L

 

 

L

Een groengekleurde aanduiding met de letter L op een vrachtwagen geeft aan dat die vrachtwagen aan de gestelde emissievoorwaarden voldoet.

 

L/D RATIO

lift-drag ratio.

 

LAADDRUK

Bij motoren met drukvulling wordt de inlaatlucht naar binnen geperst. Dan is er sprake van overdruk. Deze vorm van overdruk heet in dit specifieke geval laaddruk.

 

LAADDRUKCONTROLELICHT

Controlelicht dat waarschuwt wanneer er een probleem met de laaddruk optreedt.

 

LAADPAAL

Plek op openbaar of particulier terrein, waar plug-in hybride-auto’s en elektrische auto’s kunnen worden aangesloten om de accu’s op te laden.

 

LAADPUNT

Laadpaal.

 

LAADRUIMTE

Laadruimte: vanuit het passagierscompartiment gezien ‘open’ ruimte. Bagageruimte: geheel van het passagierscompartiment afgesloten ruimte.

 

LAADSTATION

Laadpaal.

 

LAADSTROOM

De draaiende motor drijft de dynamo aan. Deze levert daardoor elektrische stroom aan de accu. Deze stroom heet laadstroom.

 

LAADSTROOMCONTROLELICHT

Gaat branden, als er meer elektrische stroom aan de accu wordt onttrokken dan er op dat moment door de dynamo (de ‘maker’ van de laadstroom) in wordt gebracht.

 

LAADTIJD

Tijd die nodig is om een lege accu op te laden. Dat kan worden gedaan met behulp van een acculader of accusnellader. Bij plug-in hybride-auto’s en elektrische auto’s gebeurt dit via een laadpaal.

 

LAAGSPANNING

Spanning van de elektrische installatie (circa 12 volt). Die is veel te weinig om aan de bougie-elektroden de vonk te ‘trekken’ , waarmee het brandstof-luchtmengsel tot ontbranding kan worden gebracht. Daarom zet de bobine de laagspanning eerst om in hoogspanning.

 

LADDERCHASSIS

Plat chassis in de vorm van een ladder. Alles (motor, aandrijflijn, inzittenden, carosserie ) staat erop of (wielen, wielophanging) zit eraan vast.

 

LAGEDRUKSPUITEN

Hierbij wordt voor het verstuiven van de lak geen perslucht gebruikt, maar relatief langzaam stromende lucht. Daarvoor zijn een compressor en een spuitpistool met een grote luchtdoorvoeropening nodig.

 

LAGER

Lagers voorkomen, dat een ronddraaiend onderdeel (bijvoorbeeld een krukas of een nokkenas, maar ook de naaf van een wiel) in direct contact komt met de (uiteraard niet-draaiende) delen die het onderdeel ondersteunen.

 

LAGERAFSTAND

Afstand tussen twee lagers van een krukas of een nokkenas.

 

LAGERSPELING

Bij glijlagers (krukaslagers): speling tussen het lager en de daarin ronddraaiende as die nodig is voor het ondersteunende oliefilm.

 

LAGERTREKKER

Stuk speciaal gereedschap waarmee een vastzittend lager van een naaf kan worden verwijderd. Er zijn verschillende uitvoeringen waarbij een lager eraf kan worden gedrukt, getrokken of geslagen.

 

LAK [1]

Verflaag met specifieke eigenschappen afhankelijk van de hoeveelheid toegevoegde bindmiddelen en oplosmiddelen, de laagopbouw, de wijze van drogen en het oppervlakte‑effect.

 

LAK [2]

Lakvorming.

 

LAKGARANTIE

Garantie op de lak, tegenwoordig variërend van drie tot wel acht jaar. Die geldt niet voor oorzaken van buitenaf, zoals niet gerepareerde steenslag en krasjes. Bovendien is de eigenaar verplicht om de lak volgens de regels te verzorgen.

 

LAKSPUITEN

Het met een spuit of spuitinstallatie aanbrengen van lak.

 

LAKSTIFT

Aanstippen met een lakstift is een goede en goedkope oplossing voor het ‘opvullen’ van putjes of ondiepe krassen in de lak. Dit is mogelijk, zolang de lak niet tot op het blanke metaal is verwijderd.

 

LAKVORMING

Treedt op als koelvloeistof, brandstof en/of olie zich verbinden met zuurstofatomen uit de lucht. Dit kan leiden tot verstopte leidingen. Kenmerkend voor door lakvorming aangetaste vloeistoffen is de scherpe, ranzige geur.

