C

 

 

C-DAKSTIJL

Op twee-na-voorste stijl, oftewel bij personenauto’s de stijl tussen het achterportier en de achterruit, en bij stationcars de stijl tussen het achterportier en de achterste zijruit

 

C-SEGMENT

Alle op de markt zijnde personenauto’s kunnen, al naar gelang de grootte, worden onderverdeeld in twaalf groepen of segmenten. In het C-segment is de compacte klasse ingedeeld (bijvoorbeeld Peugeot 307, Volkswagen Golf, Toyota Auris).

 

C-STIJL

C-dakstijl.

 

CABRIOLET

Personenauto met twee of vier zitplaatsen en een dak, dat kan worden opengeklapt of zelfs geheel verwijderd.

 

CAD/CAM

Computer-aided design/computer-aided manufacturing.

 

CALCIUMVET

Waterbestendig vet met een gladde structuur Calciumvet mag niet warmer worden dan 60 graden Celsius.

 

CAMBER

Wielvlucht.

 

CAMPER

Kampeerauto met het onderstel van een bedrijfswagen, al dan niet met de ‘originele’ cabine.

 

CAN-BUS

CAN-BUS (can = controller-area network) is een kabel waarlangs alle elektronische systemen van een auto met elkaar communiceren. Zo verstuurt de centrale computer boodschappen aan de processoren van elektronische componenten.

 

CAN-HIGH

Draad van CAN-bus met de hoogste spanning.

 

CAN-LOW

Draad van CAN-bus met de laagste spanning.

 

CAPACITEIT

Geschiktheid om iets tot stand te brengen of vermogen om iets te produceren.

 

CAPACITIEVE ONTSTEKING

Hierbij wordt de bobine gevoed door een eerder opgeladen condensator. Door de steile spanningstoename vonken de bougies ook ‘vuil’ en verloopt de vonk ‘flitsender’.

 

CAPTAIN’S CHAIR

Zeer luxueuze ‘individuele’ passagiersstoel met eigen armsteunen, gemonteerd in een MPV of een SUV,

 

CARAVAN

Kampeerwagen.

 

CARBON KNOCKING

Kloppend motorgeluid dat wijst op koolaanslag op kleppen.

Detonatie als gevolg van koolaanslag

 

CARBURATEUR

Apparaat waarin brandstof en lucht wordt vermengd tot een brandbaar brandstof-luchtmengsel voor de motor. Volledig door brandstofinspuiting achterhaald.

 

CARBURATEURMOTOR

Motor met één of meer carburateurs.

 

CARDAN

Verbindt de uitgaande as van de versnellingsbak met de ingang van de eindoverbrenging. Alleen bij auto’s met de motor voorin en achterwielaandrijving.

Vernoemd naar de uitvinder, Girolamo Cardano (Italië, circa 1550)

 

CARDANAS

Cardan.

 

CARDANTUNNEL

Langwerpige overkapping op de lengte-as van de wagenvloer, waaronder de cardanas vanaf de motor naar de achterwielen loopt.

 

CARROSSERIE

Vroeger een apart op het chassis gebouwd koetswerk. Tegenwoordig vormen carrosserie en chassis samen een zelfdragende carrosserie.

 

CARROSSERIEGARANTIE

Garantie op de carrosserie, tegenwoordig variërend van drie tot wel acht jaar. Die geldt niet voor oorzaken van buitenaf, zoals niet gerepareerde steenslag en krasjes. Bovendien is de eigenaar verplicht om de lak volgens de regels te verzorgen.

 

CARTER

Huis van de motor, waarin de krukas ronddraait en waar de olie ligt opgeslagen. Het carter is soms onderverdeeld in een bovencarter en een ondercarter.

 

CARTERBESCHERMING

Nuttig voor auto’s, die zijn ‘verlaagd’ en daardoor een geringe bodemspeling hebben. Zo wordt het motorcarter toch beschermd tegen verkeersdrempels en steenslag.

 

CARTERONTLUCHTING

Carterventilatie.

 

CARTERPAN

Deksel onderaan het carter van de motor. Daar ligt de motorolie, die op dat moment niet ‘onderweg’ is, opgeslagen. Aan de onderkant is een olie-aftapplug aangebracht.

 

CARTERPANPAKKING

Afdichting tussen de onderkant van het motorblok en de carterpan.

 

CARTERSLEUTEL

Bedoeld voor het los en vast draaien van de olie-afvoerplug onderaan de carterpan, versnellingsbak en differentieel.

