G

 

 

G-KRACHT

G staat hier voor ‘gravity’ oftewel zwaartekracht. Bij een G-kracht staat G voor de verhouding tussen een gegeven versnelling (als gevolg van een horizontale of verticale beweging) en de valversnelling (9,81 m/s²). Zo komt een vertraging tijdens een autobotsing van 20 m/s² overeen met circa  35 G.

 

G-LADER

Spiraalcompressor.

 

G-SEGMENT

Alle op de markt zijnde personenauto’s kunnen, al naar gelang de grootte, worden onderverdeeld in twaalf groepen of segmenten. In het G-segment is de compacte sportklasse ingedeeld (bijvoorbeeld Daihatsu Copen, Mazda MX-5).

 

GARAGEKRIK

Zware hydraulische krik op wielen om gemakkelijk onder een auto te kunnen zetten. Met enkele pompbewegingen krik je die ver genoeg op om een wiel te kunnen vervangen.

 

GARANTIE

Waarborg, dat reparaties als gevolg van onvoorziene gebreken gedurende een aantal jaren of kilometers na aankoop voor rekening van de importeur komen.Tegenwoordig is een garantieperiode van 3 jaar tot 7 of 100.000 kilometer volstrekt normaal. Dat geldt ook voor de carrosseriegarantie.

 

GAS

Stof die zich in een aggregatietoestand bevindt, waarin het geen eigen vorm of volume heeft. Een gas wil zich altijd verspreiden binnen de beschikbare ruimte. Ook lucht is een gas.

 

GASKLEP

Smoorklep in de luchtinlaat, aangestuurd door het gaspedaal. Als je het gaspedaal intrapt, gaat de gasklep open. Dieselmotoren hebben geen gasklep.

 

GASKLEPREACTIETIJD

Tijd die de motor nodig heeft om te reageren op de neerwaartse beweging van het gaspedaal.

 

GASKLEPSENSOR

Geeft aan het motormanagement voortdurend informatie over de gasklepstand. Aan de hand van deze en andere data zorgt het motormanagement voor een optimaal afgeregelde hoeveelheid ingespoten brandstof en een juist ontstekingstijdstip.

 

GASMOTOR

De allereerste automotoren waren gasmotoren, omdat men toen nog niet wist hoe van een vloeibare brandstof een gasvormige brandstof kon worden gemaakt.

 

GASOHOL

Gasohol = gasoline + alcohol. Het betreft een mengsel van benzine en ethanol in verschillende mengverhoudingen. In Amerika wordt deze milieuvriendelijke brandstof onder deze naam verkocht.

 

GASOLIE

In de raffinaderij wordt gasolie uit aardolie uitgesplitst. Gasolie kan worden gebruikt als dieselbrandstof (in het Frans: gasoil) of als huisbrandolie.

 

GASONTLADINGSLAMP

Hierbij wordt binnen een met een edelgas (neon, argon, xenon of krypton) gevulde cilinder een elektrische spanning tussen twee elektroden opgewekt. Daardoor wordt een gasontlading in gang gezet. De lichtopbrengst is groter dan die van een gloeilamp.

 

GASPEDAAL

Enige directe band tussen bestuurder en motor. De bestuurder regelt met behulp van het gaspedaal de stand van gasklep. Een elektronisch gaspedaal wordt niet meer via een gaskabel met de motor verbonden, maar via een stroomdraad.

 

GASSNELHEID

Snelheid van de verbrandingsgassen in een motor. Deze bedraagt bij een optimale vullingsgraad circa 100 meter/seconde (360 kilometer/uur).

 

GASSOLDEREN

Verbinden van twee stukken metaal door onder verhitting met gas smeltend vulmateriaal (soldeertin, messing- of zilverlegering) toe te voegen.

 

GASSPANNING

Pneumatische spanning.

 

GASTURBINE

Verbrandingsmotor met het voordeel van een continu verlopende (en dus continu energie leverende) verbranding. Mogelijk op termijn een alternatief voor de dieselmotor van zware bedrijfswagens.

 

GASVEER

Wordt vaak gebruikt om de motorkap en/of het kofferdeksel in geopende stand te houden.

 

GASVORMIG

In de vorm van een gas.

 

GASVORMIGE BRANDSTOFFEN

Brandstoffen, die al gasvormig zijn op het moment dat ze ter verbranding in de motor worden gebracht.

