S

 

S [1]

Seconde.

 

S [2]

Siemens.

 

/S

Radiaal/seconde.

 

SAE-INDEX

De Society of Automobile Engineers stelde ooit een normering op voor de viscositeit van olie, die sindsdien algemeen wordt toegepast. Uitgangspunt is SAE 0 voor de viscositeit van water.  Hoe hoger het getal, des te dikker is de betreffende olie.

 

SALOON

Strikt Engelse term voor wat tegenwoordig een drievolume-auto zou heten: een vierdeurs-personenauto met gescheiden bagageruimte.

 

SANKEY-DIAGRAM

Methode om het rendement van de in de motor verbrande brandstof aan te geven (bij een benzinemotor 27 % en een dieselmotor 34 %). ‘Verliesposten’ zijn de uitlaatgassen, het koelsysteem en de stralingswarmte vanaf de motor.

 

SATELLIETNAVIGATIESYSTEEM

Hiermee kan door middel van GPS worden vastgesteld, waar ter wereld men zich op dat moment bevindt.

 

SCC-MOTOR

SCC = stratified-charge combusrion. Een SCC-motor is dus een motor met gelaagde verbranding.

 

SCHAKELAAR

Instrument waarmee in een bepaalde stroomdraad de stroomkring kan worden uitgeschakeld of juist ingeschakeld.

 

SCHAKELEN

Bij een versnellingsbak: opschakelen (naar een hogere versnelling) of terugschakelen (naar een lagere versnelling).

 

SCHAKELSENSOR

Sensor die het meest gunstige schakelmoment uitkiest.

SCHALM

Langwerpige schakel van een ketting.

 

SCHAREN

Als bij een niet geheel rechtuit rijdende combinatie de aanhangwagen of oplegger de achterkant van de trekker opzij duwt, dan spreekt men van scharen.

 

SCHARNIER

Constructie om twee onderdelen draaibaar (via een pen) met elkaar te verbinden.

 

SCHEEFTREKKEN

Uit het rechte spoor raken. Als het remsysteem van een auto aan de ene kant slechter of beter werkt dan aan de andere kant, trekt die auto tijdens het remmen

scheef.

 

SCHELLAK

Thermoplast die wordt gewonnen uit de afscheiding van de lakschildluis uit India. Hiermee kan koperdraad van transformators en spoelen worden geísoleerd.

 

SCIH-MOTOR

Motor met één bovenliggende nokkenas.

 

SCHIJF

Plat en cirkelvormig voorwerp, dat meestal van metaal is gemaakt.

 

SCHIJFREMSYSTEEM

Aan ieder wiel op dezelfde as wordt een meedraaiende remschijf bevestigd, afgeremd door twee (in een niet-meedraaiende remklauw bevestigde)

remblokken. Deze worden tegen beide kanten van de remschijf aangedrukt.

 

SCHMITT-TRIGGER

Schakeling, die een wisselende spanning in een blokspanning omzet. Wordt toegepast bij de omzetting van de wisselspanning van inductiegevers in een

blokspanning, of van een grove in een gave blokspanning.

 

SCHOK

Een door een werkende kracht plotseling veroorzaakte tegenkracht of uitwerking van een elektrische ontlading of elektrische stroom.

 

SCHOKBREKER

Schokdemper.

 

SCHOKDEMPER

Ook bekend onder de incorrecte naam schokbreker. Dempt de veertrillingen en voorkomt een cadans in het afgeveerde gewicht van een auto als gevolg van hobbels in de weg. Schokdempers zijn essentieel voor de wegligging van de auto.

 

SCHOKDEMPINGSREGELYSTEEM

Hierbij wordt de karakteristiek van de schokdemping automatisch afgestemd op de ondergrond. Sensoren meten voortdurend veranderingen ten opzichte van het wegdek.

De schokdempers zijn soms  gevuld met een vloeistof voorzien van magnetische deeltjes. Eenmaal geladen kan de weerstand van de vloeistof en daarmee de mate van demping van de schokdempers worden beïnvloed.

 

SCHOON

Bedoeld wordt: in milieutechnisch opzicht schoon. ‘Schone’ brandstoffen zijn aardgas en waterstof. Schone uitlaatgassen zijn het gevolg van een goede verbranding.

 

SCHRAAPSTAAL

Soort mes op een steel met een heft. Dit stuk gereedschap is bedoeld om witmetalen glijlagers op maat te brengen en oude pakkingresten en roest van metalen oppervlakken te verwijderen.

 

SCHRIKKEN

Plotseling vanuit oververhitte toestand afkoelen, waardoor een toestandsverandering plaatsvindt.

 

SCHRIKSECONDE

Populaire benaming voor de periode, die een bestuurder nodig heeft om te reageren op een noodsituatie.

 

SCHROEF

Schroeven en bouten zijn bevestigingsmiddelen, hebben aan de buitenkant schroefdraad en zien er vrijwel eender uit. Bij een schroef is echter de schacht kegelvormig en heeft de kop een zaaggleuf of kruisgleuf.

 

SCHROEFDEKSEL

Deksel met schroefdraad zoals sommige brandstofvuldoppen of een dop van een limonadefles.

 

SCHROEFDRAAD

Schroefvormige winding aan de buitenkant van een bout, een schroef of aan de binnenkant van een schroefdeksel of een moer.

 

SCHROEFDRAADVIJL

Als de schroefdraad van een tapgat of een moeilijk verkrijgbare bout of moer is beschadigd, kan deze met behulp van een schroefdraadvijl worden bijgewerkt.

 

SCHROEFVEER

Veer met windingen in een schroefvorm of een kegelvorm. Een schroefveer neemt bij indrukking energie op. Hij staat het grootste deel van die energie weer af, zodra hij de kans krijgt om zijn oorspronkelijke vorm aan te nemen.

 

SCHROEVENDRAAIER

Met een schroevendraaier kunnen schroeven worden vast- en losgedraaid.

 

SCHUBABSCHALTUNG

Dit fenomeen treedt in werking, als de bestuurder is gestopt en de motor stationair laat draaien totdat hij weer verder kan rijden. Dan stopt tijdelijk de brandstoftoevoer en slaat de motor af.

 

SCHUIFDAK

Open dak, waarbij een plaatstalen gedeelte van het dak naar achteren (onderlangs het vaste gedeelte van het dak) kan worden geschoven.  Met de hand of elektrisch bedienbaar.

 

SCHUIFKABELSCHOEN

Een schuifkabelschoen wordt aan het uiteinde van een elektriciteitsdraad gemonteerd. Hij past op een platte aansluitstekker.

 

SCHUIFMAAT

Veelzijdig en zeer nauwkeurig stuk meetgereedschap. Een schuifmaat heeft aan het ene uiteinde een grote en een kleine verschuifbare bek (voor het meten van buiten- en binnendiameters). Aan het andere uiteinde heeft hij een schuifpen (voor het meten van dieptes).

 

SCHUIFWEERSTAND

Continu verstelbaar weerstandselement.

 

SCHUIM

Massa samenhangende luchtbellen omgeven door een vloeistof of vaste stof.