 

LAMBDA

De oud-Griekse lettter lambda is het symbool van de stoïchiometrische brandstof-luchtverhouding.

 

LAMBDA-SENSOR

Meetinstrument dat  voortdurend het zuurstofgehalte in de uitlaatgassen meet. De door de lambda-sensor gegeven waarden gaan naar het motormanagement. Aan de hand hiervan regelt dit de samenstelling van het brandstof‑luchtmengsel af.

 

LAMBDA-SONDE

Lambda-sensor.

 

LAMEL

Dun plaatje metaal of een dun strookje stof.

 

LAMELLENDAK

Luxueuze uitvoering van een ‘open dak’. Na een druk op de knop schuiven de metalen lamellen naar achteren en over elkaar heen.

 

LAMELLENKOPPELING

Meervoudige plaatkoppeling, dus een koppeling met meer dan één koppelingsplaat. Dit vergt minder inbouwruimte dan een enkelvoudige plaatkoppeling met hetzelfde wrijvingsoppervlak.

 

LAMINAIR

Gelaagd, onderverdeeld in lagen.

 

LAMINAIRE STROMING

Gas- of vloeistofstroming, zonder obstakels die de op elkaar liggende laagjes voortstromend gas (bijvoorbeeld rijwind) of voortstromend vloeistof (bijvoorbeeld water) in de weg zitten en tot ‘uitwijken’ dwingen.

 

LAMP

Lichtbron, bestaande uit een glazen bolletje waarin een gloeidraad (zoals bij een gloeilamp of een halogeenlamp) of een gas (zoals bij een gasontladingslamp of een xenonlamp) gloeit.

 

LANE ASSIST

Rijstrookbewakingssysteem.

 

LANE-DEPARTURE WARNING SYSTEM

Rijstrookbewakingssysteem.

 

‘LANGE’ VERSNELLINGSBAK

Versnellingsbak met extra-hoge overbrengingsverhoudingen, resulterend in een hogere topsnelheid tegen inlevering van (als ook de hoogste versnelling ‘langer’ is) een tragere acceleratie.

 

LANGESLAGMOTOR

Hierbij is de slag groter dan de boring. Dit is typerend voor een motor, die primair van een laag brandstofverbruik en niet van een hoog vermogen hoeft te hebben.

 

LANGSBALK

De langsbalken van een chassis doen het ‘dragende werk’. De dwarsbalken houden de constructie bij elkaar en zorgen tevens voor de nodige stijfheid.

 

LANGSDOORSNEDE

De langsdoorsnede van een lichaam is een denkbeeldig vlak, dat ontstaat nadat men als het ware dat lichaam in langsrichting in twee gelijke helften heeft gesneden.

 

LANGSDRAAGARM

Wieldraagarm die ten opzichte van de rijrichting in lengterichting onder de auto is aangebracht. Zo wordt het daaraan bevestigde wiel als het ware meegetrokken.

 

LANGSKRACHT

Axiaal op de lengte-as van een constructie werkende kracht. Een langskracht is dus een kracht die in de lengterichting werkt.

 

LANGSSTABILITEIT

Stabiliteit van een auto tijdens het rechtuit rijden.

 

LASSEN

Onlosmakelijk aaneenhechten van twee stukken metaal door middel van een smeltbad en toevoeging van dezelfde soort metaal. De temperatuur is de smelttemperatuur van het moedermateriaal, en dus veel hoger dan bij solderen.

 

LASTINDEX

Load index.

 

LATERAAL

In de richting van de breedte‑as en loodrecht op de lengte‑as, dus ook loodrecht op de rijrichting.

 

LATERALE BELASTING

Belasting in dwarsrichting.

 

LATERALE KRACHT

Staat haaks op de lengte‑as van het betreffende object, waarop die kracht wordt uitgeoefend. Bij een auto is een dwarskracht dus een kracht haaks op de rijrichting.

 

LCD

LCD = liquid-crystal display. Vloeistofkristalbeeldscherm. LCD is op het gebied van digitale meteraanwijzing de opvolger van LED.

 

LEAN-BURN-MOTOR

Armmengselmotor.