 

GAUSS-METER

Meter waarmee de plaats van een eventuele kortsluiting kan worden vastgesteld.

 

GEAVANCEERD

Vooruitstrevend, zijn tijd voortuit. ‘Advanced’ is een term, die soms wordt gebruikt bij de naamgeving van elektrische systemen.

 

GEBLAZEN MOTOR

Motor met drukvulling in de vorm van een compressor of uitlaatgasturbo.

 

GECOMPRIMEERD AARDGAS

Mineraal gas (ook bekend als CNG) dat onder hoge druk  tot vloeistof kan worden gecomprimeerd. De belangrijkste bestanddelen zijn koolwaterstofverbindingen zoals methaan, propaan en butaan.

 

GEDESTILLEERD

Gezuiverd door middel van verdamping en condensatie.

 

GEDESTILLEERD WATER

Water, dat door verdamping en vervolgens condensatie is ontdaan van alle daarin voorkomende verontreinigingen zoals kalk. Daarom mogen accu’s alleen met gedestilleerd water worden bijgevuld.

 

GEDIMD GROOT LICHT

Het onder normale rij-omstandigheden (en wettelijk altijd toegestaan) door koplampen uitgestraald licht. Bij gedimd groot licht wordt het door de koplampen uitgestraalde licht naar beneden gericht om verblinding te voorkomen.

 

GEDISTILLEERD

Gedestilleerd.

 

GEDISTILLEERD WATER

Gedestilleerd water.

 

GEHARD

Door speciale behandelingen aan de oppervlakte hard gemaakt. Dit kan met warmtebehandelingen of door shot peening gebeuren.

 

GEHARD GLAS

Glas van voor- en zijruiten van een auto, dat een oppervlakte hardende bewerking heeft ondergaan waardoor het bij breuk in zeer kleine (en dus niet al te gevaarlijke) stukjes breekt.

 

GEÏNTEGREERDE SCHAKELING

Chip waarop een zeer groot aantal schakelingen van elektronische componenten zijn aangebracht.

 

GELAAGD GLAS

Een moderne autovoorruit bestaat uit gelaagd of gelamineerd glas. Zo’n ruit is dan opgebouwd uit twee lagen glas met daartussenin een laagje kunststof. Dit is een veiligheidsvoorziening om de ruit zoveel mogelijk bij breuk zoveel mogelijk heel te houden.

 

GELAMINEERD GLAS

Gelaagd glas.

 

GELEED VOERTUIG

Geleed betekent: voorzien van scharnierpunten, uit geledingen bestaand. Een geleed voertuig bestaat uit meerdere scharnierende delen bestaand. Dit betreft altijd een voertuigcombinatie van een trekkend en een getrokken gedeelte, zoals een personenauto met aanhangwagen of een trekker met oplegger.

 

GELEGEERD STAAL

Gelegeerd betekent: met één of meerdere andere metalen homogeen gemengd samengesmolten. Gelegeerd staal bestaat behalve uit ijzer en koolstof ook nog uit andere elementen,  die zijn toegevoegd ter versterking van bestaande of ter verkrijging van nieuwe eigenschappen.

 

GELEIDER

Materiaal waarvan de atomen minder dan vier elektronen bezitten. Dan hebben die elektronen namelijk een grote bewegingsvrijheid rondom ‘hun’ atoomkern. Koper is, met slechts één elektron per atoom, een uitstekende geleider.

 

GELIJKRICHTER

Elektronische schakeling, waarmee een wisselspanning kan worden omgezet in een gelijkspanning. Deze kan bestaan uit één of meerdere diodes. Wordt toegepast in acculaders en transformatoren.

 

GELIJKSPANNING

Vorm van elektrische spanning, die een gelijkstroom in stand houdt. Een wisselstroomdynamo houdt wisselspanning in stand, een accu gelijkstroom.

 

GELIJKSPANNINGSSTAND

Bij een oscilloscoop is dit de instelling, waarbij deze in geval van lekspanning zowel gelijkspannings- als wisselspanningssignalen weergeeft.

 

GELIJKSTROOM

Hoeveelheid elektrische ladingen, die zich door een stroomdraad heen beweegt. Daarbij is de richting en de grootte onafhankelijk van de tijd. Gelijkstroom is minder geschikt voor transport van energie.