 

SCHUIMVORMING

Als olie door een pomp of tandwielen in beroering wordt gebracht, kan er schuimvorming ontstaan. Daardoor ontstaan er luchtbellen. Lucht smeert niet en schuimvorming is dus een gevaar voor de smeerfilm.

 

SCHUIVENMOTOR

Ouderwetse vierslagmotor zonder kleppen, waarbij de toevoer en afvoer van inlaatlucht en uitlaatgassen geregeld wordt met al dan niet draaiende schuiven. Dit motortype had een lange slag en relatief slechte verbranding, dus laag rendement.

 

SCHUTBORD

Afsluitend en verstekend plaatwerkdeel tussen enerzijds het motorcompartiment of de bagageruimte en anderzijds het passagierscompartiment . Een auto met een zelfdragende carrosserie heeft een voorste en een achterste schutbord.

 

SCIH-MOTOR

SCIH = single camshaft-in-head. Een SCIH-motor heeft dus slechts één bovenliggende nokkenas.

 

SCHUURSTRAAL

Afstand tussen de snijpunten met het wegdek van de hartlijn door de fuseekogels en de verticale hartlijn in het vlak van het gestuurde wiel. Een auto hoort een negatieve schuurstraal te hebben.

 

SEALED-BEAM-KOPLICHT

Koplicht met geïntegreerde reflector. Zo’n koplichteenheid bestond dus uit een huis met het glas reeds gemonteerd. Dat verminderde de kans dat er water in de koplichteenheid kon komen. Een nadeel was, dat bij een gebarsten glas de hele eenheid moest worden vervangen.

 

SEALED-FOR-LIFE

Levenslang verzegeld. Een dergelijke component is onderhoudsvrij, omdat onderhoud dan niet meer mogelijk is.

 

SECONDE

Seconde (s) is de SI-eenheid van tijd.

 

SECUNDAIRE WIELBASSIS

Afstand vanaf het hart van de koppeling van het trekkende voertuig tot het hart van de achteras van de oplegger.

 

SEDAN

Drievolume-auto met de motor voorin, vier portieren voor en achter, minimaal vier zitplaatsen en de bagageruimte achterin.

Oorspronkelijk uit de Franse stad Sedan afkomstig type koets (Frans, 19e eeuw)

 

SEGMENT

Alle op de markt zijnde personenauto’s kunnen, al naar gelang de grootte, worden onderverdeeld in twaalf groepen of segmenten., De variëren van A (heel kleine personenauto’s) tot en met I (heel grote personenauto’s), plus G, H en I voor sportwagens,  P (voor MPV’s), T (voor SUV’s) en V (voor busjes).

 

SEMI-AUTOMATISCH

Met beperkte inbreng van buitenaf.

 

SEMI-MONOCOQUE

Soort zelfdragende carrosserie in de vorm van een gesloten doos met zo min mogelijk gaten erin. In de praktijk is er nauwelijk verschil tussen semi-monocoque en full-monocoque. Een échte monocoque (zonder gaten) is het toch nooit.

 

SEMI-ONAFHANKELIJKE WIELOPHANGING

Strikt genomen kan er uitsluitend sprake zijn van ofwel afhankelijke wielophanging ofwel onafhankelijke wielophanging, maar onafhankelijke wielophanging met een stabilisatorstang wordt semi-onafhankelijk genoemd.

 

SENSITIVITY

Verschil tussen het RON en het MON van benzine (5-12 punten) heet de sensitivity van benzine.

 

SENSOR

Een auto heeft tientallen sensoren, die langs elektronische weg allerlei data meten.

De door zo’n sensaor aan de ECU doorgegeven meetgegevens stellen die in staat om langs elektronische weg de juiste opdrachten aan de ‘uitvoerende’ componentern te geven.

 

SEQUENTIEEL

Achter elkaar geschakeld, één voor één werkend.

 

SEQUENTIËLE BENZINE-INSPUITING

Hierbij wordt volgens de ontstekingsvolgorde in elke cilinder de juiste hoeveelheid benzine ingespoten.

 

SEQUENTIËLE VERSNELLINGSBAK

Betere benaming: sequentieel schakelende versnellingsbak. Hierbij worden de versnellingen net als bij een motor fiets geschakeld door de schakelhendel steeds ‘in lijn’ naar achteren of naar voren te bewegen.

 

SERIE-HYBRIDE-AUTO

Elektrische auto met serie-hybride-aandrijving.

 

SERVICE- EN GARANTIEBOEKJE

De eigenaar van een nieuwe auto behoort alle door de importeur verplichte service- en controlebeurten op tijd te laten uitvoeren. Die moeten dan worden afgetekend in het service- en garantieboekje.

 

SERVICE-INTERVAL

Periode tussen twee onderhoudsbeurten in.

 

SERVO

Bekrachtiger.

 

SERVOSYSTEEM

Bekrachtiging.

 

SETTLING CHAMBER

Gedeelte van de windtunnel waarin de lucht tot rust komt.

 

SFI

Brandstofinspuiting met gelaagde verbranding.

 

SHIM

Dun plaatje, dat wordt gebruikt om een bepaalde ruimte tussen twee voorwerpen op te vullen zodat er geen speling kan ontstaan.

 

SHIMMY

Fladderen.

 

SHOT PEENING

Oppervlaktebewerking voor metaal waarbij door middel van het afschieten van kleine ronde balletjes (glas/metaal/keramisch metariaal) spanning in het oppervlak gebracht wordt om het te harden.

Uithameren (zelfst. nw.) door (erop) te schieten

 

SHREDDER

Versnippereraar bij een autodemontagebedrijf, dat autowrakken gereed maakt voor recycling door deze in kleine stukjes te vermalen.

 

SI [1]

Internationaal Eenhedenstelsel.

 

SI [2]

Speed index.

 

SI-EENHEID

Eenheid, die volgens het SI de genormeerde eenheid van een bepaalde grootheid is. Zo is gram de SI-eenheid van massa, en seconde de SI-eenheid van tijd.

 

SIDE AIRBAG

Zij-airbag.

 

SIDE BAG

Zij-airbag.

 

SIEMENS

Siemens (S) is de SI-eenheid van elektrische geleiding.

 

SIERLIJST

Sierlijsten werden vroeger gemaakt van verchroomd staal. Tegenwoordig zijn ze van roestvrijstaal of een aluminiumlegering.

 

SIERSTRIP

Sierlijst.

 

SIKKELPOMP

Pomp met slechts één door de krukas aangedreven tandwiel met uitwendige vertanding. Dit is in aangrijping met een tweede tandwiel met inwendige vertanding. Het sikkelvormige segment tussen beide tandwielen vervult dezelfde rol als de wand van het pomphuis van een tandwielpomp.

 

SILENT BLOC

Silent blocs zijn rubber blokken die voorkomen dat de trillingen van de motor worden doorgegeven in het interieur. Vaak gemaakt van een rubberen blok met aan twee kanten een metalen plaat met schroefdraad eraan gevulcaniseerd.

