S

 

 

S (stroke) = slag van motor

S-cam expander = nok van trommelremsysteem

S sensor = vertra­gingssensor van airbagsysteem

 

SA (semi-automatic) = halfautomatisch, semi-automatisch

 

SAI (steering-axis inclination) = fuseependwarshelling, king-pin incli­nation (KPI)

 

SAL (saloon) = saloon

SAL (steering-axis inclination) = fuseenpendwarshelling

SAL (short-and-long-arm) suspension = wielophanging met draagarmen van ongelijke lengte

 

saddle = [1] lagerbok

saddle = [2] zadel

 

SAE index = SAE-index

 

safe = betrouwbaar, veilig

safe life = veilige levensduur

safe load = toelaatbaar draagvermogen, toelaatbare belasting

safe-use life = veilige gebruiksduur

 

safety = veiligheid

safety allowance = veiligheidsmarge

safety bar = rolbeugel, roll-bar

safety barrier = vangrail

safety belt = veiligheidsgordel

safety-belt adjustment gear = afstelmechanisme van veiligheidsgordel

safety-belt anchorage = verankering van veiligheidsgordel

safety-belt buckle = sluiting van veiligheidsgordel

safety-belt buzzer = controlezoemer ‘veiligheidsgordel aan!’

 

safety-belt fastener = bevestigingsinrichting van veiligheidsgordel

safety-belt grabber = kleminrichting van veiligheidsgordel

safety-belt guide = riemgeleider van veiligheidsgordel

safety-belt latch = slot van veiligheidsgordel

safety-belt pre-load system = gordelspanner

safety-belt pretensioner = gordelspanner

safety-belt retractor gear = oprolmechanisme van veiligheidsgordel

safety-belt side bar = hoogteverstelinrichting van veiligheidsgordel

safety-belt strap = band van veiligheidsgordel

safety-belt tightener = gordelspanner

safety-belt webbing = band van veiligheidsgordel

 

safety bolt = borgbout

safety brake = noodrem

safety cage = veiligheidskooi

safety catch = veiligheidsvergrendeling

 

safety cell = veiligheidskooi

safety cut-out = elektronische veiligheidsvoorziening

safety device = veiligingsvoorziening, blokkering, pal

safety diode = beveiligingsdiode

 

safety factor = veiligheidsfactor

safety foot wear = veiligheidsschoenen

safety fuse = zekering

safety glass = veiligheidsglas

safety glasses = veiligheidsbril

safety harness = zespuntsveiligheidsgordel

safety helmet = veiligheidshelm

safety interlock system = sperinrichting bij automatische transmissie

safety ledge = veilig­heidsrand van velg

safety lock = veiligheidsslot

safety net = vangnet in slaapcabine van top sleeper

safety nut = borgmoer

safety precaution = veiligheidsmaatregel

safety reflecting triangle = gevarendriehoek

safety regulations = veiligheidsvoorschriften

safety relay = veiligheidsrelais

safety roll bar = rolbeugel, roll-bar

safety specifications = veiligheidsvoorschriften

safety stand = assteun

safety steering wheel = veiligheidsstuurwiel

safety valve = veiligheidsklep

safety vehicle = veiligheidsauto

 

sag (verb) = [1] doorzakken, los hangen

sag (verb) = [2] niet goed op spanning staan

 

sagging = [1] gordijnvorming in lak

sagging = [2] loper in lak, zakker in lak

 

SAI (steering-axis inclination) = fuseependwarshelling

 

SAL (saloon) = saloon

SAL (steering-axis inclination) = fuseenpendwarshelling

SAL (short-and-long-arm) suspension = wielophanging met boven en onder draagarmen van ongelijke lengte

 

saliency = vooruitstekend gedeelte

 

saloon = saloon, vierdeurs-auto met gescheiden bagageruimte

 

salt = zout

salt spreader = zoutstrooiwagen 

 

salvage (verb) = [1] bergen van auto

salvage (verb) = [2] terugwinnen van grondstoffen

salvage (subst.) = [1] berging van auto

salvage (subst.) = [2]  terugwinning van grondstoffen

salvage vehicle = kraanwagen, takelwagen

salvage yard = autosloperij

 

SAM knob (signal auto-memory knob) = knop van radio om de sterkte zender in het geheugen op te slaan

 

sample = monster, proefstuk, steekproef

sample pipe = monsterafnamepijp van CO-meetapparaat

sample rate = steekproefschema

 

SAMT (semi-automatic manual transmission) = elektro-pneuma­tisch gere­gelde semi-automati­sche transmissie

 

sand (verb) = zandstralen

sand (subst.) = zand

sand down (verb) = afschuren

sand paper = schuurpapier

 

sander = schuurmachine

 

sanding block = schuurblok

sandblast (verb) = zandstralen

 

sandblaster = zandstraalapparaat

 

sandwich (verb) = laag voor laag vastklemmen

sandwich material = uit meerdere lagen bestaand materiaal

sandwich-type chassis = volgens sandwich-principe gebouwd chassis

 

Sankey diagram = Sankey-diagram

 

saponification = verzeping van vet

saponification value = verzepingsgetal van vet

 

saponify (verb) = verzepen

 

SAS (sophisticated airbag sensor) = airbagsensor

 

sash = schuifraam

sash angle = hoekversterking

sash belt = diagonaalgordel, schoudergordel

sash guide = [1] raamgeleider

sash guide = [2] veiligheidsgordelgeleider

sash safety belt = diagonaalgordel, schoudergordel

 

satellite = satelliet

satellite gear = satellietwiel

 

saturate (verb) = verzadigen

 

saturated steam = verzadigde waterdamp

saturated vapour = verzadigde damp

saturated vapor (Am.) = verzadigde damp

 

saturation = verzadiging

saturation point = verzadigingspunt

 

saucer = schotel, uitholling

saucer spring = schotelveer

 

saving sensor = beveiligingssensor van airbagsysteem

 

 SAW signal (spark-advanced word signal) = ontstekingsvervroe­gingssig­naal

 

saw (verb) = zagen

saw (subst.) = zaag

saw blade = zaagblad

saw cut = zaagsnede

saw tooth = zaagtand

saw-tooth screw thread = zaagtandschroefdraad

 

sawed slot = zaagsnede

 

SB (sealed-beam) = sealed-beam

SB (styrene-butadiene) = styreen-butadieen

 

SBL (sensotronic brake control) = elektronisch/hydraulische brake-by-wire

 

SBP (special boiling-point) spirit = benzine met een afwijkend kookpunt

 

SBR (styrene-butadiene rubber) = styreen-butadieenrubber

 

SC (self-checking) = zichzelf controlerend

SC (semi-conductor) = halfgeleider

SC (supercharged) = met compressor

SC (supercharger) = compressor

SC engine  (single-carburetter engine) = motor met enkelvoudige carburateur

SC engine (super-charged engine) = compressormotor

SC system (spark-control system) = ontstekingsregelsysteem


SCA (soft-close automatic) = hydraulisch systeem om de portieren en het kofferd­eksel zacht in het slot te trekken

 

scab (verb) = oneffen maken

 

scalding water = kokend water

 

scale (verb) = aanzetsel afbikken, aanzetsel vormen

scale (subst.; Am.) = weegbrug

scale (subst.; Eng.) = [1] ketelsteen

scale (subst.; Eng.) = [2] schaal van meter, schaalverdeling

 

scale division = schaalverdeling

scale down (verb)  = op schaal verkleinen

scale drawing = tekening op schaal

scale model = schaalmodel

scale off (verb) = afbladderen, afschilferen

 

scales = weegschaal

 

scan (verb) = [1] elektronisch aftasten

scan (verb) = [2] scannen, vluchtig doorlezen

scan button = scan-knop van CD-speler

scan tool = scanner

 

scar = [1] kras op plaatwerk

scar = [2] litteken

 

scatter (verb) = verspreiden, verstrooien

 

scavenge (verb) = [1] spoelen

scavenge (verb) = [2] vuil afvoeren

scavenge port = spoelpoort

 

scavenger air = spoellucht

scavenger loop = omkeerspoeling

scavenger period = spoelperiode van tweeslagmotor

scavenger pressure = spoeldruk

scavenger pump = spoelpomp

 

scavenging = spoeling in tweeslagmotor

scavenging air = spoellucht

scavenging loop = omkeerspoeling

scavenging period = spoelperiode van tweeslagmotor

scavenging pressure = spoeldruk

scavenging pump = spoelpomp

 

SCB (supercharger bypass) = omloopleiding van compressor


SCC (short-circuit current) = kortsluitstroom

SCC (stratified-charge combustion) = gelaagde verbranding

 

schedule (verb) = in een schema opnemen

schedule (subst.) = lijst, schema, tabel

scheduled maintenance = periodiek onderhoud

 

schematic diagram = schema

 

scheme = ontwerp, plan, schema

scheme of wiring = bedradingsschema, schakelschema

 

science = [1] wetenschap

science = [2] wetenschappelijk onderzoek

 

SCIH engine (single camshaft-in-head) engine = motor met één bovenliggende nokkenas

 

scissor lift = schaarheftafel

 

scissors = schaar

scissors-type jack = schaarkrik

 

SCL (synchronised cornering lag) = stabilisatiesysteem van stuurinrichting

 

SCM (seat-control module) = regelmodule van stoelverstelling

 

scobs = [1] ijzervijlsel

scobs = [2] zaagsel

 

scoop (verb) = uithollen, uitscheppen

scoop (subst.) = [1] luchtinlaatopening in carrosserie

scoop (subst.) = [2] schoep van schoepenwiel

 

scoop wheel = schoepenwiel

 

scope = bereik, oscilloscoop

 

score (verb) = groeven maken, krassen, vreten

score (subst.) = groef, kras

 

scoring = groefvorming in een glijlager

 

scrap (verb) = afdanken, naar de sloop brengen

scrap (subst.) = afval, schroot

scrap iron = oud ijzer, oud roest

scrap yard = autosloperij

 

scrape (verb) = schaven, schrapen, schuren

scrape (subst.) = kras, schram

 

scraper = schraapstaal

scraper ring = olieschraapveer

 

scrappage = niet-geregistreerde auto

 

scrapping = vernietiging van sloopauto

 

scratch (verb) = krabben, krassen

scratch (subst.) = krab, kras

scratch resistance = krasbestendigheid, krasvastheid

 

screen (verb) =  [1] bekleden

screen (verb) =  [2] elektrisch ontstoren

screen (subst.) = afscherming tegen storing

screen (subst.) = [2] ruit, scherm

screen (subst.) = [3] zeef

screen aperture = opening in carrosserie voor ruit

screen cleaner = ruitenreinigingsmiddel

screen defogger = ruitontwaseminrichting

screen defroster = ruitontdooi-inrichting

screen de-icer = ruitontdooimiddel

screen demister = ruitontdooi-inrichting

screen heater = uitverwarming

screen jet = ruitensproeier

screen pillar = A-dakstijl, voorste dakstijl

screen post = A-dakstijl, voorste dakstijl

screen repair system = reparatiesysteem voor gelaagde ruiten

screen washer = ruitensproeier

screen washer pump = ruitensproeierpomp

screen wiper = ruitenwisser

 

screened ignition = ontstoorde ontsteking

 

screening = [1] kabelhuls met ontstorende functie

screening = [2] ontstoring

 

screening cap = onstoorkap van bougie

screening socket = ontstoorstekker

 

screw (verb) = schroeven

screw (subst.) = bout die met schroevendraaier kan worden aangedraaid, schroef

screw-and-bolt steering = worm-en-nok-stuurinrichting

screw bolt = bout zonder bijbehorende moer

screw cap = schroefdop

screw connection = schroefverbinding

screw-cutting lathe = draadsnijbank

screw down (verb) = aandraaien, vastdraaien, vastzetten

screw driver = schroevendraaier

screw-driver blade = blad van schroevendraaier

screw driver for cross-slotted screws = kruiskopschroevendraaier

screw extractor = gereedschap om vastzittende bouten te verwijderen

screw fastening = schroefsluiting

screw gage (Am.) = draadmeter

screw gauge = draadmeter

screw-in socket = korte vulpijp met schroefsluiting

screw jack = potkrik

screw-lifting jack = krik met schroefdraad

screw lock = borging van bout- en schroefverbinding

screw micrometer = schroefmicrometer

screw neck = korte vulpijp met schroefsluiting

screw off (verb) = afschroeven, losschroeven

screw on (verb) = opschroeven, vastschroeven

screw-on part = onderdeel dat met schroeven wordt gemonteerd

screw plate = draadsnijplaat

screw plug = plug met schroefdraad

screw-push starter motor = startmotor met rondsel op bewegingsschroefdraad

screw retainer = borging van schroefverbinding

screw-scissors-type jack = schaarkrik

screw spanner = moersleutel, schroefsleutel

screw stock = schroefdraadsnij-ijzer

screw tap = draadtap

screw thread = schroefdraad

screw-thread gage (Am.) = draadmeter

screw-thread gauge = draadmeter

screw-thread insert = helicoil

screw-type compressor = schroefcompressor

screw-type jack = schaarkrik

 screw wrench (Am.) = moersleutel, schroefsleutel

 

screwed connection = schroefverbinding

 

scribe (verb) = aftekenen, inkrassen

scribe line = aftekenlijn

 

scriber = krasnaald, kraspen

 

scribing compasses = cirkelkrasser, kraspasser

 

scrub (verb) = schrappen, schuren

scrub radius = schuurstraal

 

scrutineer = keurmeester

 

scrutineering = technische keuring

 

scrutinise (verb) = keuren

 

scrutinize (verb) = keuren

 

scrutinizer = keurmeester

 

SCS (stop-control system) = anti-blokkeerremsysteem dat uitsluitend op de voorwielen werkt

 

SCT (suspended-ceiling type) = opgespannen dakhemelbekleding

 

scuff (verb) = [1] krassen, schaven, schuren

scuff (verb) = [2] vreten

scuff plate = dorpellijst, stootlijst

 

scuffing = schade als gevolg van schuren, schade als gevolg van vreten

scuffing damage = schade door met wielen tegen stoeprand aan te schuren

scuffing rib = schuurstrip op zijkant van autoband

 

sculpture = een speciale vorm geven

 

scuttle = schutbord

scuttle board = schutbord

 

SCV (speed-controlled volume) = koppelingssysteem tussen snelheidsmeter en geluidsvo­lume van radio

 

SDM (sensing and diagnostic module) = sensor- en diagnosemodule

 

sea = zee

sea-level pressure = luchtdruk op zeeniveau

 

seal (verb) = afdichten, dicht stoppen, verzegelen

seal (subst.) = afdichting, afsluiting, keerring

seal bead = rups van afdichtmiddel

seal bush = hulsvormige afdichtring, pakkingring

seal bushing = afdichtring, pakkingring

seal compound = afdichtpasta

seal cup = afdichthoes, manchet

seal kit = afdichtkit, pakkingset

seal lip = afdichtlip

seal material = afdichtkit

seal paste = afdichtpasta

seal plate = distributiedeksel

seal ring = afdichtring, keerring, pakkingring

seal rubber = rubberen afdichtstrip

seal surface = pasvlak

seal tape = afdichtband, teflonband

seal washer = afdichtring, pakkingring

 

sealant = [1] ruitenkit

sealant = [2] vloeibare pakking

sealant gun = kitspuit

 

sealed-beam headlight = sealed-beam-koplicht

sea­led bearing = geheel gesloten lager

sealed cooling system = gesloten koelsysteem

sealed-for-life = ‘levenslang’ onderhoudsvrij

sealed-for-life battery = onderhoudsvrije accu

 

sealer = [1]  ruitenkit

sealer = [2] vloeibare pakking

 

sealing = afdichting, afsluiting

sealing bead = rups van afdichtmiddel

sealing compound = afdichtpasta

sealing cup = afdichthoes, manchet

sealing kit = afdichtkit, pakkingset

sealing lip = afdichtlip

sealing material = afdichtkit

sealing ring = keerring, pakkingring

sealing rubber = rubberen afdichtstrip

sealing surface = pasvlak

sealing tape = teflonband

sealing washer = pakkingring

 

seam = naad, scheurtje

seam welding = naadlassen

 

seamless = naadloos

seamless-steel tube = naadloos getrokken stalen buis

 

search button = zenderzoekknop van radio

search light = zaklantaarn, zoeklicht

 

seat (verb) = [1] in positie brengen

seat (verb) = [2] zitten

seat (subst.) = [1] draagvlak

seat (subst.) = [2] stoel, zitplaats

seat adjuster = stoelverstelinrichting

seat angle = klepzittinghoek

seat area = zitgedeelte van stoel

seat back = rugleuning van stoel

seat-back adjuster = rugleuningverstelinrichting

seat-back heater = rugleuningverwarming

seat-back pocket = opbergzak aan achterkant van stoelrugleuning

seat-back rest = rugleuning van stoel

seat belt = veiligheidsgordel

seat-belt adjustment gear = afstelmechanisme van veiligheidsgordel

seat-belt anchorage = verankering van veiligheidsgordel

seat-belt buckle = sluiting van veiligheidsgordel

seat-belt buzzer = controlezoemer ‘veiligheidsgordel aan!’