 

CARTERVENTILATIE

Blaasgassen bouwen in het motorcarter door de beweging van de zuigers een pulserende overdruk op. De carterventilatie voert de blaasgassen daaruit weg. Zie verder: gesloten carterventilatie, open carterventilatie.

 

CASTER

Fuseelangshelling.

 

CATALOGUE ENGINEERING

Bestudering door autofabrikant van catalogi van concurrerende bedrijven.

 

CATALOGUSPRIJS

Verkoopprijs zoals door de auto-importeur in de catalogus aangegeven.

 

CCMC-SPECIFICATIE

De CCMC is een belangenvereniging van autofabrikanten uit de EG-landen, die het kwaliteitsniveau (en dus niet de viscositeit) van de betreffende olie aangeeft. De specificatie staat aangegeven op het olieblik.

 

cD

Candela.

 

CDI

Common-rail dieselbrandstofinspuitsysteem.

 

CEL

Element van een energiebron. Bijvoorbeeld: een accucel, een brandstofcel of een foto-elektrische cel.

 

CELLULOSELAK

Lak met agressieve stoffen, die niet gedroogde synthetische lak aantasten. Daarom kan celluloselak niet direct over synthetische lak worden gespoten.

 

CENTERPONS

Stift, gemaakt van zeer hard metaal en aan de onderkant voorzien van een scherpe punt. Daarmee kan vóór het boren een centreerputje in het te bewerken voorwerp worden getikt.

 

CENTRAAL DIFFERENTIEEL

Auto’s met vierwielaandrijving hebben direct ‘na’ de normale versnellingsbak een zogenaamd centraal differentieel. Dit verdeelt de motorkracht variabel over de vooras en de achteras.

 

CENTRALE BENZINE-INSPUITING

Monopoint-benzine-inspuiting.

 

CENTRALE PORTIERVERGRENDELING

Elektronisch systeem, waarmee in één enkele handeling alle portiersloten kunnen worden vergrendeld of geopend – met of zonder gebruikmaking van afstandsbediening.

 

CENTRIFUGAAL

Middelpuntvliedend, vanuit het centrum weg bewegend.

 

CENTRIFUGAALGEWICHTJE

Het ontstekingstijdstip wordt, afhankelijk van het motortoerental, afgeregeld met behulp van centrifugaalgewichtjes die aan veren die rondom de verdeleras draaien.

 

CENTRIFUGAALKOPPELING

Brengt de vaste verbinding tussen motor en versnellingsbak automatisch tot stand, zodra het motortoerental en de centrifugaalkracht boven een gegeven waarde uitkomen.

 

CENTRIFUGAALKRACHT

Deze kracht wordt veroorzaakt door het massatraagheidsmoment van een lichaam, dat in een cirkelbeweging probeert zich te verwijderen van het middelpunt van die cirkel.

 

CENTRIFUGAALPOMP

Pomp die vloeistof of gas met behulp van centrifugaalkracht weg pompt.

 

CENTRIFUGAALVERVROEGING

Regelt het ontstekingstijdstip, afhankelijk van het motortoerental, met centrifugaalgewichtjes aan veren die rondom de verdeleras draaien.

 

CENTRIPETAAL

Middelpuntzoekend, naar het centrum toe bewegend. Is exact het tegenovergestelde van centrifugaal.

 

CENTRIPETAALKRACHT

Tegenovergestelde van centrifugaalkracht. Als een auto uit de bocht vliegt, komt dat doordat de centripetaalkracht kleiner is dan de centrifugaalkracht.

 

CERINE

Stof, die vanuit een apart tankje druppelsgewijs aan dieselbrandstof wordt toegevoegd om de vorming van roet tegen te gaan.

 

CETAAN

Koolwaterstofverbinding, die dient als ijkbrandstof voor de bepaling van het cetaangetal van een dieselbrandstof.

 

CETAANGETAL

Norm voor de ontstekingsgewilligheid van een bepaalde dieselbrandstof. Is daarmee exact de ‘tegenpool’ van het octaangetal. Het cetaangetal van in Nederland verkrijgbare dieselbrandstof bedraagt 40 tot 60.

 

CFD

Computational fluid dynamics.

 

CFK’s

Chloor-fluor-koolwaterstofverbindingen.

 

CFR-PROEFMOTOR

Deze proefmotor (CFR = co-operative fuel research) heeft een instelbare compressieverhouding, waarmee het octaangetal van een benzinesoort kan worden vastgesteld.