 

SILICIUM

Bestanddeel onder meer van zand en kwarts. In de techniek wordt silicium onder meer toegepast in glas, keramiek, metaallegeringen en halfgeleiders.

 

SIMPLEX-TROMMELREMSYSTEEM

Trommelremsysteem met alleen bovenaan een dubbele remcilinder. Deze drukt beide remschoenen naar buiten toe tegen de ronddraaiende remtrommel aan.

Slechts één van de twee remschoenen heeft zelfbekrachtiging.

 

SINGLEGRADE-OLIE

Basis van de huidige multigrade-olie en supermultigrade-olie. Singlegrade-olie is zeer temperatuurgevoelig, dus te dikvloeibaar bij de koude start en te dunvloeibaar  op bedrijfstemperatuur.

 

SINGLEPOINT-BENZINE-INSPUITING

Benzine-inspuiting met slechts één verstuiver voor alle cilinders van die motor. Deze verstuiver bevindt zich in de gemeenschappelijke luchtinlaat, dus nog vóór de splitsingen naar de diverse cilinders.

 

SINGLE-SEATER

Race-auto (meestal een formule-auto) met één zitplaats.

 

SINUSVERMOGEN

Vermogen dat een radioversterker gedurende onbepaalde tijd kan leveren.

 

SKIRT

Kunststof rand aan de onderkant van de zijkant van de carrosserie. Afgekeken van de autosport, maar op ‘gewone’ auto’s alleen als uiterlijk vertoon aanwezig.

 

SLAG

Afstand, die de zuiger van een draaiende motor in de cilinder tussen ODP en BDP (of omgekeerd) aflegt. Het vierslagproces bestaat uit de inlaatslag, de compressieslag, de arbeidsslag en de uitlaatslag.

 

SLAGVOLUME

Cilinderinhoud.

 

SLANG

Holle buis van een buigzame materiaal (in tegenstelling tot een pijp) en met een ronde dwarsdoorsnede.

 

SLEEPAS

Volgas.

 

SLEEPOOG

Bij sommige auto’s bevindt zich aan de voorkant en de achterkant een gat met schroefdraad. Daarin past een sleepoog, dat dan bij het boordgereedschap is opgeborgen. Sommige auto’s hebben ook vaste sleepogen.

 

SLIDING-MESH-VERSNELLINGSBAK

Gebruikelijke type versnellingsbak, waarbij alle bij elkaar horende tandwielsets voortdurend met elkaar in aanraking zijn, of ze nu op dat moment bij de aandrijving betrokken zijn of loos meedraaien.

 

SLIJTAGE-INDICATOR

Hiermee kan ten aanzien van een band of een remblok het moment worden vastgesteld, dat de maximaal aanvaardbare mate van slijtage is bereikt. Daarna moet worden overgegaan tot vervanging van dat onderdeel.

 

SLIP [1]

Betreft de koppelomvormer. Dankzij de stator (tussen pompwiel en turbinewiel) kan bij maximale slip (oftewel het verschil in toerental tussen het aandrijvende pompwiel en het aangedreven turbinewiel) het koppel worden vergroot met de factor 2 tot 2,5.

 

SLIP [2]

Tijdens het remmen is er altijd sprake van enige slip en dus van gedeeltelijk blokkeren van de remmende wielen. Bij hard remmen met nét niet blokkerende wielen is er sprake van circa 20 % slip, bij een noodstop 100 %.

 

SLIPHOEK

Hoek tussen de bewegingsrichting van de auto en de richting waarin het rollende wiel zich begeeft. Bij een volledig rechtuit rollende auto is de sliphoek dus 0%.

 

SLIPSTREAMEN

Een in de autosport gebruikelijk fenomeen waarbij een achterliggende auto vlak achter een andere auto in een gebied van relatief lage druk rijdt. Daardoor heeft de achterliggende auto minder last van de rijwind en kan de coureur even snel als zijn voorganger rijden en toch zijn motor sparen..

 

SLUDGE

Black sludge.

 

SLUITINGSHOEK

Aantal graden (of soms procenten) verdraaiing van de onderbrekeras in de stroomverdeler, waarbij de contactpunten tijdelijk op elkaar rusten. Als de contactpuntafstand groot is, staan de contactpunten lang open.

 

SLUITRING

Sluitringen worden gebruikt, als bij een boutverbinding de ruimte tussen de onderkant van de boutkop en het te bevestigen object  moet worden opgevuld, of als er behoefte is aan een goed draagvlak voor de onderkant van die boutkop.

 

SMALL END

Drijfstangkop.

 

SMALL-END-LAGER

Glijlager in het gat van de drijfstangkop, waar de zuigerpen doorheen steekt. Soms zit de zuigerpen ook vast in de zuiger.

 

SMEERFILM

Zeer dun laagje olie tussen twee ten opzichte van elkaar bewegende metalen onderdelen.

 

SMEERMIDDELEN

Olie en vet.

 

SMEERPUNT

Vroeger had een personenauto een groot aantal smeerpunten. Die moesten allemaal periodiek met de vetspuit worden gesmeerd. Vandaar het begrip doorsmeerbeurt.

 

SMEERSYSTEEM

Smering.

 

SMELTEN

Een vaste stof vloeibaar maken door middel van verwarming.

 

SMELTINGSWARMTE

Hoeveelheid warmte, die nodig is om één kilogram van een vaste stof bij smelttemperatuur over te laten gaan in vloeistof.

 

SMELTPUNT

Punt waarop een vaste stof begint te smelten en dus overgaat in vloeistof.

 

SMELTVEILIGHEID

Zekering.

 

SMELTTEMPERATUUR

Temperatuur waarbij een vaste stof overgaat in een vloeistof.

 

SMELTZEKERING

Zekering met een zachtmetalen draad, die bij kortsluiting doorsmelt. Als die draad doorbrandt, wordt de stroomvoorziening naar de vermoedelijke veroorzaker van de kortsluiting verbroken.

 

SMERING

In een motor zijn er veel plaatsen, waar twee over elkaar bewegende oppervlakken door een oliefilm moeten worden gescheiden. Om slijtage door wrijving te voorkomen heeft een motor een smeersysteem.

 

SMERINGSTABEL

Handleiding voor de doorsmeerder.

 

SMOG

Situatie waarbij uitlaatgassen in combinatie met zonlicht voor een soort mist zorgen. Smog komt vooral voor in steden met een warm klimaat.

 

SMOORKLEP

Klep die de doorstroming van lucht of een vloeistof smoort (afknijpt). Smoorklep is dan ook de officiële benaming van gasklep.

 

SNAAR

Riem.

 

SNELHEID

De SI-eenheid van snelheid is meter/seconde.

 

SNELHEIDSINDEX

De snelheidsindex (SI voor speed index) maakt deel uit van de bandmaatvoering. Door middel van de hoofdletters J (tot 100 km/h) tot en met ZR (meer dan 300 km/h).  wordt aangegeven, voor welke maximumsnelheid die band geschikt is.

:

SNELHEIDSMETER

Geeft de rijsnelheid van dat moment aan in kilometer/uur.

