Dat verkmindert de kans op verwondingen.

 

VEILIGHEIDSGORDEL

Vormt een passieve beveiliging voor inzittenden van een auto. Veiligheidsgordels bestaan er in allerlei uitvoeringen. Tevens zijn er vele aanvullende voorzieningen, zoals de gordelbrenger, de gordelspanner en de de gordelkrachtbegrenzer.

 

VEILIGHEIDSRIEM

Veiligheidsgordel.

 

VEILIGHEIDSKOOI

Kooiconstructie.

 

VEILIGHEIDSMES

Hiermee kan men bij auto-ongevallen iemand of eventueel zichzelf snel uit de auto bevrijden door de veiligheidsgordel door te snijden.

 

VEILIGHEIDSSTUURKOLOM

Bij een ongeval voorkomt een veiligheidsstuurkolom, dat het stuurwiel door de stuuras in de borstkas van de bestuurder wordt gedrukt.

 

VELDSTERKTE

Sterkte van een elektrisch veld in een punt. De SI-eenheid van veldsterkte is newton/coulomb.

 

VELG

Wiel zonder band. Een velg is dus het metalen gedeelte van het wiel, waarop de band is gemonteerd.

 

VELGBED

Ringvormige gedeelte waaromheen de band is gemonteerd.

 

VELGDIAMETER

Doorsnede van het velgbed. Gegeven dat deel uitmaakt van de op de velg vermelde velgmaatvoering.

 

VELGHOEPEL

Velgbed.

 

VELGHOORN

Uiterste rand van de velg. Maakt deel uit van de velgmaatvoering.

 

VELGMAATVOERING

Is opgebouwd uit de breedte, de hoogte en de vorm van de velghoorn, de velgdiameter, de vorm van de velgschouder, de wielbolling en de steekcirkeldiameter.

 

VELGPLAAT

Diepliggend middengedeelte van de velg.

 

VELGRING

Op de velg gemonteerde, verchroomde sierring.

 

VELGSCHOUDER

‘Hobbel’ of hump aan de binnenkant van de velghoorn, waarop de bandhiel rust. Maakt deel uit van de velgmaatvoering.

 

VELGSPIEGEL

Gedeelte van de wielschijf, waarin de boutgaten rondom het asgat zijn aangebracht.

 

VENTIEL

Hiermee kan klep worden bedoeld, omdat in het Duits voor beide onderdelen de term ‘Ventil’ wordt gebruikt. In geval van het ‘Nederlandstalige’ ventiel gaat het echter meestal om het ventiel van een band (overigens ook een soort klep).

 

VENTIELDOP

Klein kunststof schroefdopje, dat op het ventiel van een band kan worden aangebracht.

 

VENTILATOR

Toestel om lucht mee te verplaatsten. Hiermee kan met behulp van lucht koelvoeistof worden gekoeld, maar je kan er ook de lucht in het interieur van een auto mee verversen.

 

VENTURI

Vernauwing in een leiding. In zo’n vernauwing gaat het daar doorheen stromende gas (of lucht) sneller stromen, waardoor het als het ware uit elkaar wordt getrokken. Daardoor is er sprake van drukverlaging.

 

VERBLINDEN

Iemand het zicht ontnemen, meestal door middel van een fel tegenlicht. In het donker kan verblinding plaatsvinden door een tegenligger, die rijdt met ongedimd groot licht of met slecht afgestelde koplampen.

 

VERBRANDE KLEP

Een klepschotel kan oververhit raken en op den duur verbranden. Opgenomen warmte kan namelijk alleen worden afgegeven aan de klepzittingen.

 

VERBRANDING

Scheikundig proces, waarbij brandstof langs chemische weg een verbinding aangaat met zuurstof uit de lucht. Tijdens zo’n verbranding komt warmte vrij.

 

VERBRANDINGSDRUK

Druk die tijdens de verbranding in de verbrandingsruimte heerst. Bij een benzinemotor bedraagt deze tijdens het ‘hoogtepunt’ 30-50 bar, bij een dieselmotor 60-75 bar.

 

VERBRANDINGSENERGIE

Energie die door verbranding kan worden gegenereerd. Het doel van de verbrandingsmotor is het omzetten van verbrandingsenergie (aanwezig in de brandstof) in mechanische energie (aanwezig in de krukas).

 

VERBRANDINGSGASSEN

Brandstof-luchtmengsel tijdens en na het verbrandingsproces.

 

VERBRANDINGSKAMER

Verbrandingsruimte.

 

VERBRANDINGSLUCHT

Buitenlucht, die bij atmosferische motor en door de omlaaggaande zuigers de motor naar binnen wordt gezogen. Lucht bestaat uit ongeveer 78% stikstof en 21% zuurstof. Die zuurstof  is nodig om de brandstof te verbranden.