 seat-belt fastener = bevestigingsinrichting van veiligheidsgordel

seat-belt grabber = door sensoren activeerbare kleminrichting van veiligheidsgordel

seat-belt guide = riemgeleider van veiligheidsgordel

seat-belt latch = slot van veiligheidsgordel

seat-belt pre-load system = gordelspanner 

seat-belt pretensioner = gordelspanner

seat-belt retractor gear = oprolmechanisme van veiligheidsgordel

seat-belt side bar = hoogteverstelinrichting van veiligheidsgordel

seat-belt strap = band van veiligheidsgordel

seat-belt tightener = gordelspanner

seat-belt webbing = band van veiligheidsgordel

 seat bench = zitbank

seat bottom = onderstel van stoel

seat bucket = voorgevormd zitgedeelte van stoel

seat catch = stoelvergrendeling

seat centre runner = binnenste stoelrail

seat cover = bekledingshoes van stoel

seat cushion = zitkussen

seat-cushion cover = zitkussenbekleding

seat-cushion heater = stoelverwarming, zitkussenverwarming

seat-cushion tilt adjust = verstelinrichting van hoek van zitgedeelte

seat-cushion warmer = zitkussenverwarming

seat fabric = stoelbekleding

seat face = draagvlak aan onderkant van boutkop

seat frame = stoelframe

seat guide rail = geleiderail van stoel

seat-operating motor = elektromotor voor stoelverstelling

seat pan = voorgevormd zitgedeelte van stoel

seat position = zithouding, zitpositie

seat rail = geleiderail van stoel

seat side runner = buitenste stoelrail

seat slide = stoelrail

seat-slide lever = hendel voor langsverstelling van stoel

seat springing = vering van stoel

seat track = geleiderail van stoel

seat travel = afstand waarover stoel verstelbaar is

seat upholstery = stoelbekleding

 

seating = [1] contactvlak

seating = [2] draagvlak, ondersteuningsvlak

seating = [3] zitplaats

seating capacity = aantal zitplaatsen

 

second = [1] seconde

second = [2] tweede

second-cut file = halfzoetvijl

second gear = tweede versnelling

second-hand = tweedehands

second-hand car = gebruikte auto

second-order inertia forces = massatraagheidskrachten van de tweede orde

 

secondary = secundair, van de tweede trap

secondary air = secundaire lucht

secondary brake = hulprem, noodrem

secondary shoe = secundaire remschoen

secondary circuit = secundaire stroomkring

secondary coil = secundaire spoel van bobine

secondary combustion chamber = voorkamer van dieselmotor

secondary shaft = secundaire as van versnellingsbak

secondary stage = tweede trap

secondary throat = hoofdventuri van carburateur

 

seconds hand = secondewijzer van klok

 

section = [1] dwarsdoorsnede van autoband, hoogte-/breedteverhouding van autoband

section = [2] profiel uit plaatstaal

section through = dwarsdoorsnede

 

sectional = [1] demonteerbaar

sectional = [2] , uit afzonderlijke delen bestaand

sectional drawing = doorsnedetekening

sectional iron = profielstaal

sectional plane = wiskundig snijvlak

 

sector = [1] sector

sector = [2] segment van cirkel

sector gear = wormwielsector van stuurinrichting

sector shaft = sector-as van stuurinrichting

 

secure (verb) = [1] beveiligen

secure (verb) = [2] bevestigen, borgen

 

securing bolt = borgbout

securing lever = vergrendelingshendel van kantelcabine

securing nut = borgmoer

 securing pin = borgpen

 

security = [1] betrouwbaarheid, veiligheid

security = [2] veiligheidsmarge

security light = controlelicht van diefstal-alarmsysteem

 

SED (sedan) = sedan

 

sedan = sedan

 

sediment = [1] aanslag

sediment = [2] , bezinksel, residu

 

sedimentation = bezinking, bezinksel

sediment bowl = bezinkkolf, bezinkselkolf

 

see (verb) = zien

see-through = doorzichtig

 

seed = [1] bultje in lak

seed = [2] stofinsluiting in lak

 

seeger circlip = seegerring

 

seek tuning = zoeken naar radiozen­ders met behulp van de frequentie­voor­keuzeknop

 

seep (verb) = sijpelen

 

seesaw (verb) = afwentelen, zuiver rollen

seesaw (verb) = [2] afwikkelen

 

SEFI (sequential electronic fuel injection) = sequentiële elektronische benzine-inspuiting

 

segment (verb) = onderverdelen

segment (subst.) = [1] lamel van koelblok 

 segment (subst.) = [2] segment van cirkel

 

segregate (verb) = afscheiden

 

segregation = afscheiding, segregatie

 

seize (verb) = grijpen, invreten, vastlopen

seize up (verb) = vastklemmen, vastlopen

 

seized bearing = ingevreten lager, uitgelopen lager

seized engine = vastgelopen motor, ‘vastloper’

 

seizure = [1] ingevreten lager

seizure = [2] vastgelopen motor

 

select (verb) = [1] inschakelen van een versnelling

select (verb) = [2] kiezen

 

selected traction = keuzesysteem vierwielaandrijving/tweewielaandrijving

selection = keuze, selectie

 

selector = keuzehendel van automatische transmissie

selector block = schakelblok

selector button = keuzeknop, keuzetoets

selector cable = kabel van schakelmechanisme

selector control = keuzehendel van automatische transmissie

selector finger = schakelvinger

selector fork = schakelvork

selector lever = keuzehendel van automatische transmissie

selector mechanism = schakelmechanisme

selector rod = schakelstang

selector shaft = baladeuras, schakelas

selector switch = keuzeschakelaar

 

self-acting = automatisch, zelfwerkend

self-adhesive = zelfplakkend

self-adhesive tape = kleefband, plakband

self-adjusting = zelfinstellend

self-aligning = zelfstellend

self-aligning bearing = toplager

self-cancelling = zichzelf automatisch uitschakelend

self‑centering (Am.) = zelfcentrerend

self-centering effect (Am.) = zelfrich­tend effect van gestuurde wielen

self‑centring = zelfcentrerend

self-centring effect = zelfrich­tend effect van gestuurde wielen

self-checking = zichzelf controlerend

self-cleaning temperature = zelfreinigingstemperatuur van bougie

self-contained lubrication = drukomloopsmering

self-cutting = zelftappend

self-cutting screw = parker

self-diagnosis = zelfdiagnose

self-diagnosis checker = zelfdiagnose-testapparaat

self-discharge = zelfontlading van accu

self‑energising = zelfbekrachtigend

self-energizing (Am.) = zelfbekrachtigend

self-guided vehicle = zelfgeleidend voertuig van automatisch trans­port­systeem

self ignition = zelfontbranding

self-ignition temperature = zelfontbrandingstemperatuur

self-induction = zelfinductie

self-levelling suspension = wielophanging met niveauregelsysteem

self‑locking bolt = zelfborgende bout

self‑locking differential = sperdifferentieel, zelfblokkerend differentieel

self-lubricating = zelfsmerend

self-mixing two-stroke oil = zelfmengende tweeslagmotorbrandstof

self-parking wipers = automatisch in de uitgangsstand terugkerende ruitenwissers

self resonance = eigenresonantie

self-sealing = zelfafdichtend

self service = zelfbediening

self-stabilising = zelfstabiliserend

self-stabilizing (Am.) = zelfstabiliserend

self-steering = zelfsturend

self-supporting body = zelfdragende carrosserie

self-tapping = zelftappend

self-tapping screw = zelftappende schroef

self test = door auto zelf uitgevoerde functietest

self-test automatic read-out = automatische uitlezing van door de auto zelf uitgevoerde functietest

self-timing regulator = zelflerend regelsysteemt

self‑tracking = meesturend, zelfsporend

 

SEMFI (sequential electronic multi-port fuel injection) = sequentiële elektronische benzine-inspuiting met één verstuiver per cilinder

SEMPI (sequential electronic multi-point injection) = sequentiële elektroni­sche benzine-inspuiting met één verstuiver per cilinder

 

semi (adj.) = gedeeltelijk, half

semi (subst.) = [1] aanhangwagencombinatie,

semi (subst.) = [2] opleggercombinatie

semi‑automatic = halfautomatisch

semi-automatic clutch = halfautomatische koppeling

semi-automatic gearbox = halfautomaat, semi-automatische versnellingsbak

semi-automatic transmission (Am.) = halfautomaat, semi-automatische versnellingsbak

semi-charged battery = half opgeladen accu

semi-circular = halfcirkelvormig

semi-concealed = [1] gedeeltelijk verborgen

semi-concealed = [2] halfverzonken ingebouwd

semi‑conductor = halfgeleider

semi-conductor ignition = verdelerloze ontsteking

semi-downdraft carbureter (Am.) = schuinstroomcarburateur

semi-downdraught carburetter = schuinstroomcarburateur

semi-drop center rim (Am.)= semi-diepbedvelg

semi-drop centre rim = semi-diepbedvelg

semi‑elliptic = halfelliptisch

semi‑floating = halfvrijdragend

semi-floating rear axle = halfvrijdra­gende achteras

semi‑forward control = semi-frontstuur

semi-independent = semi-onafhankelijk

semi-knocked down = gedeeltelijk niet-gemonteerde eenheid

semi-molding = gemaakt van voorgevormde kunststof

semi-molding ceiling plastic = voorgevormde kunststofhemelbekleding

semi-molding clutch plate = halfgesinterde koppelingsplaat[1] 

semi-molding material = composietmateriaal

semi-moulding = gemaakt van voorgevormde kunststof

semi-moulding ceiling plastic = voorgevormde kunststofhemelbekleding

semi-moulding clutch plate = halfgesinterde koppelingsplaat

semi-moulding material = composietmateriaal

semi-skilled mechanic = hulpmonteur

semi-spheric = halfbolvormig

semi tractor = [1] aanhangwagencombinatie

semi tractor = [2] opleggercombinatie

semi trailer = oplegger

semi-trailer combination = opleggercombinatie

semi-trailer support base = secundaire wielbasis

semi-trailer train = opleggercombinatie

semi-trailer wheel base = secondaire wielbasis

semi‑trailing arm = schuingeplaatste wieldraagarm

semi‑trailing link = schuingeplaatste wieldraagarm

 

send (verb) = zenden

 

sender = [1] zender van meetinstrument

sender = [2] zender van radio

sender filter = zeef van tankzender

 

sense (verb) = [1] aftasten, meten

sense (verb) = [2] registreren, voelen

sense (subst.) = [1] bewegingsrichting

sense (subst.) = [2] zintuigelijke waarneming

 

sense of rotation = draairichting

 

sensing time = aanspreektijd van remsysteem

 

sensitivity = gevoeligheid

 

sensor = sensor, voeler

sensor rotor = sensorgedeelte van ABS

sensor signal = sensorsignaal

 

sentinel = identificatieteken als veiligheidsmaatregel

 

SEO (special-equipment option) = optie

 

separable = afneembaar, demonteerbaar, verdeelbaar

 

separate (adj.) = apart, gescheiden

separate (verb) = afscheiden, losraken

separate air connection = aparte aansluiting voor luchttoevoer

separate mixture transport = luchtinlaat van motor met twee kanalen per cilinder

 

separation = [1] afscheiding

separation = [2] verbreking van contact

separation point = loslaatpunt

 

separator = afscheider, scheidingswand

separator plate = [1] scheidingswand

separator plate = [2] afscheiding tussen positieve en negatieve plaat van accu

separator ring = versterkingsring van luchtveersysteem

separator tool = pakkingsnijder

 

SEPFI (sequential electronic port fuel injection) = sequentiële elektroni­sche benzine-inspuiting met één verstuiver per cilinder

 

sequence = [1] reeks, rij

sequence = [2] volgorde

sequence number = serienummer, volgnummer

 

sequential = achtereenvolgens plaatsvindend, sequentieel

sequential carburetter = geregelde carburateur

sequential electronic fuel injection = sequentiële elektronisch brandstofinspuitsysteem

sequential electronic multi-point fuel injection = sequentieel elektronisch brandstof­inspuitsysteem met één verstuiver per cilinder

sequential electronic multi-port fuel injection = sequentieel elektronisch brandstofin­spuitsysteem met één verstuiver per cilinder

sequential electronic port fuel injection = sequentieel elektronisch brandstofinspuit­systeem met één verstuiver per cilinder

sequential fuel injection = sequentieel brandstofinspuitsysteem

sequential gearbox = versnellingsbak met sequentiële schakeling

sequential transmission (Am.) = versnellingsbak met sequentiële schakeling
sequential manifold injection = sequentieel brandstofinspuitsysteem met één verstuiver per cilinder

sequential multi-point fuel injection = sequentieel brandstofin­spuitsysteem met één verstuiver per cilinder

sequential multi-port fuel injection = sequentieel brandstof­inspuitsysteem met één verstui­ver per cilinder

 

serial = in serie, opeenvolgend

serial number = serienummer, volgnummer

 

series = [1] modellenreeks

series = [2] serie

series connection = serieschakeling

series part = in serie vervaardigd onderdeel

series production = serieproductie

series resistor = in serie geschakeld weerstandselement

series winding = hulpveldwikkeling, seriewikkeling

 

serpentine belt = [1] aandrijfriem die over relatief veel poelies loopt

serpentine belt = [2] multi-V-riem

 

serrate = getand, zaagvormig

 

serrated = getand, zaagvormig

serrated washer = tandveerring

serration = vertanding

 

service (subst.) = [1] dienstverlening, service

service (subst.) = [2]  onderhoud

service (verb) = [1] bedrijfsklaar maken

service (verb) = [2] onderhouden

service brake = bedrijfsrem, voetrem

service-brake valve = voetremklep

service capacity = nominaal vermogen

service check book = servicecouponboekje

service cheque book = servicecouponboekje

service connector = diagnosestekker

service hole = toegangsopening voor het uitvoeren van onderhoud

service instructions = bedieningsvoorschriften, gebruiksvoorschriften

service interval = onderhoudstermijn

service life = gebruiksduur

service line = commandoleiding van luchtdrukremsysteem

service manual = onderhoudshandleiding

service outlet = dealer, steunpunt

service panel = bedieningspaneel

service regulations = dienstregeling

service-reminder indicator = controlelicht voor onderhoudsin­terval­len

service schedule = onderhoudsschema

service shop = werkplaats

service station = benzinestation, tankstation

service system = onderhoudssysteem

service technician = servicemonteur

service temperature = bedrijfstemperatuur

service valve = brandstofafnameklep van LPG-systeem

service vehicle = servicewagen

service-voucher book = servicecouponboekje

 

serviceability = bruikbaar­heid

 

serviceable = bedrijfsklaar, gebruiksklaar

 

servicing = onderhoudsbeurt

 

servo = servo-, zelfbekrachtigend

servo-assisted brake system = rembekrachtigingssysteem, servo-remsysteem

servo-assisted steering = servo-besturing, stuurbekrachtiging

servo brake system = rembekrachtigingssysteem, servo-remsysteem

servo motor = servo-motor

servo steering = servo-besturing, stuurbekrachtiging

servo unit = bekrachtigingsmechanisme

 

set (verb) = [1] afstellen

set (verb) = [2] installeren, instellen

set (verb) = [3] stollen

set (subst.) = [1] aggregaat, inrichting

set (subst.) = [2] set

set angle = instelhoek

set hole = afstelgat

set ignition = vaste voorontsteking

set load = voorspanning

set noise = storingsgeluiden

set off (verb) = [1] afmeten, afpassen

set off (verb) = [2] uitzetten

set of gears =  [1] tandwielpaar

set of gears =  [2] tandwielstelsel

set of rings = set zuigerveren

set pin = centreerpen, stelpen

set plate = [1] aanslag

set plate = [2] bevestigingsplaat, bevestigingsstrip

set pre-ignition = vaste voorontsteking

set up (verb) = [1] afstellen

set up (verb) = [2] opstellen, opzetten

 

setting = afstelling, instelling

setting angle = instelhoek

setting bolt = stelbout

setting cam = stelnok

setting nut = contramoer

setting point = stolpunt van een vloeistof

setting process = hardingsproces

setting screw = stelschroef

setting values = afstelgegevens

 

settle (verb) = tot rust komen, zich zetten

 

settlement = [1] afzetting, bezinksel

settlement = [2] regeling

 

settling chamber = settling chamber

 

settlings = bezinksel, neerslag, residu

 

seven-bearing crankshaft = zevenvoudig gelagerde krukas

 

severe = ernstig, hevig

 

sewage = ongezuiverd afvalwater

sewage vehicle = rioolreinigingswagen

 

sewer (verb) = afwateren, lozen

sewer (subst.) = riool, rioolbuis

 

sewerage = afvalwater

sewerage purification = zuivering van verontreinigd water

SF (safety factor) = veiligheidsfactor

SF (solid fuel) = vaste brandstof

 