 

LED-VERLICHTING

LED = light-emitting diode. Vóór de komst van LCD-verlichting  was LED-verlichting het gebruikelijke middel voor  elektronische meterweergave. Ieder cijfer bestaat uit zeven ‘streepjes’ en wordt door zeven los te schakelen LED’s op een display weergegeven. LED-verlichting wordt tegenwoordig algemeen gebruikt in koplampen en achterlichten.

 

LEGERING

Menging van metaalsoorten, soms met andere stoffen. Messing is een legering van koper en zink. Zuigers worden meestal van een aluminiumlegering gemaakt.

 

LEIBAANDRUK

De kracht van de omlaaggaande zuiger, die door de schuine stand van de drijfstang niet alleen naar beneden maar ook naar opzij wordt gedrukt. Door deze leibaandruk slijt de cilinderwand op twee plaatsen overmatig snel.

 

LEIDING

Holle buis, stijf of buigzaam, vaak met een ronde dwarsdoorsnede en gemaakt van rubber, kunststof of metaal. Leidingen zijn bedoeld voor de doorvoer van vloeistoffen en gassen.

 

LEKBRANDSTOF

Teveel aan aangevoerde dieselbrandstof, die via retourleidingen naar de brandstoftank terug wordt gevoerd. ‘Lekbrandstof’ is dus heel iets anders dan ‘lekkende brandstof‘!

 

LEKKAGE

Het ontsnappen van vloeistof of gas uit een ruimte waar het in hoort te blijven. Bij een auto zijn lekvloeistoffen olie, brandstof, koelvloeistof, remvloeistof en ATF. Lekkages gaan nooit vanzelf over, maar worden juist erger.

 

LENDENSTEUN

Ergonomisch verantwoorde profilering van de rugleuning van de stoel, waarbij de lendenen van de inzittende worden ondersteund.

 

LENGTE

SI-eenheid: meter.

 

LENSKOPSCHROEF

Schroef met een verzonken bolle kop.

 

LEPPEN

Inschuren van klepzittingen.

 

LEVENSCYCLUS

Berekende gebruiksduur van een component (zoals een drijfstang of een zuiger). Daarna ‘mag’ het betreffende onderdeel stuk gaan.

 

LEXAAN

Harde en taaie, niet brosse, vaak transparante kunststof. Lexaan is buitengewoon goed bestand steenslag. Het is daarom ideaal voor niet-glazen ruiten en visors van integraalhelmen.

 

LI

Load index.

 

LICHT

Lichteenheid waarin als lichtbron een lamp is aangebracht. Licht kan ook overdrachtelijk zijn bedoeld, zoals bij dimlicht en groot licht. De begrippen licht en lamp worden vaak door elkaar gebruikt.

 

LICHTDOORLAATBAARHEID

Vermogen om uitgestraald licht door te laten.

 

LICHTE BENZINE

Benzine die is opgebouwd uit lichte fracties. Dat zijn de bestanddelen die tijdens de raffinage het eerst verdampen. Lichte benzine is een kwalitatief uitstekende benzinesoort.

 

LICHTE OLIE

Olie die is opgebouwd uit relatief lichte fracties (relatief, want wel veel ‘zwaarder’ dan bovengenoemde benzinefracties). Dat zijn de bestanddelen die tijdens de raffinage het eerst verdampen. Lichte olie is een kwalitatief uitstekende oliesoort.

 

LICHTMETAAL

Legering met aluminium als hoofdbestanddeel. Puur aluminium is zo zacht, dat het vrijwel altijd in een legering wordt toegepast. Zuigers, cilinderkoppen en motorcarters worden hiervan gemaakt.

 

LICHTSENSOR

Zo’n sensor meet het buitenlicht op. Als het te donker is, wordt automatisch de verlichting ingeschakeld.

 

LICHTSTERKTE

Intensiteit van een lichtbron. De SI-eenheid van lichtsterkte is candela.

 

LICHTSTROOM

Ruimtelijke lichtuitstraling. De SI-eenheid van lichtstroom is lumen.

 

LIER

Hijswerktuig, waarmee bijvoorbeeld een motor uit een auto kan worden getakeld. Een lier kan echter ook ‘horizontaal’ worden gebruikt voor bijvoorbeeld het verplaatsen van gestrande voertuigen.

 

LIFE CYCLE

Levenscyclus.

 

LIFT

Opwaartse kracht.

 

LIFT-BACK

Sportief ogende personenauto met een zeer grote achterklep, die op dakhoogte scharniert. De achterruit is in die achterklep gemonteerd.