 

CGI

Benzine-inspuiting met gelaagde verbranding.

 

CHARGE COOLER

Koeler voor motor en met drukvulling. Hierbij wordt de daar doorheen gevoerde inlaatlucht primair gekoeld door koelvloeistof of rijwind.

 

CHASSIS

Dragend platform, waarop een niet-zelfdragende carrosserie wordt geplaatst. Personenauto’s hebben meestal wel een zelfdragende carrosserie en dus geen apart chassis.

 

CHASSISNUMMER

Door de autofabriek aangebracht productienummer van een chassis of carrosserie. De overheid gebruikt het chassisnummer als  identificatie voor het voertuig.

 

CHAUFFEUR

Betekende oorspronkelijk: stoker. Frankrijk is de bakermat van de auto. De allereerste auto’s waren stoomauto’s, met behalve een bestuurder ook een ‘chauffeur’ aan boord. De chauffeur was dus in die tijd de stoker en niet de bestuurder.

 

CHECK CONTROL

Defectsignalering door middel van een controlelicht. Dit ‘bewaakt’ de werking van de overige dashboardcontrolelicht  en waarschuwt wanneer er sprake is van een defect.

 

CHEMISCHE ENERGIE

Brandstof bevat altijd een bepaalde hoeveelheid energie, die bij verbranding vrijkomt. Bij accu’s betreft het chemische energie. SI-eenheid: kilojoule/kilogram.

 

CHEMISCHE REACTIE

Onomkeerbare omzetting tussen een aantal bij elkaar gevoegde stoffen. Zo is verbranding van een stof een chemische reactie tussen die stof en zuurstof uit de lucht.

 

CHEMISCHE VERBINDING

Samenvoeging van gelijksoortige atomen (van twee stoffen) tot moleculen (van een nieuwe stof).

 

CHILLING

Proces van het laten schrikken van staal tijdens de fabricage.

 

CHIP

Plaatje silicium met daarop complexe elektronische schakelingen (IC’s). Zo’n chip vormt het zenuwcentrum van het elektronische motormanagement.

 

CHIP TUNING

Vorm van tuning, waarbij afstellingen aan de motor door middel van het aanpassen of vervangen van de software van het motormanagement, dit gebeurde enige tijd door het vervangen van chips in de ECU. Een verbeterde afstelling van het ene element (bijvoorbeeld het motorvermogen) betekent meestal een verslechterdere afstelling van een ander element (bijvoorbeeld het brandstofverbruik) – of omgekeerd.

 

CHLOOR

Scherp prikkelend, groengeel gekleurd gas. Tast vrijwel alle metalen aan, bleekt plantaardige kleurstoffen en doodt ziektekiemen.

 

CHLOOR-FLUOR-KOOLWATERSTOFVERBINDINGEN

Chloor-fluor-koolwaterstofverbindingen. Komen voor in het koudemiddel van de airconditioning en in kunststofschuimen interieurdelen. CFK’s breken de ozonlaag in de atmosfeer af.

 

CHOKE

Klep in de luchtinlaat van een carburateur van een benzinemotor.  Deze levert bij de koude start en tijdens de warmdraaifase een relatief rijk brandstof-luchtmengsel aan de motor.

 

CHOKEKLEP

Klep boven de venturi in de luchtinlaatleiding van een carburateur. Daarmee kan bij koude motor de aanzuiging van benzine in de inlaatluchtstroom worden versterkt.

 

CHOPPING CONTROL

Dieselmotoren met indirecte brandstofinspuiting hebben tegenwoordig een gloei-automaat. Deze zorgt voor het voorgloeien en nagloeien (vóór en na de koude start).

 

CHROOM

Een bros, zeer hard, glanzend metaal. Het wordt gebruikt voor het verchromen van onder meer cilinderwanden, zuigerveren, delen van de wielophanging en carrosseriedelen.

 

CIH-MOTOR

CIH = camshaft-in-head. Een CIH-motor heeft dus slechts  één bovenliggende nokkenas.

 

CILINDER

Buisvormige bus. De cilinder van een automotor heeft onderaan een ‘open’ verbinding met het carter. Bovenaan bevindt zich de cilinderkop. Binnenin beweegt een zuiger.

 

CILINDERBLOK

Gedeelte van de motor waarin de cilinders zijn ondergebracht. Meestal is het motorblok het cilinderblok. Er zijn ook motoren die zijn voorzien van losse cilinderblokken met één of meer cilinders.