 

SNELHEIDSREGELSYSTEEM

Hiermee kan de bestuurder in de auto een gekozen rijsnelheid handhaven zonder het gaspedaal te bedienen. Natuurlijk kan de auto wel normaal worden afgeremd. Het systeem wordt adaptief, als het ‘samenwerkt’ met een afstandsregelsysteem.

 

SNELSTARTGLOEIBOUGIE

Met gebruikmaking van snelstartbougies kan een dieselmotor meestal al na enkele seconden al worden gestart.

 

SNELLADER

Laadpunt, waar de accu’s van een elektrische auto veel sneller dan bij een conventioneel laadpunt kunnen worden opgeladen. Dit geldt niet voor plug-in hybride-auto’s.

 

SNELSTARTSYSTEEM

Dieselmotoren met indirecte brandstofinspuiting kunnen bij de koude start niet zonder de hulp van gloeibougies. Met de tegenwoordige snelstartsystemen kan een dieselmotor meestal al na enkele seconden worden gestart.

 

SNORKEL

Bovenop de cabine van een auto gemonteerde inlaatopening van het luchtinlaatsysteem van de motor. Dit kan van nut zijn, als die auto rivieren moet oversteken waarbij er natuurlijk geen water in die motor mag komen.

 

SOEPELHEID

Zegt bij een motor iets over de wijze, waarop die motor in staat is om de auto aan te drijven. Een soepele motor heeft een breed toerentalbereik.

 

SOFTWARE

Verzamelnaam voor alle computerprogrammatuur waarmee een computer bepaalde bewerkingen kan uitvoeren.

 

SOHC-MOTOR

SOHC = single overhead camshaft. Een SOHC-motor heeft dus slechts één bovenliggende nokkenas.

 

SOKKEL

Voetstuk.

 

SOLDEERSEL

Smeltend vulmateriaal, dat bij solderen wordt gebruikt. Er wordt, afhankelijk van het gewenste smeltpunt, gebruik gemaakt van tin,  messing en zilver.

 

SOLDEREN

Solderen is het onder verhitting aaneenhechten van twee stukken metaal door toevoeging van soldeersel. De benodigde warmte kan worden gegenereerd met behulp van elektrische stroom (boutsolderen) of een vlam (vlamsolderen).

 

SOLENOÏDE

Schroefvormig op een cilinder gewonden draadspoel, waardoorheen een elektrische stroom kan lopen. Als dat gebeurt, dan gedraagt een solenoïde zich als een magneet met twee polen.

 

SOLEX-CARBURATEUR

Is geconstrueerd volgens het Solex-principe. Een Solex-carburateur heeft een vaste venturi en werkt met variabele onderdruk.

 

SONDE

Sensor.

 

SOORTELIJK

Per volume-eenheid.

 

SOORTELIJKE MASSA

Dichtheid.

 

SOORTELIJKE WARMTE

Hoeveelheid warmte (gemeten in joule), die nodig is om één kilogram van een bepaalde stof één kelvin in temperatuur te doen stijgen. De SI-eenheid is joule/kilogram-kelvin.

 

SPACE FRAME

Doorontwikkeling van het buizenchassis. Een space frame is een driedimensionaal geordend vakwerk van stalen of lichtmetalen buizen met daaroverheen de losse (dus niet meedragende) carrosseriedelen.

 

SPACER [1]

Dun plaatje, dat wordt gebruikt om een bepaalde ruimte tussen twee voorwerpen op te vullen zodat er geen speling kan ontstaan.

 

SPACER [2]

Stalen schijf, die met extra-lange bouten tussen velg en wielnaaf kan worden gemonteerd om de spoorbreedte te vergroten.

 

SPANINRICHTING

Een spanrol houdt de distributieriem of de multi-V-riem op spanning. De complete spaninrichting bestaat meestal uit een plaat met een sterke veer en een spanrol.

 

SPANNING

Elektrische spanning, pneumatische spanning.

 

SPANNINGSBEGRENZER

Dankzij een spanningsbegrenzer in de stroom kring van een meter ondervindt deze een constante spanning. Voor een goede afleesbaarheid van de meters moet de spanning in het systeem constant zijn.

 

SPANNINGSBRON

Bron waar elektrische spanning vandaan komt. Dit is bij een auto de accu of (misschien in de toekomst de brandstofcel.

 

SPANNINGSFILTERDIODE

Diode, die spanningspieken wegneemt die ontstaan bij uitschakeling van een elektrisch apparaat.

 

SPANNINGSREGELAAR

Transistorschakelaar, die elektrische stroom krijgt toegevoerd en vanwaar ook de rotorwikkelingen van stroom worden voorzien. De spanningsregelaar bevindt zich in het huis van de wisselstroomdynamo.

 

SPANNINGSVORM

Vorm van een op een digitale multimeter zichtbaar gemaakte elektrische spanning. Spanningen kunnen verschillen in vorm en hoogte. Bij een diagnosemeting is een spanning herkenbaar aan de spanningsvorm.

 

SPANNINGZOEKER

Defecten in de elektrische installatie kunnen worden opgespoord door de klem van een spanningszoeker aan massa te bevestigen en de punt tegen de (metalen) stekker van de te testen leiding te houden.

 

SPANPLAAT

Klauw van een bankschroef.

 

SPANROL

Houdt de distributieriem of de multi-V-riem op spanning. De complete spaninrichtring bestaat meestal uit een plaat met een sterke veer en een spanrol.

 

SPATSMERING

Spatsmering vindt plaats met behulp van door de ronddraaiende krukas opgespatte olie. In moderne smeersystemen wordt de cilinderwand ‘onder’ de zuiger door spatsmering met olie ondergespat.

 

SPEAKER

Luidspreker.

 

SPECIAL HUMP

Bolvormige verhoging van de velgrand, die werd aangepast om in geval van een lekke band de bandhiel op zijn plaats te houden.

 

SPECIFIEK

Per eenheid berekend.

 

SPECIFIEK BRANDSTOFVERBRUIK

Aantal grammen brandstof, dat een motor nodig heeft om gedurende één uur een vermogen van één kilowatt te produceren.

 

SPECIFIEK VERMOGEN

Verhouding tussen het motor vermogen en de cilinderinhoud van een motor.  Dit zegt iets over het karakter van de motor. De eenheid is kilowatt/liter of paardenkracht/liter.

 

SPECIFIEKE MASSA [1]

Verhouding tussen de massa van een auto en het vermogen van de bijbehorende motor.

 

SPECIFIEKE MASSA [2]

Verhouding tussen de massa van een motor en het vermogen ervan.

 

SPEED INDEX

Snelheidsindex.

 

SPEED WOBBLE

Wobble.

 

SPELING

Ruimte die enige vrijheid van beweging toestaat tussen twee aaneensluitende of omsluitende onderdelen.

 

SPERDIFFERENTIEEL

Als het ene aangedreven wiel op een gladde ondergrond staat, blijft met een sperdifferentieel de krachtoverbrenging naar het andere wiel gehandhaafd. Zo behoudt een auto onder alle rij-omstandigheden een vorm van aandrijving.