SFC (specific fuel consumption) = specifiek brandstofverbruik

 

SFI (sequential fuel injection) = sequentiële elektronische brandstofinspui­ting

SFI (sequential multipoint fuel injection) = sequentiële elektronische multipoint-brandstofinspui­ting

SFI (solid-fuel injection) = mechanische brandstofinspuiting

 

SFR (semi-floating rear) axle = halfvrijdragende achteras

 

SFTC (spark-fuel traction control) = tractieregelsysteem met verstelling van het ontste­kings­tijdstip en onderbreking van de brandstoftoevoer

 

SG (specific gravity) = dichtheid, soortelijke massa

SGV (self-guided vehicle) = zelfgeleidend voertuig van automatisch  transport­systeem

 

SH (special hump) = special hump 

SH (synthesised hydrocarbons) = synthetisch vervaardigde koolwaterstofver­bindingen

 

shackle (verb) = vastmaken met behulp van sluiting

shackle (subst.) = schakel van ketting

shackle (subst.) = [2] veerschommel

shackle bolt = harpbout, veerbout

shackle pin = veerpen

shackle pivot = veerschommel

 

shade = [1] helderheid van lak

shade = [2] tint

 

shaded area = gearceerd gedeelte

 

shading = uitspuiten bij plaatselijk spuitwerk

 

shaft = aandrijfas, aandrijvende as

shaft bearing = lager van aandrijfas

shaft drive = cardanasaandrijving

shaft flange = asflens

shaft horsepower = motorvermogen aan uitgaande as

shaft journal = asstomp van aandrijvende as

shaft-sealing ring = afdichtring om as

shaft speed = astoerental

 

shake (verb) = beven, trillen

 

shampoo = shampoo

 

shank = [1] asvormig gedeelte van boor

shank = [2] schacht, steel

 

shape (verb) = vormen, vormgeven

shape (subst.) = profiel, vorm

 

shape-memory spring = vormgeheugenveer

 

shaped hammer = profielhamer

 

sharp = scherp, puntig

sharp tuning = fijnafstemming van radio

 

sharpen (verb) = puntig maken, scherp maken

 

shatterproof = slagvast, splintervrij

shatterproof glass = veiligheidsglas

 

shave (verb) = [1] afdraaien, kaal maken

shave (verb) = [2] ontdoen van alle versiering

 

shaver = schraapstaal

 

SHD (special high-duty) oil = olie voor zeer zware be­drijfsomstandig­he­den

 

shear (verb) = schuiven

shear (subst.) = [1] afschuifspanning, afschuiving

shear (subst.) = [2]  dwarskracht

shear force = [1] afschuifkracht

shear force = [2] dwarskracht

shear load = afschuifbelasting, afschuifkracht

shear off (verb) = afschuiven

shear steel = extra-hard staal voor de fabricage van gereedschap

shear strength = afschuifsterkte

shear stress = afschuifspanning

 

shears = knipwerktuig, plaatschaar

 

sheath = huis, kabelmantel

 

sheathe (verb) = afschermen, ontstoren

 

sheating = bekleding, omhulsel

 

sheepskin = schaapsvacht als stoelbekleding

 

sheeriness = afwijking in laklaag

 

sheet = blad, plaat, vel

sheet gauge = plaatdikte

sheet metal = plaatstaal met een dikte van minder dan 3 millimeter

sheet-metal crimping tool = profileertang

sheet-metal punch = ponstang

sheet-metal radiator = radiateur met lamellenkoelblok

sheet-metal screw = carrosserieschroef

sheet-metal shear = blikschaar, plaatschaar

sheet-metal work = plaatwerk

sheet steel = plaatstaal met een dikte van minder dan 3 millimeter

 

shelf = opbergvak in interieur

shelf life = houdbaarheid

 

shell (Am.) = los opzetbare polyester kap met ruiten voor pick-up

shell (Eng.) = [1] kale carrosserie

shell (Eng.) = [2] lege huls, ommanteling

 

shellac = schellak

 

shield (verb; Am.) = [1] afschermen, bekleden

shield (verb; Am.) = [2] elektrisch ontstoren

shield (subst.; Am.) = afscherming tegen storing, ruit

shield (subst.; Am.)  = scherm, stofhoes, zeef

shield aperture (Am.) = opening in carrosserie voor ruit

shield cleaner (Am.) = ruitenreinigingsmiddel

shield defogger (Am.) = ruitontwaseminrichting

shield defroster (Am.) = ruitontdooi-inrichting

shield de-icer (Am.) = ruitontdooimiddel

shield demister (Am.) = ruitontdooi-inrichting

shield heater (Am.) = uitverwarming

shield jet (Am.) = ruitensproeier

shield pillar (Am.) = A-dakstijl, voorste dakstijl

shield post (Am.) = A-dakstijl, voorste dakstijl

shield repair system (Am.) = reparatiesysteem voor gelaagde ruiten

shield washer (Am.) = ruitensproeier

shield washer pump (Am.) = ruitensproeierpomp

shield wiper (Am.) = ruitenwisser

 

shielded (Am.) = afgeschermd, ontstoord

shielded ignition (Am.) = ontstoorde ontsteking

 

shielding (Am.) = [1] kabelhuls met ontstorende functie

shielding (Am.)= [2] ontstoring

shielding cap (Am.) = onstoorkap van bougie

shielding socket (Am.) = ontstoorstekker

 

shift (subst.; Am.) = schakelmanoeuvre

shift (subst.; Eng.) = verschuiving, verplaatsing

shift (verb; Am.) = schakelen

shift (verb; Eng.) = verplaatsen, wisselen

shift box = versnellingsbak, wisselbak

shift cable = kabel van schakelmecha­nisme

shift control = schakelhendel, versnel­lingspook

shift diagram = schakelschema

shift dog = schakelklauw

shift down (verb) = terugschakelen

shift fork = schakelvork

shift gate = schakelrooster

shift indicator = controle-instrument voor positie van versnellingspook

­shift knob = knop van versnellingspook ­

shift lever = versnellingshendel, versnellingspook

shift lever knob = knop van schakelpook

shift lever location = positie van schakelpook in auto

shift lever lock = sperinrichting op achteruitversnelling

shift linkage = stangenstelsel van schakelmechanisme

shift mechanism = schakelmechanisme

shift pattern = schakelschema

shift point = schakelpunt

shift rail = schakelstang

shift sensor = schakelsensot

shift sleeve = schakelmof

shift spanner = Engelse sleutel, verstelbare sleutel

shift up (verb) = opschakelen

shift valve = schakelklep van automatische versnellingsbak

 

shifter = schakelhendel, versnellingspook

 

shifting = schakelen

shifting arm = schakelarm

shifting bar = schakelstang

shifting gate = schakelsjabloon ter geleiding van versnellingspook

shifting gear = schakelgroep, schakeltandwiel

shifting point = moment waarop wordt overgeschakeld, schakelpunt

shifting rod = schakelstang

shifting shaft = schakelas

shifting spanner = Engelse sleutel, verstelbare sleutel

shifting travel = schakelweg tussen twee opvolgende versnellingen

shifting wrench (Am.) = verstelbare sleutel

 

shiftless gearbox = automatische versnellingsbak

shiftless transmission (Am.) = automatische versnellingsbak

 

shim (verb) = een vulplaatje aanbrengen

shim (subst.) = opvulschijf, vulplaatje

 

shimmy (verb) = abnormaal slingeren

shimmy (subst.) = fladderen

 

shock (verb) = schokken, stoten

shock (subst.) = schok, stoot

shock absorber = schokdemper

shock-absorber control = elektronisch schokdempingssysteem

shock-absorber mounting = schokdempersteun

shock-absorber strut = veerbeen, veerpoot

shock-absorber tester = schokdempertestbank

shock-absorber tube = schokdemperbuis

shock-proof = schokbestendig, schokproef

shock-resistivity = schokbestendigheid

 

shoe = schoen

 

shooting brake = luxueuze stationcar

 

shop = [1] garage, werkplaats

shop = [2]  winkel

shop manual = werkplaatshandboek

 

shore-durometer = hardheidsmeter voor bandenrubber, shore-meter

 

short = kort

short (verb) = kortsluiten, kortsluiting maken

short (subst.) = kortsluiting

short-and-long-arm suspension = wielophanging met boven en onder draagarmen van ongelijke lengte

short block = [1] draaiend gedeelte van motor

short block = [2] motorblok met draaiend gedeelte maar zonder cilinderkop

short circuit = kortsluiting, sluiting

short-circuit current = kortsluitstroom

short circuiting = kortsluiting

short-circuit valve = kortsluitklep

short cut (verb) = [1] een kortere weg nemen

short cut (verb) = [2] een bocht afsnijden

short-cut (subst.) = afsnijding, kortere weg

short-distance = over korte afstand

short-distance traffic = lokaal verkeer

short gear = ‘korte’ versnelling

short screw driver = korte schroevendraaier

short-stroke engine = korteslagmotor

short wave = kortegolf van radio

short wheel-base = met korte wielbasis

 

shortage = tekort

 

shorted = [1] doorverbonden

shorted = [2] kortgesloten

 

shorten (verb) = inkorten, korter maken, verkorten

 

shorting = kortsluiting

 

shot (verb) = verzwaren door middel van kogels

shot blasting = kogelstralen, schietharden

shot peening = kogelstralen, schietharden

 

shoulder = [1] borst van bout

shoulder = [2] schouder van autoband

shoulder belt = diagonaalgordel, schoudergordel

shoulder bolt = borstbout, pasbout

shoulder-lap safety belt = driepuntsveiligheidsgordel

shoulder safety belt = diagonaalgordel, schoudergordel

 

shovel (verb) = scheppen, verplaatsen

shovel (subst.) = [1]  laadschop

shovel (subst.) = [2] schoep

shovel loader = grondverzetmachine

 

show (verb) = laten zien, tentoonstellen

 

shower (verb) = afspoelen

 

showroom = showroon

 

SHP (shaft horsepower) = motorvermogen aan uitgaande as

  

shred (verb) = versnipperen

shred (subst.) = klein stukje, snipper

 

shredder = shredder

 

shrink (verb) = doen krimpen, krimpen, samentrekken

shrink on (verb) = krimpen, opkrimpen

shrink ring = krimpring

shrink sleeve = krimpkous

 

shrinkage = krimp

 

shroud (subst.) = [1] dekkleed

shroud (subst.) = [2] versterking van schoepen

shroud (subst.) = [3] verstijving van tanden

shroud (verb) = [1] stijver maken

shroud (verb) = [2] verzonken inbouwen

 

shrouded instrument = inbouwinstrument

 

shrunk ring = krimpring, opgekrompen ring

 

shudder (verb) = [1] doen trillen, trillen

shudder (verb) = [2] kraken van verstuiver

 

shunt (subst.) = [1] aftakking in elektriciteitsleiding

shunt (subst.) = [2] kop-staartbotsing

shunt (subst.) = [3] korte beweging van auto naar voren of naar achteren

shunt (verb) = aftakken parallel schakelen

shunt connection = parallelschakeling

shunt lead = aftapleiding

shunt motor = shuntmotor

shunt resistor = parallelgeschakeld weerstandselement

shunt winding = hulpveldwikkeling, shuntwikkeling

shunt-wound motor = shuntmotor

 

shunting hook = rangeerhaak

 

shut-down checks = serie vaste handelingen die de bestuurder moet verrichten als hij de auto verlaat

shut off (verb) = afsluiten

shut-off solenoid = stopsolenoïde

shut-off valve = [1] afsluiter

shut-off valve = [2] afsluitklep van brandstoftoevoersysteem

 

shutter = jaloezie van radiateur

shutter valve = luchtregelklep

 

shutterproof glass = splintervrij glas

 

SI (solid injection) = mechanische benzine-inspuiting

SI (speed index) = speed index

SI engine (spark-ignition engine) = ottomotor

 

siamese = Y-vormig verbindingsstuk

siamesed ports = twee uit één stuk metaal gegoten kanalen van inlaatspruitstuk

 

SID (side-impact dummy) = dummy waarmee botsproeven van opzij worden uitge­voerd

 

side = kant, zijde, zijkant

side acceleration = acceleratie dwars op de rijrichting

side air dam = zijspoiler

side axle = niet-aandrijvende steekas

side bearing = zijlager

side body = zijkant van carrosserie

side board = zijschot van open laadbak

side bolster = zijkussen

side clearance = toelaatbare zijdelingse speling

side collision = botsing vanaf opzij

side cover = zijdeksel

side cutter = kantfrees

side-cutting pliers = zijkniptang

side-draft carbureter (Am.) = vlakstroomcarburateur

side-draught carburetter = vlakstroom­carburateur

side electrode = massa-elektrode van bougie

side-fed injector = verstuiver met brandstoftoevoer van opzij

side flasher = richtingaanwijzerlicht op voorspatscherm van auto

side garnish = sierstrip aan zijkant van auto

side gear = planeettandwiel, satelliettandwiel

side housing = zijkant van huis

side impact = aanrijding van opzij

side-impact bar = in portier geïntegreerde beschermingsbalk

side-impact protection system = veiligheidssysteem ter bescherming van de inzittenden tegen aanrijdin­gen van opzij

side light = contourlicht, licht aan zijkant van auto

side-marker light = contourlicht, licht aan zijkant van auto

side member = langsdraagbalk

side-member chassis = raamchassis

side mirror = buitenspiegel, zijspiegel

side molding (Am.) = sierstrip op flank van auto

side moulding = sierstrip op flank van auto

side outline = aanzicht van opzij

side panel = zijpaneel

side play = niet-toelaatbare zijdelingse speling

side pressure = zijdelingse druk

side-protection moulding = beschermlijst op flank

side-protection system = veiligheidssysteem ter bescherming van de inzittenden tegen aanrijdingen van opzij

side rail = langsdraagbalk

side-rail frame = raamchassis

side reflector = zijreflector

side ring = velgring

side rod = buitenste spoorstang

side shaft = uitgaande as

side sill = dorpel, drempel

side slip = slip in zijwaartse richting

side-slip angle = sliphoek

side trim = bekleding aan zijkant van voetruimte

side-turn signal light = richtingaanwijzer aan zijkant van auto

side-valve engine = zijklepmotor

side view = zij-aanzicht

side step = treeplank

side strip = sierstrip op zijkant van auto

side tipper = zijkiepauto

side-to-side = aan beide kanten, van links naar rechts

side-to-side brake balance = remkrachtverdeling tussen wielen van één as

side-to-side inclination angle = dwarshellingshoek

side-turn signal light = richtingaanwijzer

side-valve engine = zijklepmotor

side view = zij-aanzicht

side wall = wang van autoband

side-wall rib = schuurrand op wang van autoband

sideways = zijdelings, zijwaarts

side wind = wind van opzij, zijwind

side-wind deviation = koersafwijking als gevolg van zijwind

side-wind immunity = zijwindgevoeligheid

side-wind sensitivity = zijwindgevoeligheid

side winder = auto waarvan de motor in lengterichting én gekanteld is gemonteerd

side window = zijruit

 

sieve (verb) = filtreren, zeven

sieve (subst.) = filterzeef, zeef

 

sight = aanzicht, gezichtsveld

sight glass = peilglas, kijkglas

 

signal (verb) = signaleren

signal (subst.) = signaal

signal horn = claxon

signal light = richtingaanwijzer

signal push button = claxonknop

signal-to-noise ratio = verhouding tussen radiosignaal en ruis

signal transmitter = zender

 

