F

 

F = F-vormig

F (force) = kracht

F-head engine = motor met één hangende en één staande klep per cilinder

 

FA (forced-air) cooling = geforceerde luchtkoeling

  

fabric (adj.) = gemaakt van stof, gemaakt van textiel

 

fabric (verb) = bouwen, fabriceren

fabric (subst.) = weefsel

fabric-cord (adj.) = uit koordlagen opgebouwd

fabric cord (subst.) = koordlaag van autoband

fabric sunroof = vouwschuifdak

 

fabricate (verb) = fabriceren

 

FAC (factory-installed) = door specialisten van de fabriek geïnstalleerd

 

face (verb) = afschaven, vlakmaken

face (subst.) = [1] bodem van zuiger

face (subst.) = [2] loopvlak van autoband

face (subst.) = [1] oppervlakte, vlakk

face (subst.) = [2] voorkant

face cam = nokkenplaat

face-cam plate = slagschijf van brandstofinspuitpomp

face cutter = mantelkopfrees

face hammer = vlakhamer

face lift = face-lift

face mask = gezichtsmasker

face mill = kopfrees, mantelfrees

face plate = stelplaat van draaibank

face-plate coupling = flenskoppeling

face vent = luchtuitstroomopening in dashboard

face view = vooraanzicht

 

faced disc washer = aanloopschijf, wrijvingsschijf

 

facia = dashboard, instrumentenpaneel

facia panel = dashboard, instrumentenpaneel

 

facility = faciliteit, uitrusting

 

facing = [1] bekleding, buitenkant

facing = [2] voering van remschoen

 

factor = coëfficiënt, factor

factor of safety = veilig­heidscoëfficiënt

 

factory = fabriek

factory-advertised delivery price = fabrieksprijs

factory-installed = van fabriekswege ingebouwd

 

fade (verb) = verflauwen, vervagen

fade (subst.) = [1] afregeling van de geluidsproductie van de voorste en achterste radioluidsprekers

fade (subst.) = [2] verflauwing, vermindering van werking

fade down (verb) = afregelen

fade out (verb) = [1] bijspuiten

fade out (verb) = [2] langzaam doven van lampje

fade-out (subst.) = fade-outt

fade-out spray gun = bijspuitpis­tool

 

faded = vaal, verschoten

 

fadeless = kleurecht

 

fading = vermindering van werking

fading control = [1] balansre­gelaar van remsysteem 

fading control = [2] knop van radio om geluid tussen luidsprekers voorin en achterin te regelen

 

FADP (factory-advertised delivery price) = adviesprijs af fabriek

 

fail (verb) = mislukken, ontbreken

fail-safe control light = centraal controlelicht

fail-safe system = fail-safe-systeem

 

failure = [1] onregelmatigheid

failure = [2] pech, storing

 

failure indicator = controlelicht

 

faint (verb) = vervagen, verzwakken

faint (adj.) = vaag, zwak

 

fake = nagemaakt, vervalst

 

fall (verb) = omvallen, verminderen

fall (subst.) = terugval, vermindering

fall dry (verb) = drooglopen

 

false = [1] kunstmatig

false = [2] onecht, vals

false indication = aanwijsfout, foutaanwijzing

false jaw = spanplaat van bankschroef

false key = naafpen, naafspie

 

falter (verb) = onregelmatig draaien, stotterend draaien

 

family = [1] familie

family = [2] groep, serie

 family car = gezinsauto

 

fan = ventilator

fan belt = ventilatorriem

fan-belt idler = spanrol van ventilatorriem

fan blade = schoep van ventilator

fan clutch = ventilatorkoppeling

fan control = regelsysteem van ventilator

fan cowling = ventilatortunnel

fan guard = beschermrooster vóór ventilator

fan housing = ventilatorhuis

fan impeller = schoepenwiel van ventilator

fan motor = motor van elektrische ventilator

fan pulley = riemschijf van ventilator

 

fan shroud = ventila­tortunnel

fan wheel = schoepenwiel van ventilator

fan with viscous clutch = koelventilator met visco-koppeling

 

fanfare = meertonige luchthoorn

 

fang = grijptand, haak, klauw

 

FAR (front arm rest) = voorste armsteun

 

farm tractor = landbouwtrekker

 

farming tractor = landbouwtrekker

 

fascia = dashboard, instrumentenpaneel

fascia = grille aan voorkant van auto

 

FASD (fully automatic starting device) = volautomatische startinrichting

 

fast = snel, vast

fast-and-slow operation = snel/langzaam-functie

fast-back = fast-back

fast-bonding adhesive = snelwerkende lijm

fast charger = accusnellaadapparaat

fast-drying paint = sneldrogende lak

fast-forwarding = fast-forwarding-functie van CD-speler

fast-idle adjuster = stelschroef voor versneld stationair toerental

fast-idle control device = inrichting voor versneld stationair toerental

fast-idle speed = versneld stationair toerental

fast-idling = versneld stationair draaiend

fast-running = in staat om hoge toerentallen te draaien

 

fasten (verb) = bevestigen, vastmaken

fasten the seat belt (verb) = de veiligheidsgordel omdoen

fastener = [1] bevestigingsmiddel

fastener = [2] spanband

 

fastening = bevestiging, lagering

fastening bolt = bevestigingsbout

fastening pin = bevestigingspin

 

fatigue = vermoeidheid

fatigue crack = vermoeidheidsbreuk in metaal

fatigue life = standtijd voordat materiaalvermoeidheid optreedt

fatigue limit = vermoeidheidsgrens

 

fault (adj.) = defect, onjuist afgesteld

fault (subst.) = defect, storing 

fault in material = materiaalfout

fault indication = storingsindicatie

 

faulty = defect, stuk

faulty memory = storingsgeheugen van computer

 

 

FBC (feed-back carburetter) = elektronisch geregelde carburateur

 

FBP (final boiling point) = 100%-kookpunt van een benzine

 

FC (fan control) = regelsysteem van ventilator

 

FCI (failure-change item) = component die in geval van een defect niet wordt gerepareerd maar vervangen

 

FCP (final-compression pressure) = compressie-einddruk

 

FCT (final-compression temperature) = compressie-eindtemperatuur

 

FCV (future-concept vehicle) = zware bedrijfswagen in conceptvorm

 

FDC (fuel data center) = centrale opslag van brandstofspecificaties

 

FDI (fuel direct injection) = directe brandstofinspuiting

 

FEA (finite-elements analysis) = FEM, finite-elementen-methode

 

feasibility = bruikbaarheid, toepasbaarheid

 

feather = [1] losse spie

feather = [2] veer

feather edge = scherpe kant

feather key = losse spie

 

feathering fan = ventilator met verstelbare schoepen

 

FECS (fuel-evaporation control system) = regelsysteem voor afzuiging van brandstofdamp uit brandstoftank