 

LIFT‑DRAG RATIO

De sleutel tot een goede aerodynamica is het opwekken van zoveel mogelijk neerwaartse kracht bij een zo laag mogelijke luchtweerstand.

 

LIFTEN

Een uit de autosport afkomstige uitdrukking voor: (de voet van het gaspedaal) optillen, oftewel gas terugnemen

 

LIGGER

Horizontaal aangebrachte draagbalk als deel van het chassis of zelfdragende carrosserie.

 

LIJMEN

Voor- en achterruiten worden vaak in auto’s gelijmd. Daardoor verbetert de aerodynamica en neemt de stijfheid van de carrosserie toe. Gelijmde ruiten zijn dus ‘meedragend’.

 

LIJNMOTOR

Bij een lijnmotor staan alle cilinders op een rij achter elkaar. Zo’n motor kan in langs- of dwarsrichting in de auto zijn ingebouwd. Een lijnmotor is langer dan een V-motor.

 

LIJNPOMP

Brandstofpomp waarbij de brandstofleidingen in een rij op het pomphuis gemonteerd zijn en door een nokkenas worden bediend.

 

LIMOUSINE

Gesloten, luxueus uitgevoerde personenauto met minimaal vier portieren.

 

LINEAIR

In een rechte lijn.

 

LINEAIRE UITZETTINGSCOËFFICIËNT

Relatieve verandering in lengte, die een bepaalde stof ondergaat bij een temperatuursverhoging van 1 kelvin.

 

LIP

Lage rand achterop de auto. Een lip op de carrosserie van een snelle auto functioneert vaak als rijwindgeleider. Deze heeft de vorm van een schuin omhoogstekende, dwars op de rijrichting staande, horizontale rand.

 

LIQUIFIED NATURAL GAS

Aardgas.

 

LIQUEFIED PETROLEUM GAS

Autogas.

 

LITERVERMOGEN

Specifiek vermogen.

 

LITHIUM

Het lichtste, maar ook het zachtste metaal dat er bestaat. Het heeft een zeer grote specieke warmtecapaciteit. In gebruik als koelmedium in holle klepstelen en als reactieve stof in lithium-accu’s.

 

LITHIUM-ACCU

Verzamelnaam voor alle accu’s waarin lithium wordt gebruikt. Dit geldt voor de lithium-ion-accu, de lithium-zwavel-accu, de lithium-polymeer-accu en (in de toekomst) de lithium-lucht-accu.

 

LITHIUM-ION-ACCU

Dit soort accu’s wordt in vrijwel alle volledig elektrische auto’s gebruikt. De energiedichtheid bedraagt circa 170 Wh-kg.

 

LITHIUM-POLYMEER-ACCU

Hierin is geen elektrolyt aanwezig, maar in plaats daarvan folie op polymeerbasis. Lithium-polymeer-accu’s zijn lichter dan de totnogtoe gebruikelijke accusoorten.

 

LITHIUM-ZWAVEL-ACCU

Hierbij is de ene elektrode gemaakt van lithium en de andere van een combinatie van zwavel en koolstof. De energiedichtheid bedraagt circa 300 watt-uur/kilogram. Niet vóór 2020 in productie.

 

Lm

Lumen.

 

LNG

Aardgas.

 

LOAD INDEX

Dit is een deel van de bandmaatvoering. De LI geeft aan, hoe zwaar die band mag worden belast.

 

LOBRO-KOPPELING

Homokineet met zes kogels.

 

LOCK-UP

Bij een automatische transmissie kan in de hogere versnellingen de koppelomvormer op mechanische wijze worden overbrugd door een zogenaamde lock-up.

 

LOGIC PROBE

LED-testlampje met groen licht voor contact en rood licht voor massa.

 

LOGO

Grafisch ontwerp, waarin meestal letters zijn verwerkt. Een logo dient als herkenningsteken van een bedrijf – of hier meestal: automerk.

 

LOOD

Zacht metaal met een hoge soortelijke massa, een zeer laag smeltpunt en een goede vervormbaarheid. Milieu-onvriendelijk. Werd desondanks tot voor kort gebruikt als antiklop-additive in benzine.

 

LOODVERVANGER

Geeft benzine een hoger octaangetal en dus een betere klopvastheid. Vervanger van de milieuschadelijke octaangetalverhogende additives in benzine.

 

LOODVRIJE BENZINE

Benzine zonder klopvastheidverhogende additives op basis van lood.