 

CILINDERBUS

Het lichtmetalen cilinderblok van een motor kan niet tegen direct contact met de zuigers. Daarom is er aan de binnenkant van elke cilinder een stalen cilinderbus.

 

CILINDERINHOUD

Inhoud van de ruimte, die door alle zuigers wordt bestreken als die bewegen tussen ODP en BDP. De eenheid van cilinderinhoud is ‘onofficieel’ liter of cc.

 

CILINDERKOP

Sluit het motorblok of de cilinders aan de bovenkant af. Bevat de kleppen, delen van inlaatsysteem en uitlaatsysteem, de nokkenas(sen) en de verbrandingsruimtes.

 

CILINDERKOPPAKKING

Pakking die voor een lucht-, water- en oliedrukdichte afdichting zorgt tussen het motorblok en de cilinderkop.

 

CILINDERNUMMERING

Voor de bepaling van de ontstekingsvolgorde van een motor hebben alle cilinders een nummering, die bij lijnmotoren aan de distributiezijde begint (en bij V-motoren bij eerste de cilinder van de linker cilinderrij).

 

CILINDERRIJ

Een lijnmotor heeft vanzelfsprekend één cilinderrij. Een V‑motor heeft twee parallel opgestelde cilinderrijen van ieder evenveel cilinders.

 

CILINDERUITSCHAKELING

Soms is slechts een gedeelte van het totale motorvermogen nodig. Dan is tijdelijke cilinderuitschakeling een mogelijkheid om (soms tot 15 %) brandstof te besparen.

 

CILINDERVOERING

Binnenkant van een cilinder. Dit oppervlak komt voortdurend in aanraking met de op‑en‑neergaande zuiger. Dit gedeelte van de motor wordt met spatsmering gesmeerd.

 

CILINDERVULLING

Hoeveelheid brandstof-luchtmengsel, die de dalende zuiger tijdens de inlaatslag aanzuigt. Bij een gelaagde cilindervulling wordt de cilinder volgens een systeem (namelijk laag voor laag) met brandstof gevuld. Hoe beter de cilindervulling, des te hoger het motorvermogen.

 

CILINDERWAND

Cilindervoering.

 

CIRCUIT

Gesloten kring waar een elektrische stroom door wordt geleid.

 

CITIZEN’S BAND

Frequentieband waarop vrachtwagenchauffeurs met elkaar radiocontact onderhouden (27MHz).

 

CKD

Completely knocked-down.

 

CKF-SENSOR

Deze sensor meet de gelijkmatigheid van de omwentelingssnelheid van de krukas.

 

CLAXON

Toeter.

 

CLEAN AIR ACT

Door de Amerikaanse staat Californië uitgevaardigde serie wetten  ter verkrijging van schone lucht. Deze wetten regelen in vijf fasen de geleidelijk steeds strenger wordende eisen betreffende de uitlaatgasreiniging van Amerikaanse auto’s.

 

CLIGNOTEUR

Richtingaanwijzer.

 

CLOSE-RATIO-VERSNELLINGSBAK

Versnellingsbak van race-auto’s en sportwagens, waarvan de eerste versnelling relatief lang is. Daardoor liggen de eerste, tweede en volgende versnellingen relatief dicht opeen.

 

CLOSED LOOP

Gesloten kring. Regelsysteem, waarmee het motormanagement de samenstelling van het brandstof-luchtmengsel zo afregelt dat de katalysator optimaal functioneert.

 

CLOUD POINT

Troebelpunt.

 

CLUTCH DROP

Het bij hoog motortoerental plotseling loslaten van koppelingspedaal.

 

CNG

Gecomprimeerd aardgas.

 

CO

Koolmonoxide.

 

CO2

Kooldioxide.

 

CO-TESTER

Met dit apparaat kan het gehalte aan milieu-onvriendelijk koolmonoxide in uitlaatgassen worden gemeten. De CO-meting maakt deel uit van de APK.

 

COACH

Luxueuze personenauto (minimaal een middenklasser) met twee portieren en minstens vier zitplaatsen.

 

COATING

Deklaag met een beschermende functie tegen bijvoorbeeld corrosie.

 

COAX-KABEL

Bij een coaxiale kabel hebben de geleidende ader en het omhulsel dezelfde centrale lijn.

 

COCKPIT

Een uit de vliegtuigwereld overgewaaide uitdrukking voor het bestuurderscompartiment van een auto. Met name in de autosport is cockpit een volledig ingeburgerd woord.