 

feed (verb) = [1] aanvoeren

feed (verb) = [2] voeden van elektrische stroom

feed (subst.) = [1] aanvoer, toevoer

feed (subst.) = [2] voeding van elektrische stroom

feed-back = terugkoppeling

 feed-back carburetter = elektronische carburateur, feed-back-carburateur

feed-back valve = mengselregelklep

feed line = toevoerleiding

feed motion = aanzetbeweging

feed pressure = opvoerdruk, verzorgingsdruk

feed pump = opvoerpomp, voedingspomp

feed shaft = voedingsas van draaibank

feed tube = opvoerleiding, toevoerleiding

feed valve = doseerklep, voedingsklep

feed wire = voedingsdraad

 

feeder = [1] elektrische voedingsleiding,

feeder = [2] trimmer van radio

 

feeding gallery = brandstofgalerij van dieselinspuitpomp

feeding voltage = voedingsspanning

 

feel (verb) = aftasten, voelen

 

feeler = voelermaat

feeler blade = kling van voelermaat

feeler gage (Am.) = voelermaat

feeler gauge = voelermaat

 

FEI (fully electronic ignition) = volledig elektronische ontsteking

 

fell (verb) = uithakken

 

felt (verb) = met vilt bekleden

felt (subst.) = vilt

felt washer = viltring

 

FEM (finite-elements method) = FEM, finite-elementen-methode

 

female = moer-, vrouwtjes-

female die = holle stempel

female socket = stopcontact

female thread = binnenschroefdraad, moerschroefdraad

 

fender (Am.) = schutbord, spatbord, spatscherm

fender extension (Am.) = verbreding van een spatscherm

fender flap (Am.) = spatlap

fender flare (Am.) = spatschermverbreding

fender mirror (Am.) = op spatscherm gemonteerde buitenspiegel

fender nut (Am.) = vleugelmoer

fender screw (Am.) = vleugelbout, vleugelschroef

fender shield (Am.) = spatlap

fender-side inner panel (Am.) = zijbekleding van bagageruimte

fender valance (Am.) = wielkast, wielkuip

 

ferric chips = ijzervijlsel

ferric oxide = ijzeroxyde

 

ferrite = ferriet

 

ferromagnetic = ferromagnetisch

 

ferrous = ferro-, ijzerhoudend

ferrous materials = ijzerhoudende materialen

 

ferrule = [1] metalen dop

ferrule = [2] snijring

 

ferruled cable = kabel met draadoog

 

festoon bulb = buislamp

 

FF (fast forwarding) = fast-forward-functie van cassettespeler

FF (flexible-fuel) = bandstofmengsel van benzine en methanol

FF (front-engine front-drive) = met de motor voorin plus voorwiel­aan­drijving

 

FFR (full-floating rear) = geheel ontlaste achteras, vrijdragende achteras

 

FFV (flexible fuel vehicle) = auto met meerbrandstofmotor

 

FG (glass fibre) = glasvezel

 

FGR (fibreglass-reinforced) = met glasvezel versterkt

 

FH (flat hump) = platte vorm van velgrand

 

FHC (fixed-head coupé) = hard-top coupé

 

FHP (friction horse power) = motorvermogen dat verloren gaat door inwendige wrijving

 

FI (flow indicator) = debietmeter

FI (fuel injection) = brandstofinjectie, brandstofinspuiting

 

fiber (Am.) = vezel

fiber insulation (Am.) = vezelisolatie

fiber-reinforced (Am.) = versterkt met vezels

fiber-reinfor­ced material (Am.) = met vezels versterkt materiaal

 

fiberglass (Am.) = glasvezel

fiberglass-reinforced (Am.) = met glasvezel versterkt

 

fibre =vezel

fibre insulation = vezelisolatie

fibre-reinforced = versterkt met vezels

fibre-reinfor­ced material = met vezels versterkt materiaal

 

fibreglass = glasvezel

fibreglass-reinforced = met glasvezel versterkt

 

FICCD (fuel-injection current control device) = stroombegren­zingssysteem voor de brandstofverstuivers

 

FICD (fast-idle control device) = inrichting voor versneld stationair toerental

 

fiche = microfiche

 

FID (flame-ionization detector; Am.) = vlamionisatiemeter

 

FIE (fuel-injection equipment) = brandstofinspuitapparatuur    

 

field = krachtveld, magnetisch veld

field circuit = veldwikkeling

field coil = veldwikkeling

field current = veldstroom

field diode = velddiode

field magnet = veldmagneet

field of force = krachtveld

field of view = gezichtsveld

field of vision = gezichtsveld

field strength = veldsterkte

field winding = veldwikkeling

 

fierce = [1] heftig, extreem

fierce = [2] niet soepel aangrijpend

 

fifth gear = vijfde versnelling

fifth wheel = opleggerkoppelingsschotel

fifth-wheel coupling = opleggerkoppeling

fifth-wheel steering = molenasstelbesturing

 

figure (verb) = afbeelden, becijferen

figure (subst.) = afbeelding, vorm

figure drum = cijferrol van metertelmechanisme

 

filament = draad, gloeidraad

 

file (verb) = [1] in een bepaalde volgorde opbergen

file (verb) = [2] met een vijl bewerken

file (subst.) = [1] bestand, register

file (subst.) = [2] vijl

 

filings = vijlsel

 

fill (verb) = vullen

fill up (verb) = bijvullen

 

filler = vuller, vulstof

filler cap = vuldop

filler-cap lock = slot van vuldop

filler door = vulklep

filler flap = vulklep

filler hose = vulslang

filler inlet = vulopening

filler-inlet cap = vuldop

filler layer = laag vulstof,

filler neck = hals van vulpijp

filler opening = vulopening

filler pipe = vulpijp

filler plug = vulplug

filler port = vulopening

filler pump = pomp van tankstation

filler screw plug = vuldop met schroefdraad

 

filling capacity = vulinhoud

filling compound = plamuur, vulmassa

filling pipe = vulpijp

filling pump = pomp van tankstation

filling screw plug = vuldop met schroefdraad

filling station = tankstation, vulstation

filling strip = [1] spanpees voor montage van voorruit

filling strip = [2] vulstrip van bladveer

 

fillister = ruitsponning

fillister-head bolt = [1] bout met ronde kop

fillister-head bolt = [2] cilinderkopbout

 

film = film, zeer dunne laag

film core = lamellenkoelblok van radiateur

film-type radiator = radiateur met lamellenkoelblok

 

filt = vilt

filt washer = viltring

 

filter (verb) =filtreren

filter (subst.) = filter, filterelement

filter bowl = filterhuis

filter box = filterhuis

filter cartridge = filterpatroon

filter drier = vochtafscheider

filter element = filter

filter gauze = filterzeef

filter housing = filterhuis

 

filter insert = filterpatroon

filter unit = filter inclusief filterelement

 

filtering bowl = filterhuis

filtering box = filterhuis

filtering cartridge = filterpatroon

filtering drier = vochtafscheider

filtering element = filter

filtering gauze = filterzeef

 

fin (verb) = [1] lamellen aanbrengen

fin (verb) = [2] ribben aanbrengen

fin (subst.) = [1] lamel van radiateur

fin (subst.) = [2] rib, vin

fin-and-tube core = buizenkoelblok van radiateur

 

final = definitief, eind-

final amplifier = eindversterker van geluidsapparatuur

final assembly = eindmontage

final boiling point = 100 %-kookpunt van een benzine

final check = eindcontrole

final coating = deklaag, toplaag

final-compression pressure = compressie-einddruk

final-compression temperature = compressie-eindtemperatuur

final cut-out = eindschakelaar

final drive = asaandrijving, eindaandrijving

final-drive gear ratio = eindoverbrengingsverhouding

final layer = deklaag, toplaag

final pressure = einddruk

 