 

GELIJKSTROOMDYNAMO

Tegenwoordig voldoen gelijkstroomdynamo’s niet meer, omdat ze niet meer het steeds toenemende gemiddelde stroomverbruik kunnen opbrengen. Bovendien leveren ze tijdens het stationair draaien van de motor vrijwel geen stroom.

 

GELUID

Onderdelen die met elkaar in aanraking komen, maken geluid. Die geluidsbronnen bereiken niet allemaal het menselijk oor apart, maar in de vorm van een vertrouwd klinkend geroezemoes.

 

GELUIDDEMPING

Demping van binnenin de auto hoorbare rijgeluiden door middel van materiaal, dat geluid absorbeert, zoals motorruimte-bekleding rondom een dieselmotor.

 

GELUIDSISOLATIE

Voorkomt dat geluid naar ‘stilteplekken’ stroomt. Vaak gebruikte isolatiematerialen zijn vilt, schuimplastic, tempex, bitumen, steenwol, glaswol, rubber en diverse kunststoffen.

 

GELUIDSSNELHEID

Snelheid waarmee het geluid zich voortplant. Deze bedraagt circa 1.100 kilometer/uur.

 

GELUIDSSTERKTE

Wordt gemeten in decibel. Elke toename van 3 decibel betekent een verdubbeling en elke afname van 3 decibel een halvering van de geluidssterkte.

 

GELUIDSSTERKTEREGELING

Automatisch systeem, dat bij een radio een voor het gehoor juiste weergave verstrekt door de hoge en lage tonen bij geringe geluidssterkte te versterken.

 

GEMIDDELD

Het midden houdend tussen meerdere waarden.

 

GEMIDDELDE  ZUIGERSNELHEID

Gemiddelde snelheid, waarmee een zuiger in de cilinder op en neer beweegt. Deze is bepalend voor het maximum toelaatbare motortoerental.

 

GENERATOR

Letterlijke betekenis: apparaat dat iets genereert. Het Engelstalige woord ‘generator’ betekent: dynamo. In het Nederlands is het een verwekker van elektrische stroom.

 

GEPANTSERDE AUTO

Dit soort auto’s is voorzien van kogelvrij glas, een gepantserde carrosserie, run-flat-banden, een speciale brandstoftank en soms ook intercom, een gesloten klimaatregelsysteem, een brandblussysteem en soms zelfs een rookmachine om eventueel aan achtervolgers te kunnen ontsnappen.

 

GEREGELDE KATALYSATOR

Katalysator met een lambda-sensor, die circa 90 % van de schadelijke stoffen uit de uitlaatgassen kan omzetten in onschadelijke stoffen als water en kooldioxide.

 

GEREMD

Voorzien van een remsysteem van enigerlei soort.

 

GEREMDE AANHANGWAGEN

Een aanhangwagen voorzien van een oplooprem en een parkeerrem, dit is verplicht als het getrokken gewicht meer is dan 750 kilogram of meer is dan de helft van het gewicht van het trekkende voertuig.

 

GESCHEIDEN REMSYSTEEM

Om veiligheidsredenen hebben auto’s een gescheiden remsysteem. Daarbij bedienen de twee gedeelten van de tandemhoofdremcilinder ieder een deel van het remsysteem. Zo kan een auto niet door remvloeistoflekkage zonder remmen raken.

 

GESLOTEN CARTERVENTILATIE

Er mag vanuit de rijdende auto geen olie op het wegdek terecht komen. Daarom moet de carterventilatie in het luchtinlaatsysteem uitmonden. De oliehoudende  blaasgassen worden dan vanuit het carter naar het inlaatspruitstuk gevoerd.

 

GESLOTEN KOELSYSTEEM

Hierbij staat de koelvloeistof niet in directe verbinding met de buitenlucht. Het zet bij stijgende temperatuur uit en komt onder druk te staan. Door het verhoogde kookpunt verbetert de koelcapaciteit.

 

GETROKKEN WIELDRAAGARM

Langsdraagarm.

 

GEVENTILEERDE REMSCHIJF

Bestaat in feite uit twee afzonderlijke remschijven (voor ieder remblok één) waartussen ventilatieribben zijn gegoten, zodat de luchtkoeling ook tussen de remschijven kan plaatsvinden.