SIL (sound intensity level) = geluidsniveau

silence (verb) = afzwakken, dempen van geluid, tot zwijgen brengen

 

silencer = geluiddemper, uitlaatpijp

silencer cut-out = uitlaatremklep

silencer floor = vloer met geluiddempende bekleding

 

silent = geruisloos, stil

silent block = silent-bloc

silent chain = geruisloze ketting

silent shaft = balansas

 

silicon = silicium

silicon carbide = siliciumcarbide

silicon diode = siliciumdiode

silicon transistor = silicium-transistor

 

silicone = silicoon

silicone grease = siliconenvet

silicone paste = siliconenpasta

silicone resin = siliconenhars in lak

silicone rubber = siliconenrubber

 

sill = dorpel, drempel

sill bar = gordelrail

sill clamp = dorpelklem

sill height = [1] drempelhoogte van portier

sill height = [2] tilhoogte van bagageruimte

sill side member = drempelbalk, langsbalk

sill side rail = drempelbalk, langsbalk

 

silver = zilver

silver solder = zilversoldeer

 

simple = eendelig, eenvoudig, enkelvoudig

 

simplex brake system = simplex-trommelremsysteem

 

simplify (verb) = herleiden, vereenvoudigen

 

simulate (verb) = nadoen, simuleren

 

simulation = namaak, simulatie

 

simultaneous = gelijktijdig, synchroon

 

sine curve = sinuskromme

 

singe (verb) = schroeien

 

singing = ‘zingen’ van autobanden

 

single = enkel, enkelvoudig

single-acting = enkelwerkend

single arm = enkele dwarsgeplaatste draagarm

single axle trailer = eenassige aanhangwagen

single-axle drive = tweewielaandrijving

single-barrel carbureter (Am.) = enkelvoudige carburateur

single-barrel carburetter = enkelvoudige carburateur

single-bed catalyst = eenbed-katalysator

single-bore carbureter (Am.) = enkelvoudige carburateur

single-bore carburetter = enkelvoudige carburateur

single cab = enkele cabine

single-caliper disc brake = schijfrem met vast remzadel

single-caliper disk brake (Am.) = schijfrem met vast remzadel

single camshaft-in-head engine = motor met één bovenliggende nokkenas

single-carbureter engine (Am.) = motor met enkelvoudige carburateur

single-carburetter engine = motor met enkelvoudige carburateur

single-bore carbureter (Am.) = enkelvoudige carburateur

single-bore carburetter = enkelvoudige carburateur

single-choke carbureter (Am.) = enkelvoudige carburateur

single-choke carburetter = enkelvoudige carburateur

single-circuit brake system = eenkringsremsysteem

single-core cable = eenaderige kabel

single-disc clutch = enkelvoudige plaatkoppeling

single dry-plate clutch = enkelvoudige drogeplaatkoppeling

single-grade engine oil = singlegrade-motorolie

single-hole nozzle = ééngatsverstuiver, enkelgatsverstuiver

single-joint swing axle = pendelas

single-leaf spring = enkelvoudige bladveer

single-line exhaust system = uitlaatsysteem met één enkele eindpijp

single-nozzle injection system = monopoint-brand­stof­inspuitsys­teem

single overhead-camshaft engine = SOHC-motor

single-phase motor = eenfase-elektromotor

single-piece cardan shaft = eendelige cardanas

single-piece rim = eendelige velg

single-plate clutch = enkelvoudige plaatkoppeling

single-point fuel injection = monopoint-brandstof­inspuitsysteem

single-pole = eenpolig

single-post hoist = eenkolomshefbrug

single-seater = eenzits-raceauto

single-slide carbureter (Am.) = CV-carburateur

single-slide carburetter = CV-carburateur

single-speed fan = eentrapsventilator

single-stage = eentraps-, niet instelbaar

single-stage blower = eentrapscompressor

single-tube shock absorber = enkelbuisschokdemper

single-venturi carburetter = enkelvoudige carburateur

single-wheel suspension = onafhankelijke wielophanging

single wiper = één ruitenwisser die de gehele voorruit bestrijkt

 

sink (verb) = laten zinken, verminderen, zinken

 

sinkage = zakker in laklaag

 

sinking = inslaan van de klep op de klepzitting

sinking test = daaltest van verstuivernaald

 

sinter (verb) = sinteren

 

sintered metal = sintermetaal

 

sipe (verb) = voorzien van dwarse profielgroeven

sipe (subst.) = dwarse profielgroef in autoband, lamel

 

siped = met dwarse profielgroeven

 

siphon = hevel, sifon

 

SIPS (side-impact protection system) = veiligheidssysteem ter bescher­ming van de inzittenden tegen aanrijdingen van opzij

 

SIR (supplemental inflatable restraint) = airbagsysteem

 

SIS (subscriber-identity security) = coderingsssysteem om legaal gebruik van de autotele­foon en het telefoonnet te beveiligen

 

SIT (self-ignition temperature) =  zelfon­ste­kingstempera­tuur

 

sit (verb) = zitten, zich bevinden

 

sitting position = zitpositie

six-cylinder engine = zescilindermotor

six-cylinder engine in-line = zescilinder-lijnmotor

six-cylinder V engine = V-motor met zes cilinders

six-speed gearbox = zesversnellingsbak

 

sixteen-cylinder V engine = V-motor met zestien cilinders

sixteen-valve engine = viercilindermotor met vier kleppen per cilinder

 

size = afmeting, formaat, grootte

size of jaw = sleutelwijdte

 

SKD (semi-knocked down) = gedeeltelijk gedemonteerd

 

skeleton = geraamte, skelet

skeleton-type body = kooiconstructie

 

skew = niet-symmetrisch

skew bevel gear = hypoïdtandwieloverbrenging

skew spanner = steeksleutel met scheve bek

 

skid (verb) = blokkeren, glijden, slippen

skid (subst.) = glijbaan, remschoen, steunblok

skid chain = sneeuwketting

skid control = anti-blokkeerremsysteem (ABS)

skid control system = anti-blokkeerremsysteem (ABS)

skid depth = profieldiepte van autoband

skid mark = remspoor, slipspoor

skid pad = remblokje, remschoen, slipbaan

skid plate (Am.) = carterbeschermingsplaat

skid plate (Eng.) = koppelingsplaat van opleggerkoppeling

skid resistance = wrijvingsweerstand

 

skidding distance = remweg met geblokkeerde wielen

 

skim (verb) = afdraaien, aftoppen

skim (verb) = [1] met een laagje bedekken

skim (verb) = [2] over iets heen glijden

 

skin = [1] buitenkant van de carrosserie

skin = [2] gladde autoband

skin cooling = oppervlaktekoeling

skin hardness = oppervlaktehardheid

 

skip loader = afzetinrichting

 

ski rack = skidrager

 

skirt = [1] zuigermantel

skirt = [2] zijwaarts laag doorgetrokken carrosserie-onderkant

skirt ring = olieschraapveer van zuiger

 

SL (safety ledge) = cilindervormig gedeelte aan de buitenkant van een velg, veilig­heidsrand van velg

 

SLA (short-and-long-arm) suspension = wielophan­ging met boven en onder draagarmen van ongelijke lengte

 

slack (adj.) = slap, slaphangend

slack (verb) = [1] snelheid verminderen

slack (verb) = [2] verslappen van riem

slack (subst.) = [1] loze slag van plunjer

slack (subst.) = [2] slaphangend gedeelte van kabel

slack (subst.) = [3] vrije slag van pedaal

slack adjuster = remhefboom, remsteller

slack-adjustment screw = stelschroef

slack point = dood punt

 

slacken (verb) = [1] losdraaien, losser maken

slacken (verb) = [2] langzamer gaan rijden, losser maken

slant (verb) = scheef lopen, schuin aflopen

slant engine = onder een hoek ingebouwde motor

 

slanted slot = schuinlopende groef

 

slap (verb) = een klap geven

slap (subst.) = klap, slag van zuiger

 

slapping = tikkend geluid als gevolg van te grote zuigerspeling

 

slash (verb) = [1] kapotsnijden

slash (verb) = [2] opsnijden, profiel op een autoband aanbrengen

 

slave (verb) = afhankelijk maken, hard werken

slave battery = hulpaccu

slave cylinder = hulpcilinder, werkcilinder

 

sledge hammer = moker, voorhamer

 

sleeper = dwarsbalk

sleeper cab = slaapcabine

sleeper screw = kraagschroef

 

sleeve = bus, huls

sleeve = manchet, mof

sleeve bearing = eendelig glijlager

sleeve coupling = klemkoppeling

sleeved nut = hulsmoer

sleeve joint = schroef-mofverbinding

sleeve valve = schuif, schuifklep

sleeve-valve engine = schuivenmotor

 

slew (verb) = ronddraaien, zwenken

 

slewing angle = zwenkhoek

 

slice (verb) = doorsnijden

slice off (verb) = lossnijden

 

slick (adj.) = glad, glanzend

slick (subst.) = profielloze droogweerband voor autosportdoeleinden

 

slide (verb) = glijden, schuiven, slippen

slide (subst.) = schuif, slip van auto

slide-armature starter motor = startmotor met verschuifbaar anker

slide bearing = glijlager, wrijvingslager

slide block = glijsteen

slide bush = schuifbus van losse kop van draaibank

slide caliper = schuifmaat

slide-caliper disc brake = schijfrem met zwevend remzadel

slide calipers = schuifmaat

slide fastener = ritssluiting

slide hammer = slagtrekker

slide motor = elektromotor voor het in lengterichting verschuiven van een stoel

slide valve = schuif met de functie van een klep

slide-valve engine = schuivenmotor

slide-valve gear = regelsysteem met behulp van een schuifmechanisme

 

slider = geleideblok, schuif, sleepcontact    

 

sliding = verschuif­baar

sliding-armature starter motor = startmotor met verschuifbaar anker

sliding bearing = glijlager, wrijvingslager

sliding block = glijsteen

sliding bush = schuifbus van losse kop van draaibank

sliding caliper = schuifmaat

sliding-caliper disc brake = schijfrem met zwevend remzadel

sliding-caliper disk brake (Am.)= schijfrem met zwevend remzadel

sliding calipers = schuifmaat

sliding clutch = schuifkoppeling

sliding contact = sleepcontact

sliding dog = schakelmof

sliding door = schuifdeur

sliding fit = schuifpassing

sliding friction = glijdende wrijving

sliding gage (Am.)= schuifmaat

sliding gauge = schuifmaat

sliding gear = verschuifbaar tandwiel

sliding-gear starter motor = startmotor met verschuifbaar rondsel

sliding joint (Am.) = schuifkoppeling, schuifstuk

sliding key = schuifspie

sliding mesh = schuifkoppeling

sliding-mesh gearbox = versnellingsbak met verschuifbare tandwielen

sliding-mesh transmission (Am.) = versnellingsbak met verschuifbare tandwielen

sliding nut spanner = verschuifbare moersleutel

sliding nut wrench (Am.) = verschuifbare moersleutel

sliding pinion = baladeur, verschuifbaar tandwiel

sliding plate = slijtplaat van bladveersysteem

sliding rail = geleider, geleiderail

sliding resistor = schuifweerstandselement

sliding roof = door krukmechanisme bediend schuifdak

sliding ruler = rekenliniaal

sliding seat = in lengterichting verstelbare stoel

sliding-selector shaft = schakelas

sliding shoe = slede van kettingspanner

sliding sleeve = schakelmof

sliding sun roof = schuifdak

sliding top = schuifdak

sliding window = schuifraam

 

slight = klein, licht

 

slim = klein, slank

 

sling = hijsband om auto in te verslepen

 

slip (verb) = glijden, slippen

slip (subst.) = slip, slippartij

slip agent = glijmiddel

slip angle = sliphoek

slip coupling = slipkoppeling

slip joint = schuifstuk

slip ring = glijring, sleepring

slip stick = rekenliniaal

slip stream (subst.) = onderdruk achter rijdende auto, slipstream

 

slippage = slip, slippartij

 

slipper clutch = wrijvingskoppeling

 

slippery = glad, glibberig

 

slipping clutch = slippende koppeling

slipping force = slipkracht van koppeling

 

SLM (sound-level meter) = geluidsniveaumeter

 

 slipstream (verb) = slipstreamen

slip stream (subst.) =  slipstream

slit = gleuf, sleuf, spleet

slite = gleuf in remblok

slit-skirt piston = spleetzuiger

 

slop (subst.) = [1] plas gemorste vloeisto,

slop (subst.) = [2] spoelwater

slop (verb) = gemorst worden, morsen

slop oil = gemorste olie

 

slope (verb) = hellen, schuin aflopen

 

sloping = onder een hoek staand

sloping bonnet = naar voren toe laag aflopende motorkap

sloping radiator = onder een hoek achterover geplaatste radiateur

 

sloppy = onzorgvuldig, slordig, te ruim bemeten

 

slot (verb) = een gleuf maken, een spleet maken

slot (subst.) = gleuf, sleuf, spleet

slot-headed screw = schroef

slot-headed screwdriver = platte schroevendraaier

slot-skirt piston = spleetzuiger

 

slotted cheese-head bolt = cilinderkopbout met sleuf

slotted countersunk bolt = verzonken bout met sleufkop

slotted hole = sleufgat

slotted inner joint = geleidingsgewricht van homokinetische koppeling

slotted nut = kroonmoer

slotted-nut spanner = noksleutel

slotted piston = spleetzuiger

slotted round nut = cilindrische sleufmoer

slotted screw = gleufkopschroef

 

slotting tool = steekbeitel

 

slow (verb) = snelheid verminderen, vertragen

slow (subst.) = langzaam, traag

slow-acting = langzaam werkend

slow-air bleed = in deellastbereik werkende remluchtsproeier

slow-blow fuse = vertraagd werkende zekering

slow-charge method = langzame laadproces van accu

slow-cut valve = stationaire afslagklep

slow down (verb) = snelheid verminderen, vertragen

slow economiser = in deellastbereik werkende economizer van carburateur

slow jet = deellastdoseur

slow puncture = langzaam leeglopende autoband

slow-running jet = overnameboring, progressiepoort van carburateur

slow-setting = langzaam bindend

slow solvent = zwak oplosmiddel

 

sludge = bezinksel, slib, sludge

sludge formation = slibvorming, sludgevorming

 

sludging = slibvorming, sludgevorming

 

sluice (verb) = laten uitstromen, uitstromen

sluice plate = doorlaatschuif

 

slush = smeltende sneeuw

 

SM (small) = klein

 

small = klein

small baggage (Am.)= handbagage

small-block engine = motor met relatief geringe cilinderinhoud

small-capacity engine = motor met relatief geringe cilinderinhoud

small car = sub-compact car

small end = drijfstangkop, drijfstangoog

small end = drijfstang­kop

small-end bearing = zuiger­penooglager

small-end bush = zuigerpenbus

small luggage = handbagage

 

SMC (sheet-moulding compound) = kunststofplaatdelen als materiaal voor carrosserie-onderdelen en dergelijke

SMC plastic (semi-molding ceiling plastic) = voorgevormde kunststofhe­melbekleding

 

SMD (surface-mounted device) = elektronische component die zonder draadaan­sluiting direct op een print kan worden gesoldeerd

 

SMED (single-minute exchange of die) = systeem, waarbij binnen zeer korte tijd persmatrij­zen kunnen worden verwisseld

 

smell (verb) = ruiken

smell (subst.) =  stank, vieze lucht

 

smelt (verb) = smelten van erts

 

smog = smog

 

smoke (verb) = roken, rook afgeven

smoke (subst.) = rook, walm

smoke concentration = rookdichtheid bij dieselmotor

smoke emission = uitstoot van rook

smoke formation = rookontwikkeling, rookvorming

smoke intensity = rookdichtheid bij dieselmotor

smoke limit = rookgrens van dieselmotor

smoke limiter = rookbegrenzer van dieselmotor

smoke particulates = roetdeeltjes in uitlaatgassen van dieselmotor

smoke screen = rookgordijn

smoke stop = rookstop van dieselmotor

 

smoky = rokend, rook uitstotend

 

smooth (adj.) = effen, gelijkmatig

smooth (adj.) = glad, soepel

smooth (verb) = glad maken, polijsten, vlakken

smooth braking = remmen zonder schokken

smooth file = zoetvijl

smooth-running = licht lopend, soepel draaiend

 

smoothen (verb) = glad maken, polijsten, vlakken

 

smoothing hammer = vlakhamer

 