fine = dun, fijn, zuiver

fine adjustment = fijnafstelling

fine filter = fijnfilter

fine-pitch screw thread = fijne schroefdraad

fine thread = fijne schroefdraad

fine tuning = exact afstellen van auto of motor

 

finger = [1] drukvinger van koppeling

finger = [2] wijzernaald van meetinstrument

finger mark = vingerafdruk

finger-tight = handvast

finger-tip switch = met de vingertop bedienbare schakelaar

 

finish (verb) = [1]  afmaken, fraai afwerken

finish (verb) = [2] polijsten, verfraaien

finish (subst.) = [1] afwerking, eindbewerking

finish (subst.) = [2] lans, toplaag

finish balancing = finish balancing

finish inspection = eindcontrole

finish paint = deklaag, toplaag

 

finisher = sierplaat op auto

 

finishing = afwerking, nabewerking

 

finite-elements analysis = finite-elementen-methode

finite-elements method = finite-elementen-methode

 

finned = geribbeld, voorzien van ribben

finned tube = leidingbuis met koelribben

finned-tube radiator = radiateur met lamellenkoelblok

 

FIP (fuel-injection pump) = brandstofinspuitpomp

 

FIPG (formed-in-place gasket) = vervorm­bare silico­nenpakking

 

FIRE (fully integrated robotized engine) = geheel door robots in elkaar ge­zette motor

fire (verb) = [1] aanslaan van de motor

fire (verb) = [2] ontbranden van het brandstof-luchtmengsel

fire (verb) = [3] vonken van de bougie

fire (subst.) = ontbranding, vuur

fire appliance = brandweerauto

fire engine = brandweerauto

fire extinguisher = brandblusser

fire-fighting vehicle = brandweerauto

fire land = zuigerwand tussen compressieveren en zuigerbodem

fire point = ontbrandingstemperatuur

fire-proof = onbrandbaar, vuurvast

fire resistent = brandbestendig, brandwerend

fire safety regulations = brandweervoorschriften

fire stroke = arbeidsslag

fire truck = brandweerwagen

fire wall (Am.) = schutbord

fire wall (Eng.) = brandvrij schot

 

firing = ontbranding, ontsteking

firing order = ontstekingsvolgorde

firing point = ontstekingstijdstip

firing sequence = ontstekingsvolgorde

firing stroke = verbrandingsslag

 

firm = stevig, stug

 

first aid = EHBO

first-aid box = verbandkist

first-aid kit = verbandkist

first fire = eerste ontbranding van aanslaande motor

first-motion shaft = ingaande as van versnellingsbak, primaire as

first-order inertia forces = massatraagheidskrachten van de eerste orde

first service = eerste onderhoudsbeurt na aflevering

first speed = eerste versnelling

 

fiscal cubic capacity = fiscaal slagvolume

fiscal weight = fiscaal gewicht

 

fish = gelaste versterking, las

fish bolt = lasbout

fish eyes = wegkraling van lak

fish-tailing = [1] voortdurend naar links en rechts uitbreken van auto

fish-tailing = [2] scharen van aanhangwagen

 

fissure = barst, breuk, scheur

 

fit (verb) = [1] monteren, plaatsen

fit (verb) = [2] = passend maken

fit (subst.) = passing

fit & finish = fit & finish

 

fitment = [1] fitting

fitment = [2] passing

 

fitted bolt = pasbout

 

fitter = [1] machinebankwerker

fitter = [2] monteur

fitter’s hammer = bankhamer

 

fitting = [1] aansluitstuk, hulpstuk

fitting = [2] montage

fitting dimension = inbouwmaat

fitting face = pasrand, pasvlak

fitting measurement = inbouwmaat

fitting shop = [1] bankwerkerij

fitting shop = [2] montagewerk­plaats

 

fittings = accessoires, appendage

fittings plate = appendageplaat op LPG-gastank

 

five-bearing crankshaft = vijfvoudig gelagerde krukas

five-cylinder engine = vijfcilindermotor

five-speed gearbox = vijfversnellingsbak

five-valve engine = motor met vijf kleppen per cilinder

 

fix (verb) = [1] binden, stollen

fix (verb) = [2] organiseren, regelen

fix (verb) = [3] vastmaken, vast worden

 

fixation = [1] bevestiging

fixation = [2] stolling van chemische stoffen

 

fixed = [1] niet verplaatsbaar

fixed = [2] niet verstelbaar, vast

fixed = [3] vantevoren vastgesteld

fixed advance = vaste voorontsteking

fixed arm = meenemer

fixed bearing = vast steunpunt

fixed body = niet-afneembare opbouw

fixed brake caliper = vast remzadel

fixed-choke carbureter (Am.) = carburateur met vaste venturi, solex-carburateur

fixed-choke carburetter = carburateur met vaste venturi, solex-carburateur

fixed coil winding = vaste wikkeling op stator

fixed drive = starre aandrijving

fixed-head coupé = hard-top coupé

fixed-obstacle collision = botsing tegen vast obstakel

fixed pivot = vast draaipunt

fixed power distribution = vaste krachtstroomverdeling voor/achter

fixed price = vaste prijs

fixed-ratio steering = stuurinrichting met niet-variabele overbrenging

fixed rear-quarter window = niet-uitklapbaar achterzijruitje

fixed rust = vastgekoekte roest

fixed-size jet = gekalibreerde sproeier

fixed stay = bril van draaibank, drukstuk

fixed stop = vaste aanslag

fixed-venturi carburetter = carburateur met vaste venturi, solex-carburateur

fixed-venturi tube = venturi van solex-carburateur

 

fixing agent = bevestigingsmiddel, bindmiddel

fixing point = bevestigingspunt

fixing rod = bevestigingsstang

fixing screw = bevestigingsschroef, klemschroef

 

fixture = [1] armatuur

fixture = [2] opspantafel, spanklem

 

FL (front left) = linksvoor

FL (full load) = vollast

FL (fusible link) = draadzeke­ring, zwevende zekering

 

flag = vlag

flag staff = vlaggenstandaard

 

flake (verb) = afbladderen, afschilferen

flake (subst.) = schilfer

 

flaked paint = afgebladderde lak

 

flame (verb) = ontvlammen, opvlammen

flame (subst.) = vlam

flame arrester = terugslagfilter, vlamwering

flame cutter = snijbrander

flame front = vlamfront in verbrandingsruimte

flame glow plug = ontstekingselement van vlamstartinrichting

flame propagation = voorwaartse beweging van vlamfront in verbrandingsruimte

flame-propagation speed = vlamfrontsnelheid in verbrandingsruimte

flame-spark plug = ontstekingselement van vlamstartinrichting

flame-start system = vlamstartsysteem

flame trap = vlamdover

flame travel = vlamweg in verbrandingsruimte

 

flammable = brandbaar, ontbrandbaar

 

flange (verb) = een rand omzetten, een flens aanbrengen

flange (subst.) = flens, kraag

flange boss = flensbus

flange joint = flensverbinding

flange nut = flensmoer, randmoer

 

 flanged radiator = radiateur met een lamelvormig koelblok

 

flanging tool = flenstang

 

flank = flank, zijde

flank of tooth = tandflank

 