 

GEWICHT

Massa en gewicht zijn twee verschillende begrippen. Massa x versnelling van de zwaartekracht = gewicht. Dus een massa van 1 kilogram komt ongeveer overeen met een gewicht van 10 newton.

 

GIEREN

Een draaiende beweging maken rondom de verticale as. Gieren vindt plaats, als een rijdende auto in zijwaartse richting van de voorgenomen rijrichting afwijkt.

 

GIERHOEK

Hoek tussen de voorgenomen rijrichting en de positie van de auto ten opzichte daarvan.

 

GIETELING

Brok ruw gietijzer voordat het in de hoogovens verder wordt behandeld.

 

GIETIJZER

IJzer zoals dat uit de hoogovens komt.

 

GIETMETAAL

Wordt gebruikt om onderdelen uit metaal te gieten.

 

GLANSMETER

Apparaat waarmee de mate van lakglans kan worden gemeten.

 

GLAS

In chemisch opzicht is glas als een onderkoelde (lees: ingevroren) vloeistof. Dat verklaart grotendeels waarom glas zo hard en bros is. Voorruiten werden vroeger algemeen gemaakt van gehard glas, tegenwoordig van gelaagd glas.

 

GLASVEZEL

Glas, in de vorm van vezels met een zeer sterke kern, wordt gebruikt in GVK’s. Het heeft een hoge treksterkte, is onbrandbaar, sterk en buigzaam als het is gesmolten. Wordt ook gebruikt om door middel van digitale lichtsignalen data doorheen te sturen.

 

GLASVEZELVERSTERKTE KUNSTSTOF

Hierbij worden glasvezels gebruikt als bindmiddel voor een bepaalde kunststof. Dit materiaal kan zwaarder worden belast dan zonder glasvezels mogelijk zou zijn.

 

GLIJLAGER

Binnen een glijlager, vaak bestaande uit twee halfronde lagerschalen, draait een as op een laagje olie rond. De oliepomp zorgt voor een ‘sterke’ oliefilm.

 

GLOBAL-POSITIONING SYSTEM

Netwerk van om de aarde cirkelende satellieten. Daarmee kan men de positie van een in een auto aanwezig navigatiesysteem overal vaststellen met een nauwkeurigheid van enkele meters.

 

GLOEI-AUTOMAAT

Dieselmotoren met indirecte brandstofinspuiting hebben tegenwoordig een gloei-automaat. Deze zorgt voor het voorgloeien en nagloeien (onmiddellijk vóór en na de koude start).

 

GLOEIBOUGIE

Stift met daarin een gloei-elektrode. Zorgt bij een dieselmotor met indirecte brandstofinspuiting tijdens de koude start voor extra verwarming van de gecomprimeerde inlaatlucht in de verbrandingsruimte.

 

GLOEIDRAAD

Een gloeilamp heeft een gloeidraad van wolfraam. Daardoorheen wordt elektrische stroom gevoerd. Zo wordt de stroom eerst omgezet in warmte-energie en treedt daarna in de vorm van licht naar buiten.

 

GLOEIEN

Zodanig verhit raken, dat er licht wordt uitgestraald.

 

GLOEILAMP

Een gloeilamp heeft een gloeidraad van wolfraam. Daardoorheen wordt elektrische stroom gevoerd. Zo wordt de stroom eerst omgezet in warmte-energie en treedt daarna in de vorm van licht naar buiten.

 

 

GLOEI-ONTSTEKING

Spontane en dus ongewenste ontbranding van het brandstof-luchtmengsel. Dit kan komen door nagloeiende koolaanslag in de verbrandingsruimtes of door het uiteinde van een te warme bougie.

 

GLOEISPIRAAL

Gloeibougie.

 

GLOEISTIFT

Gloeibougie.

 

GLOEISYSTEEM

Systeem van een dieselmotor met indirecte brandstofinspuiting, dat verder gaat dan alleen voorgloeien. Hierbij wordt vóór, tijdens en na de koude start gegloeid.

 

GLYCEROL

Glycerine.

 

GOM

Stof met de eigenschappen van ‘echte’ gom. Deze gom blijft over na de distillatie van aardolie. Het bestaat uit de zwaarste bestanddelen van aardolie en dient als basis voor asfalt.

 

GORDEL

Veiligheidsgordel.