SMPFI (sequential multi-port fuel injection) = sequentiële elektroni­sche brandstof-inspuiting met één verstuiver per cilinder

SMPI (sequential multi-point injection) = sequentiële elektronische brandstofinspui­ting met één verstuiver per cilinder

 

SMT (separate-mixture transport) = luchtinlaatsysteem van motor met twee inlaatkanalen per cilinder

SMT (service mounting technology) = elektronische componenten zonder pootjes maar die direct met de printpoortjes zijn verbonden

 

SN (signal-to-noise) ratio = verhouding tussen radiosignaal en ruis

 

snake (verb) = slingeren, spiraalsgewijs omwinden, zigzaggen

snaking = hevig slingeren van auto of aanhangwagen

 

snap (verb) = afknappen, klikken, plotseling breken

snap (subst.) = plotselinge breuk

snap fastener = drukknoop voor de bevesti­ging van soft-tops

snap lock = knipslot

snap ring = borgveer, seegerring, verende borgring

snap tool = snapper bij het klinken

 

snatch (verb) = plotseling grijpen, rukken

 

SNDF (single-nozzle dual-fuel) injection system = brandstof­inspuitsysteem van motor die op zowel methanol als dieselbrand­stof kan draaien

 

snorkel tube = snorkel

 

snow = sneeuw

snow chain = sneeuwketting

snow tire (Am.) = winterband

 snow tyre = winterband

 

snub (verb) = [1] plat drukken

snub (verb) = [2] plotseling inhouden, plotseling tegenhouden

 

snubber = [1] silent-bloc

snubber = [2] wrijvingsschokdemper

 

snug (adj. = goed ingericht, nauwsluitend

snug (verb) = nauw aansluiten

snug fit = nauwe passing

snug torque = voorspankoppel

 

snuggle (verb) = schuiven, wringen

 

soak (verb) = doordrenken, doorweken

soak in (verb) = opnemen, opzuigen

 

soap = zeep

soap solution = zeepoplossing

 

socket = [1] dop van dopsleutel

socket = [2] kom van kogelge­wricht

socket = [3] stekkerbus, stopcontact

socket-head spanner = inbussleutel

socket-head wrench (Am.) = inbussleutel

socket joint = kogelgewricht

socket plug = stekker

socket spanner = dopsleutel

socket with ratchet = dopsleutel met ratel

socket wrench (Am.) = dopsleutel

 

soda = natriumcarbonaat

soda grease = natriumvet

 

sodium = natriumcarbonaat

sodium-filled = met natrium gevuld

sodium-soap grease = natriumzeepvet

 

soft = week afgesteld, zacht afgeveerd

soft annealing = zachtgloeien van staal

soft-close automatic = systeem om de portieren en het kofferd­eksel zacht in het slot te trekken

soft-face hammer = hamer met kunststofkop

soft-feel materials = zacht aanvoelende bekledingsstoffen

soft-grip steering wheel = zacht bekleed stuurwiel

soft iron = weekijzer

soft-jaw vice protector = beschermplaat van bankschroef

soft-metal clamp = spanplaat van bankschroef

soft nose = [1] gemakkelijk vervormbare voorkant van auto

soft nose = [2] zachte punt van vlotternaald

soft solder = tinsoldeer

soft suspension = op comfort afgestelde wielhanging

soft tail = gemakkelijk vervormbare achterkant van auto

soft top = linnen dak

soft-top cover = linnen dak

soft-touch plastic = zacht gepolsterde kunststofbekleding

soft trim = interieurbekleding

soft water = gedemineraliseerd water

 

soften (verb) = soepel maken, zacht maken

 

softener = weekmaker

 

software = software

 

SOHC (single overhead-camshaft) engine = motor met één bovenliggende nokkenas

 

soil (verb) = vervuilen, vuil maken

soil contamination = bodemvervuiling

 

SOL (solenoid) = elektromagneet, solenoïde

 

solar = met betrekking tot de zon, zonne-

solar radiation = zonnestraling

solar vehicle = op zonne-energie rijdende auto

 

solder (verb) = solderen

solder (subst.) = soldeervloeistof

 

soldered joint = soldeerverbinding

 

soldering fluid = soldeervloeistof

soldering iron = soldeerbout

 

sole (adj.) = enkel, individueel, uitsluitend

sole (subst.) = bodem, grondvlak

sole plate = grondplaat

sole weight = eigengewicht, eigenmassa

 

solenoid = elektromagneet, solenoïde

solenoid armature = solenoïde-anker

solenoid clutch = elektromagnetische koppeling

solenoid-operated valve = solenoïdeklep

solenoid valve = solenoïdeklep

 

solex carburetter = Solex-carburateur

 

solid (adj.) = massief, sterk

solid (adj.) = uit één stuk, vast

solid (subst.) = vast deeltje in lucht of vloeistof

solid axle = niet-aandrijvende starre as

solid bearing = glijlager

solid carbon dioxide = droog ijs, koolzuursneeuw

solid-drawn steel tube = naadloos getrokken stalen buis

solid end = astap van niet-aandrijvende as

solid-end axle = vuistas

solid friction = droge wrijving

solid fuel = vaste brandstof

solid-fuel engine = op vaste brandstof lopende motor

solid-fuel injection = direct brandstofinspuitsysteem

solid injection = direct dieselbrandstofinspuitsysteem

solid lubricant = niet-vloeibaar smeermiddel

solid piston skirt = zuigermantel zonder spleten of zaagsneden

solid-state (adj.) = [1] bestaand uit niet bewegende delen

solid-state (adj.) = [2] halfgeleider-

solid state (subst.) vast lichaam

solid-state friction = droge wrijving

solid-state ignition = transistorontsteking

solid-state relay = transistorrelais

solid stop = vaste aanslag

solid wheel = schijfwiel

 

solidify (verb) = [1] hard worden

solidify (verb) = [2] stollen

 

solidifying point = stolpunt

 

solidity = dichtheid, sterkte

 

soluble = oplosbaar

 

solubility = oplosbaarheid

 

solute = [1] bindmiddel in lak

solute = [2] opgeloste stof

 

solution = oplossing, solutie

 

solvent = oplosmiddel

 

sonde = sonde

 

sonic speed = snelheid van het geluid

 

soot (verb) = met roet bedekken

soot (subst.) = roet

soot formation = roetvorming

soot particles = roetdeeltjes uit dieselmotor

 

sooted = door verbrandingsresten vervuild

 

sooty = roetachtig

sooty carbon deposits = roetafzetting in dieselmotor

 

sophisticated = geavanceerd

 

sort out (verb) = afstellen, uitzoeken

 

sound = geluid, klank, toon

sound-absorbing = geluidabsorberend, geluiddempend

sound absorption = geluidabsorptie, geluiddemping

sound button = knop voor voorgeprogram­meerde geluidsinstelling van ra­dio

sound-damping = geluidabsorberend, geluiddempend

sound deadening = geluidabsorberend, geluiddempend

sound insulation = geluidsisolatie

sound-intensity level = geluidsniveau

sound level = geluidsniveau

sound-level meter = geluidsniveaumeter

sound-mode indicator = controlelicht van geluid van radio

sound-proof = geluiddicht

sound-proofing (adj.) = geluidabsorberend, geluiddempend

sound proofing (subst.) = geluidabsorptie, geluiddemping

sound reduction = geluidabsorptie, geluiddemping

sound-reducing =  geluidabsorberend materiaal, geluiddempend materiaal

 

soup = benzine met hoog octaangetal

soup job = snelle auto

soup up (verb) = opfokken, opvoeren

 

souped-up engine = opgefokte motor

 

source = bron, lichtbron, warmtebron

 

SOV (shut-off valve) = afsluiter, afsluitklep

SOV (solenoid valve) = elektromagnetische klep, solenoïdeklep

SOV (solenoid-operated valve) = elektromagnetische klep, solenoïdeklep

 

space (verb) = met onderlinge tussenruimten plaatsen

space (subst.) = plaatsruimte, tijdruimte

space-saving spare wheel = ruimtebesparend reservewiel

space vehicle = ruimte-auto

 

spaced braking = remmen om afstand tot voorligger te bewaren

space frame = space-frame

 

spacer = afstandsstuk, vulstuk

spacer bush = afstandsbus

spacer disc = spoorverbreder

spacer disk (Am.) = spoorverbreder

spacer piece = afstandsstuk

spacer ring = afstandsring, stelring

spacer washer = vulring

 

spacing disc = spoorverbreder

spacing disk (Am.) = spoorverbreder

spacious = groot, ruim

 

spaciousness = grootte, ruimte

 

spade connector = platte stekker

 

spall (verb) = [1] afbladderen van lak

spall (verb) = [2] versplinteren van hout

 

span (verb) = vastdraaien

 

spanner = moersleutel, steeksleutel

spanner opening = bekwijdte, sleutelwijdte

spanner-size across flats = sleutelwijdte

 

spare = reserve-onderdeel

spare part = reserve-onderdeel

spare tire (Am.) = reserveband

spare tyre = reserveband

spare wheel = reservewiel

spare-wheel carrier = reservewieldrager

spare-wheel well = uitholling in bagageruimte voor reservewiel

 

spark (verb) = vonken

spark (subst.) = vonk

spark adjustment = afstelling van het ontstekingstijdstip

spark advance = ontstekingsvervroegingssysteem

spark-advanced word signal = ontstekingsvervroegingssignaal

spark advancement = ontstekingsvervroegingssysteem

spark arrester = vonkenvanger in uitlaatsysteem

spark catcher = vonkenvanger in uitlaatsysteem

spark-control system = ontstekingsregel­systeem

spark delay = ontstekingsvertraging

spark discharge = vonkontlading, vonkoverslag

spark electrode = bougie-elektrode

spark-fuel traction control = tractieregelsysteem met verstelling van het ontste­kings­tijdstip en onderbreking van de brandstoftoevoertractieregelsysteem

spark gap = vonkbrug

spark ignition = uitwendige ontstekingsbron

spark-ignition engine = motor met uitwendige ontstekingsbron

spark knock = pingelen als gevolg van te vroeg staande ontsteking

spark lag = ontstekingsvertraging

spark-over = vonkoverslag

spark-over voltage = overslagspanning

spark plug = bougie

spark-plug air gap = elektrodenafstand

spark-plug body = huis van bougie

spark-plug boot = bougiekap

spark-plug cable = bougiekabel

spark-plug cap = bougiekap

spark-plug cleaner = bougiereiniger, bougiestraler

spark-plug connector = stekker van bougiekabel

spark-plug control switching system = bougieschakelsysteem bij motor met twee bougies per cilinder

spark-plug electrode = bougie-elektrode

spark-plug gap = elektrodenafstand

spark-plug gauge = kaliber voor meting van bougie-elektrodenafstand

spark-plug heat range = warmtegraad van bougie

spark-plug hole = bougiegat in cilinderkop

spark-plug insulator = isolator van bougie

spark-plug lead = bougiekabel

spark-plug opening = elektrodenafstand

spark-plug socket = stekker van bougiekabel

spark-plug socket spanner = bougiesleutel

spark-plug socket wrench (Am.) = bougiesleutel

spark-plug spanner = bougiesleutel

spark-plug suppressor = bougie-ontstoorder

spark-plug terminal = stekker van bougiekabel

spark-plug tester = bougietester

spark-plug wire = bougiekabel

spark-plug wrench (Am.) = bougiesleutel

spark retard = verlating van het ontstekingstijdstip

spark-retard word signal = ontstekingsverlatingssignaal

spark setting = afstelling van het ontstekingstijdstip

spark test = vonktest

spark timing = afstelling van het ontstekingstijdstip

spark-timing signal = elektro­nisch ontste­kingssig­naal

spark voltage = ionisatiespanning, overslagspanning

spark welding = elektrisch vlambooglassen

 

sparking = vonkvorming

sparking plug = bougie

sparking-plug air gap = elektrodenafstand

sparking-plug body = huis van bougie

sparking-plug boot = bougiekap

sparking-plug cable = bougiekabel

sparking-plug cap = bougiekap

sparking-plug cleaner = bougiereiniger, bougiestraler

sparking-plug connector = stekker van bougiekabel

sparking-plug control switching system = bougieschakelsysteem bij motor met twee bougies per cilinder

sparking-plug electrode = bougie-elektrode

sparking-plug gap = elektrodenafstand

sparking-plug gage (Am.) = kaliber voor meting van bougie-elektrodenafstand

sparking-plug gauge = kaliber voor meting van bougie-elektrodenafstand

sparking-plug heat range = warmtegraad van bougie

sparking-plug hole = bougiegat in cilinderkop

sparking-plug insulator = isolator van bougie

sparking-plug lead = bougiekabel

sparking-plug opening = elektrodenafstand

sparking-plug socket = stekker van bougiekabel

sparking-plug socket spanner = bougiesleutel

sparking-plug spanner = bougiesleutel

sparking-plug suppressor = bougie-ontstoorder

sparking-plug terminal = stekker van bougiekabel

sparking-plug tester = bougietester

sparking-plug wire = bougiekabel

 sparking-plug  wrench (Am.) = bougiesleutel

sparkle (verb) = fonkelen, glinsteren

 

sparkling effect = verandering van lakkleur bij lichtverandering

 

spat = spatschermverbreding ten behoeve van extra-brede wielen

 

spatter (verb) = bespatten, spatten

 

SPCS (spark-plug control switching) system = bougiescha­kelsysteem bij ontstekings­systeem met twee bougies per cilinder

 

speak (verb) = geluid weergeven, spreken

 

speaker = luidspreker, luidsprekerbox

speaker balance = balansregelaar van geluidsinstallatie

 

SPEC (specification) = specificatie

 

special (adj.) = bijzonder, extra, speciaal

special (subst.) = ‘special’, speciale uitvoering

special boiling-point spirit = benzine met een speciaal kookpunt

special-equipment option = optie

special high-duty = berekend op zeer zware bedrijfsomstandigheden

special hump = special hump

special purpose = bestemd voor bijzondere doeleinden

special-purpose vehicle = voor speciale doeleinden ontworpen auto

special service tool = speciaal gereedschap

special steel = veredelingsstaal

special tools = speciaalgereedschap

 

specialism = speciali­satie, specialisme

 

specialist = specialist

 

speciality grease = speciaalvet

 

specialty shop = werkplaats

specialty tools = speciaalgereedschap

 

specific = soortelijk, specifiek

specific dry weight = droog voertuiggewicht

specific fuel consumption = specifiek brandstofverbruik

specific gravity = dichtheid, soortelijke massa

specific heat = soortelijke warmte

specific power output = specifiek vermogen

specific weight = soortelijk gewicht

 

specification = omschrijving, specificatie

specification plate = specificatieplaatje op motor

 

specifications = gegevens, specificaties

 

specified inflation pressure = voorgeschreven bandspanning

specified sequence = voorgeschreven volgorde

 

specify (verb) = specificeren, voorschrijven

 

spectrum = spectrum

 

speed (verb) = [1] snel rijden

speed (verb) = [2] te snel rijden

speed (subst.) = [1] snelheid

speed (subst.) = [2] toerental

speed (subst.) = [3] versnelling

speed brace = slinger van dopsleutelgereedschap

speed change = schakelmanoeuvre

speed-change gear = transmissie

speed control = [1] elektronisch gaspedaal

speed control = [2] snel­heids­controle

speed-control system = snelheidsregelsysteem

speed-dependent = snelheidsafhankelijk

speed-dependewnt = toerentalafhankelijk

speed gear = versnelling

speed governor = [1] snelheidsbegrenzer

speed governor = [2] toerentalbegrenzer

speed index = snelheidscodeletter op autoband

speed indicator = snelheidsmeter

speed-indicator cable = snelheidsmeterkabel

speed-indicator drive = snelheidsmeteraandrijving

speed limit = snelheidsbeperking

speed-limiting device = [1] snelheidsbegrenzer

speed-limiting device = [2] toerentalbegrenzer

speed nut = plaatmoer

speed of revolution = omwentelingssnelheid, toerental

speed-proportional = [1] rijsnelheidsafhankelijk

speed-proportional = [2] toerentalafhankelijk

speed-proportional power steering = rijsnelheidsafhankelijk stuurbekrachtigingssysteem

speed rating = snelheidsclassificatie op autoband

speed ratio = overbrengingsverhouding

speed regulator = [2] snelheidsbegrenzer

speed regulator = [2] toerentalbegrenzer

speed-sensing = [1] rijsnelheidsafhankelijk

speed-sensing = [2] toerentalafhankelijk

speed-sensitive = [1] rijsnelheidsafhankelijk

speed-sensitgive = [2] toerentalafhankelijk

speed-sensitive power steering = rijsnelheidsafhankelijk stuurbekrachtigingssysteem

speed sensor = [1] rijsnelheidssensor

speed sensor = [2] toerentalsnelheidssensor

speed shift = power-shift

speed up (verb) = sneller gaan rijden

speed wobble = speed-wobble

 

speedo = snelheidsmeter

speedo cable = snelheidsmeterkabel

speedo drive = snelheidsmeteraandrijving

 

speedometer = snelheidsmeter

speedometer cable = snelheidsmeterkabel

speedometer drive = snelheidsmeteraandrijving

 