Cockpit = arena voor hanengevechten (19e eeuw)

 

COËFFICIËNT

Kengetal om een waarde van een veranderlijke grootheid weer te geven. Voorbeelden: luchtweerstandscoëfficiënt, warmtegeleidingscofficiënt.

 

COHESIE

Kracht, waarmee moleculen van eenzelfde lichaam of stof (bijvoorbeeld lak) elkaar aantrekken.

 

COLLOïDALE OPLOSSING

Hierbij is er sprake van een oplossing van één of meer fijn verdeelde stoffen in een gas of een vloeistof. Voorbeelden zijn: rook in lucht, schuim in olie.

 

COMAND

Rijkeuzefunctiesysteem.

 

COMAND APS

Audiosysteem.

 

COMBI

De combi (combinatiewagen) van vroeger houdt het midden tussen een personenauto en een lichte vrachtwagen, maar is altijd gebaseerd op het model van de oorspronkelijke personenauto.

 

COMBI-INSTRUMENT

Combinatie van dashboardinstrumenten met de toerenteller, de snelheidsmeter, de gecombineerde koelvloeistoftemperatuurmeter plus de brandstofmeter.

 

COMBI-LICHT

Controlelicht van alle dashboardmeters.

 

COMBI-METER

Tankinhoudsmeter in de appendageplaat van een auto, die op LPG rijdt.

 

COMBINATIEMATERIALEN

Materiaal gemaakt van meerdere andere materialen. De gezamenlijke eigenschappen zijn anders dan die van elk materiaal apart.

 

COMBINATIETANG

Universeel stuk gereedschap, waarmee van alles kan worden vastgeklemd. Is ook geschikt om licht plaatmateriaal te verbuigen en draad  door te knippen.

 

COMBINATION HUMP[1]

Platte rand aan de binnenkant van een velg in combinatie met een ronde rand aan de buitenkant.

 

COMBINATION HUMP [2]

Bolle rand van een velg met aan weerszijden een afwijkende vorm

 

COMBO-STEKKER

Niet bij alle laadpunten voor elektrische auto’s zijn de stekkers gestandaardiseerd. Met een combo-stekker maakt dat niet uit.

 

COMFORT

Is afhankelijk van vier factoren: plaatsruimte, klimaat, geluiddemping en isolatie tegen stoten en schokken.

 

COMFORTMAAT

Afstand vanaf het gaspedaal tot de achterbankleuning. Is een maatstaf voor de plaatsruimte, die de inzittenden in het interieur ter beschikking hebben.

 

COMMON RAIL-DIESELBRANDSTOFINSPUITSYSTEEM

Hierbij perst de dieselbrandstofpomp de dieselolie onder zeer hoge druk in een langwerpig vat. Vandaaruit lopen leidingen naar elektronische verstuivers, die elk een cilinder ‘bedienen’.

 

COMPATIBEL

Met elkaar combineerbaar, op elkaar aansluitbaar.

 

COMPLETELY KNOCKED-DOWN

Voor exportdoeleinden elders geheel in onderdelen gedemonteerd.

 

COMPONENT

Stelsel van onderdelen of bestanddelen, die samen één geheel of één stof vormen. Een voorbeeld van een component is een brandstoffilter of een startmotor.

 

COMPONENT MILEAGE

Levensduur van een component, gemeten in mijlen. Dit is de afstand, die een bepaalde component moet kunnen ‘overleven’ zonder stuk te gaan.

 

COMPOSIET (COMPOSIETMATERIAAL)

Combinatie van relatief zwakke materialen, die met elkaar zijn verlijmd en zodoende samen een sterk geheel vormen.

 

COMPOSIETMATERIAAL

Composiet.

 

COMPOUND

Bandencompound.

 

COMPRESSIE

Samendrukking.

 

COMPRESSIEDRUK

Tijdens de compressieslag zijn alle kleppen gesloten. Daardoor stijgt boven de stijgende zuiger niet alleen de compressiedruk maar ook de compressietemperatuur.

 

COMPRESSIE-EINDDRUK

Compressiedruk op het moment, waarop het brandstof-luchtmengsel door de overspringende vonk wordt aangestoken.

 

COMPRESSIE-EINDTEMPERATUUR

Compressietemperatuur vlak voordat het brandstof-luchtmengsel door de overspringende vonk wordt aangestoken.

 

COMPRESSIEMETER

Hiermee kan in elke cilinder van een motor de compressiedruk worden gemeten. Vuistregel: 15 % verschil tussen de gemeten waarden in de cilinders onderling is nog nét acceptabel.