 

SPIDER

Open lichte sportwagen, meestal uitgevoerd als cabriolet.

 

SPIE

Wigvormige metalen pen om iets op een as vast te zetten of te borgen.

 

SPIEGEL

Gedeelte van de wielschijf, waarin de boutgaten rondom het asgat zijn aangebracht.

 

SPIJKERBAND

Autobanden waarvan het loopvlak is voorzien van honderden naar buiten priemende spikes. Daarmee kan met gemak op zeer gladde ondergrond zoals ijs worden gereden.

 

SPIKE

Piekwaarde op een meetinstrument.

 

SPIKE

Spijkertje van een spijkerband.

 

SPIN

Slip waarbij de auto achterstevoren komt te staan.

 

SPINNEN

Met een auto achterstevoren gaan.

 

SPION

Sleepwijzer of verklikkernaald in de toerenteller, die door de gewone wijzernaald wordt ‘meegenomen’ maar vervolgens in de hoogste gemeten positie blijft staan. Zo is na een rit te zien hoe hoog het maximumtoerental is geweest.

 

SPIRAALCOMPRESSOR

Mechanische compressor met een huis in de vorm van een slakkenhuis met daarin vier in serie geplaatste, G-vormige spiralen. Een spiraalcompressor is extreem gevoelig voor vuildeeltjes in de inlaatlucht.

 

SPLEETZUIGER

Zuiger met in de zuigermantel zaagsneden.

 

SPLITPEN

Metalen pen bestaande uit twee parallelle staafjes. Door deze in een gat te steken en de staafjes uit elkaar te buigen kan een splitpen dienen als borgpen.

 

SPLITTER

Horizontale rijwindgeleider onder de neus van een laag op de grond liggende auto. Een splitter verhindert, dat rijwind onder de auto door stroomt.

 

SPLITTERBAK

Versnellingsbak met een voorschakelgedeelte waarmee, bijvoorbeeld in ruw terrein, extreem lage overbrengingsverhoudingen mogelijk zijn.

 

SPOEL

Cilindervormig voorwerp, dat met dun elektriciteitsdraad is omwikkeld.

 

SPOILER

Een spoiler maakt, in tegenstelling tot een vleugel, onderdeel uit van de carrosserie. Hij laat de horizontaal stromende rijwind schuin naar boven afketsen. Zo kan neerwaartse kracht worden gegenereerd.

 

SPONNING

Letterlijk: gleuf, groef. De sponning van een raam is de omlijsting, waarin de ruit op en neer kan bewegen.

 

SPONTAAN

Niet door uitwendige oorzaken bewerkstelligd, uit zichzelf.

 

SPOOKRIJDER

Bestuurder die op de verkeerde weghelft – meestal van een weg met gescheiden wegstroken – tegen het verkeer inrijdt.  Bijna altijd komt dit, doordat zo’n bestuurder een afrit abusievelijk als oprit gebruikte.

 

SPOOKRIJSIGNALERINGSSYSTEEM

Een experimenteel rijhulpsysteem, waarbij een spookrijder via een telefoon-app  wordt gewaarschuwd. Hierbij wordt GPS gebruikt samen met een camera, zoals bij het verkeersbordherkenningssysteem. Daarnaast wordt de bestuurder  optisch (via teksten op lichtborden) en auditief (via sirenes) gewaarschuwd.

 

SPOORBREEDTE

Afstand tussen twee wielen van dezelfde as, op de grond gemeten vanuit het midden van iedere band.

 

SPOORSTANG

Deel van de stuurinrichting. De fusees van beide voorwielen zijn onderling verbonden door een spoorstang of een stelsel van spoorstanggedeelten (spoorstangarmen). De spoorstang stemt de stuurbewegingen van de beide voorwielen op elkaar af.

 

SPOORSTANGARM

Spoorstang.

 

SPOORSTANGEIND

Spoorstang.

 

SPORING

Verzamelnaam voor alle wielstanden. In het bijzonder gaat het echter om toespoor en uitspoor.

 

SPORINGSMETER

Apparaat voor het meten van toespoor en uitspoor.

 

SPORTAUTO

Sportieve tweezits-auto voor gebruik op de openbare weg. In de autosport is een sportwagen een pure race-auto met twee zitplaatsen en afgedekte wielen.

 

SPORTS-UTILITY VEHICLE

Het sterke punt van een SUV betreft de verschillende gebruiksmogelijkheden en niet zozeer zijn kwaliteit om op ook op ruwe ondergrond te kunnen rijden.

 

SPORTWAGEN

Sportauto.

 

SPROEIER

In de inwendige kanalen van een carburateur zijn gekalibreerde openingetjes aangebracht: doseurs en sproeiers. Een sproeier is niet geheel in brandstof ondergedompeld, in tegenstelling tot een doseur.

 

SPRUITSTUK

Een motor heeft een inlaatspruitstuk en een uitlaatspruitstuk. Spruitstukken zijn direct aan de cilinderkop bevestigde delen, waarin de luchtinlaatleiding zich opsplitst naar de inlaatpoorten in de cilinderkop en de uitlaatpoorten van de cilinderkop samengevoegd worden naar één of twee uitlaatpijpen.

 

SPUITBUS

De inhoud van een spuitbus bestaat uit een smerende vloeistof, die onder druk moet worden bewaard omdat het anders vernevelt (drijfgas). Dus als er met die spuitbus wordt gespoten, verandert die uittredende vloeistof direct in nevel. Op die manier wordt de vloeistof optimaal over het te smeren oppervlak verspreid.

 

SPYDER

Spider.

 

SQUAT

Een voluit accelererende auto zakt aan de achterkant enigszins in de veren en komt aan de voorkant uit de veren. Hij heeft dan de neiging om als het ware te hurken.

 

SQUISH

Door gasdruk ontstane luchtwerveling in de verbrandingsruimte van een motor, onstaan doordat de inlaatlucht met kracht via een nauwe spleet naar binnen wordt gezogen of gedrukt.

 

STAAL

Smeedbare ijzer-koolstoflegeringen, die bij de bereiding via de vloeibare toestand worden verkregen. Het percentage koolstof in staal bepaalt de kwaliteit van het staal: hoe meer koolstof, des te harder het staal.

 

STAALBORSTEL

Borstel met staaldraadharen voor het verwijderen van losse roestdeeltjes, loszittende verf en overig vuil.

 

STAALDRAADBORSTEL

Staalborstel.

 

STAALGLAS

Glas van autoruiten, dat ‘hard’ is gemaakt waardoor het bij breuk in duizenden kleine stukjes breekt.

 

STAALKABEL

Speciale kabel die, in tegenstelling tot een gewone kabel, is samengesteld uit staaldraden.

 

STAALLEGERING

Koolstofstaal is geen staallegering, maar ijzer met een klein percentage koolstof. Er is pas sprake van een staallegering, als hieraan nog kleine hoeveelheden andere metalen (bijvoorbeeld chroom) worden toegevoegd.

 

STABIEL

In evenwicht, vastliggend, niet geneigd tot verandering.

 

STABILISATOR

Apparaat, dat verhindert dat een aanhangwagen achter een rijdende auto gaat slingeren.