flap (verb) = [1] bewegen als een klep

flap (verb) = [2] een slaande beweging maken

flap (subst.) =[1] klep

flap (subst.) = [2] luik

flap (subst.) = [1] deksel met scharnier

flap (subst.) = [2] lint van velg

flap up (verb) = opklappen

flap-up seat = klapstoeltje

 

flare (verb) = flakkeren, opvlammen

flare nut = flensmoer, wartelmoer

flared wing = verbreed spatscherm

 

flaring tool = flensgereedschap

 

flash (verb) = [1] flitsen, ontvlammen

flash (v erb) = [2] lichtsignalen geven met de koplichten

flash (subst.) = passeersignaal

flash-butt welding = vonkstuiklassen

flash control = knipperend controlelicht op dashboard

flash current = kortsluitstroom

flash light = zwaailicht

flash-off time = droogtijd

flash-over = vonkbrug

flash-over voltage = ionisatiespanning, overslagspanning

flash point = vlampunt

flash signal = passeersignaal

flash-to-pass = passeersignaal

 

flasher = [1] richtingaanwijzer

flasher = [2] strobo­scooplamp

flasher light = richtingaanwijzer

flasher switch = richtingaanwijzerschakelaar

 

flashing = met de koplichten knipperen

flashing indicator = richtingaanwij­zer

 

flat (adj.) = [1] dof van geluid

flat (adj.) = [2] dof van kleur

flat (adj.) = plat, vlak

flat (verb) = afplatten, vlak maken

flat-base rim = vlakbedvelg

flat belt = niet-getande riem

flat-body chisel = platte carrosseriebeitel

flat-bottomed = met vlakke bodem

flat chisel = koubeitel

flat cold chisel = koubeitel

flat-countersunk rivet = platverzonken klinknagel

flat engine = [1] boxermotor

flat engine = [2] vlakke V-motor

flat file = blokvijl, platte vijl

flat fuse = lamelzekering

flat head = zijklepmotor

flat-head bolt = verzinkbout

flat-head rivet = klinknagel met halfverzonken kop

flat-head screw = platkopschroef

flat-headed piston = zuiger met platte bodem

flat hump = platte buitenrand van velg

flat key = [1]  contactsleutel 

flat key = [2] platte spie

flat-nose pliers = platbektang

flat-out = op volle snelheid, voluit

flat piston = zuiger met vlakke zuigerbodem

flat plug = platte stekker

flat punch = doorslag met plat uiteinde

flat-rate manual = reparatietijdenhandboek

flat round screw = schroef met platte ronde kop

flat shift = power-shift

flat spot = [1] motorhapering tijdens acceleratie

flat spot = [2] platte kant op loopvlak van autoband

flat spring = bladveer

flat-top piston = zuiger met vlakke zuigerbodem

flat tuning = globale motorafstelling

flat tyre = lekke band

flat washer = platte ring

flat wire = messtekker, platte stekker

 

flatten (verb) = [1] afplatten, plat maken

flatten (verb) = [2] vlakken, vlak maken

 

flaw = [1] gietfout

flaw = [2] krasje

 

fleet = wagenpark

 

flex (verb) = doorbuigen, rekken

 

flexibility = elasticiteit, flexibiliteit

 

flexible = buigzaam, soepel

flexible coupling = flexibele koppeling

flexible facing = schuimrubberen bekleding

flexible-fuel vehicle = auto met meerbrandstofmotor

flexible gearing = riemoverbrenging

flexible-head spanner = gewrichtssleutel, kniesleutel

flexible-head wrench (Am.) = gewrichtssleutel, kniesleutel

flexible ring = veerring

flexible shaft = [1] flexibele aandrijfas

flaxible shaft = [2] flexibele binnenkabel van kilometerteller

flexible washer = veerring

 

flexing area = doorbuigingszone van de flank een autoband

 

flexional strength = weerstand tegen doorbuiging

 

flexure = doorbuiging

 

flick (verb) = snel heen en weer bewegen

flick wipers = ruitenwissers met twee snelheden

 

flicker (verb) = flikkeren, knipperen

 

flip (verb) = schokkend bewegen

flip-up seat = klapstoeltje, opklapbare stoel

 

FLLS (fuel low-level sensor) = sensor voor minimumbrandstofniveau

 

float (verb) = dobberen, drijven

float (verb) = over de weg dweilen

float (subst.) = vlotter

float arm = vlotterarm

float bowl = vlotterkamer

float chamber = vlotterkamer

float-chamber valve = vlotternaald

float element = vlotter

float height = vlotterniveau

float housing = vlotterhuis

float level = vlotterniveau

float lever = vlotterarm

float needle = vlotternaald

float-needle valve = vlotternaald

float-needle seat = vlotternaaldzitting

float pin = vlotterscharnierpen

float setting = afstelling van de vlotterhoogte

float spindle = scharnieras van vlotter

float switch = vlotterschakelaar

 

floating = vrijdragend, zwevend

floating axle = schommelas

floating block = glijblok, glijsteen

floating brake caliper = zwevend remzadel

floating-caliper = zwevend remzadel

floating piston pin = zwevende zuigerpen

 

flood (verb) = overstromen

flood light = schijnwerper, zoeklicht

flood lubrication = spatsmering

 

flooding = [1] overlopen van de vlotterkamer

flooding = [2] verzuipen van de motor

 

floor (verb) = vol gasgeven

floor (subst.) = bodemplaat, vloerplaat

floor-area light = laaggeplaatst interieurlicht om de voetruimte te verlichten

floor board = bodemplaat, vloerplaat

floor console = vloerconsole

floor covering = vloerbedekking

floor dimple = profielkuiltje in vloerplaat

floor level = laadvloerhoogte

floor mat = vloermat

floor-mounted gear lever = op de wagenvloer gemonteerde versnellingspook

floor pan = bodemplaat, vloerplaat

floor panel = bodemplaat, vloerplaat

floor shift = op de wagenvloer gemonteerde versnellingspook

floor switch = voetschakelaar

 

flow (verb) = stromen, vloeien

flow (subst.) = stroming, stroom, vloeiing

flow amplifier = onderdrukversterker van een LPG-systeem

flow bench = testbank voor carburateurs

flow control valve = stroombegrenzingsklep

flow improver = vloeibaarheidsverbeterende dope

flow indicator = debietmeter

flow meter = debietmeter

flow of energy = energiestroom

flow rate = doorgestroomde hoeveelheid

flow resistance = stromingsweerstand

 