 

LOOPVLAK

Gedeelte waarmee de band tijdens het ‘rollen’ in contact met het wegdek komt. Het loopvlak van de band gaat via de schouder over in de wang en beschermt zo het karkas tegen beschadiging.

 

LOPENDE BAND

Hierbij worden in een autofabriek de auto’s-in-wording op een lage maar constante snelheid langs de werknemers gevoerd. Elk van hen verricht steeds dezelfde handelingen als deel van het productieproces.

 

LOSBREEKREMINRICHTING

Geremde aanhangwagens hebben een losbreekreminrichting. Als tijdens het rijden de verbinding tussen trekker en aanhangwagen onverhoopt wordt verbroken, laat  die voorziening deze automatisch tot stilstand komen door de remmen te activeren.

 

LOSLAATPUNT

Punt waarop de langs de auto stromende rijwind de carrosserie ‘verlaat’ en dus het contact verbreekt. Vanaf dat punt ontstaan er luchtwervelingen, die een negatieve invloed hebben op de totale aerodynamica van de auto.

 

LOW-RIDER

Amerikaanse uitdrukking voor een auto met een danig gemodificeerde vering en/of wielophanging, waardoor deze zeer laag bij de grond ligt.

 

LOW-SECTION-BAND

Heeft een H/B-verhouding van circa 0,88. Tegenwoordig is deze waarde voor personenauto’s al teruggebracht naar 0,80 of nog minder. Nadelen zijn een gebrek aan rijcomfort en een relatief hoog brandstofverbruik.

 

LOW-SPEED KNOCK

Hierbij klopt de motor bij lage toerentallen en hoge motorbelasting. Dit verschijnsel is, in tegenstelling tot high-speed knock, voor de bestuurder vaak nog goed hoorbaar.

 

LOW-SPEED PING

Low-speed knock.

 

LPG

Autogas.

 

LPG-MOTOR

Motor die uitsluitend op LPG (en dus niet meer op benzine) kan draaien.

 

LPG-SYSTEEM

Autogassysteem.

 

LUCHT

Gas in de vorm van een mengsel van onder meer zuurstof en stikstof. Zuurstof is een onmisbare ingrediënt voor de verbranding van het brandstof‑luchtmengsel.

 

LUCHTBAND

Iedere moderne band is een luchtband. De term dateert uit de negentiende eeuw, toen banden nog van massief rubber waren.

 

LUCHT-BRANDSTOFMENGSEL

Brandstof-luchtmengsel.

 

LUCHTDICHTHEID

Specifieke massa van de buitenlucht. Koude lucht krimpt en geeft een hogere luchtdichtheid. ‘Dunne’ lucht (op grote hoogte) veroorzaakt daarentegen een lagere luchtdichtheid.

 

LUCHTDROGER

Maakt deel uit van een luchtdrukremsysteem. Hiermee kan vocht uit de lucht in het systeem worden gehaald. Dan wordt voorkomen, dat de kleppen door corrosie  worden beschadigd of eventueel bevriezen.

 

LUCHTDRUK

De luchtdruk in de atmosfeer is gelijk aan de druk, die door de buitenlucht op de aarde wordt uitgeoefend. De theoretische buitenluchtdruk is exact 1000 millibar.

 

LUCHTDRUKREMSYSTEEM

Bij zware bedrijfswagens hebben luchtdrukremsystemen, waarbij perslucht wordt gebruikt om de bedrijfsrem los te maken. Dit soort auto’s vereisen een remkracht, die door de bestuurder alleen niet kan worden opgebracht.

 

LUCHTFILTER

Filtert de inlaatlucht en voorkomt zo,dat er vuildeeltjes uit de buitenlucht in de motor terecht komen. Bovendien werkt een luchtfilter geluiddempend.

 

LUCHTFILTERELEMENT

Een filterelement is het binnenwerk van een brandstoffilter, een luchtfilter of een oliefilter. In het geval van een luchtfilter is zo’n element apart vervangbaar.

 

LUCHTGELEIDER

Rijwindgeleider.

 

LUCHTGETAL

Verhouding aan tussen de brandstof-luchtverhouding ‘van het moment’ en de stoïchiometrische brandstof-luchtverhouding. Is dimensieloos en wordt aangeduid met de oud-Griekse lettter lambda.

 

LUCHTGRENSLAAG

Laag van stationaire lucht tussen de carrosserie en de langsstromende rijwind.

