B

 

  

B

B = als één na eerste, als nummer twee van een rij, B-

B pillar = B-stijl

B post = B-stijl

B train = trekker met twee achter elkaar meerollende opleggers

 

BABBITT

babbitt (verb) = glijlagermateriaal ingieten

babbitt metal = babbitmetaal

 

BABY

baby = baby-, klein-

baby car = autootje

 

BACK

back (adj.) = achter-, achterste

back (verb) = achteruit gaan, achteruit trekken

back (subst.) = achterkant

back angle = hoek rugleuning/zitgedeelte van stoel

back axle = achteras, achterbrug

back-axle differential = achterasdifferentieel

back-axle housing = achterashuis

back-axle tube = achterasbuis

back clearance = radiale speling van zuigerveer

back current = tegenstroom

back cushion = rugkussen

back cylinder = achterste cilinder van motorblok

back door = [1] achterdeur aan achterkant van auto

back door = [2] achterportier aan zijkant van auto

back electromotive force = tegen-EMK

back end = achterkant

back-end collision = botsing tegen achterkant van auto

back engine = achterin gemonteerde motor

back-engined = met de motor achterin

back firing = [1] back-fire, knallen in uitlaatpijp

back firing = [2] terugslag in carburateur

back fit (verb) = naderhand monteren

back flash = naverbranding

back kick = terugslag in carburateur

back lash = [1] loze slag van plunjer

back lash = [2] speling tussen tandwielen

back-lash compensation = spelingcompensatie

back-lash gauge = tandspelingmeter

back light = achterruit

back-light blinds = jaloezie bij achterruit

back-light defroster = ­ontwaseminrichting van achterruit

back-light demister = ontwaseminrichting van achterruit

back-light heater = achterruitverwarming

back-light louvre = achterruitjaloezie

back-light moulding = sierlijst van achterruit

back-light pillar = achterste dakstijl

back-light post = achterste dakstijl

back-light ring = sierlijst van achterruit

back-light shelf = hoedenplank

back-light washer = ruitensproeier van achterruit

back-light wiper = ruitenwisser van achterruit

back lite (Am.) = achterruit

back-lite blinds (Am.) = jaloezie bij achterruit

back-lite defroster (Am.) = ­ontwaseminrichting van achterruit

back-lite demister (Am.) = ontwaseminrichting van achterruit

back-lite heater (Am.) = achterruitverwarming

back-lite louvre (Am.) = achterruitjaloezie

back-lite moulding (Am.) = sierlijst van achterruit

back-lite pillar (Am.) = achterste dakstijl

back-lite post (Am.)= achterste dakstijl

back-lite ring (Am.) = sierlijst van achterruit

back-lite shelf (Am.) = hoedenplank

back-lite washer (Am.) = ruitensproeier van achterruit

back-lite wiper = ruitenwisser van achterruit

back mirror = achteruitkijkspiegel, binnenspiegel

back-mirror base = voet van achteruit­kijkspiegel

back-mirror bracket = voet van achteruitkijkspiegel

back-mirror glass = glas van achteruitkijkspiegel

back-mirror stem = steel van achteruitkijkspiegel

back-mounted engine = motor achterin

back mudguard = achterspatscherm

back muffler (Am.) = achterste uitlaatdemper

back nut = borgmoer, contramoer

back off (verb) = [1] losdraaien

back off (verb) = [2] loslaten

back overhang = achteroverbouw

back panel = achterpaneel, achterwand

back plate = [1] ankerplaat van trommelrem

back plate = [2] deksel van koppeling

back pressure = tegendruk

back-pressure sensor = tegendruksensor van uitlaatsysteem

back-pressure transducer = uitlaatgasdrukregelklep van EGR-systeem

back-pressure valve = terugslagklep

back rake = vrijloopvlak van beitel

back-rake angle = vrijloopoek van beitel

back rest = rugleuning

back-rest adjustment = rugleuningverstelling

back seat = achterbank

back-seat back = rugleuning van achterbank

back-seat catch = achterbankvergrendeling

back-seat cushion = zitkussen van achterbank