 

COMPRESSIERUIMTE

Ruimte boven de zuiger als deze in BDP staat. Dit volume is voor de berekening van de compressieverhouding van belang. Is ongeveer gelijk aan de verbrandingsruimte.

 

COMPRESSIESLAG

Het arbeidsproces van een vierslagmotor bestaat uit vier ‘slagen’. Tijdens de compressieslag zijn de inlaatkleppen en uitlaatkleppen gesloten en gaat de zuiger omhoog.

 

COMPRESSIETEMPERATUUR

Tijdens de compressieslag zijn alle kleppen gesloten. Daardoor stijgt boven de stijgende zuiger niet alleen de compressietemperatuur maar ook de compressiedruk.

 

COMPRESSIEVEER

Twee of meer compressieveren per zuiger zorgen voor de afdichting tussen de ruimtes boven en onder de zuiger.

 

COMPRESSIEVEER MET GETRAPTE DOORSNEDE

Compressieveer met rechthoekige doorsnede waarvan aan de buitenkant onderaan een stukje is uitgedraaid.

 

COMPRESSIEVEER MET RECHTHOEKIGE DOORSNEDE

Compressieveer met rechthoekige doorsnede waarvan aan de binnenkant de bovenhoek is afgekant.

 

COMPRESSIEVERHOUDING

(Volume boven de zuiger in ODP) : (volume boven de zuiger in BDP) =  (cilinderinhoud plus compressieruimte) : (compressieruimte).

 

COMPRESSIEVERLIES

Meestal geleidelijke vermindering van compressiedruk. De zuigerveren of de kleppen dichten dan niet meer goed af. Dan verloopt het verbrandingsproces minder effectief.

 

COMPRESSOR [1]

Direct door de krukas aangedreven apparaat, dat de inlaatlucht comprimeert voor een betere cilindervulling.

 

COMPRESSOR [2]

Betreft de airconditioning. Comprimeert lucht of gas. De compressor van de airconditioning comprimeert koudemiddel van damp tot vloeistof.

 

COMPRESSOR [3]

Betreft het luchtdrukremsysteem. Comprimeert lucht, die in een luchtketel wordt opgeslagen totdat deze nodig is voor het luchtdrukremsysteem, de luchtvering en de deurbediening van autobussen.

 

COMPRESSORMOTOR

Motor met compressor.

 

COMPREX

Soort compressor, waarbij de in uitlaatgassen aanwezige energie wordt benut om met drukpulsen de inlaatlucht te comprimeren.

 

COMPUTATIONAL FLUID DYNAMICS

Hydrodynamica‑simulatie. Door middel van CFD kan op de computer een virtuele windtunnel worden gesimuleerd.

 

COMPUTER

In de auto aanwezige hardware die voor besturing van elektronische onderdelen en functies zorgt  door middel van microprocessoren, randapparatuur en software.

 

COMPUTER-AIDED DESIGN/COMPUTER-AIDED MANUFACTURING

Met behulp van computers ontworpen en gefabriceerd.

 

CONCEPT

Korte formulering van de belangrijkste ontwerpaspecten zoals het soort aandrijving, het aantal inzittenden, de plaatsing van de motor en het soort motor.

 

CONDENS

Neerslag van waterdamp. Dit condenseert onder invloed van temperatuur tot waterdruppels.

 

CONDENSAAT

Product van condensatie uit een vloeistof.

 

CONDENSATIE

Compressie van lucht of een gas tot vloeistof door middel van afkoeling.

 

CONDENSATIETRAJECT

Condensatie vindt plaats door geleidelijke afkoeling. Het condensatietraject is dus het omgekeerde van het kooktraject.

 

CONDENSATOR

Buffervat voor elektronen. Helpt de bobine door een zeer hoge uitgangsspanning te genereren. Dit is noodzakelijk voor de aanmaak van een sterke ontstekingsvonk.

 

CONDENSATORONTSTEKING

Hierbij voedt een van te voren opgeladen condensator de bobine. Als de condensator binnen korte tijd alle beschikbare elektronen afstaat, neemt de spanning zeer snel toe.

 

CONDENSER

Letterlijk: apparaat dat condensatie veroorzaakt. Dit onderdeel van de airconditioning koelt vloeibaar koudemiddel af, zodat dit condenseert.

 

CONDUCTEUR

Frankrijk is de bakermat van de auto. De allereerste auto’s waren stoomauto’s. De stoker daarvan heette in het Frans chauffeur, en de bestuurder was de conducteur.