 

LUCHTHAPPER

Naar buiten uitstulpende luchtinlaatopening in de carrosserie, waarmee rijwind wordt opgevangen ten behoeve van de koeling van een radiateur of een oliekoeler.

 

LUCHTHOEVEELHEIDSMETER

Elektronische of mechanische debietmeter voor de hoeveelheid inlaatlucht. Het bestaat uit een huis met een inlaat en een luchtuitlaat. Binnenin wordt een scharnierende stuwschijf door de kracht van de inlaatlucht onder een hoek verplaatst.

 

LUCHTINJECTIEREACTIESYSTEEM

Systeem waarbij lucht ter verbranding in het uitlaatsysteem wordt gevoerd.

 

LUCHTINLAAT

Deel van het  luchtinlaatsysteem. Via de luchtinlaat wordt de inlaatlucht door de omlaag gaande zuigers naar de verbrandingsruimten gezogen. Hij loopt vanaf het luchtfilter tot de inlaatklep.

 

LUCHTINLAATSYSTEEM

Leidingssysteem, waarlangs voor verbranding bestemde buitenlucht de motor in wordt gezogen (bij atmosferische motor en) of geduwd (bij turbomotoren).

 

LUCHTKOELING

Bij motor en met luchtkoeling wordt de motorwarmte al dan niet door middel van een ventilator door langs de cilinders stromende lucht afgevoerd, zonder tussenkomst van koelvloeistof. Verreweg de meeste auto’s hebben een motor met vloeistofkoeling.

 

LUCHTMASSAMETER

Bij elektronische brandstofinspuitsystemen met een luchtmassameter meten enkele hittedraden of een hitteplaatje in de luchtinlaat de massa van de binnenstromende hoeveelheid inlaatlucht.

 

LUCHTNIVEAUREGELSYSTEEM

Bij luxueuze personenauto’s en zware bedrijfswagens moet bij zware belading of tijdens lastwisselingen de veerindrukking worden beperkt. Dit gebeurt door middel van luchtdruk. Zo’n systeem is geïntegreerd in het regulaire veersysteem.

 

LUCHTOVERMAATFACTOR

Luchtgetal.

 

LUCHTOVERSCHOT

Bij een dieselmotor is dankzij ondermeer de hogere compressieverhouding en het ontbreken van de gasklep in de luchtinlaatleiding vrijwel altijd sprake van een bepaald luchtoverschot.

 

LUCHTTOEVOERREGELSYSTEEM

Voorziening in een carburateur voor de aanvoer van extra lucht bij stationair toerental.

 

LUCHTTURBULENTIE

Rondwervelende lucht. Hierbij beweegt een hoeveelheid lucht zich in kringen om een centraal punt, waarbinnen de lucht in betrekkelijke rust verkeert.

 

LUCHTVERING

Vering waarbij lucht (‘verpakt’ in luchtbalgen) het verende medium is. In gebruik bij zware bedrijfswagens, waar de laadvloer zich op een constante hoogte moet bevinden en min of meer waterpas moet blijven.

 

LUCHTVOCHTIGHEID

Hoeveelheid waterdamp in de lucht. Hoe hoger het gehalte aan waterdamp, des te hoger is de luchtvochtigheid. Dit heeft gevolgen voor de samenstelling van het brandstof-luchtmengsel.

 

LUCHTVOORVERWARMING

’s Winters wordt de (thermostatisch geregelde)  inlaatlucht nog vóór het luchtfilter in de luchtinlaat opgewarmd door deze langs warme delen van de motor of het uitlaatspruitstuk te leiden.

 

LUCHTWEERSTAND

Kracht waarmee de beweging van een auto door de rijwind wordt tegengewerkt. De luchtweerstand neemt lineair toe of af met de kwaliteit van de stroomlijnvorm en het frontoppervlak van de auto.

 

LUCHTWEERSTANDSCOËFFICIËNT

Norm om aan te geven hoe goed of hoe slecht de aerodynamica van een auto is. Maatgevend is het product van de luchtweerstandscoëfficiënt en het frontoppervlak van die auto.

 

LUCHTWERVELING

Luchtturbulentie.

 

LUIDSPREKER

Apparaat, waarin elektrische energie in akoestische energie wordt omgezet.

 

LUMEN

Lumen (lm) is de SI-eenheid van lichtstroom.

 

LUX

Lux (lx) is de SI-eenheid van verlichtingssterkte.

 

Lx

Lux.