back-seat rest = rugleuning van achterbank

back side = achterkant

back-side marker = markeringslicht op achterkant van auto

back silencer = achterste uitlaatdemper

back spoiler = achterspoiler

back spring = achterveer

back squab = lendensteun

back stroke = neerwaartse slag van zuiger

back tire (Am.) = achterband

back tyre = achterband

back-up (adj.; Am.) = betreffende het achteruitrijden

back-up (adj.; Eng.) = reserve-

back-up (subst.) = back-up, reserve, reservevoorraad

back up (verb; Am.) = achteruit rijden

back up (verb; Eng.) = ondersteunen

back-up battery = noodvoeding

back-up light = achteruitrijlicht

back-up system = back-up-systeem, reservesysteem

back-up washer = steunring

back wall = achterwand

back wheel = achterwiel

back-wheel anti-lock = alleen op de achteras werkend ABS

back-wheel bearing = achterwiellager

back-wheel drive = achterwielaandrijving

back-wheel steering = achterwielbesturing

back-wheel steering angle = stuuruitslaghoek van achterwielen bij vierwielstuurinrich­ting

back-wheel suspension = achterwielophanging

back wiper = achterruitenwisser

 

BACKBONE

backbone chassis = ruggengraatchassis

 

BACKING

backing light = achteruitrijlicht

backing plate = [1] ankerplaat van trommelrem

backing plate = [2] deksel van koppeling

BADGE

badge (verb) = voorzien van een embleem

badge (subst.) = embleem, kenmerk

 

BAFFLE

baffle (verb) = voorzien van keerschotten

baffle (subst.) = deflector, keerschot

baffle plate = deflector, keerschot

 

BAG

bag (verb) = laten zwellen, zwellen

bag (subst.) = [1] luchtkussen

bag (subst.) = [2] tas

bag air spring = luchtbalg van luchtveersysteem

 

BAGGAGE

baggage (Am.) = bagage

baggage boot (Am.) = bagageruimte, kofferruimte

baggage capacity (Am.) = inhoud van bagageruimte

baggage carrier (Am.) = bagagerek

baggage compartment (Am.) = bagageruimte, kofferruimte

baggage-compartment carpet (Am.) = vloerbedekking van bagageruimte

baggage-compartment floor (Am.) = bodem van bagageruimte

baggage-compartment key (Am.) = kofferdeksel­slot

baggage-compartment lid (Am.) = kofferdeksel

baggage-compartment lid rack (Am.) = bagagerek

baggage-compartment lid support (Am.) = steun van kofferdeksel

baggage-compartment lighting (Am.) = bagage­ruimteverlichting

baggage net (Am.) = bagagenet

baggage rack (Am.) = bagagerek

baggage rail (Am.) = dakimperiaal

baggage trailer (Am.) = bagagewagen

 

BAKE

bake (verb) = inbranden, verharden

bake on (verb) = moffelen

 

BAKED

baked enamel = moffellak

 

BAKELITE

bakelite = bakeliet

 

BAKING

baking soda = zuiveringszout

 

BALANCE

balance (verb) = balanceren, uitbalanceren

balance (subst.) = [1] balans, evenwicht

balance (subst.) = [2] geluidsregeling van de luidspreker links ten opzichte van de ­luidspreker rechts

balance (subst.) = [3] weegschaal

balance bore = balansboring in krukas

balance control knob = balansregelknop

balance-fade knob = regelknop van radio voor geluidsver­deling tussen de luid­spre­kers

balance gear = differentieeloverbrenging

balance hole = compensatieboring

balance shaft = balansas

balance weight = balanceerloodje

balance weight = contragewicht

 

BALANCED

balanced = [1] gelijk belast, in evenwicht

balanced = [2] symmetrisch

 

BALANCER

balancer = balanceerapparaat, vliegwiel

 

BALANCING

balancing = [1] compensatie

balancing  = [2] gelijke verdeling

balancing = [3] uitbalancering van wielen of krukas

balancing shaft = balansas

balancing weight = balanceergewichtje

 

BALD

bald = glad

bald tire (Am.) = versleten band

bald tyre = versleten band

BALE

bale (verb) = in pakketjes verpakken

 

BALER

baler = pletinrichting voor de verwerking van autowrak­ken

 

BALK

balk ring = synchromesh-ring van versnellings­bak

 