 

CONFERENCE SEATING

Opstelling van stoelen in het interieur van een MPV, waardoor de inzittenden met de gezichten naar elkaar toe zijn gekeerd.

 

CONISCH

Kegelvormig, taps.

 

CONISCH ROLLAGER

Heeft geen kogels maar een rij schuin toelopende lagerrollen. Wiellagers kunnen conisch zijn. Per wiel zijn er dan meestal twee conische rollagers.

 

CONISCH TANDWIEL

Een set van twee conische tandwielen maakt een haakse overbrenging mogelijk, inclusief vertragende of versnellende overbrengingsverhouding.

 

CONISCHE BOUT

Bout met een taps toelopende punt.

 

CONSISTENT

Duurzaam, vast, weerstand biedend.

 

CONSISTENTIE

Dichtheid van een stof, samenhang van een stof. Zo heeft de mate van consistentie bij lakken invloed op de mate van vloeibaarheid.

 

CONSISTENTVET

Halfvaste vetsoort met een grote consistentie. Ieder vet is samengesteld uit een olie en een zeep.

 

CONSOLE

Bedieningspaneel. Met console wordt nooit het dashboard zelf bedoeld, maar altijd een specifiek gedeelte daarvan dat zich meestal middenvoor in het interieur bevindt (dus rechts van de bestuurder).

 

CONSTANT

Ononderbroken, voortdurend.

 

CONSTANT-MESH-VERSNELLINGSBAK

Gebruikelijke type versnellingsbak, waarbij alle bij elkaar horende tandwielsets voortdurend met elkaar in aanraking zijn, of ze nu op dat moment bij de aandrijving betrokken zijn of loos meedraaien.

 

CONSTANTE

Onveranderlijke grootheid. Een constante is het tegenovergestelde van een parameter.

 

CONTACT

Onderlinge verbinding.

 

CONTACTDOOS

Bedoeld voor de aankoppeling van de elektrische installatie van de aanhangwagen aan die van de auto. De contactdoos zit naast de trekhaak.

 

CONTACTHOEK

Het aantal graden (of soms procenten) verdraaiing van de onderbrekeras in de stroomverdeler, waarbij de contactpunten tijdelijk op elkaar rusten en dus onderling contact maken.

 

CONTACTHOEKMETER

Met een contacthoekmeter (of een motortester) kan de contactpuntafstand worden gemeten. Contacthoekmeters bestaan ook in combinatie met een toerenteller.

 

CONTACTPUNTAFSTAND

Ruimte tussen de beide contactpunten van een ontstekingssysteem bij volledige opening. De contactpunten moeten bij maximale opening een bepaalde afstand van elkaar hebben. Dat is de contactpuntafstand.

 

CONTACTPUNTEN

De contactpunten in de stroomverdeler vormen een soort schakelaar. Zolang deze gesloten zijn, wordt in de bobine een magnetisch veld opgebouwd. Als ze open gaan, wordt de primaire stroom onderbroken en ontstaat er hoogspanning.

 

CONTACTPUNTLICHTHOOGTE

Afstand, waarover de contactpunten bij opening van elkaar af moeten staan.

 

CONTACTPUNTLOZE ONTSTEKING

Destijds de vervanger van de ontsteking met contactpunten. Deze heeft geen contactpunten meer, maar een stilstaande spoel met een ronddraaiende schijf met net zoveel openingen als er cilinders zijn.

 

CONTACTSLOT

Schakelaar, die door de bestuurder met de contactsleutel wordt bediend. Het contactslot zorgt voor de in- en uitschakeling van de elektrische installatie van de auto. In huidige auto’s heeft vaak een een keycard die functie overgenomen .

 

CONTINU-REM

Effect van het op de motor remmen.

 

CONTINU-VERBRANDING

Proces waarbij tijdens het arbeidsproces de verbranding ononderbroken voortduurt. Een normale verbrandingsmotor heeft geen continu-verbranding, een gasturbine wél.

 

CONTINUOUS-VARIABLE TRANSAXLE

Combinatie van een continu-variabele transmissie en een transaxle-systeem.

 

CONTINUOUS-VARIABLE TRANSMISSION

Speciaal soort automatische versnellingsbak van Nederlandse oorsprong. Dankzij de CVT kan een motor continu binnen een bepaald toerentalbereik draaien. Dat is van grote invloed op het brandstofverbruik.

 

CONTOUR

Omtrek, omtrekslijn.