FL PT (flash point) = vlampunt

 

fluctuate (verb) = [1] fluctueren, schommelen

fluctuate (verb) = [2] variëren, wisselen

 

fluctuation = fluctuatie, schommeling

 

fluid (adj.) = vloeibaar, vloeiend

fluid (subst.) = vloeistof

fluid clutch = vloeistofkoppeling

fluid converter = hydraulische koppelomvormer

fluid coupling = vloeistofkoppeling

fluid-film lubrication = vloeistofsmering

fluid flywheel = vloeistofkoppeling

fluid friction = wrijving tussen vloeistofdeeltjes onderling

fluid gun = oliespuit

fluid leak = vloeistoflekkage

fluid level = vloeistofniveau

fluid-level control light = vloeistofniveaucontrolelicht

fluid line = vloeistofleiding

fluid-type pressure gage (Am.) = vloeistofmanometer

fluid-type pressure gauge = vloeistofmanometer

 

fluidify (verb) = [1] vloeibaar maken

fluidify (verb) = [2] vloeibaar worden

 

fluidity = viscositeit

 

fluorescent = fluorescerend

fluorescent lamp = gasontladingslamp

 

fluorine = freon voor airconditioning

 

flush (adj.) = effen, vlak

flush (adj.) = verzonken ingebouwd

flush (verb) = doorspoelen, wegvloeien

flush bolt = verzonken bout

flush-fitted = inbouw-, verzonken ingebouwd

 

flushable = uitwasbaar

 

flushing oil = spoelolie

 

flute (verb) = een groef aanbrengen

flute (subst.) = groef in boor

 

flutter (verb) = [1] flakkeren van vlam

flutter (verb) = [2] snel en onregelmatig bewegen

fluttering = [1] instabiel gedrag van chemische stof

fluttering = [2] slingering van voorwielen als gevolg van onbalans

 

flux = [1] elektrische flux

flux = [2] magnetische flux

flux = [1] vloeimiddel bij solderen

flux = [2] vloeistof­stroom

 

fly (verb) = [1] laten vliegen

fly (verb) = [2] vliegen

fly nut = vleugelmoer

fly-off hand brake = fly-off-handrem

 

flyweight = centrifugaalgewicht

flywheel = vliegwiel

flywheel bearing = toplager van koppeling

flywheel effect = massatraagheidsmoment

flywheel gear ring = starterkrans

flywheel housing = vliegwielhuis

flywheel lock bolt = vliegwielbout

flywheel lock plate = borgplaat voor vliegwielbouten

flywheel-position sensor = vliegwielpositiesensor

flywheel rim = starterkrans

flywheel ring gear = starterkrans

flywheel run-out = slag in vliegwiel

flywheel-speed sensor = vliegwieltoerentalsensor

flywheel starter = startmotor die via de starterkrans de krukas aandrijft

 

FM (frequency modulation) = FM

 

FMS (flexible manufacturing system) = flexibel productiesysteem

 

foam (verb) = schuimen

foam (subst.) = [1] schuim

foam (subst.) = [2] schuimplastic

foam-cladded = bekleed met een laag schuimplastic

foam cladding = schuimplastic bekleding

foam extinguisher = schuimblusser

foam padding = schuimplastic bekleding

foam plastic = schuimplastic

foam poly-urethane = poly-urethaanschuim

foam rubber = schuimrubber

 

foaming = schuimvorming

 

focus (verb) = scherp stellen

focus (subst.) = brandpunt

 

fog (verb) = [1] beslaan van ruiten

fog (verb) = [2] mistig worden

fog (subst.) = mist, nevel

fog light = mistlicht vóór

fog rear light = mistachterlicht

fog up (verb) = beslaan van ruiten

 

fogged window = beslagen ruit

 

fogging = condensvorming

 

foggy = mistig, nevelig

 

foil (verb) = [1] in de weg zitten

foil (verb) = [2] tegenhouden

foil (subst.) = folie

 

fold (verb) = [1] een felsrand aanbrengen

fold (verb) = [2] plooien, vouwen

fold (subst.) = {1] fels

fold (subst.) = [2] plooi, vouw

 

fold-away (adj.) = inklapbaar, opvouwbaar

fold away (verb) = inklappen, opvouwen

fold-down (adj.) = neerklapbaar, opvouwbaar

fold down (verb) = neerklappen, opvouwen

 

foldable = inklapbaar, opvouwbaar

 

folded seam = felsnaad

 

folding = inklapbaar, opvouwbaar

folding hood = openslaande kap van cabriolet

folding roof = vouwdak

folding spare tire (Am.) = reservewiel waarvan band nog moet worden opgepompt

folding spare tyre = reservewiel waarvan band nog moet worden opgepompt

folding top = vouwdak

 

follow (verb) = volgen

follow-up spring = meeneemveer

 

follower = [1] klepstoter

follower = [2] sleephefboom

 

FON (front octane number) = front-octaangetal van benzine

 

fool-proof = geheel beveiligd tegen ondeskundig gebruik

 

foot board = treeplank

foot brake = voetrem

foot-controlled = voetbediend

foot light = instaplicht, instapverlichting

foot mode = stand van verwarmingsinrichting waarbij voeten worden verwarmd

foot-operated = voetbediend

foot-operated dipper switch = voetbediende dimlichtschakelaar

foot print = contactvlak van autoband op wegdek

foot prints = remsporen van autobanden op wegdek

foot rest = voetsteun

foot switch = voetschakelaar

foot valve = voetremklep

foot well = voetruimte in interieur

foot-well light = laag geplaatst interieurlicht om de voetruimte te verlichten

foot-well nozzle = luchtuitstroomopening ter hoogte van de voetruimte

 

force (verb) = dwingen, forceren

force (verb) = [1] met kracht bewerkstelligen

force (verb) = [2] onder druk zetten

force (subst.) = kracht, macht

force at right angles = normaalkracht

force couple = krachtenkoppel, krachtenpaar

force of friction = wrijvingskracht

force of gravity = zwaartekracht

force of inertia =  massakracht

 

forced air cooling = geforceer­de luchtkoeling

forced downshift = volgas in een auto met automatische transmis­sie

forced feed = toevoer onder druk

forced-feed lubrication = drukomloopsmering, druksmering

forced-flow lubrication = drukomloopsmering, druksmering

forced oil cooling = geforceerde oliekoeling van de zuigers van een dieselmotor

forced oil lubrication = drukomloopoliesmering, oliedruksmering

 

ford (verb) = doorwaden

 

fording capacity = waadvermogen

 

fore-and-aft movement = beweging van voren naar achteren en weer terug

fore runner = voorloper

fore position = ingeklapte stand van de buitenspiegel

 

foreign = buitenlands, vreemd

foreign matter = ongerechtigheden, verontreinigingen

 

forge (verb) = smeden

forge hammer = smeedhamer

 

forged piston = gesmede zuiger

forged steel = smeedstaal

 

forging = smeedstuk

 

fork = gaffel, vork

fork leg = arm met een gaffelvormig uiteinde

fork lever = gaffelhefboom

fork lifter = vorkheftruck

 

forked = gaffelvormig, vorkvormig

forked axle = vork-as

forked pipe = spruitstuk

 

form (verb) = vormen

form (subst.) = gedaante, vorm

 

format = formaat

 

formation = opstelling, structuur, vorming

formation of sparks = vonkvorming

 

formed-in-place gasket = pakking van vervormbaar materiaal

 

forming punch = vormstempel

forming tool = profielbeitel

 

formula = formule

 

forward = naar voren, vooruit

forward control = frontbesturing

forward-control cab = frontstuurcabine

forward direction = [1] doorlaatrichting van diode

forward direction = [2] rijrichting van auto

forward feed = [1] voedingsbeweging van draaibank

forward feed = [2] vooruitgerichte kracht

forward gear = versnelling vooruit

forward-impact accident = frontale botsing

forward inertia = dynamische aslastverplaatsing

forward speed = versnelling vooruit

forward-to-backward inclination angle = langshellingshoek

forward view =  zicht naar voren

 