 

VERBRANDINGSPROCES

Proces, waarbij in een motor een brandstof-luchtmengsel onder hoge druk en temperatuur wordt verbrand. Daarbij wordt verbrandingsenergie (aanwezig in de brandstof) omgezet in mechanische energie (aanwezig in de krukas).

 

VERBRANDINGSRESTEN

Brandstof-luchtmengsel direct na de verbranding in de verbrandingsruimte. Hierdoor kan daar koolaanslag ontstaan.

 

VERBRANDINGSRUIMTE

Hierin wordt het brandstof-luchtmengsel verbrand. De wanden worden gevormd door (aan de onderkant) de zuigerbodem, de wand van de cilinder en (aan de bovenkant) door de cilinderkop met daarin de inlaatkleppen en uitlaatkleppen.

 

VERBRANDINGSSLAG

Arbeidsslag.

 

VERBRANDINGSSNELHEID

Snelheid waarmee het vlamfront zich in de verbrandingsruimte voortbeweegt. Het vlamfront loopt alle kanten op, vanaf de plaats van de ontsteking van het brandstof-luchtmengsel tot de wand van de verbrandingsruimte.

 

VERBRANDINGSTEMPERATUUR

Deze kan in een motor oplopen tot circa 2000 graden Celsius. Dat gebeurt dan op het toppunt van de daadwerkelijke verbranding. Daarna neemt de temperatuur af tot circa 900 graden Celsius (aan het begin van het uitlaatsysteem).

 

VERBRANDINGSWARMTE

Brandstof bevat altijd een bepaalde hoeveelheid energie. Deze komt vrij zodra die brandstof wordt verbrand. De bijbehorende SI-eenheid is kilojoule/kilogram.

 

VERBRUIKER

Component die elektrische stroom nodig heeft om te kunnen functioneren.

 

VERCHROMEN

Voorzien van een hard laagje chroom. Dit gebeurt onder meer bij cilinderwanden, zuigerveren en delen van de wielophanging.

 

VERDAMPEN

Overgaan van vloeistof naar damp.

 

VERDAMPER

Deel van de airconditioning. In de verdamper verdampt het koudemiddel van vloeistof naar damp.

 

VERDAMPER/DRUKREGELAAR

Maakt onderdeel uit van een LPG-installatie. Hierin wordt het vloeibare LPG verwarmd. Daardoor gaat het LPG over van vloeibare vorm naar dampvorm. De benodigde verdampingswarmte wordt via de koelvloeistof toegevoerd.

 

VERDAMPING

Overgang van een stof van vloeibare vorm naar dampvorm.

 

VERDAMPINGSTEMPERATUUR

Bij een vloeistof: temperatuur, waarbij die vloeistof overgaat in dampvorm. Water gaat dan dus over in waterdamp.

 

VERDAMPINGSWARMTE

Hoeveelheid warmte, die nodig is om één kilogram van een bepaalde vloeistof te verdampen. Die verdamping gebeurt bij de voor die vloeistof geldende verdampingstemperatuur.

 

VERDELER

Stroomverdeler.

 

VERDELERKAP

Bakelieten kap bovenop de stroomverdeler. Deze heeft in het midden een centrale kabelaansluiting vanaf de bobine. Daaromheen leidt een aantal kabelaansluitingen ieder naar een ‘eigen’ bougie.

 

VERDELERPOMP

Dieselmotoren met indirecte brandstofinspuiting hebben geen hogedrukpomp nodig. Doordat bij dit soort motor en de inspuitdrukken lager zijn, is een relatief simpele, goedkope en kleine verdelerpomp voldoende.

 

VEREDELING [1]

Bij metaal wordt het oppervlak bedekt met een ander metaal, dat meer bestendige eigenschappen heeft.

 

VEREDELING [2]

Procedure, waarbij staal wordt verhard door toevoeging van koolstof.

 

VERENTANG

Bedoeld voor het monteren en demonteren van trekveren. Hier gaat het vooral om de veren tussen de remschoenen van een trommelrem.

 

VERGLAZING

Verglazing van remblokken en remvoeringen kan zich voordoen als er aanhoudend een klein beetje geremd wordt, waardoor het frictiemateriaal zo heet wordt dat er een harde laag op ontstaat. Dit gaat ten koste van de remwerking.

 

VERHARDER

Stof die kunsthars hard maakt. Daarom wordt het vlak voor gebruik vermengd met onder meer kunsthars of harshoudende lak. Verharder dient niet om het hardingsproces sneller te doen verlopen.

 

VERING

Er zijn drie vormen van vering met metalen veerelementen: de bladveer, de schroefveer en de torsiestaafveer. Bij een hydropneumatisch veersysteem en een luchtveersysteem is het verende element lucht.