 

STABILISATORSTANG

U-vormige stang, die de verticale wielbewegingen van twee wielen van dezelfde as van elkaar afhankelijk maakt. In een bocht werken ze elkaar tegen, waardoor de mate van overhellen van de carrosserie wordt beïnvloed.

 

STABILITEIT

Toestand van evenwicht, waarin niet gemakkelijk een verandering komt.

 

STABILITEITSREGELSYSTEEM

Garandeert een stabiel weggedrag door zonodig zelf rijfouten te corrigeren. Zo’n stabiliteitsregelsysteem werkt altijd samen met het antiblokkeerremsysteem en (indien aanwezig) het antidoorslipregelsysteem.

 

STAGGER

Verschil tussen de omtrek van het linker- en rechterwiel van dezelfde as.

 

STAMPEN

Dompen.

 

STANDARD WIRE GAGE

Amerikaanse standaardnorm voor draaddikte.

 

STAR

Stijf.

 

STARRE AS

Eenvoudige achterasconstructie, waarbij beide steekassen in een ongedeeld ashuis zijn gelagerd. Zo zijn ze dus vast met het differentieel verbonden. Komt vaak voor in combinatie met bladveren of langsdraagarmen met een panhardstang.

 

STARTBLOKKEERINRICHTING

Elektronisch antidiefstalsysteem, dat het startsysteem lam kan leggen door bijvoorbeel de ontsteking onmogelijk te maken of het brandstoftoevoersysteem af te sluiten.

 

STARTCARBURATEUR

Startgedeelte van een carburateur. Deze heeft voor de koude start soms geen choke maar een by-pass voor kortstondige verrijking van het brandstof-luchtmengsel. Die by-pass heet startcarburateur.

 

STARTEN

Een motor wordt eerst gestart en slaat dan pas aan. Bij een startende motor drijft de startmotor de krukas aan. Zodra die motor aanslaat wordt het tandwiel van de startmotor uit de (dan sneller draaiende) starterkrans ‘geworpen ‘.

 

STARTERKRANS

Tandkrans op de buitenomtrek van het vliegwiel. Als een auto wordt gestart, schuift het rondsel van de startmotor naar buiten. Dan grijpen de tanden van dat rondsel in die van de starterkrans.

 

STARTGEDEELTE

Dankzij het startgedeelte van een carburateur krijgt de motor tijdens het starten met gesloten gasklep toch lucht en relatief veel brandstof om aan te kunnen slaan.

 

STARTINRICHTING

Alles wat nodig is om een auto te starten vanaf het contactslot via de startmotor tot met het vliegwiel.

 

STARTKABEL

Als een accu leeg is, kan hij alsnog worden gestart met behulp van startkabels. Deze moeten worden aangesloten tussen respectievelijk de twee pluspolen en de twee minpolen van de hulpaccu en de lege accu.

 

STARTMOTOR

Op het motor blok gemonteerde elektromotor. Tijdens het starten grijpen de tanden van het startmotorrondsel in de tanden van de starterkrans en laten zo de krukas ronddraaien.

 

STARTONDERBREKER

Blokkeerinrichting van de startmotor of de ontsteking, die het onmogelijk maakt om de motor te starten zonder de contactsleutel te gebruiken.

 

STARTTOERENTAL

Toerental, waarmee de startmotor de krukas tijdens de startprocedure aandrijft. Dan is de motor dus nog niet in staat is om ‘op eigen kracht’ te draaien. Het starttoerental bedraagt circa 200 omwentelingen/minuut.

 

STARTWEERSTAND

Weerstand die een stilstaande auto ondervindt op het moment, dat hij in beweging komt.

 

STATIONAIR

Niets doend, stilstaand.

 

STATIONAIR DRAAIEN

Het stationaire toerental is het toerental, dat nodig is om de motor onbelast te laten draaien. Dan hoeft die motor dus alleen zichzelf aan de gang te houden. Het stationaire toerental bedraagt circa 700 omwentelingen/minuut.

 

STATIONAIR GEDEELTE

Stationair draaien is mogelijk dankzij het stationaire gedeelte van het brandstofinspuitsysteem. Dat maakt bij de start  extra brandstof-luchtmengsel aan en voert dat de motor in.

 

STATIONAIR TOERENTAL

Minimumtoerental, dat nodig is om de onbelaste motor regelmatig te laten lopen.

 

STATIONAIRE MOTOR

Wordt gebruikt voor de aandrijving van aggregaten. Hij draait op een constant toerental. Dat is mogelijk, omdat een stationaire motor niet wisselend maar constant wordt belast.

 

STATIONAIRREGELKLEP

Omloopluchtregelklep.

 

STATIONCAR

Auto met een ‘hoge’ achterkant en een in het dak scharnierende achterklep. Via eenvoudige handelingen kan de achterbank worden platgelegd om de laadruimte te vergroten.

 

STATISCH

Stilstaand, niet in beweging.

 

STATISCH BALANCEREN

Statisch balanceren van een een wiel betekent, dat het wiel in stilstand ‘in evenwicht’ wordt gebracht. Dit gebeurt bij een wiel door massa toe te voegen in de vorm van gewichtjes die op het wiel worden geklemd of geplakt.

 

STATISCHE ELEKTRICITEIT

Vorm van elektriciteit, waarbij sprake is van statische (dus niet bewegende) elektrische ladingen. Autobanden genereren vaak statische elektriciteit, waardoor de radio-ontvangst gestoord raakt.

 

STATISCHE NEERWAARTSE KRACHT

Er zijn twee soorten neerwaartse kracht: aerodynamische neerwaartse kracht (veroorzaakt door de rijwind) en statische neerwaartse kracht (veroorzaakt door de eigen massa).

 

STATOR VAN AUTOMATISCHE VERSNELLINGBAK

Is bij een automatische versnellingsbak, een verbeterde uitvoering van de vloeistofkoppeling. Dankzij de stator (tussen pompwiel en turbinewiel) kan bij maximale slip het koppel worden vergroot met de factor 2 tot 2,5.

 

STATOR VAN DYNAMO

Een dynamo bestaat uit een stilstaand gedeelte (de gietijzeren stator) en een draaiend gedeelte (het anker of de rotor). In de stator vormt zich een magneetveld (bekrachtigingsveld), dat in het anker elektrische spanning genereert.

 

STEEK

Cirkel die precies door het middelpunt van de boutgaten heen loopt. Het naafcentrum is daarbij het middelpunt.

 

STEEKCIRKEL

Steek.

 

STEEKCIRKELDIAMETER

Diameter van een steek. De steek maakt deel uit van de genormeerde velgafmetingen.

 

STEEKPROEFKEURING

Controle op het functioneren van de keurmeester. Iedere APK  goedkeuring moet bij de RDW worden afgemeld. Afgemelde auto’s worden regelmatig onderworpen aan een steekproefkeuring.

 

STEEKSLEUTEL

Hiermee kan een bout of moer slechts op twee hoekpunten worden omklemd. Daarom zijn steeksleutels voor het los en vast draaien van bouten en moeren minder geschikt dan ringsleutels.