FOT (free on truck) = franco op vrachtwagen geladen

 

foul (adj.) = [1] niet goed functionerend

foul (adj.) = [2] verstopt

foul (verb) = [1] niet goed functioneren

foul (verb) = [2] verstopt raken

 

fouling chain = aanlopen van ketting

fouling temperature = zelfreinigingstemperatuur van bougie

 

foundation = grondplaat, ondergrond

 

four-barrel carburetor (Am.) = viervoudige carburateur

four-barrel carburetter = viervoudige carburateur

four-circuit protection valve = vierkringsveiligheidsklep van luchtdrukremsysteem

four-cycle engine = vierslagmotor, viertaktmotor

four-cylinder engine = viercilindermotor

four-door sedan = sedan met vier portieren

four-jaw chuck = opspanplaat van draaibank met vier klauwen

four-link rear suspension = achterwielophanging met vier reactiestangen

four-pole start motor = startmotor met vier koolborstels

four-post lift = vierkolomshefbrug

four-rotor engine = vierschijfsrotatiemotor

four-speed gearbox = vierversnellingsbak

four-square engine = vierkante motor

four-stroke engine = vierslagmotor, viertaktmotor

four-way spanner = kruissleutel, wielsleutel

four-valve engine = motor met vier kleppen per cilinder

four-wheel brake system = vierwielremsysteem

four-wheel drive = vierwielaandrijving

four wheeler = auto met vierwielaandrijving

four-wheel facility = inschakelbare vierwielaandrijving

four-wheel steering = vierwielbesturing

 

fourth gear = vierde versnelling

 

FP (fixed price) = vaste prijs

FP (freezing point) = vriespunt

FP (fuel pump) = brandstofopvoerpomp

 

FPCM (fuel-pump control module) = spanningsregeleenheid van brandstofop­voerpomp

 

FR (fibre-reinforced) = met glasvezel versterkt

FR (front) = aan de voorzij­de

FR (front right) = rechtsvoor

FR vehicle (front-engine rear-drive vehicle) = auto met de motor voorin plus achterwiel­aandrijving

 

 

 

fraction = deel, fractie

 

fractional distillation = gefractioneerde distillatie van aardolie

 

fracture (verb) = breken

fracture (subst.) = breuk

fracture area = breukvlak

 

fragile = breekbaar, broos

 

fraise (verb) = frezen

fraise (subst.) = frees

 

frame (verb) = in elkaar zetten, vormgeven

frame (subst.) = [1] chassis, frame

frame (subst.) = [2] raamsponning

frame aerial = raamantenne

frame beam = langsdraagbalk van frame

frame clearance = bodemvrijheid, grondspeling

frame lubrication = centrale smering, chassissmering

frame member = draagbalk van chassis

frame number = chassisnummer

frame side rail = langsdrager van chassis

frame stand = chassisbok

 

framed car = auto met een niet-zelfdragende carrosserie

 

frameless body = zelfdragende carrosserie

 

fray (verb) = invreten, uitrafelen

 

free (adj.) = [1] onbezet, ongebonden

free (adj.) = [2] los, vrij

free (verb) = losmaken, ontkoppelen

free-cutting steel = automatenstaal

free gap = slotspeling van zuigerveer

free motion = vrije beweging

free movement = vrije slag van pedaal

free length = vrije lengte van gebogen gemonteerde slang

free of bubbles = zonder luchtbellen

free of strain = spanningsvrij

free piston = vrijbewegende zuiger in schokdemper

free play = niet-toelaatbare vrije slag van pedaal

free radius = onbelaste straal

free spring length = lengte van veer in ontspannen toestand

free suspension = onafhankelijke wielophanging

free travel = vrije slag van pedaal

free-wheel (verb) = freewheelen

free wheel (subst.) = freewheel

free-wheel clutch = vrijloopkoppeling

free-wheel hub = vrijloopnaaf

 

freeze (verb) = [1] afkoelen, bevriezen

freeze (verb) = [2] vastlopen van een motor

freeze plug (Am.) = expansieplug

 

freezing point = vriespunt

 

freight = lading, vracht

 

freightliner = vrachtwagen voor lange-afstandsvervoer

 

french polish = schellak

french-style roof visor = aan de buitenkant van de voorruit gemonteerde zonneklep

 

frequency = frequentie

frequency control = frequentiecontrole van radio

frequency modulation = FM

frequency range =  frequentiegebied

 

frequent = regelmatig

 

fresh air = frisse lucht

fresh-air vent = uitstroomopening in dashboard voor frisse lucht

 

friction = frictie, wrijving

 

friction bearing = wrijvingslager

friction cone = wrijvingsconus

friction clutch = frictiekoppeling

friction damper = wrijvingsschokdemper

friction disc = frictieschijf, koppelingsplaat

friction disk (Am.) = frictieschijf, koppelingsplaat

friction drag = wrijvingsweerstand

friction heat = wrijvingswarmte

friction horse power = in paardenkracht gemeten wrijvingsverlies

friction lining = frictievoering, koppelingsvoering

friction losses = wrijvingsverliezen

friction modifier = wrijvingverminderende dope

friction pad = remblok

friction-pad area = contactvlak tussen remblok en remschijf

friction-pad pin = pen voor bevestiging van een remblok

friction-pad wear = remblok­slijtage

friction-pad wear control light = controlelicht voor versleten remblokken

friction-pad wear indicator = slijtage-indicator voor remblokken

friction plate = frictieplaat, wrijvingsplaat

friction ring = glijring, sleepring

 

friction surface = wrijvingsvlak

friction value = weerstandsmoment

 

frictional connection = [1] aanhechting, adhesie

frictional connection = [2] contact tussen de autobanden en het wegdek

 

FRM (fibre-reinfor­ced material) = met vezels versterkt materiaal

FRM (flat-rate manual) = reparatietijdenhandboek

 