 

VERKANTING

Hoek van het wegdek in een bocht ten opzichte van een horizontale lijn.

 

VERKEERSBORDHERKENNINGSSYSTEEM

Dit rijhulpsysteem herkent verkeersborden en geeft deze weer op het dashboard of (in geval van head-up display) op de binnenkant van de voorruit.

 

VERKEERSDECODER

Elektronisch verkeersinformatiesysteem. Hierbij wordt het op dat moment uitgezonden radioprogramma tijdelijk weggedrukt ten behoeve van actuele verkeersmeldingen over onder meer files, wegversperringen en spookrijders.

 

VERLAGEN

De auto kan worden verlaagd (‘tiefgelegt’) door de schroefveren van het veersysteem in te korten en de vering, de wielstanden en de remkrachtverdeler daarop aan te passen.

 

VERLENGSTUK

Een kort en lang verlengstuk maakt deel uit van een dopsleutelset. Het is een stuk gereedschap in de vorm van een verbindingsstuk tussen de ratel of het wringijzer en de dop van de dopsleutel.

 

VERLICHTING

Alles aan een auto, dat tot doel heeft om door andere weggebruikers te worden gezien (bijvoorbeeld remlichten) en/of om de bestuurder zelf beter te laten zien (bijvoorbeeld een bochtverlichtingsregelsysteem).

 

VERLICHTINGSREGELSYSTEEM

Systeem dat de verlichting van een auto aanpast aan de rij-omstandigheden

van dat moment, inclusief bi-xenon-lampen en bochtverlichtingsregelsysteem.

 

VERLICHTINGSSTERKTE

De verlichtingssterkte heeft als SI-eenheid: lux.

 

VERLOOPSTUK

Kan tussen de uiteinden van twee niet-passende leidingsystemen worden bevestigd, zodat deze alsnog op elkaar aansluiten.

 

VERMENGING

Diffusie.

 

VERMOEIDHEIDSSENSOR

Eenvoudige systemen herkennen een afwijkend patroon in de stuurbewegingen van de bestuurder. Gecompliceerder is een camera, die de ogen van de bestuurder volgt, waarna de resultaten door een computer worden geanalyseerd.

 

VERMOGEN

Vermogen is arbeid, die binnen een bepaalde tijd wordt verricht. De SI-eenheid van vermogen was vroeger paardenkracht, tegenwoordig watt.

 

VERMOGENSBEREIK

Het vermogensbereik van een motor is het toerentalbereik, waarbinnen voldoende vermogen voorhanden is voor een optimale acceleratie.

 

VERMOGENSKROMME

Tweedimensionale grafiek met op de horizontale as het motortoerental en op de verticale as het motorvermogen uitgezet. Een vermogenskromme laat zien, hoeveel vermogen bij een bepaald motortoerental kan worden geleverd.

 

VEROUDERING

Neiging van een stof om zich te verbinding met zuurstof uit de lucht. Dat geldt voor koelvloeistof en brandstof, maar ook voor vaste stoffen zoals rubber. Veroudering geschiedt altijd zeer geleidelijk.

 

VERSLIJTONDERDEEL

Verslijtonderdelen zijn bij gebruik aan slijtage onderhevig. Bekend is, dat ze na verloop van tijd moeten worden vervangen.

 

VERSNELLER

Dope die een bepaald proces versneld laat plaatsvinden.

 

VERSNELLING [1]

Acceleratie. Geleidelijke verhoging van de snelheid.

 

VERSNELLING [2]

Overschakelen naar een hogere/lagere versnelling heeft een verlaging/verhoging van het toerental en dus een verhoging/verlaging van de trekkracht tot gevolg.

 

VERSNELLING [3]

Bedrag waarmee de snelheid van vrij vallende lichamen per seconde toeneemt. De versnelling van de zwaartekracht bedraagt 9,81 meter/seconde kwadraat.

 

VERSNELLINGSBAK

Hiermee kan de bestuurder de overbrengingsverhoudingen aanpassen tussen de toerentallen van de motor (via de ingaande as) en die van de aangedreven wielen (via de uitgaande as).

 

 

VERSNELLINGSBAKHUIS

Behuizing, waarin de tandwielen van de versnellingsbak afgesloten van de buitenlucht zijn ondergebracht. In het versnellingsbakhuis bevindt zich de versnellingsbakolie.

 

VERSNELLINGSBAKOLIE

Versnellingsbakolie smeert de versnellingsbak. Aan dit soort olie worden minder zware eisen gesteld, omdat erin een versnellingsbak geen sprake is van druksmering. Wel is er een antischuim-additive ingedaan. Luchtbelletjes smeren immers niet.