 

STEERING LOCK

Full lock.

 

STEKKER

Steekcontact, een onderdeel aan het uiteinde van een elektrische leiding. Met behulp hiervan kan die elektrische leiding met een stekkerdoos worden verbonden.  Deze geeft toegang tot een grotere elektrische installatie.

 

STELLIET

Zeer harde metaalsoort waarvan de klepzittingen van LPG-motoren worden vervaardigd.

 

STERMOTOR

Motor met een oneven aantal cilinders, die in een kring rondom de krukas zijn opgesteld. De stermotor werd destijds speciaal ontworpen voor hijskranen, bleek ideaal te zijn voor propellervliegtuigen, en werden in het verleden ook enkele malen in auto’s toegepast.

 

STIFT

Stalen pen, die vaak als borgpen wordt gebruikt.

 

STIJF

Niet vervormbaar.

 

STIJFHEID

Een onderdeel moet een bepaalde stijfheid hebben om weerstand te  kunnen bieden tegen invloeden van buitenaf, die buiging en wringing veroorzaken.

 

STIJGSTROOMCARBURATEUR

Bij deze totaal uitgestorven carburateursoort werd de inlaatlucht van onder naar boven (vandaar: stijgstroom) aangezogen.

 

STIJL

Overeind staande, aan de onderkant vastgezette balk of paal, dat andere delen ondersteunt. Voorbeeld: dakstijl.

 

STIKSTOF

Circa 78 % van de buitenlucht bestaat uit stikstof. Deze stof kan ook door destillatie van vloeibare lucht worden gewonnen. Dan wordt het gebruikt bij het lassen en bij de fabricage van lampen.

 

STIKSTOFOXIDEN

Stikstofoxiden (chemische aanduiding: NOx) bestaan uit een verbinding van stikstof (N) en zuurstof (O). Stikstofoxiden zijn in hoge concentraties giftig en bovendien medeverantwoordelijk voor het ontstaan van zure regen.

 

STOELHOOGTEVERSTELINRICHTING

Stoelen van duurdere automodellen kunnen zijn voorzien van een automatische hoogteverstelinrichting. Deze kunnen soms worden voorgeprogrammeerd naar de wensen van één of meer vaste bestuurders.

 

STOF

Grondstof (materie), nadat daaruit door vormgeving, omzetting of toevoeging iets anders is vervaardigd of vanzelf is ontstaan.

 

STOICHIOMETRISCH

Volgens de verhouding, waarin bepaalde stoffen optimaal op elkaar inwerken.

 

STOICHIOMETRISCHE BRANDSTOF-LUCHTVERHOUDING

Chemisch correcte verhouding tussen brandstof en zuurstof: 1 kilogram brandstof op 14,7 kilogram lucht. Een mengsel van die samenstelling verbrandt dan ook volledig, zonder achterlating van schadelijke bestanddelen.

 

STOLLING

Vorming van kristallen beneden een bepaalde temperatuur in een vloeistof, waardoor deze aan vloeibaarheid inboet.

 

STOLPUNT

Bij dieselbrandstof: temperatuur waarop zich de eerste paraffinekristallen vormen. Bij verdere stolling raakt het brandstoffilter verstopt, waardoor de motor afslaat.

 

STOOKOLIE

Drab die na afloop van de destillatie van aardolie overblijft. Stookolie heeft een zo hoog kookpunt, dat verdere destillatie onmogelijk is. Wel kan van stookolie nog asfalt en bepaalde soort smeer worden gemaakt.

 

STOOMAANDRIJVING

Aandrijving door middel van een stoommachine of een stoommotor.

 

STOOMAUTO

Auto die wordt aangedreven door een stoommotor.

 

STOOMMACHINE

Stationaire inwendige verbrandingsmotor uit de 18e eeuw, waarbij voor het eerst in de historie warmte-energie uit brandstof kon worden omgezet in mechanische energie.

 

STOOMMOTOR

Kan worden beschouwd als een kleine, verder doorontwikkelde uitvoering van de stoommachine, zoals die in de eerste auto’s, schepen en treinen werd gebruikt.

 

STOP-/STARTINRICHTING

Deze treedt in werking, als de bestuurder is gestopt en de motor stationair laat draaien in afwachting van het moment dat hij weer verder kan rijden. Dan stopt tijdelijk de brandstoftoevoer en slaat de motor af.

 

STOTERSTANG

Verzorgt bij een kopklepmotor met een onderliggende nokkenas de verbinding tussen de nokkenas in het motorblok onderin de motor en de kleptuimelaar op de cilinderkop bovenin de motor.

 

STOTERSTANGENMOTOR

Stoterstangen zijn nodig voor de aandrijving van de inlaatkleppen en uitlaatkleppen. Alleen een motor met een onderliggende nokkenas heeft nog stoterstangen. Een dergelijke motor noemt men een stoterstangenmotor.

 

STRAAL

Deze lijn verbindt het middelpunt van de cirkel of bol daarvan met een willekeurig punt van de omtrek.

 

STRAIGHT-RUN-BENZINE

Direct uit destillatie verkregen benzine. Dat is een hoogwaardig soort benzine die voornamelijk uit ‘lichte’ (gemakkelijk verdampende) bestanddelen bestaat.

 

STRAIGHT TIME

Zuivere tijd, dus tijd die daadwerkelijk aan een reparatie is besteed. Als zo’n reparatie tegenvalt (bijvoorbeeld door vastztittende bouten en moeren), komt deze tijd al gauw boven de bijbehorende flat-rate-reparatietijd uit.

 

STRALINGSENERGIE

Vorm van energie, waarbij stralingsenergie in de vorm van stralingswarmte wordt uitgestraald. Bij een automotor wordt circa 8 % van de via de brandstof aangeleverde warmte-energie omgezet in stralingsenergie.

 

STRALINGSWARMTE

Stralingsenergie.

 

STRIP

Dunne strook metaal.

 

STROBOSCOOPLAMP

Hiermee kan bij oudere auto’s zonder motormanagement heel nauwkeurig het ontstekingstijdstip worden afgesteld.

 

STROMBERG-CARBURATEUR

Zenith-Stromberg-carburateur.

 

STROMINGSWEERSTAND

Weerstand die een lichaam ondervindt door de tegenwerking van een bepaalde stroom waarin dat lichaam zich bevindt.

 

STROOM

Elektrische stroom.

 

STROOMDICHTHEID

Hoeveelheid elektrische stroom door een oppervlakte. Eenheid: ampère/vierkante meter.

 

STROOMDRAAD

Draad waardoorheen elektrische stroom wordt gevoerd.

 

STROOMKRING

Gesloten circuit waardoorheen elektrische stroom wordt geleid.

 

STROOMLIJNVORM

Bij een groot deel van de rijweerstanden draai het om de aerodynamica. Hoe beter de stroomlijnvorm van de auto, des te lager is de aerodynamische rijweerstand.

 

STROOMUITVAL

Er is sprake van stroomuitval, als de elektrische installatie wordt uitgeschakeld. Dit kan ook het gevolg zijn van een ongeluk. Daarom blijft het airbagsysteem dan gewoon functioneren.