front (adj.) = aan de voorkant, voor-, voorste

front (subst.) = front, voorstuk

front axle = niet-aangedreven vooras

front brake = voorwielrem

front bumper = voorbumper

front-corner collision = gedeeltelijk frontale botsing

front cross member = aan voorkant aangebrachte dwarsbalk

front damage = voorschade

front differential = voorste differentieel van een auto met vierwielaandrijving

front door = voorportier

front drive = voorwielaandrijving

front end = voorkant

front engine = voorin gemonteerde motor

front-engined = met motor voorin

front face = voorvlak

front hub = voorwielnaaf

front leading arm = langsdraagarm van voorwielophanging

front left = linksvoor

front lift = op voorkant van carrosserie werkende opwaartse kracht

front mudguard = voorspatbord, voorspatscherm

front muffler (Am.) = voorste uitlaatdemper

front octane number = front-octaangetal van benzine

front overhang = vooroverbouw, vooroverhang

front panel = frontpaneel, voorpaneel

front passenger = voorpassagier

front pillar = A-dakstijl, voorste dakstijl

front-position light = breedtelicht

front post = A-dakstijl, voorste dakstijl

front right = rechtsvoor

front screen = voorruit

front-screen aperture = opening in carrosserie voor voorruit

front-screen cleaner = reinigingsmiddel voor voorruit

front-screen defogger = ontwaseminrichting van voorruit

front-screen defroster = ontdooi-inrichting van voorruit

front-screen de-icer = voorruitontdooimiddel

front-screen demister = ontdooi-inrichting van voorruit

front-screen heater = voorruitverwarming

front-screen jet = ruitensproeier van voorruit

front-screen pillar = A-dakstijl, voorste dakstijl

front-screen post = A-dakstijl, voorste dakstijl

front-screen repair system = reparatiesysteem voor gelaagde voorruiten

front-screen washer = ruitensproeier van voorruit

front-screen washer motor = ruiten­sproeierpomp

front-screen washer pump = ruitensproeierpomp van voorruit

front-screen wiper = ruitenwisser van voorruit

front shield (Am.) = voorruit

front-shield aperture (Am.) = opening in carrosserie voor voorruit

front-shield cleaner (Am.) = reinigingsmiddel voor voorruit

front-shield defogger (Am.) = ontwaseminrichting van voorruit

front-shield defroster (Am.) = ontdooi-inrichting van voorruit

front-shield de-icer (Am.) = voorruitontdooimiddel

front-shield demister (Am.) = ontdooi-inrichting van voorruit

front-shield heater (Am.) = voorruitverwarming

front-shield jet (Am.) = ruitensproeier van voorruit

front-shield pillar (Am.) = A-dakstijl, voorste dakstijl

front-shield post (Am.) = A-dakstijl, voorste dakstijl

front-shield repair system (Am.) = reparatiesysteem voor gelaagde voorruiten

front-shield washer (Am.) = ruitensproeier van voorruit

front-shield washer motor (Am.) = ruiten­sproeierpomp

front-shield washer pump (Am.) = ruitensproeierpomp van voorruit

front-shield wiper (Am.) = ruitenwisser van voorruit

front seat = voorstoel, voorzitting

front sensor = vertragingssensor van airbagsysteem

front silencer = voorste uitlaatdemper

front spoiler = voorspoiler

front suspension = voorwielophanging

front-to-rear balance = remkrachtverdeling tussen voor- en achteras

front track = spoorbreedte vóór

front tread = spoorbreedte vóór

front turn-signal light = voorste richtingaanwijzer

front-underrun protection system = onderrijdbeveiligings­systeem

front view = vooraanzicht

front wall = voorste schutbord

front wheel = [1] neuswiel van een eenassige aanhangwagen

front wheel = [2] voorwiel van een auto

front-wheel alignment = stuurgeometrie

front-wheel brakes = voorremmen

front-wheel bearing = voorwiellager

front-wheel drive = voorwielaandrijving

front-wheel suspension = voorwielophanging

frontal = frontaal

 

frontal area = frontoppervlak

frontal collision = frontale botsing

 

frost (verb) = bevriezen

frost (subst.) = bevriezing, vorst

frost plug = vriesplaatje

frost-proof = tegen vorst beveiligd, vorstbeveiligd

 

frosted glass = matglas

frosted paint = metallic-lak

 

frosting = frosting 

 

frozen = [1] bevroren

frozen = [2] vastgelopen

frozen solid = vastgelopen

 

FRP (fibre-reinforced plastic) = met glasvezel versterkte kunststof

 

FRT (front) = aan de voorzijde

 

FS (full specification) = volledige technische specificatie

 

FSH (full-service history) = volledige onderhoudshistorie van gebruikte auto

 

FSO (fuel shut-off) = fuel shut-off

  

FT (fuel trim) = brandstoftoevoerregelsysteem

FT (full throttle) = volgas

 

fuel (verb) = van brandstof voorzien

fuel (subst.) = brandstof

fuel accumulator = brandstofaccumulator

fuel additive = brandstof-additief, brandstofdope

fuel-air enrichment = verrijking van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air leaning = verarming van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture = brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture adjusting screw = afstelschroef van het stationaire brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture control = regelsysteem van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture control screw = regelschroef van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture control valve = regelklep van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture correction = ­correctie van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture distribution = verdeling van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture enrichment = verrijking van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture formation = vorming van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture heater = verwarminrichting van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture pre-heater = voorverwarminrichting van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture preparation = voorbereiding van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air mixture regulating screw = regelschroef van het brandstof-luchtmengsel

fuel-air ratio = luchtgetal, luchtovermaatfactor

fuel atomisation = brandstofverstuiving

fuel baffle = tussenschot in brandstoftank

fuel can = jerrycan

fuel capacity = inhoud van brandstoftank

fuel cell = brandstofcel

fuel-cell vehicle = auto met een brandstofcel als aandrijvingsbron

fuel composition = brandstofsamenstelling

fuel consumption = brandstofverbruik

fuel-consumption gauge = brandstofverbruiksmeter

fuel cut-off system = systeem dat de brandstoftoevoer afsluit zodra op de motor wordt afgeremd

fuel delivery = brandstoftoevoer

fuel demand = brandstofverbruik

fuel direct injection = uitvoering met directe brand­stofinspuiting

fuel distributer = regel- en verdeelinrichting van het brandstofinspuitsysteem

fuel-drain control light = controlelicht voor water in het dieselbrandstoffilter

fuel dilution = verdunning van olie door benzine

fuel economy = brandstofbesparing

fuel evaporation = verdamping van brandstof

fuel-evaporation control system = regelsysteem voor afzuiging van brandstofdamp uit de brandstoftank

fuel feed = brandstoftoevoer

fuel-feed pump = brandstofopvoerpomp

fuel filler cap = brandstofvuldop, tankvuldop

fuel filler door = brandstofvulklep

fuel filler flap = brandstofvulklep

fuel filler neck = brandstofvulpijp

fuel filter = brandstoffilter

fuel-filter control light = controlelicht voor water in dieselbrandstoffilter

fuel flow = doorgestroomde hoeveelheid brandstof

fuel-flow sensor = sensor voor de meting van de doorgestroomde hoeveelheid brandstof

fuel gage (Am.) = brandstofvoorraadmeter

fuel gauge = brandstofvoorraadmeter

fuel heating = brandstofvoorverwarming

fuel hose = brandstofslang

fuel indicator = brandstofvoorraadmeter

fuel inhibitor = anti-klop-additive in brandstof

fuel-injected engine = motor met brandstofinspuiting

fuel injection = brandstofinjectie, brandstofinspuiting

fuel-injection advance device = inspuitmomentverstelin­richting bij brandstofinspuiting

fuel-injection discharge pressure = inspuitdruk bij brandstofinspuiting

fuel-injection end = einde van inspuit­peri­ode bij brandstofinspuiting

fuel-injection engine = inspuitmotor, motor met brandstofinspuiting

fuel-injection equipment = brandstofinspuit­apparatuur

fuel-injection in-line pump = lijnpomp bij brandstofinspuiting

fuel-injection multi system = multipoint-brandstofin­spuitsysteem

fuel-injection nozzle = verstuiver van een brandstofinspuitsys­teem

fuel-injection pump = inspuitpomp van een brandstofinspuitsys­teem

fuel-injection-pump test bench = inspuitpomptestbank

fuel-injection rate = gemiddelde hoeveelheid ingespoten brandstof

fuel-injection retard = inspuitvertraging bij brandstofinspuiting

fuel-injection sequence = inspuitvolgorde bij brandstofinspuiting

fuel-injection start = begin van inspuitperio­de bij brandstofinspuiting

fuel-injection system = brandstofinspuitsysteem

fuel-injection timing = inspuitmomentre­gelsysteem bij brandstofinspuiting

fuel-injection-timing device = inspuitmomentverstelinrichting bij brandstofinspuiting