 

VERSNELLINGSHENDEL

Een auto met vloerschakeling heeft een versnellingspook. Een auto met stuurschakeling heeft een versnellingshendel.

 

VERSNELLINGSPOOK

Een auto met stuurschakeling heeft een versnellingshendel. Een auto met  vloerschakeling heeft een versnellingspook.

 

VERSNELLINGSSENSOR

Meet dwarsversnellingen ten behoeve van het stabiliteitsregelsysteem.

 

VERSTERKER

De versterkers van de radio worden niet door de luidsprekeruitgangen van de radio aangestuurd, maar krijgen een zwak voorversterkingssignaal.

 

VÈRSTRALER

Extra verlichting in de vorm van een sterk geconcentreerde lichtbundel. Ze mogen alleen worden gebruikt in situaties, waarin ongedimd groot licht mag worden gevoerd.

 

VERSTROOIING

Diffusie.

 

VERSTUIVER

Bij een benzinemotor met brandstofinspuiting verstuiven een of meerdere verstuivers de benzine in heel kleine druppeltjes in de inlaatlucht.

 

VERTANDING

De vertanding van een tandwiel bestaat uit tanden, die aan de omtrek gelijkvormig zijn en zich regelmatige afstanden ten opzichte van elkaar bevinden.

 

VERTICAAL

Van boven naar onder gericht.

 

VERTRAGINGSSENSOR

Aanrijdingssensor.

 

VERVORMBAARHEID

Capaciteit om te vervormen. Metalen beschikken over een bepaalde mate van vervormbaarheid. Door een bijzondere molecuulstructuur hebben metalen een zekere mate van rek. Vervormbaarheid wordt gebruikt om kreukelzones te maken bij een auto.

 

VERVORMEN

Een andere vorm aannemen of krijgen.

 

VERWARMINGS- EN VENTILATIESYSTEEM

Systeem dat zorgt voor de verwarming respectievelijk de ventilatie binnen in het interieur van de auto. De stand van de regelklep bepaalt de interieurtemperatuur.

 

VERWARMINGSRADIATEUR

Koelvloeistofradiateur in het verwarmings- en ventilatiesysteem. Het is mogelijk om buitenlucht via een regelklep en deze verwarmingsradiateur naar het interieur te leiden.

 

VERWERKINGSTIJD

De verwerkingstijd tijdens lakwerkzaamheden is de periode, waarbinnen tweecomponentenlak kan worden verwerkt.

 

VERZINKBOUT

Bout met een platte kop die verzonken kan worden gemonteerd.

 

VERZUIPEN

Een benzinemotor verzuipt, als het brandstof-luchtmengsel zoveel brandstof bevat dat de bougie-elektrodes nat worden met  benzine en niet kunnen vonken. Geen vonk betekent ook geen ontbranding.

 

VET [1]

Bestaat grotendeels uit olie maar ook uit zeep. Zeep zorgt ervoor, dat de olie op plaatsen blijft zitten waar het zijn smerende werk kan doen.

 

VET [2]

Bij een brandstof-luchtmengsel betekent vet:  met relatief veel brandstof en weinig lucht. Een vet brandstof-luchtmengsel heeft altijd een brandstof-luchtverhouding van minder dan 1 : 14,7 (1 kilogram brandstof op 14,7 kilogram lucht).

 

VETSLAAN

Als de bedrijfstemperatuur van een bougie te laag blijft, zet zich koolaanslag af op het gedeelte van de bougie, dat in de verbrandingsruimte steekt. Dit heet vetslaan.

 

VEZEL

In lengterichting uitgerekte cel met puntige uiteinden. Soms worden kunststoffen vermengd met aramidevezels, glasvezels of koolstofvezels. Dat leidt tot verbetering van de eigenschappen van die kunststof.

 

VEZELVERSTERKTE KUNSTSTOFFEN

Kunststoffen kunnen worden vermengd met aramidevezels, glasvezels of koolstofvezels. Daardoor worden bepaalde eigenschappen van deze kunststof verbeterd. Dan spreken we van vezelversterkte kunstststoffen.

 

VI

Viscosity index.

 

VIERKANAALS-ANTIBLOKKEERSYSTEEM

Per wiel werkend anti-blokkeerremsysteem.

 

VIERKANTE METER

Vierkante meter () is de SI-eenheid van oppervlakte.

 

VIERKANTE METER/SECONDE

Vierkante meter/seconde (m²/s) is de SI-eenheid van

kinematische viscositeit.

 

VIERKANTE MOTOR

Hierbij is de boring gelijk aan de slag. Een vierkante motor zit dus precies tussen een langeslagmotor en een korteslagmotor in.