 

GORDELBRENGER

Moet de bestuurder eraan helpen herinneren, dat hij de veiligheidsgordel omdoet alvorens te gaan rijden. Deze wordt na het instappen van de bestuurder gedurende circa enkele tientallen seconden automatisch over diens schouder ‘aangereikt’.

 

GORDELKRACHTBEGRENZER

Laat de veiligheidsgordel ietwat slippen, als de op het lichaam uitgeoefende kracht tijdens een botsing te groot wordt. De inzittende wordt dus wat minder door de veiligheidsgordel en wat meer door de airbag beschermd.

 

GORDELSPANNER

Spant de veiligheidsgordel om het lichaam van de inzittende aan. Zo heft de gordelspanner alle speling tussen gordel en inzittende op, vlak voordat een botsing plaatsvindt.

 

GORDIJN-AIRBAG

Airbag boven een portier ter bescherming van het hoofd van de inzittende.

 

GPS

Global positioning system.

 

GRADIËNT

Verandering van een grootheid per eenheid van lengte. Deze verandering vindt plaats in de richting, waarin die verandering het sterkst is.

 

GRAFIETPOEDER

Gekristalliseerde koolstof. Dit is een uitstekend smeermiddel op plaatsen waarvoor olie minder geschikt is, omdat er vuil aan blijft vastkleven.

 

GRAN TURISMO

Gran Turismo of GT is bedoeld voor sportief toerisme op hoog niveau. Het is een tweezits-sportwagen, met hooguit twee nauwbemeten zitplaatsen achterin.

 

GRAND TOURING

Gran Turismo.

 

GREENHOUSE

Gedeelte van de carrosserie waarin de ramen zijn aangebracht.

 

GRILLE

Bij auto’s is een ‘grille’ de vaak verchroomde en met spijltjes opgesierde radiateuropening aan de voorzijde.

 

GRIP

Contact tussen de band en het wegdek.

 

GRIPTANG

Dankzij een speciaal hefboommechanisme kan met een griptang een zeer grote kracht op ronde onderdelen worden uitgeoefend. De tang is afstelbaar en klemt zichzelf op het onderdeel vast.

 

GROEF

Uitholling in een hard oppervlak, bijvoorbeeld een as om een borgveer in te laten klemmen. Een uitholling kan ook ontstaan door slijtage.

 

GRONDEENHEID

Eenheden en grootheden zijn genormaliseerd volgens het internationale eenhedenstelsel (SI). Iedere grootheid moet officieel kunnen worden uitgedrukt in meter, kilogram, seconde, ampère, kelvin, mol of candela. Dit zijn de zeven grondeenheden van het SI.

 

GRONDEFFECT

Geeft het verschil in aerodynamisch gedrag aan tussen een lichaam dat zich geheel in de vrije lucht voortbeweegt en eenzelfde lichaam dat dit in de nabijheid van de grond voortbeweegt. Grondeffect is van belang voor het weggedrag van zeer snelle auto’s.

 

GRONDLAAG

Hechtend dunvloeibaar product, dat op het nog kale oppervlak van de carrosserie wordt opgebracht. Pas daarna is het de beurt van de vuller.

 

GRONDSTOF

Ruwe, onbewerkte stof waaruit door vormgeving, omzetting of toevoeging iets anders is vervaardigd of vanzelf is ontstaan.

 

GRONDVULLER

Hechtend dunvloeibaar product, dat op het nog kale oppervlak van de carrosserie wordt opgebracht en zorgt voor zowel hechting als het opvullen van kleine oneffenheden.

 

GROOT LICHT

Ongedimd groot licht.

 

GROOTHEID

Officiële omschrijving: iedere zaak die vatbaar is voor vermeerdering of vermindering. Voorbeelden: afstand, massa en tijd. Een grootheid wordt altijd uitgedrukt in een eenheid, bijvoorbeeld meter, kilogram of seconde.

 

GROTE ONDERHOUDSBEURT

Hierbij wordt ‘groot onderhoud’ gepleegd. Exacte specificaties en service-intervallen staan altijd vermeld in het bij de auto meegeleverde service- en garantieboekje.

 

GROUND EFFECT

Grondeffect.

 

GT

Gran Turismo, Grand Touring.

 

GUARD

Gepantserde auto.

 

GVK

Glasvezelversterkte kunststof.