fuel-injection valve = verstuiver van een brandstofinspuitsysteem

fuel-injection volume = hoeveelheid ingespoten brandstof

fuel injector = [1] brandstofverstuiver van LPG-motor

fuel injector = [2] verstuiver van motor met brand­stof­inspui­ting

fuel-injector body = verstuiverhuis

fuel-injector closing pressure = verstuiversluitingsdruk

fuel-injector holder = verstuiverhouder

fuel-injector hole = verstuivergat

fuel-injector leak-off pipe = brandstoflekleiding vanaf verstuiver naar tank

fuel-injector opening pressure = verstuiveropeningsdruk

fuel-injector shell = verstuiverhuis

fuel jet = [1] brandstofverstuiver

fuel jet = [2] ingespoten straal brandstof

fuel-leak-off pipe = brandstofoverstroomleiding, lekbrand­stof­ka­naal

fuel level = brandstofniveau

fuel-level gage (Am.)  = brandstofvoorraadmeter

fuel-level gauge = brandstofvoorraadmeter

fuel lid = tankvulklep

fuel-lift pump = brandstofopvoerpomp

fuel line = brandstofleiding

fuel low-level sensor = sensor voor minimumbrandstofniveau

fuel metering = brandstofdosering

fuel metering port = regelgroef voor brandstofdosering bij brandstofinspuiting

fuel metering slit = regelgroef voor brandstofdosering bij brandstofinspuiting

fuel mileage = brandstofverbruik gemeten in aantal mijlen/liter

fuel oil = dieselbrandstof

fuel pipe = brandstofleiding

fuel preheater = brandstofvoorverwarmingsinrichting

fuel preparation = mengselvorming uit brandstof en lucht

fuel pressure = druk in een brandstoftoevoerleiding

fuel-pressure indicator = brandstofopvoerdrukmeter

fuel-pressure regulator = brandstofdrukregelaar

fuel pump = brandstofopvoerpomp

fuel-pump relay = relais van brandstofopvoerpomp

fuel rail = brandstofgalerij

fuel requirements = eisen die door motor aan brandstof worden gesteld

fuel-reserve indicator = brandstofreservevoorraadmeter

fuel-return line = brandstofretourleiding, brandstofterugvoerleiding

fuel-return valve = brandstofretourklep

fuel riser = brandstofaanzuigbuis

fuel saving = brandstofbesparing

fuel-saving device = inrichting die het brandstofverbruik vermindert

fuel seepage = lekbrandstof

fuel-selector switch = brandstofkeuzeschakelaar van een LPG-systeem

fuel sender = zender van brandstofniveaumeter

fuel shut-off = fuel shut-off

fuel specifications = brandstofspecificaties

fuel spillage = brandstofverspilling

fuel splash-back = terugspatten van brandstof tijdens het tanken

fuel spray = straal ingespoten brandstof

fuel strainer = brandstoffilter

fuel supply = brandstoftoevoer

fuel-supply line = brandstoftoevoerleiding

fuel system = brandstoftoevoersysteem

fuel tank = brandstoftank

fuel-tank cap = vuldop van brandstoftank

fuel-tank capacity = inhoud van brandstoftank

fuel-tank filler cap = vuldop van brandstoftank

fuel-tank capacity = inhoud van brandstoftank

fuel-tank filler cap = vuldop van brandstoftank

fuel-tank filler pipe = vulpijp van brandstoftank

fuel-tank gauge = brandstofhoeveelheidsmeter

fuel-tank capacity = inhoud van de brandstoftank

fuel-tank ventilation = ontluchting van de brandstoftank

fuel-temperature sensor = brandstoftemperatuursensor

fuel trap = brandstofafscheider

fuel trim = regeling van de brandstoftoevoer

fuel valve = benzine-afsluiter van een LPG-systeem

fuel vaporisation = brandstofverdamping

fuel vaporization (Am.) = brandstofverdamping

fuel-vapor lock (Am.) = vapour-lock

fuel-vapor separator (Am.) = dampbelafscheider in brandstofleiding

fuel-vapour lock = vapour-lock

fuel-vapour separator = dampbelafscheider in brandstofleiding

 

fuelling station = tankstation

 

fulcrum = draaipunt, scharnierpunt

fulcrum pin = draaipen, scharnierpen

 

full = [1] geheel, in alle opzichten

full = [2] maximaal,volledig

full advance = maximaal toegestane voorontsteking

full beam (Am.) =  ongedimd groot licht

full-beam control light = controlelicht voor ongedimd groot licht

 

full cap = loopvlak van een autoband inclusief de schouders

full-drop = geheel wegklapbaar

full-floating = geheel vrijdragend

full-floating rear axle = vrijdragende achteras

full-flow filter = hoofdstroomfilter

full four-wheel drive = permanente vierwielaandrijving

full load = vollast

full-load curve = vermogens-, koppel- en brandstofverbruikskromme onder vollast

full-load stop = vollastaanslag

full-lock = met naar uiterst links of uiterst rechts gedraaide voorwielen

full specification = volledige technische specificatie

full-size = grootformaat-

full-speed = op volle snelheid

full-throttle = volgas

full-throttle position = geheel geopende stand van gasklep

full-time four-wheel drive = permanente vier­wielaan­drijving

 

fully = geheel, in alle opzichten

fully = maximaal, volkomen

fully automatic = volautomatisch

fully loaded = geheel beladen

fully loaded model = automodel met alle mogelijke accessoires

 

fulminating gas = knalgas

 

fume (verb) = roken, rook uitstoten

fume (subst.) = damp, rook

 

fun car = fun-car, primair voor de show gebouwde auto

 

function (verb) = functioneren

function (subst.) = functie

function control light = functiecontrolelicht

function select button = functiekeuzeknop

 

functional = functioneel

functional test = functietest

 

funeral car = begrafenisauto, lijkauto

 

funnel = koker, trechter

 

FUPS (front-underrun protection system) = onderrijbeveiligingssysteem van vrachtwagen

 

fural (furfural) = furfural in dieselbrandstof

 

furfural = furfural in dieselbrandstof

 

furnace = oven, verbrandingsoven

 

furniture vehicle = meubeltransportauto

 

furred = verstopt door ketelsteenafzetting

 

furring = ketelsteen

 

furrow = groef, uitholling

 

fuse (verb) = [1[ een zekering aanbrengen

fuse (verb) = [2] doorbranden van een zekering

fuse (subst.) = [1] smeltveiligheid van zekering

fuse (subst.) = [2] smeltzekering

fuse block = zekeringenblok

fuse box = zekeringkast

fuse housing = zekeringhouder

fuse link = smeltzekering

fuse plug = smeltelement van zekering

fuse puller = zekeringentrekker

fuse wire = draad van smeltzekering

fuse with blade contact = meszekering

 

fusible = smeltbaar

fusible link = [1] smeltbaar draadgedeelte van zekering

fusible link = [2] smeltzekering

 

fusing burner = snijbrander

fusing point = smeltpunt van zekering

 

future = toekomst

 

fuzzy = vaag, verward

fuzzy logic = nattevingerwerk tijdens berekeningen

 

FW (flat wire) = messtekker, platte stekker