 

VIERPUNTSGORDEL

Veiligheidsgordel met vier bevestigingspunten

 

VIERPUNTSVEILIGHEIDSGORDEL

Vierpuntsgordel.

 

VIERSEIZOENENBAND

Band waarmee onder alle weersomstandigheden kan worden gereden.

 

VIERSLAGMOTOR

Het verbrandingsproces van een vierslagmotor verloopt in vier aparte slagen: inlaatslag, compressieslag, arbeidsslag en uitlaatslag.

 

VIERTAKTMOTOR

Vierslagmotor.

 

VIERWIELAANDRIJVING

Hierbij worden niet alleen de voorwielen óf de achterwielen, maar de voor- én achterwielen aangedreven. 4WD is vooral van groot nut in ruw terrein en op gladde hellingen. Soms wordt de door de motor geleverde aandrijfkracht niet alleen maar over de twee aangedreven assen verdeeld, maar over de vier aangedreven wielen.

 

VIERWIELBESTURING

Bij gelede voertuigen zijn meesturende achterassen niet ongebruikelijk. Voor personenauto’s heeft vierwielbesturing slechts beperkt nut. Europese automerken compenseren dit door de inbouw van bijzondere vormen van de achterwielophanging.

 

VIH-MOTOR

VIH = valves-in-head. Een VIH-motor is dus een kopklepmotor.

 

VIJFDE DEUR

Achterklep van een hatch-back met vier portieren.

 

VIJL

Staafvormig stalen stuk gereedschap met een ruw oppervlak met inkepingen. Hiermee kan niet-gehard staal worden bewerkt, of glad gemaakt.

 

VINGERTIPSENSOR

Reageert op de vingerafdruk van de bestuurder. Die vingertip kan daarbij als wachtwoord dienen om de startblokkering van de betreffende auto op te heffen.

 

VISCO-KOPPELING

Automatische koppeling. Het snelst ronddraaiende deel van de visco-koppeling stuwt de olie naar het traagst ronddraaiende deel en drijft dat aldus aan tot grotere omwentelingssnelheden.

 

VISCOSITEIT

Maat voor de smerende eigenschappen van olie. Olie met een hoge/lage viscositeit voldoet vooral bij hogere/lagere motortemperaturen.

 

VISCOSITEITSINDEX

Als olie bij verwarming slechts weinig van viscositeit verandert, dan heeft die olie een hoge VI.

 

VLAKKE V-MOTOR

Zeer zeldzame versie van de V-motor. Deze heeft een blokhoek van 180 graden. Een vlakke V-motor is iets anders dan een boxermotor. hoewel beide versies in het Engels ‘flat engine’ worden genoemd.

 

VLAKKEN

Een wat oudere cilinderkop mag na demontage niet zomaar worden  teruggeplaatst. Eerst moet worden gecontroleerd, of hij is kromgetrokken. In dat geval moet men hem eerst vlakken op een vlakbank.

 

VLAKSTROOMCARBURATEUR

Hierbij wordt de inlaatlucht horizontaal (dus ‘vlak’) van buiten naar binnen gezogen. Een dergelijke carburateur is aan de zijkant van de motor gemonteerd.

 

VLAMBOOGLASSEN

Vorm van elektrisch lassen, waarbij de vlam wordt ‘beschermd’ door een gas en/of door de slak van de beklede electrode.

 

VLAMFRONT

Het brandende gedeelte van het brandstof-luchtmengsel heeft de gedaante van een vuurbal, waarvan de buitenkant het vlamfront is.

 

VLAMFRONTSNELHEID

Snelheid waarmee het vlamfront zich vanaf de bougie-elektroden door de verbrandingsruimte voortbeweegt.

 

VLAMIONISATIEMETER

Apparaat waarmee het gehalte koolwaterstofverbingen in de uitlaatgassen kan worden gemeten.

 

VLAMPUNT

Temperatuur waarbij het mogelijk is om met behulp van open vuur de boven de brandstof gevormde damp te laten ontbranden. Brandstof kan als pure vloeistof alleen ontbranden in dampvorm en onder toevoeging van zuurstof uit de lucht.

 

VLAMSOLDEREN

Solderen gebeurt onder verhitting en met behulp van elektrische stroom, of een gasvlam. Dat laatste is het geval bij vlamsolderen.

 

VLAMWEG

Afstand die het vlamfront vanaf de bougie-electrodes tot de wand van de verbrandingsruimte aflegt. De vlamweg moet zo kort mogelijk zijn om de warmteverliezen tijdens de verbranding te beperken en kloppen te voorkomen.

 

VLEUGEL [1]

Stijlornament tijdens de jaren vijftig en zestig op (met name Amerikaanse) auto’s. Sindsdien wordt in de autosport bewezen, dat vleugels ook aerodynamische hulpmiddelen kunnen zijn waarmee neerwaartse kracht kan worden opgewekt.