 

STROOMVERBRUIKER

Component die elektrische stroom nodig heeft om te kunnen functioneren.

 

STROOMVERDELER

Verdeelt de via de bobine aangeleverde elektrische stroom gelijkelijk over de bougies van de motor. De stroomverdeler bevindt zich in het verlengde (maar vaak ook onder een haakse hoek ten opzichte) van de nokkenas van de motor.

 

STUURARM

Vormt de verbinding tussen de stuuras (de uitgaande as van het stuurhuis) en één van beide fusees van de voorwielophanging.

 

STUURAS

Uitgaande as van het stuurhuis, waaraan de twee stuurarmen zijn bevestigd.

 

STUURBEKRACHTIGING

Bekrachtiging van de stuurinrichting. Door oliedruk of elektrisch wordt elke beweging van het stuurwiel versterkt overgebracht naar de gestuurde wielen. Hoe lager de rijsnelheid, des te effectiever de bekrachtigende werking.

 

STUURHOEK

Hoek waaronder het stuurwiel is verdraaidom een bocht te kunnen nemen.

 

STUURHOEKSENSOR

De stuurhoeksensor maakt deel uit van een stabiliteitsregelsysteem. Hij meet voortdurend de hoek, waaronder het stuurwiel is verdraaid.

 

STUURHUIS

In het stuurhuis wordt de roterende beweging van de stuuras via een mechanisme omgezet in een heen-en-weergaande beweging van de spoorstangen.

 

STUURINRICHTING

Onder stuurinrichting vallen het stuurwiel, de stuurkolom, de stuuras, het stuurhuis, de spoorstangarmen en de wielnaven van de gestuurde wielen.

 

STUURINRICHTINGSREGELSYSTEEM

‘Zelfregelende’ stuurinrichting, waarbij de variabele druk van de stuurbekrachtiging afhankelijk is van de rijstijl, de snelheid en de wegomstandigheden.

 

STUURKOGEL

Kogelgewricht. Aan beide fusees van de voorwielophanging zijn spoorstangarmen bevestigd, die allebei via een stuurkogel zijn verbonden met de uiteinden van de verstelbare spoorstang.

 

STUURKOLOM

Alle onderdelen van de stuurinrichting tussen het stuurwiel en het stuurhuis. Vaak wordt alleen het in het interieur stekende gedeelte als stuurkolom beschouwd.

 

STUURKOLOMAS

As door de stuurkolom waar het stuurwiel aan vast zit.

 

STUURSCHAKELING

Een auto met vloerschakeling heeft een versnellingspook. Een auto met stuurschakeling heeft een versnellingshendel aan de stuurkolom.

 

STUURSLOT

Blokkeerinrichting van de stuurkolom, die het onmogelijk maakt om het stuurwiel te verdraaien, tenzij de contactsleutel in het contactslot zit en minimaal op de accesoirestand staat. Werkt diefstalvertragend, vooral als de voorwielen een stuk zijn verdraaid. Dan is het vrijwel onmogelijk om de auto op een ambulance of oprijwagen te trekken.

 

STUURSTOK

Stuuras.

 

STUURUITSLAG

Stand van het stuurwiel in een bocht ten opzichte van de rechtuitstand. Maximale stuuruitslag heet full lock.

 

STUURVERSTELLING

De stuurkolom kan vaak in twee richtingen worden versteld: in verticale richting (met de bovenste kruiskoppeling in de stuuras als scharnier) en in axiale richting.

 

STUWDRUK

Voortstuwende druk, zoals bij straalmotoren. Stuwdruk kan kunstmatig worden gegenereerd door middel van een compressor, een uitlaatgasturbo en (in zeer geringe mate) de rijwind.

 

STUWKLEP

In het inlaatspruitstuk kan zich een stuwklep bevinden. Hiermee kan het inlaatspruitstuk, al naar gelang de behoefte van de motor, in een kort en een lang gedeelte worden opgesplitst.

 

SUB-COMPACT CAR

Klein model compact car, dus een relatief kleine vierdeurs-vierpersoonsauto.

 

klein model

SUBFRAME

Hulpchassis.

 

SUBMARINING

Bij een frontale botsing kan een inzittende als een ‘submarine’ (duikboot) onder de veiligheidsgordel door naar voren schieten. Een stoel met een naar voren toe steiler oplopend zitgedeelte kan dit voorkomen. Een alternatief hiervoor is de anti-dive airbag.

 

SUBSONE SNELHEID

Snelheid die lager is dan de geluidssnelheid.

 

SUB-WOOFER

Luidspreker voor zeer lage tonen.

 

SU-CARBURATEUR

SU = Skinner Union (merknaam). Dit is een carburateur met constante onderdruk. Hierbij blijft de onderdruk ter hoogte van de venturi constant en is de doorstroomopening van die venturi variabel.

 

SUPERMULTIGRADE-MOTOROLIE

De opvolger van multigrade-olie. Deze olie heeft een nog grotere temperatuursongevoeligheid dan multigrade-olie, en dus een nog betere viscositeitsindex.

 

SUPERSONE SNELHEID

Snelheid die hoger is dan de geluidssnelheid.

 

SURFACER

Vloeibare plamuur. Surfacer wordt vóór het aanbrengen van de afdeklak gebruikt om oneffenheden in de ondergrond glad te maken.

 

SUSPENSIE

Toestand waarbij een vaste stof, verdeeld in zeer kleine deeltjes, in een gas of een vloeistof zweeft.

 

SUV

Sports-utility vehicle.

 

SV-MOTOR

SV = side-valve.  Een SV-motor is dus een zijklepmotor.

 

SWG

Standard Wire Gage.

 

SYNCHROMESH-VERSNELLINGSBAK

Bij een versnellingsbak wordt het toerental van het tandwiel op de primaire as bepaald door het motor toerental, dat van het tandwiel op de secundaire as door het wieltoerental. De synchromesh maakt beide toerentallen gelijk door mechanische wrijving op te wekken. Zo kunnen de tandwielen in elkaar grijpen zonder kraken bij het schakelen.

 

SYNCHROON

Gelijktijdig bewegend.

 

SYNCHROONCARBURATEUR

Heeft twee aanzuigbuizen met een gemeenschappelijk carburateurhuis

en een gemeenschappelijke vlotterkamer. Is een goedkoop alternatief

voor twee enkele carburateurs.

 

SYNTHETISCH

Kunstmatig vervaardigd.

 

SYNTHETISCHE OLIE

Synthetische olie wordt kunstmatig vervaardigd. Dat proces is relatief duur. De eigenschappen van dit soort olie zijn echter veel beter dan die van minerale olie.

 

SYSTEEM

Complex geheel bestaande uit componenten, onderdelen en hulpstukken (zoals leidingen), die tesamen een bepaald proces in gang kunnen zetten en aan de gang kunnen houden. De bediening van een systeem kan handmatig of (half)automatisch zijn.

 

SYSTÊME INTERNATIONALE

Internationaal Eenhedenstelsel.