SPFI (single-point fuel injection) =  monopoint-benzine-inspuiting

 

sphere = bol, kogel

 

spheric = exact bolvormig

spheric ball pin = kogeltap

spheric joint = kogelgewricht

spheric valve = kogelklep

 

spheroidal = ongeveer bolvormig

spheroidal-graphite cast iron = nodulair gietijzer

 

SPI (single-point injection) = monopoint-benzine-inspuiting

  

spider = [1] kruiskoppeling

Spider = [2] kruisstuk van differentieel

Spider = [3] open sportwagen

spider beam = traverse

spider gear = planeetwiel

spider spanner = kruissleutel

spider wrench (Am.) = kruissleutel

 

spigot = [1] insteekeinde van pijpverbinding

spigot = [2] taats, tap

spigot-and-socket joint = mofverbinding

spigot bearing = [1] centreerlager van elastische koppeling

spigot bearing = [2] toplager

 

spike (verb) = spikes aanbrengen

spike (subst.) = [1] lange draadnagel, spijker

spike (subst.) = [2] piekwaarde in grafiek

spike (subst.) = [3] spike in spijkerband

spike stop = noodstop

 

spiked tire (Am.) = ijsband, spijkerband

 spiked tyre = ijsband, spijkerband

spill (verb) = [1] morsen

spill (verb) = [2] overlopen

spill plug = niveauplug

spill port = [1] afvoerpoort

spill port = [2] overloop, regelkanaal

spill valve = overloopklep

 

spin (subst.) = [1] snelle ronddraaiende beweging

spin (subst.) = [2] spin van slippende auto

spin (verb) = 1] snel laten ronddraaien

spin (verb) = [2] spinnen met de auto

spindle = [1] as, astap

spindle = [2] stift

spindle arm = fusee-arm, stuurstangarm

spindle bearing = taplager

 

spinner handle = schroevendraaierhandvat voor gebruik van doppen

 

spinning = doorslaan van aangedreven wielen

 

spiral (adj.) = spiraalvormig

spiral (subst.) = [1] helix, schroeflijn

spiral (subst.) = [2] spiraal

spiral casing = slakkenhuis van centrifugaalpomp of uitlaatgasturbo

spiral drill = spiraalboor

spiral gearing = spiraalvertanding

spiral housing = slakkenhuis van centrifugaalpomp of uitlaatgasturbo

spiral spring = spiraalvormige schroefveer

spiral wire = gewonden draad

 

spirit = spiritus

spirit level = waterpas

 

SPL (special) = ‘special’

 

splash (verb) = spatten

splash baffle = keerschot

splash flap = spatlap

splash guard = spatplaat

splash lubrication = spatsmering

splash oil = spatolie

splash oiling = spatsmering

splash plate = spatplaat

splash screen = spatplaat

splash wall = schutbord

splash water = spatwater

 

splatter (verb) = spetteren

 

splay (verb) = [1] afgeschuind zijn

splay (verb) = [2] naar buiten staan

splay (subst.) = wielvlucht

 

splice (verb) = [1] aftakken

splay (verb) = [2] splitsen

splice box = aftakdoos

 

spline (verb) = voorzien van sleuven

spline (subst.) = [1] sleuf, spiebaan

spline (subst.) = [2] spie

splined end = schuifstuk van kruiskoppeling

splined shaft = aandrijfas met sleuven, in lengterichting gegroefde aandrijfas

 

splines = spievertanding

 

splinter = scherf, spaan, splinter

 

split (adj.) = gedeeld, gespleten

split (verb) = delen, splitsen

split (subst.) = [1] barst, spleet

split (subst.) = [2] splinter

split bearing = gedeeld lager, tweedelig lager

split brake system = gescheiden remsysteem

split drive shaft = gedeelde aandrijfas

split pin = splitpen

split piston skirt = spleetzuiger

split pulley = tweedelige poelie

split rear-seat back = in delen neerklapbare rugleuning van achterbank

split roller bearing = gedeeld kogellager

split‑skirt piston = spleetzuiger

split taper collet = halvemaanvormige klepspie

split front screen = tweedlige voorruit

 

splitter = splitter

splitter box = splitterbak

splitter gear = splitterbak

splitter section = splittergroep

splitter unit = splitterbak

 

spoil (verb) = [1] bederven

spoil (verb) = [2] in de weg zitten 

 

spoiler = spoiler

 

spoke = spaak

spoke wheel = spaakwiel

 

sponge = spons

sponge rubber = schuimrubber

 

spontaneous = ongecontroleerd, spontaan

 

spool = [1] plunjer

spool = [2] regelschuif

 

spoon = lepel voor uitdeukwerkzaamheden

 

sporadic = sporadisch voorkomend

 

sport = sport

sports car = sportauto, sportwagen

sport seat = sportstoel

sport steering wheel = sportstuurwiel

sport-utility vehicle = SUV

 

spot (verb) = [1] herkennen

spot (verb) = [2] retoucheren

spot check = steekproef

spot cutter = puntlasboorapparaat

spot light = [1] bermlicht, schijnwerper

spot light = [2] leeslicht

spot remover = vlekkenverwijderingsmiddel, vlekkenwater

spot repainting = plaatselijk bijspuitwerk

spot repair = plaatselijk verrichte reparatie

spot-repair painting = plaatselijk bijspuitwerk

spot-type disc brake = schijfrem met vast remzadel

spot weld = puntlas

spot welder = punlasapparaat

spot welding = puntlassen

spot-welding gun = puntlaspistool

 

spotty wear = plaatselijke slijtage

 

spout = mondstuk, tuit

 

sprag = [1] remblok

sprag = [2] stopblok, wielblok

sprag clutch = vrijloopkoppeling

 

spray (verb) = besproeien, verstuiven

spray (subst.) = straal druppels

spray angle = hoek waaronder een verstui­ving plaatsvindt

spray atomisation = verstuiving

spray booth = spuitcabine

spray can = aërosol, spuitbus

spray carbureter (Am.) = verstuivingscarburateur

spray carburetter = verstuivingscarburateur

spray clutch = vrijloopkoppeling

spray duration = duur van inspuiting

spray gun = spuitpistool, verfspuit

spray hole = verstuivergat

spray orifice = verstuivergat

spray-painting booth = spuitcabine

spray pattern = spuitpatroon

spray valve = inspuitventiel

spray wheel = blokkeerwiel van automatische versnellingsbak

 

sprayer = sproeier, verstuiver

 

spraying booth = spuitcabine

spraying equipment = spuitinrichting

spraying gun = spuitpistool

spraying instruction = spuithandleiding

spraying mask = spuitmasker

spraying mist = spuitnevel

spraying nozzle = verstuivermondstuk

spraying tube = venturi

 

spread (verb) = uitspreiden, verspreiden

spread-beam headlight = breedstraler

 

spreader = expanderveer achter zuigerveer

 

spring (verb) = veren

spring (subst.) = veer

spring-and-damper unit = veerbeen, veerpoot

spring assembly = bladveerpakket

spring assist rod = hulpveerstang

spring balance = unster, veerbalans

spring bolt = veerbout

spring bracket = veerdrager, veerstoel

spring buckle = veerstrop

spring buffer = [1] slijtplaat van bladveer

spring buffer = [2] veerwegbegrenzer van schroefveer

spring cap = veerschotel

spring carrier = veerstoel

spring clamp = veerbeugel

spring clip = borgveer, veerklem

spring coil = wikkeling van schroefveer

spring compressor = veerspanner

spring constant = veerconstante

spring cup = veerschijf, veerschotel

spring deflection = veerweg

spring disc = veerschijf

spring element = veerelement

spring eye = veeroog

spring frequency = veerfrequentie

spring king = torenbout

spring leaf = veerblad

spring leg = veerbeen, veerpoot

spring load = veerspanning

spring-loaded = veerbelast

spring manometer = veermanometer

spring mass = afgeveerde massa van auto

spring nut = plaatmoer

spring pack = veerpakket

spring pad = veerschotel

spring pile = bladveerpakket

spring pin = spanstift

spring plate = veerschotel

spring preload = voorspanning van veer

spring pressure = veerdruk

spring retainer = veerhouder, veerschotel

spring ring = ringveer, veerring

spring seat =  veerstoel

spring shackle = veerschommel

spring steel = verenstaal

spring strut = veerbeen, veerpoot

spring suspension = wielophanging inclusief vering

spring tension = veerspanning

spring travel =  veerweg

spring washer = springveer, veerring

 

sprinkle (verb) = sproeien

 

sprinkler = [1] sprinkler van brandblusinrichting

sprinkler = [2] sproeiwagen

 

sprocket = kettingwiel

sprocket chain = getande ketting

sprocket wheel = kettingwiel

 

sprung mass = afgeveerde massa

sprung weight = afgeveerd gewicht

 

spun-type casting = centrifugaalgietwerk

 

spur gear =  tandwiel met rechte vertanding

spur-gear differential = differentieel met rechte vertanding

spur pinion = kleinste tandwiel van tandwielpaar met rechte vertanding

spur wheel = grootste tandwiel van tandwielpaar met rechte vertanding

 

sputter (verb) = ratelen, sputteren, stotteren

 

sputtering = knetterend geluid tijdens vlambooglassen

 

SPS (speed-proportional steering) = rijsnelheidsafhankelijke stuurbekrachti­ging

SPS (speed-sensitive power steering) = rijsnelheidsafhankelijke stuurbekrach­tiging

 

spy = spion

 

spyder = open sportwagen

 

squab = rugkussen, rugleuning

 

square (adj.) = [1] kwadraat

square (adj.) = [2] rechthoekig, rechtop

square (adj.) = [3] vierkant

square (subst.) = [1] rechthoek

square (subst.) = [2] winkelhaak

square-back = combi, stationcar

square-back car = auto met rechthoekige achterkant

square bar = staaf met vierkante doorsnede

square bolt = bout met vierkante kop

square collar-head bolt = bout met vierkante kraagkop

square engine = motor met gelijke boring en slag, vierkante motor

square-head screw = schroef met vierkante kop

square key = kwadraatspie, spie met rechte uiteinden

square measure = vlaktemaat

square nut = vierkante moer

square thread = platte schroefdraad, vierkante schroefdraad

 

squash (verb) = plat drukken, verpletteren

 

squat (verb) = squat

 

squatting = ‘kruipen’ van auto met automatische versnellingsbak

 

squeak (subst.) = licht piepend geluid van remmen

squeak (verb) = knarsen, piepen

 

 squeal (verb) = gieren, krijsen

 

squeegee = [1] raamwisser

squeegee = [2] ruitenwisserblad

 

squeeze (verb) = samenknijpen, uitpersen

squeeze braking = remmanoeuvre waarbij de wielen net niet blokkeren

 

squib = ontstekingsmechanisme van airbag

 

squirt (verb) = naar buiten spuiten, volspuiten

squirt (subst.) = straal vloeistof

squirt gun = oliespuit, vetspuit

squirt oiler = kannetje met kruipolie

 

squish (verb) = plat drukken, verpletteren

squish (subst.) = squish

squish-squash (verb) = een zuigend geluid maken

 

SR (silicone rubber) = siliconenrubber

SR (speed regulator) = toerentalbegrenzer

SR (straight-run) gasoline = straight-run-benzine­

 

SRI (service-reminder indicator) = controlelicht voor onderhoudsinterval­len

 

SSR (solid-state relay) = transistorrelais

 

SST (special service tool) = speciaal stuk servicegereedschap

 

SSTU (seamless steel tube) = naadloos getrokken stalen buis

 

ST (scan tool) = scanner

 

STA (starter switch) = contactslot

 

stab braking = cadansremmen, pompend remmen

 

stabilise (verb) = stabiliseren

 

stabiliser = stabilisator, stabilisatorstang

 stabiliser bar 

stabilisator, stabilisatorstang

stability = evenwicht, stabiliteit

 

stabilize (verb; Am.) = stabiliseren

 

stabilizer (Am.) = stabilisator, stabilisatorstang

stabilizer bar (Am.) = stabilisator, stabilisatorstang

 

stable = stabiel

stable transmission oil = versnellingsbak­olie zonder lak- en vuilafzetting

 

stack (verb) = opstapelen

stack up (verb) = [1] een auto-ongeluk hebben

stack up (verb) = [2] een file vormen

 

stacker = vorkheftruck

 

stage = stadium, trap

 

staged carbureter (Am.) = registercarburateur, tweetrapscarburateur

 staged carburetter = registercarburateur, tweetrapscarburateur

 

stagger = stagger

 

stain = [1] verkleuring

stain =[2] , vuile plek

stain remover = vlekkenverwijderingsmiddel, vlekkenwa­ter

 

stainless = roestvrij

 

stake (verb) = [1[ afbakenen, borgen

stake (verb) = [2] inponsen, ombuigen

stake (subst.) = paal, staak

stake body = open laadbak van vrachtauto met aan de rand twee rijen palen

 

staking nut = inslagmoer

 

stalk = hendel aan stuurkolom voor richtingaanwijzers, verlichting en ruitenwissers