 

VLEUGEL [2]

Een vleugel maakt, in tegenstelling tot een spoiler, geen vast onderdeel uit van de carrosserie. Hij laat de horizontaal stromende rijwind schuin naar boven afketsen. Zo kan neerwaartse kracht worden gegenereerd. Vleugels komen eigenlijk alleen voor op op race-auto’s.

 

VLEUGELDEUR

Portier met scharnieren in het dak in plaats van in de voorste stijl. Daardoor scharniert zo’n portier naar boven toe in plaats van naar opzij. Dit soort voorziening treft men alleen aan bij enkele GT’s.

 

VLIEGWIEL

Gebalanceerd stalen schijf aan het uiteinde van de krukas. Dankzij zijn massa neemt het tijdens de arbeidsslag bewegingsenergie uit de krukas op en geeft die tussen twee arbeidsslagen door weer aan de krukas. Zo loopt de motor vooral stationair gelijkmatiger.

 

VLIEGWIELBOUT

Het vliegwiel is aan de krukas bevestigd door middel van een aantal vliegwielbouten.

 

VLIEGWIELKANT

Vliegwielzijde.

 

VLIEGWIELZIJDE

Afspraak: de vliegwielzijde is de achterkant van een motor. Het maakt daarbij niet uit of de motor in de lengte of dwars is ingebouwd. Aan deze zijde eindigt ook de cilindernummering.

 

VLOEIBAAR

Bij een vloeibare stof is er zo weinig ‘samenhang’ tussen de moleculen van die stof, dat ze onmiddellijk de vorm aannemen van het vat waarin de vloeistof wordt gegoten.

 

VLOEIBARE PAKKING

Pakkingen worden ter afdichting gemonteerd tussen de pasvlakken van twee aan elkaar bevestigde onderdelen. Tegenwoordig komen pakkingen, als ze geen druk hoeven te weerstaan vaak in vloeibare vorm uit een potje of een tube.

 

VLOEISTOF

Een vloeistof is een stof, die zich bij omgevingstemperatuur en atmosferische druk in de vloeibare aggregatietietoestand bevindt.

 

VLOEISTOFKOELING

Koeling met behulp van koelvloeistof. Vrijwel alle  motoren hebben vloeistofkoeling.

 

VLOEISTOFKOPPELING

Automatische koppeling. Het snelst ronddraaiende deel van de vloeistofkoppeling stuwt de olie naar het traagst ronddraaiende deel en drijft dat aldus aan tot grotere omwentelingssnelheden.

 

VLOEISTOFMANTEL

Betreft bij een motor met vloeistofkoeling het netwerk van koelvloeistofleidingen rondom de verbrandingsruimte. Dat netwerk omhult de hittebron: de verbrandingsruimte.

 

VLOERSCHAKELING

Een auto met stuurschakeling heeft een versnellingshendel. Een auto met vloerschakeling heeft een versnellingspook.

 

VLOTTER

Luchtdicht afgesloten drijflichaam van messing of kunststof. Drijft in de vlotterkamer van een carburateur op de daarin aanwezige benzine. Bij stijgend/dalend benzineniveau gaat de vlotter mee omhoog/omlaag en bedient zo de vlotternaald.

 

VLOTTERKAMER

Voorraadvat voor de benzine, die door de benzinepomp is aangevoerd maar in de carburateur nog even moet wachten totdat de motor het nodig heeft. Wat er uit de mengbuis wordt gezogen, wordt automatisch vanuit de vlotterkamer aangevuld.

 

VLOTTERNAALD

Bevindt zich in een carburateur bovenop de vlotter. Hij steekt naar boven toe in het gat, waarlangs benzine naar de vlotterkamer stroomt.

 

VLUCHTIG

Geneigd om gemakkelijk te verdampen.

 

VLUCHTIGHEID

Een deel van de benzine heeft al bij lage temperatuur een behoorlijk grote vluchtigheid. Dat betekent, dat dat deel dan al gemakkelijk geneigd is tot verdamping.

 

VOCHTIGHEID

Vochtgehalte binnen een gas of lucht.

 

VOEDING

Toevoer.

 

VOELER

Sensor.

 

VOELERLINT

Dunne strip van buigzaam metaal. Wordt gebruikt voor het afstellen van de contactpunten, het afstellen van de elektrodenafstand van de bougies en (afhankelijk van de motor specificatie) het kleppen stellen.

 

VOELERMAAT

Voelerlint.

 

VOERTUIG

Een voertuig kan een motor hebben en heet dan motorvoertuig. Anders heet het gewoon ‘voertuig’. Ook een aanhangwagen is dus een voertuig.