 

CONTOURVERLICHTING

Geeft de omtrek aan van een vrachtwagencombinatie of opleggercombinatie. Hiervoor zijn er geen wettelijke verplichtingen.

 

CONTRAILER

Oplegger voor containervervoer.

 

CONTROLEBEURT

Periodiek onderhoud bestaat uit afwisselend onderhoudsbeurten en controlebeurten. Bij een controlebeurt wordt er, afgezien van olieverversen, alleen maar gecontroleerd.

 

CONTROLELICHT

Licht op het dashboard met een controlerende functie. Meestal is een controlelicht niet meer dan een goedkope uitgave van een meter.

 

CONVECTIE

Warmtestroming door verplaatsing van materiaal. Afvoer van warmte door  vloeistof (zoals water) of een gas (zoals lucht).

 

CONVERTIBLE

Europese equivalent van de Amerikaanse cabriolet.

 

CORROSIE

Aantasting van een materiaal door elementen uit de omgeving in de vorm van een elektrochemische reactie. De combinatie van water en zuurstof uit de lucht is funest voor metaal.

 

COUPÉ

Sportief uitziende, tamelijk snelle personenauto met twee portieren en een naar achteren toe steil aflopende daklijn. Een coupé biedt plaats aan twee of (krap bemeten) vier personen.

 

COUPÉ DE VILLE

Concept uit het begin van de vorige eeuw. Dit was een gesloten, zeer luxueuze personenauto met een open zitplaats voor de chauffeur.

 

COUPÉ TWO-SEATER

Personenauto met twee portieren en twee zitplaatsen.

 

COUREUR

Iemand die in het algemeen actief aan races deelneemt. De eerste coureurs waren dus geen autocoureurs maar atleten.

 

COVER-BAND

Band waarbij het karkas naderhand werd voorzien van een nieuw loopvlak inclusief schouders.

 

CRASH

Ongeluk.

 

CRASH COMPABILITY

Afstemming van de vormgeving van auto’s, waardoor de schade die ze in geval van een crash  bij elkaar veroorzaken, kan worden beperkt. Bijvoorbeeld: bij een botsing tussen een SUV en  een mini-auto heeft de SUV de neiging om over de mini heen te schuiven, waardoor de kreukelzone van de mini niet goed functioneert.

 

CRASH TEST

Botsproef.

 

CROSS-FLOW-CILINDERKOP

Cilinderkop, waarbij de inlaatlucht horizontaal binnenkomt. De in- en uitlaatkanalen zitten tegenover elkaar, elk aan een kant van de cilinderkop.

 

CROSS-OVER [1]

Betreft de audio-installatie. Leiding voor hoogfrequente en laagfrequente geluiden naar respectievelijk de tweeter en de woofer.

 

CROSS-OVER [2]

Auto met eigenschappen van twee verschillende modellen, zoals een stationcar met goede terreineigenschappen of een sedan en een coupé.

Verbindingsrails tussen twee parallel lopende sporen

 

CRUISE CONTROL

Snelheidsregelsysteem.

 

CTX

Continuous-variable transaxle.

 

CURTAIN-AIRBAG

In lengtderichting boven het portier aangebrachte hoofdairbag.

 

CUSTOM CAR

Personenauto van Amerikaans fabrikaat, die geheel naar de wensen van de eigenaar is aangepast.

 

CV-CARBURATEUR

CV = constant vacuum. Bij een CV-carburateur blijft de onderdruk ter hoogte van de venturi constant terwijl de doorstroomopening van die venturi variabel  is.

 

CVCC-MOTOR

CVCC = compound vortex-controlled combustion. Bij een CVCC-motor vindt de verbranding gelaagd plaats,, waarbij de inlaatlucht met een tweede inlaatklep per cilinder aan het wervelen wordt gebracht.

 

CVH-MOTOR

CVH = compound valve-in-head. Een CVH-motor heeft  halfbolvormige verbrandingsruimtes en schuingeplaatste kleppen.

 

CVT

Continuous-variable transmission.

 

CW-WAARDE

Geeft aan, hoe goed de aerodynamica (en indirect ook het brandstofverbruik) is. Van belang zijn de luchtweerstandscofficiënt en de grootste dwarsdoorsnede van de carrosserie.

 

CYCLOONLUCHTFILTER

Filter voor bedrijfswagens en tractoren, waarbij het grove vuil in de inlaatlucht door middel van wervelingen uit de lucht geworpen. Daarna wordt de lucht nog met een filterelement gefiltreerd.