 

stall (verb) = [1] laten afslaan

stall (verb) = [2], tot stilstand komen

stall speed = [1]maximum motortoerental bij stilstand met de automaat in D

stall speed = [2] stationair toerental waarbij motor nog net niet afslaat

stall test = blokkeertest voor koppelomvormer van automatische transmissie

stall torque ratio = maximale overbrengingsverhouding van koppelomvormer

 

stalling torque = blokkeerkoppel van startmotor

 

stamp (verb) = [1] inslaan, persen

stamp (verb) = [2] stampen, stempelen

 

stamping location = plaats waar chassisnummer is ingeslagen

 

stanchion = steun van imperiaal

 

stand (verb) = [1] op staanders plaatsen

stand (verb) = [2] stilstaan

stand (verb) = [3] tot stilstand komen

stand (subst.) =  bok, rek

stand (subst.) = staander, stelling

stand-by (Am.) = bedrijfsklaar, klaar voor gebruik

stand-by (Eng.) = reserve, stand-by

stand idle (verb) = stil staan

 

standard (adj.) = gestandaardiseerd, standaard

standard (subst.) = norm, standaard

standard design = standaarduitvoering

standard equipment = standaarduitrusting

standard gearbox = handgeschakelde versnellingsbak

standard model = basismodel, standaardmodel

standard part = serie-onderdeel

standard practice = normaal gebruik

standard size = standaardmaat

standard-size car = middenklasser

standard tool equipment = boordgereedschap

standard tools = standaardgereedschap

standard unit = internationale eenheid

 

standardise (verb) = normaliseren, standaardiseren

 

standardize (verb; Am.) = normaliseren, standaardiseren

 

standing start = staande start, start vanuit stilstand

 

standstill = stilstand

 

star = ster, stervormig voorwerp

STAR (self-test automatic read-out) = automatische uitlezing van door de auto zelf uitgevoerde functietest

star connection = sterschakeling

star ring = stervormige veerring

star washer =  sterveerring

 

start (verb) = in bedrijf stellen, starten

start (subst.) = begin, start

start off (verb) =  wegrijden

start out (verb) = wegrijden

start up (verb) = in bedrijf stellen, opstarten

 

startability = startgewilligheid van motor

 

starter = [1] startinrichting

starter = [2] = startmotor

starter gear (Am.) = rondsel van startmotor

starter motor = startmotor

starter pinion = rondsel van startmotor

starter ring = starterkrans

starter valve = koudestartklep

 

starting ability = startgewilligheid van motor

starting acceleration = acceleratie vanuit stilstand

starting aid = starthulp

starting air-corrector jet = startsproeier

starting battery = startaccu

starting behavior (Am.) = startgewilligheid van motor

starting behaviour = startgewilligheid van motor

starting button = startknop

starting butterfly valve = chokeklep

starting cable = startkabel

starting carbureter = [1] startcarburateur

starting carbureter = [2] startgedeelte van carburateur

starting carburetter = [1] startcarburateur

starting carburetter = [2] startgedeelte van carburateur

starting crank = startslinger

starting current = aanloopstroom, startstroom

starting friction = aanloopwrijving

starting immobiliser = startonderbreker

starting interlock =  startonderbreker

starting jet = startsproeier

starting lock-out = startonderbreker

starting mechanism = [1] startcarburateur

starting mechanism = [2] startgedeelte van carburateur

starting mixture = brandstof-luchtmengsel tijdens koude start

starting moment = aanzetkoppel, aanzetmoment

starting motor = startmotor

starting-motor gear = rondsel van startmotor

starting-motor motor = startmotor

starting-motor pinion = rondsel van startmotor

starting-motor ring = starterkrans

starting nozzle = startsproeier

starting point = beginpunt, uitgangspunt

starting relay = startrelais

starting speed = starttoerental

starting switch = startschakelaar

starting system = [1] startgedeelte van carburateur

starting system = [2] startsysteem

starting torque = aanloopkoppel, aanloopmoment

 

state = staat, toestand

state of aggregation = aggregatietoestand

state of balance = evenwicht

state of charge = laadtoestand van accu

 

static = statisch

static advance = statische ontstekingsvervroeging

static axle-load transfer = statische aslastverplaatsing

static balancing = statisch evenwicht

static electricity = statische elektriciteit

static friction = statische wrijving

static noise = atmosferische storing

static safety belt = niet-automatische veiligheidsgordel

static stress = statische belasting

 

station = basis, radiostation

station car = stationcar

station memory button = zenderkeuzeknop van radio

station wagon = stationcar

 

stationary = stationair

stationary gear = tandwiel met rechte vertanding

 

stator = stator van vloeistofkoppeling

stator coil = statorspoel, statorwikkeling

stator pole = statorpool

 

stay (verb) = steunen, stutten

stay (subst.) = beugel, steun

stay damper = gasveer van steun van motorkap of kofferklep

 

STD (standard) = standaard

 

steady = constant, gelijkmatig

steady bar = bevestigingsstang tussen versnellingsbak en chassis

steady flow = laminaire stroming

steady load = [1] constante belasting van motor

steady load = [2] gelijkmatig verdeelde lading

steady pin = centreerpen

steady-speed fuel consumption = brandstofverbruik bij constante snelheid

steady-state condition = stationaire toestand

 

steam (verb) = zich op stoomkracht voortbewegen

steam (subst.) = stoom

steam cleaner = stoomcleaner

steam cleaning = stoomcleaning

steamer = stoomvoertuig

steam vehicle = stoomvoertuig

 

steel = staal

steel alloy = staallegering

steel band = bandijzer

steel-banded piston = zuiger met inwendig aangebrachte stalen strippen

steel-belted tire (Am.) = staalgordelband

steel-belted tyre = staalgordelband

steel-braced tire (Am.) = staalgordelband

steel-braced tyre = staalgordelband

 

steel cable = staalkabel

steel casting = staalgieten

steel sheet =  staalplaat

steel spring = stalen veer

steel-strutted piston = zuiger met inwendig aangebrachte stalen strippen

steel wheel = stalen wiel

steel wire = staaldraad

 

steep = steil

steep-angled = onder een steile hoek geplaatst

 

steer (verb) = regelen, sturen

steer-by-wire = elektronische stuurinrich­ting

 

steerability = bestuurbaarheid van auto

 

steerable = bestuurbaar

steerable axle = gestuurde as van aanhangwagen

 

steered = gestuurd

 

steered leading rear axle = voorloopas

 

steering = [1] stuurgedrag

steering = [2] stuurinrichting

steering angle = stuuruitslaghoek

steering-angle sensor = stuuruitslaghoeksensor

steering arm = fusee-arm, stuurstangarm

steering-axis inclination = fuseependwarshelling

steering axle = gestuurde as

steering ball joint = stuurkogel

steering behavior  (Am.) = bestuurbaarheid, stuurkwaliteiten

steering behaviour = bestuurbaarheid, stuurkwaliteiten

steering booster = stuurbekrachtiging

steering box = stuurhuis

steering column = stuurkolom

steering-column change = stuurschakeling

steering-column lock = stuurslot

steering-column shift = stuurschakeling

steering-column tube = stuurkolombuis

steering connecting rod = spoorstang

steering-control sensitivity = stuurgevoeligheid

steering cross rod = spoorstang

steering damper = stuurdemper

steering dead axle = voortrein

steering drop arm = pitman-arm, stuurarm

steering effect = stuurreacties

steering gear = stuurinrichting

steering-gear boot = rubbermanchet van stuurkogel

steering gearbox = stuurhuis

steering-gear case = stuurhuis

steering-gear housing = stuurhuis

steering-gear play = stuurspeling

steering-gear ratio = stuuroverbrengingsverhouding

steering geometry = stuurgeometrie

steering housing = stuurhuis

steering idler arm = spoorstang, stuurstang

steering joint = stuurkogel

steering knuckle = fusee, fuseestuk

steering-knuckle angle = fuseependwarshellingshoek

steering-knuckle bearing = fuseepenlager

steering-knuckle inclination = fuseepen­dwarshelling

steering-knuckle offset = schuurstraal

steering-knuckle steering = fuseestuurinrichting

steering lever = pitman-arm, stuurarm

steering limit = stuuruitslagbegrenzing

steering linkage = stuuroverbrengingsmechanisme

steering lock = [1] maximale stuuruitslag

steering lock = [2] stuurslot tegen diefstal

steering offset = schuurstraal

steering peg = rolnok

steering pinion shaft = stuuras

steering pitman arm = pitman-arm

steering play = stuurspeling

steering pump = servo-pomp van stuurbekrachtiging

steering rack = tandheugel van rondsel-en-tandheugelstuurinrichting

steering-rack gator = rondsel-en-tandheugelstuurinrichting

steering ratio = stuuroverbrengingsverhouding

steering reduction ratio = overbrengingsverhouding van stuurinrichting

steering rocker arm = pitman-arm

steering rod = spoorstang

steering sector = stuursecto

steering sensor = stuurhoeksensor

steering servo = stuurbekrachtiging

steering shaft = stuuras, stuurstok

steering-shaft joint = stuuraskoppeling

steering shock absorber = stuurdemper

steering side rod = stuurstang

steering spindle = stuuras

steering stop = stuuruitslagbegrenzer

steering stub = astapdrager, fuseestuk

steering-stub arm = spoorstangarm

steering-stub axle = fusee

steering-stub bolt = fuseepen

steering stud = rolnok

steering suspension = bevestiging van stuurmechanisme aan chassis

steering swivel = fusee, fuseestuk

steering-swivel arm = spoorstangarm

steering-swivel axle = fusee

steering-swivel bolt = fuseepen

steering tie rod = spoorstang

steering track rod = spoorstang

steering tube = stuurbuis

steering variable ratio = variabele overbrengingsverhouding van stuurinrichting

steering wheel = stuurwiel

steering-wheel airbag = airbag aan bestuurderskant

steering-wheel alignment = stuurwieluitlijning

steering-wheel angle = stuuruitslaghoek

steering-wheel angular-speed sensor = stuurwielhoeksnelheidssensor

steering-wheel boss = stuurwielnaafdop

steering-wheel displacement = stuuruitslag

steering-wheel hub = naafdop van stuurwiel

steering-wheel location = plaatsing van stuurwiel in auto

steering-wheel padding = stuurwielbekleding

steering-wheel play = speling in stuurwiel, stuurspeling

steering-wheel position = stand van stuurwiel

steering-wheel rake adjustment = stuurwielhoogteverstelling

steering-wheel turn = stuuromwenteling

steering worm = wormwiel van stuurinrichting

steering-worm shaft = stuuras

 

stellite = stelliet

 

stem = stang, steel, stift

 

stench = stank

 

step (verb) = stappen, trappen

step (subst.) = [1] ruimte tussen twee versnellingen, stap

step = [2] uitsparing

step bearing = taatslager

step-by-step = stap voor stap

step down (verb) = terugschakelen

step light = instaplicht

step plate = treeplank

step port = overnameboring, overnamepoort

 

stepless = traploos

 

stepped = getrapt, in fasen verdeeld

stepped axle = portaalas

stepped brake master cylinder = meerkrings­hoofdremcilinder

stepped braking = cadansremmen, pompend remmen

stepped compression ring = compressieveer met rechthoekige doorsnede waarvan aan de buitenkant onderaan een stukje is uitgedraaid

stepped heating = in meerdere standen afstelbare verwarmingsinrichting

 

stepper motor = stappenmotor

 

stereo indicator = stereo-indicator van geluidsinstallatie

stereo radio = stereo radio-ontvangst

 

stick (verb) = [1] blijven hangen, kleven

stick (verb) = [2] vastplakken, vastzitten

stick (subst.) = staaf, stok

 

sticker = sticker

 

sticking contact = klevend elektrisch relaiscontact

sticking piston ring = vastgekoekte zuigerveer

 

stiff = [1] hard afgeveerd

stiff = [2] star, stijf

stiff gearbox = stroef schakelende versnellingsbak

 

stiffen (verb) = [1] stijf maken

stiffen (verb) = [2] versterken

stiffener = versterkingsrib, verstevigingsplaat

 

stiffening = versterking, verstijving

 

stiffness = stijfheid

stiffness in bend = buigstijfheid

stiffness in torsion = torsiestijfheid

 

stink (verb) = stinken

stink (subst.) = stank

 

stir = oplegger

 

stitch (verb) = nieten, stikken

stitch welding = steeklassen

 

stock = magazijn, opslagplaats

stock block = standaard-racemotor

stock car (Am.) = race-auto op basis van een in serie gefabriceerde personenauto

stock car (Eng.) = in serie gefabriceerde personenauto

stock part = serie-onderdeel

 

stoichiometric air-fuel ratio = stoichiometrische brandstof-luchtverhouding

 

stone chipping = door steenslag beschadigde plek op laklaag

stone deflector = beschermingsplaat tegen steenslag

stone guard = steenslagbeschermingsplaat

stone impact = steenslag

stone pecking = steenslag

 

stop (verb) = [1] dichtstoppen

stop (verb) = [2] stoppen

stop (subst.) = aanslag, plug, stop

stop-and-go driving = rijden met veelvuldige noodzaak tot stoppen

stop angle = aanslaghoek

stop bolt = aanslagbout

stop buffer = aanslagrubber, stootrubber

stop cock = afsluiter, afsluitklep

stop-control solenoid = stopsolenoïde

stop-control system = alleen op de voorwielen werkend ABS

stop light = remlicht

stop-light failure indi­cator = controlelicht voor defecte remlichten

stop pin = aanslagpen, borgpen

stop rubber = aanslagrubber, stootrubber

stop screw = aanslagschroef, borgschroef

stop switch = rempedaalschakelaar

stop valve = afsluiter, afsluitklep

stop watch = stopwatch

 

stoppage = blokkering, verstopping

 

stopper = [1] aanslag, borg

stopper = [2] plamuur, vulmiddel

stopper bolt = borgbout

stopper rubber = aanslagrubber

stopping distance = remweg

stopping power = remvermogen

 

storage = [1] geheugen van computer

storage = [2] ophoping, opslagplaats

storage battery = accumulator

storage box = bergkast

storage capacitor = condensator

storage height = hoogte van bagageruimte

storage life = houdbaarheid

storage pressure = voorraaddruk

storage tank = opslagtank

 

store (verb) = opslaan

 

stove (verb) = moffelen

 

stoved enamel = gemoffelde laklaag

 

stow away (verb) = opbergen

stow-away (subst.) = opbergruimte in interieur

 

stowage = bergruimte

stowage box = opbergbak

 

STR (self-timing regulator) = zelflerend regelsysteem

 

straight = [1] recht, rechtstreeks

straight = [2] = vlak

straight-ahead position = rechtuitstand van stuurinrichting

straight bevel gear = wormwiel

straight-cut gear = tandwiel met rechte vertanding

straight differential = differentieel met rechte vertanding

straight edge = [1] iniaal

straight edge = [2] waterpas

straight engine = lijnmotor

straight gear = tandwiel met rechte vertanding

straight-line = rechtuit

straight-line stability = rechtuitstabiliteit

straight oil =  olie zonder enige additive

straight-pane hammer = penbankhamer

straight pin = centreerstift van stuurinrichting

straight-run gasoline (Am.) = straight-run-benzine

straight-run petrol = straight-run-benzine

straight spanner = rechte steeksleutel

straight-through exhaust system = uitlaatsysteem zonder dempers

straight truck = ongelede vrachtwagen

straight weight (Am.) = monograde-olie

 

straighten (verb) = [1] recht maken

straighten (verb) = [2] vlak maken

 

straightener = richtbank

 

straightening iron = richtijzer

straightening machine = richtbank

 

strain (verb) = [1] rekken, strekken

strain (verb) = [2]  zeven

strain (subst.) = belasting, overbelasting

strain gage (Am.) = rekstrookje

strain gauge = rekstrookje

strain hardening = vervormingsverharding van staal

 

strainer (Am.) = groffilter, zeef

strainer shield (Am.) = filtergaasje van groffilter

 

strand = elektrische geleider

strand wire = elektrische draad

 

strangle (verb) = smoren

strangler = afsluitklep, chokeklep

strangler cable = chokekabel

strangler valve = chokeklep

 

strap (verb) = vastbinden, vastmaken

strap (subst.) = [1] band van veiligheidsgordel

strap (subst.) = [2] beugel, strip, strop

strap cable = kabelstrop

strap spanner = bandsleutel voor oliefilter

 strap wrench (Am.) = bandsleutel voor oliefilter

stratified charge combustion = gelaagde verbranding

stratified-charge engine = motor met gelaagde vulling

 

stratify (verb) = in lagen verdelen, lagen vormen

 

stray = sporadisch, verspreid

stray flux = lekstroom

 

streak = lijn, streep

 

streaking = strepen trekken door ruitenwissers

 

stream (verb) = stromen

stream (subst.) = stroming, stroom

stream line = stroomlijn

stream-line flow = laminaire stroming

 

streamlined body = stroomlijncarrosserie

 

street = straat, weg

street car = tram

 

strength = gehalte, kracht

strength = sterkte, weerstand

strength class = sterkteclassificatie

strength modulus = weerstandsmoment

strength of current = stroomsterkte

strength of flexure = buigvastheid

 

strengthen (verb) = versterken

 

stress (verb) = belasten, onder druk zetten, onder spanning zetten

stress (subst.) = belasting door spanning of druk

stress (subst.) = kracht, spanning

stress cycle = lastwisseling

stress diagram = krachtendiagram

stress limit = grensspanning, spanningsgrens

 

stressed beam = belaste balk, dragende balk

 

stretch (verb) = spannen, uitrekken

stretch (subst.) = rek

 

stretching bolt = rekbout

stretching screw = spanschroef

 

strike (verb) = slaan, stoten

strike (subst.) = schok

striker bar = schakelstang

striker pin = vergrendelbout

striker rod = schakelas

striker plate = slotvanger

striker rod = schakelstang

 

string = [1] dun touwtje

string = [2] stukje draad

 

strip (verb) = geheel uit elkaar nemen

strip (subst.) = [1] sierlijst

strip (subst.) = [2] strip

strip nut = stripmoer

 

strippable coating = preserveringslak op binnenkant van remtrommel

 

stroboscope = stroboscoop

stroboscopic lamp = stroboscooplamp

 

stroke = [1] op-en-neergaande slag

stroke = [2] slaglengte van zuiger

stroke/bore ratio = boring x slag

stroke capacity = cilinderinhoud

stroke decrease = slagvermindering van brandstofinspuitpomp

stroke of piston = zuigerslag

stroke volume = cilinderinhoud

 