 

VOERTUIGCOMBINATIE

Auto met aanhangwagen of trekker met oplegger.

 

VOLGAS

Een volg-as (niet te verwarren met vol-gas) is het niet-aangedreven gedeelte van een tandemstel. De volg-as is de achterste van de twee assen en ‘volgt’ dus inderdaad de (wel aangedreven) voorste as.

 

VOLGSCHADE

Schade als gevolg van een eerder defect.

 

VOLGVONK

Bij een auto met dubbele ontsteking geven de beide bougies binnen een verbrandingsruimte nooit helemaal tegelijkertijd hun vonk af. De ‘tweede’ vonk heet de volgvonk.

 

VOLLAST

Op volle belasting, volledig belast.

 

VOLLEDIGE-HYBRIDE-AUTO

Hybride-auto, die voor de aandrijving gebruik maakt van een elektromotor en een verbrandingsmotor. Deze zorgt er tevens voor, dat de accu altijd is opgeladen. Ook heeft zo’n auto vaak een remenergie-regeneratiesysteem.

 

VOLT

Volt (V) is de SI-eenheid van elektrische spanning.

 

VOLTMETER

Meet de spanning in de elektrische installatie. Met behulp van een voltmeter kan op ieder gewenst punt de spanning worden opgemeten.

 

VOLUME

Inhoud. SI-eenheid: kubieke meter.

 

VOLUME-AUTO

Personenauto met redelijk grote binnenafmetingen.

 

VOLUMETRISCH RENDEMENT

Verhouding tussen (onder de streep = 100%) wat er aan brandstof-luchtmengsel in theorie in de verbrandingsruimte past en (boven de streep) wat daar in de praktijk van terecht komt.

 

VOLUMIEKE MASSA

Dichtheid.

 

vonkbrug

 

VOORAS

Ouderwetse term voor alles wat nodig is om de voorwielen te kunnen laten functioneren. Onder de term ‘vooras’ valt: de voorwielophanging, de aandrijfassen (alleen bij voorwielaandrijving) en de voorwielen.

 

VOORGLOEIEN

Dieselmotoren met indirecte brandstofinspuiting zijn door hun specifieke constructie niet in staat om zonder hulp ‘van buitenaf’ koud te starten. Het noodzakelijke voorgloeien gebeurt met behulp van gloeistiften.

 

VOORGLOEITIJD

Periode die dieselmotoren met indirecte brandstofinspuiting na het inschakelen van het contact nodig hebben voordat de motor met behulp van gloeistiften kan worden gestart.

 

VOORKAMER

‘Voorportaal’ van de verbrandingsruimte van een dieselmotor met indirecte dieselbrandstofinspuiting. In de voorkamer vindt de verstuiving plaats en start het vlamfront.

 

VOORLOOPAS

Voorste (meestal niet-aangedreven) achteras van het tandemstel van een vrachtwagen.

 

VOORONTSTEKING

Het aangevoerde brandstof-luchtmengsel heeft enige tijd nodig voor de verbranding. Al die tijd draait de krukas gewoon verder. Het mengsel moet dus worden ontstoken op een bepaald aantal krukasgraden vóór het BDP.

 

VOOROPENING [1]

De inlaatklep van een vierslagmotor gaat al open, voordat de zuiger aan het begin van de inlaatslag in BDP staat. Als dan de uitlaatklep nog open staat, wordt het zuigeffect van de neergaande zuiger versterkt door de stroomsnelheid van het uitlaatgas.

 

VOOROPENING [2]

De uitlaatklep van een vierslagmotor gaat al open, voordat de zuiger aan het begin van de uitlaatslag in ODP staat. De druk boven de zuiger moet zijn verminderd, voordat deze zuiger aan de uitlaatslag begint.

 

VOOROVERBOUW

Gedeelte van de carrosserie, dat zich vóór de voorwielen bevindt. De vooroverbouw is van belang, als die auto in het terrein een greppel dwars oversteekt of over steile oprijplanken heen rijdt.

 

VOORRUITVERWARMING

Deel van het verwarmings- en ventilatiesysteem. Dit systeem voert warme lucht langs de binnenkant van de voorruit. Deze wordt daardoor ontdooid (als hij is bevroren) of ontwasemd (als hij is beslagen).

 

VOORSCHAKELWEERSTAND

Weerstandselement in de stroomdraad vanaf het contactslot naar de bobine. Dit wordt bij de start kortgesloten om de ontstekingsspanning tijdelijk te verhogen en zo het aanslaan van de motor te versnellen. Zodra de motor loopt, wordt hij weer in het circuit opgenomen.

 

VOORSPANNING

Kunstmatig (namelijk door een specifieke manier van monteren) ingebrachte mechanische spanning.

VOORSPOILER

Spoiler aan de onderkant van de neus van een auto. Hij zorgt ervoor, dat er zo min mogelijk rijwind onder de auto doorstroomt.

 

VOORSTE SCHUTBORD

Stalen plaat tussen het interieur en het motorcompartiment, waar de voorpassagiers met de voeten tegenaan zitten. Dit is een cruciaal verstevigend gedeelte van een zelfdragende carrosserie.

 

VOORWIELAANDRIJVING

Aandrijving via uitsluitend de voorwielen.

 

VOORWIELOPHANGING

Verbinding tussen de voorwielen en het chassis. In de praktijk bestrijkt de voorwielophanging tevens delen van de stuurinrichting, de vering en schokdemping van de voorwielen.

 

VORSTBEVEILIGING

Bij dreigende vorst mogen de koelvloeistof en de ruitensproeiervloeistof niet bevriezen. Daarom moeten deze bij wijze van vorstbeveiliging worden voorzien van antivries.

 

VOUWDAK

Hierbij wordt de rechthoekige opening in het dak van de carrosserie bedekt door waterproof vinyl-doek. Bij het (van voren naar achteren) opentrekken van het dak wordt het vinyldoek in plooien naar achteren geschoven.

 

VRACHTAUTO

Vrachtwagen.

 

VRACHTWAGEN

Zware bedrijfswagen, ingericht voor het vervoer van goederen, met een maximumlaadvermogen van meer dan 3.500 kilogram.

 

VRACHTWAGENCOMBINATIE

Vrachtwagen als trekker van een aanhangwagen of oplegger.

 

VRETEN

Kan plaatsvinden door de bijtende werking van metalen en door metallisch contact tussen twee ten opzichte van elkaar bewegende componenten.

 

VRIESPUNT

Temperatuur waarbij een vloeistof begint te bevriezen. Voor water bedraagt het vriespunt 0 graden Celsius. Aan vloeistoffen die niet mogen bevriezen (koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof) kan antivries worden toegevoegd.

 

VRIESPLAATJE

Vriesstop.

 

VRIESSTOP

Vriesstoppen in de buitenwand van het motorblok zijn metalen pluggen die moeten voorkomen, dat het motorblok scheurt als de koelvloeistof bevriest.

 

VRIJLOOP

Vrij laten uitrollen van een auto. Dat gebeurt zonder enige vorm van aandrijving, hetzij vanaf de motor naar de aangedreven wielen (tijdens acceleratie) hetzij vanaf de aangedreven wielen naar de motor (tijdens op de motor remmen).

 

VRIJSTAND

Vrije stand tussen twee posities in. Als er geen verbinding tussen de motor en de aangedreven wielen is, staat de versnellinghendel tussen twee versnellingen in de neutrale stand of in de vrijstand.

 

VTEC-MOTOR

Een VTEC-motor (VTEC = variable-timing electronic camshaft) is voorzien van een elektronisch verstelbare nokkenas voor variabele klepbediening.

 

VUISTSCHROEVENDRAAIER

Onderscheidt zich van andere schroevendraaiers door een korte schacht. Een vuistschroevendraaier kan van pas komen op een plek met onvoldoende werkruimte.

 

VULCANISEREN

Rubber bewerken met gesmolten of opgeloste zwavel. Daardoor wordt de thermoplast rubber omgezet in een elastische kunststof en kan het zich hechten aan bijvoorbeeld ijzer.

 

VULDRUK

Laaddruk.

 

VULLER

Vloeibare plamuur, die wordt gebruikt om vóór het opbrengen van de afdeklak oneffenheden in de ondergrond glad te maken.

 

VULLINGSGRAAD

Verhouding tussen (onder de streep = 100%) wat er aan brandstof-luchtmengsel in theorie in de verbrandingsruimte past en (boven de streep) wat daar in de praktijk van terecht komt.

 

VULRING

Worden gebruikt om bij een boutverbinding de ruimte tussen de onderkant van de boutkop (of boutkraag) en het te bevestigen object op te vullen of voor groter draagvlak voor de onderkant van de boutkop.

 

VULSTOF

Vuller.

 

VULSTOP

Zorgt er automatisch voor, dat een in een auto met een LPG-installatie de speciale brandstoftank voor niet meer dan 80 % kan worden gevuld.

 

VV-CARBURATEUR

VV = variable-venturi. Een VV-carburateur heeft dus een variabele venturi. Anders dan bij de CV-carburateur is hier de onderdruk ter hoogte van de venturi constant en de doorstroomopening van de venturi variabel.

 

VV-MOTOR

Bestaat uit twee parallel aan elkaar op een gemeenschappelijke krukas gebouwde V-motoren. Een VV-motor heeft drie nokkenassen.