stromberg carburetter = Stromberg-carburateur

 

strong = geconcentreerd, sterk

 

structural =  structureel

 

structural body repair = richtwerkzaamheden aan carrosserie

structural body-repair equipment = carrosserierichtbank

structural error = constructiefout

 

structure = opstelling, structuur

 

strut (verb) = steunen, versterken, verstijven

strut (subst.) = [1] steun

strut (subst.) = [2] veerpoot van voorwielophanging

strut bar = dwarsstang tussen beide McPherson-veerpoten

strut mounting = bevestigingspunt van veerbeen

strut piston = zuiger met ingegoten metalen strippen

strut-type front suspension = McPherson-voorwielophanging

 

strutted piston = zuiger met ingegoten metalen strippen

 

stub = stomp

stub axle = asstomp, fusee

stub-axle carrier = astapdrager, fuseelichaam

stub shaft = asstomp van aandrijvende as

 

stubby = kort en dik

stubby screwdriver = vuistschroevendraaier

 

stuck = vastgekleefd, vastgelopen

 

stud (verb) = spikes aanbrengen

stud (subst.) =  tapbout, tapeind

stud bolt = draadeind, tapeind

stud pin = pasnok

stud remover = gereedschap om tapeinden los te draaien

stud wheel = tussenwiel

 

studded tire (Am.) = autoband met spikes

 studded tyre = autoband met spikes

 

stuff (verb) = opvullen, volstoppen

 

stuffing box = asafdichting, pakkingbus

 

stumble (verb) = struikelen

 

stumbling = overslaan van motor, stotteren van motor

 

sturdy = degelijk

 

stutter (verb) = [1] schokken van auto

stutter (verb) = [2] stotteren van motor

 

style (verb) = vorm geven

style (subst.) = stijl, vormgeving

 

styling = styling, vormgeving

 

sub assembly = voormontage

sub-compact car = sub-compact car

sub-division = onderverdeling

sub frame = hulpchassis, hulpframe

sub-fuel gauge = vlotter van secundaire brandstoftank

sub-fuse box = tweede zekeringenkast

sub loom = van de hoofdkabelboom afgetakte kleinere kabelboom

sub relay = hulprelais

sub silencer = achterste uitlaatdemper

sub-urban traffic = lokaal verkeer

sub woofer = basluidspreker van audio-installatie

sub-woofer amplifier = bastoonversterker van audio-installatie

 

submarining = submarining

 

submerge (verb) = onderdompelen, overstromen

 

submerged jet = doseur

 

subsonic speed = subsonische snelheid

 

substrate = bed, ondergrond

substrate = [2] drager van katalysator

 

suck in (verb) = aanzuigen, opzuigen

 

sucker = [1] zuigbuis

sucker = [2] zuigpomp

 

suction = zuigende werking

suction air = aangezogen lucht

suction engine = atmosferische motor

suction filter = aanzuigfilter

suction governor = onderdrukregulateur

suction line = aanzuigleiding

suction period = inlaatperiode van tweeslagmotor

suction pipe = aanzuigpijp

suction port = aanzuigkanaal

suction pressure = aanzuigdruk

suction pump = zuigpomp

suction side = aanzuigzijde van motor

suction stroke = aanzuigslag, inlaatslag

suction stub = korte aanzuigleiding

suction tube = aanzuigbuis

suction valve = inlaatklep van atmosferische motor

 

suffocate (verb) = stikken, verstikken

 

suit (verb) = aanpassen, passend maken

 

sulphate (verb) = sulfateren

 

sulphur = zwavel

sulphur compounds = zwavelverbindingen

sulphur dioxide = zwaveldioxyde

 

sulphuric acid = zwavelzuur

sulphurous acid = zwavelig zuur

 

summer = zomer

summer adjustment = zomerafstelling van luchtfilter

summer calibration = zomerstand van luchtfilter

summer-gradegasoline ()Am.) = zomerbenzine

summer-grade petrol = zomerbenzine

summer/winter adjustment = zomer-/winterafstelling van inlaatluchtsysteem

 

sump = [1] oliecarter van motor

sump = [2] opvangbak

sump baffle = keerschot in oliecarter

sump drainer = gereedschap om motorolie uit oliecarter omhoog te zuigen

sump guard = carterbeschermer

 

sun = zon

sun blind = zonneklep

sun energy = zonne-energie

sun gear = zonnewiel

sun glasses = zonnebril

sun-load sensor = sensor voor de meting van zonnewarmte

sun roof = open dak, zonnedak

sun-roof slide mechanism = schuifdakmechanisme

sun-roof spanner = zwengel voor bediening van zonnedak

sun-roof tilt mechanism = kanteldakmechanisme

sun screen = zonneklep

sun sensor = zonnelichtsensor

sun shield (Am.) = zonneklep

sun visor = zonneklep

sun vizor (Am.) = zonneklep

sun wheel = zonnewiel

 

sunk = verzonken

sunk gutter = verzonken regengoot

sunk key = inlegspie, sleufspie

 

 sunshine roof = zonnedak

 

supercharge (verb) = opladen

 

supercharged = met mechanische compressor

supercharged engine = compressormotor

 

supercharger = mechanische compressor

supercharger bypass = omloopleiding van compressor

 

supercharging = drukvulling

supercharging pressure = laaddruk

supercharging-pressure gage (Am.) = laaddrukmeter

supercharging-pressure gauge = laaddrukmeter

supercharging-pressure limiter = laaddrukbegrenzer

 

supercool (verb) = onderkoelen, teveel koelen

 

supercooling = onderkoeling

 

superficial = oppervlakkig

superficial measure = oppervlaktemaat

 

superfine file = zoetvijl

 

superfinish (verb) = superfinishen, superfijnen

 

superglue = contactlijm

 

superheat (verb) = oververhitten

 

supermultigrade engine oil = supermultigrade-motorolie

 

supersonic speed = supersonische snelheid

 

superstructure = opbouw, bovenbouw

 

supplement = supplement, toevoegsel

 

supplementary = aanvullend, extra-, hulp-

supplementary air = extra lucht

supplementary inlet manifold = bufferruimte in inlaatluchtsysteem

supplementary maintenance = aanvullend onderhoud

 

supplied power = geleverd vermogen

 

supplier = leverancier

 

supply (verb) = [1] aanvoeren, toevoeren

supply (verb) = [2]  voeden

supply (subst.) = [1] aanvoer, toevoer

supply (subst.) = [2] verzorging, voeding

supply mains = stelsel van toevoerleidingen

supply pipe = toevoerleiding

supply point = voedingspunt van elektriciteit

supply pressure = toevoerdruk

supply pump = opvoerpomp

supply tank = voorraadtank

 

support (verb) = dragen, ondersteunen

support (subst.) = drager, steunpunt

support base = secundairfe wielbasis

support bearing = steunlager

support mounting = drager, steunpunt

support spring = hulpveer

 

supporting arm = wieldraagarm

supporting axle = draagas

supporting beam = draagbalk

supporting block = steunblok

supporting bracket = draagsteun

supporting cross-member = dragende dwarsbalk

supporting jack = stempel

supporting frame = sub-frame

supporting location = steunpunt

supporting spring = veer met ondersteunende functie

 

suppress (verb) = onderdrukken, ontstoren

 

suppressing cap = ontstoorkap

suppressing cover = ontstoorkap

suppressing socket = ontstoorstekker

 

suppression = ontstoring

suppressor = ontstoorder

suppressor cap = ontstoorkap

suppressor cover = ontstoorkap

suppressor socket = ontstoorstekker

 

surcharge (verb) = [1] overbeladen, te ver opladen

surcharge (verb) = [2] overbelasten

surcharge (subst.) = [1] overbelading

surcharge (subst.) = [2] overbelasting

 

surface (verb) = glad maken, vlakken

surface (subst.) = oppervlakte, vlak

surface appearance = [1] contactbeeld

surface appearance = [2] draagbeeld van vertanding

surface cooling = oppervlaktekoeling

surface corrosion = oppervlaktecorrosie, oppervlakteroest

surface crack = oppervlaktescheurtje

surface-grinding machine = vlakschuurmachine, vlakslijpmachine

surface hardening = oppervlakteharden

surface hardness = oppervlaktehardheid

surface ignition = oppervlakte-ontsteking

surface-milling machine = vlakfreesmachine

surface-mounted device = elektronische component die direct op een print kan worden gesoldeerd

surface of fracture = breukvlak

surface plate = vlakplaat

 

surface temperature = oppervlaktetemperatuur

surface tension = oppervlaktespanning

surface texture = oppervlaktestructuur

surface wiring = in het zicht gemonteerde bedrading

 

surfacer = spuitplamuur, surfacer

 

surge (verb) = [1] galopperen van dieselmotor

surge (verb) = [2] op-en-neer deinen, plotseling stijgen

surge (verb) = [3] slingerend sturen

surge (subst.) = harde stoot, plotselinge stijging

surge baffle = slingerschot in oliecarter

surge of current = stroomstoot

 

surplus = overschot

 

surround (verb) = insluiten, omhullen

surround seal weatherstrip = afdichtingsrubber van portie

 

surroundings = omgeving

 

survey (verb) = inspecteren, onderzoeken

 

survival = overleving

survival space = passagierskooi, veiligheidskooi

 

suspend (verb) = ophangen

suspended ceiling = opgespannen dakhemelbekleding

 

suspension = ophanging, wielophanging

suspension alignment = wieluitlijning

suspension arm = wieldraagarm

suspension bottom link = onderste dwarsgeplaatste wieldraagarm

suspension bow = ophangbeugel van bladveersysteem

suspension bracket = veerhand

suspension bump stop =  bump-stop, veerwegbegrenzer

suspensi­on control = elektronisch wielophangingssysteem

suspension frame = hulpchassis, subframe

suspension geometry = wielgeometrie

suspension lever = wieldraagarm

suspension link = dwarsgeplaatste wieldraagarm

suspension lower arm = onderste wieldraagarm

suspension rate = veerconstante van wielophanging

suspension strut = veerbeen, veerpoot

suspension timing = tuning van het onderstel

suspension top arm = bovenste wieldraagarm

suspension top link = bovenste wieldraagarm

suspension travel = veerweg

suspension tube = asbuis, draagbuis

suspension tuning = afstelling van het onderstel

suspension unit = veerbeen, veerpoot

 

SUV (sport-utility vehicle) = auto die geschikt is voor zowel sportief als ‘normaal’ gebruik

 

SV (side-valve) engine = zijklepmotor

 

SW (short wave) = korte golf van radio

SW (switch) = schakelaar

 

swab = wisser, zwabber

 swage head = stuikkop van klinknagel

 

swan neck = zwanenhals van oplegger

 

swap (verb) = ruilen, verwisselen

swap-body system = afzetsysteem bij vrachtvervoer

swap meet = auto-onderdelenbeurs

 

swarf = slijpsel, vijlsel

 

swash (verb) = heftig heen en weer bewegen, opspatten

swash plate = tuimelschijf

 

sway (verb) = schommelen, slingeren

sway (subst.) = schommeling, slingering

sway bar = dwarsstabilisator, stabilisatorstang

 

SWB (short-wheel base) = met korte wielbasis

 

sweat (verb) = [1] ontstaan van condens op LPG-tank

sweat (verb) = [2] zachtsolderen

sweat (verb) = [3] zweten van motorblok

 

sweated joint = soldeerverbinding

 

sweep (verb) = aanvegen

 

sweeper = [1] bezem

sweeper = [2] straatveegauto

 

swell (verb) = uitzetten van gassen

 

swept volume = cilinderinhoud, slagvolume

 

swerve (verb) = [1] onverhoeds uitbreken

swerve (verb) = [2] plotseling uitwijken

 

SWG (Standard Wire Gage) = standaard-draaddiktemeter

 

swing (verb) = [1] opgehangen worden

swing (verb) = [2] , slingeren, zwaaien

swing axle = pendelas, schommelas

swing bolt = scharnierbout

 

swinging axle = pendelas

 

swinging bolt = scharnierbout

swinging-caliper disc brake = schijfrem met zwevend remzadel

swinging semi-trailer = in bocht naar buiten uitzwaaiende oplegger

 

swirl (verb) = wervelen

swirl (subst.) = werveling

swirl chamber = wervelkamer van indirect ingespoten dieselmotor

swirl-control valve = klep die de werveling van de inlaat­lucht afregelt

 

switch (verb) = draaien, schakelen

switch (subst.) = schakelaar

switch base = console met schakelaars

switch board = schakelpaneel

switch box = regeleenheid, stuureenheid

switch button = schakelknop

switch gear = schakelinrichting

switch off (verb) = uitschakelen, uitzetten

switch on (verb) = inschakelen, starten

switch over (verb) = omschakelen, overschakelen

switch panel = schakelpaneel

switch point = schakelpunt

switch position = stand van schakelaar

switch resistance = schakelweerstand

switch valve = omschakelklep van vlotterkamerontluchting

 

swivel (adj.) = draaibaar, omklapbaar, zwenkbaar

swivel (verb) = om een pen draaien

swivel (subst.) = [1] astapdrager, fuseelichaam

swivel (subst.) = [2] wartel

swivel arm = spoorstangarm

swivel axle = fusee

swivel-axle arm = spoorstangarm

swivel bearing = zelfstellend lager

swivel caster = zwenkwiel

swivel joint = cardanaskoppeling, kruiskoppeling

swivel-pin steering = fuseestuurinrichting

swivel window = klapraam, uitstelraam

 

swivelling captain’s chair = draaistoel met armleuningen

swivelling chair = draaistoel

swivelling radius = schuurstraal

 

swoosh = sissend geluid tijdens openen van brandstoftankdop

 

swop (verb) = ruilen, verwisselen

swop (subst.) = ruil, vervanging, verwisseling

 

SWT (sidewall-torsion) sensor = sensor in de flank van de autoband die torsie-vervorming opmeet

 

symbol = [1] scheikundig symbool

symbol = [2] wiskundig teken

 

symmetric = symmetrisch

 

SYN (synchronizer) = synchronisatie-inrichting van versnellingsbak

 

synchro ring = synchromesh-ring

 

synchromesh = synchronisatie-inrichting van versnellingsbak

synchromesh gearbox = gesynchroniseerde versnellingsbak

syn­chromesh ring = synchromesh-ring

synchromesh transmission (Am.) = gesynchroniseerde versnellingsbak

 

synchronisation = synchronisatie

 

synchronise (verb) = [1] gelijktijdig gebeuren

synchronise (verb) = [2] synchroniseren

 

synchronised cornering lag = stuurinrichtingstabiliseringssysteem

synchronised gear = gesynchroniseerde versnelling

 

synchroniser = synchromesh, synchronisatie-inrichting

synchroniser ring = synchromesh-ring

synchroniser sleeve = schakelmof

 

synchronising ring = synchromesh-ring

synchronising sleeve = schakelmof

 

synchronization (Am.) = synchronisatie

 

synchronize (verb; Am.) = [1] gelijktijdig gebeuren

synchronize (verb; Am.) = [2] synchroniseren

 

synchronized gear (Am.) = gesynchroniseerde versnelling

 

synchronizer (Am.) = synchromesh

synchronizer (Am.) = synchromesh

synchronizer ring (Am.) = synchromesh-ring

synchronizer sleeve (Am.) = schakelmof

 

synchronizing ring (Am.) = synchromesh-ring

synchronizing sleeve (Am.) = schakelmof

 

synchronous = gelijktijdig, synchroon

 

synthesised = synthetisch vervaardigd

synthesised hydrocarbons = synthetisch vervaardigde koolwaterstofver­bindingen

 

synthesized ()Am.) = synthetisch vervaardigd

synthesized hydrocarbons (Am.) = synthetisch vervaardigde koolwaterstofver­bindingen

 

synthetic bearing = kunststoflager

synthetic material = kunststof

synthetic oil = synthetische olie

synthetic-resin paint = kunstharslak

synthetic-resin thinner = kunstharsverdunner

synthetic rubber = synthetisch rubber

 

synthetics = kunststoffen

 

syphon = hevel, sifon

 

syringe = afzuiger van vloeistof

syringe = [2] injectiespuit

syringe = zuurhevel

 

system = systeem

system-down fuse = hoofdzekering

system pressure = systeemdruk

system voltage = netspanning, systeemspanning

 

systematic = stelselmatig, systematisch