BALL

ball = [1] bal

ball = [2]  bol, kogel

ball-and-nut steering = kogelkringloopstuurinrichting

ball-and-socket joint = kogelgewricht

ball bearing = kogellager

ball cage = kogellagerkooi

ball coupling = kogelkoppeling

ball cup = kogelschaal, kogelzittingring

ball gear shift = schakelmechanisme waarbij schakelhendel op kogel scharniert

ball hammer = bolhamer

ball head = [1] knop van schakelpook

ball head = [2] kop van aanhangwagenkoppeling

ball-head bolt = kogelbout

ball housing = lichaam waarin kogel zich bevindt

ball joint = [1] fuseekogel, stuurkogel

ball joint = [2] kogelgewricht

ball-joint bearing = [1] kogelgewrichtslager

ball-joint bearing = [2] stuurkogellager

ball-joint gaiter = manchet van kogelgewricht

ball-joint separator = kogelgewrichttrekker

ball nut = kogelmoer

ball-pane hammer = bolhamer

ball pin = kogelbout

ball race = [1] kogeldraaikrans

ball race = [2] loopring van kogellager

ball-recirculating steering gear = kogelkringloopstuurinrichting

ball retainer = kooi van kogellager

ball-retaining valve = kogelterugslagklep

ball socket = schaal van kogelgewricht

ball stud = halvekogeltap van spoorstangeind

ball thrust bearing = kogeldruklager

ball track = kogelloopbaan van kogellager

ball valve = kogelklep

 

BALLAST

ballast = ballast

ballast resistor = ballastweerstands­element, voorschakelweerstandselement

 

BALLOON

balloon (verb) = doen opzwellen

balloon (subst.) = ballon

balloon tire (Am.) = ballonband

balloon tyre = ballonband

BALLOONING

ballooning = ballooning

BANANA

banana plug = bananenstekker

 

BAND

band (verb) = [1] van een band voorzien

band (verb) = [2] zich verenigen

band (subst.) = [1] frequentieband

band (subst.) = [2] klemband, strip

band brake = bandrem

band clamp = klemband

band-pass bobbin = doorvoertule

band width = bandbreedte

 

BANG

bang (verb) = een knallend geluid maken

 

BANGER

banger = oude auto met een defect uitlaatsysteem

 

BANJO

banjo axle = banjo-as

banjo bolt = banjobout

 

BANK

bank (verb) = op een rij zetten, overhellen

bank (subst.) = rij cilinders van motor

 

BANKING

banking = overdwarse verkanting van wegdek

 

BANTAM

bantam plug = korte bougie

 

BAR

bar = staaf, stang

bar aerial = staafantenne

bar antenna (Am.)= staafantenne

bar filter = staaffilter

bar magnet = staafmagneet

bar spring = torsiestaaf

 

BARE

bare = kaal, onherbergzaam

bare engine = motor zonder aggregaten

bare metal = blank metaal

bare wire = blanke draad

 

BAROMETER

barometer = barometer

 

BAROMETRIC

barometric absolute-pres­sure sensor = luchtdruksensor

barometric manifold absolute-pres­sure sensor = sensor die de absolute luchtdruk in het inlaatspruitstuk meet

barometric pressure = atmosferi­sche luchtdruk

barometric-pressure sensor = luchtdruksensor

 

BARREL

barrel (verb) = in een vat doen

barrel (subst.) = [1] aanzuigbuis van carburateur

barrel (subst.) = [2] cilinder­vormig voorwerp

barrel (subst.) = [3] eenheid van volume in de olie-industrie

barrel-and-valve assembly = inspuitelement

barrel bearing = tonnenla­ger

barrel-point bearing = tongewrichtslager

barrel-roller bearing = tonnenlager

barrel spanner = pijpsleu­tel

barrel-type spring = ton­vormige schroefveer

 

BARRIER

barrier = [1] afsluiting

barrier = [2] grens

barrier layer = isolerende laag 

 

BASE

base (adj.) = tot de basis behorend

base (verb) = baseren, als basis dienen

base (subst.) =  [1] basis

base (subst.) = [2] on­derstuk

base (subst.) = [3] voet van lamp

base adjustment = basisaf­stelling

base coat = grondlaag

base engine = basismotor

base material = grondstof, ruw mate­riaal

base metal = onedel metaal

base model = instapmodel

 

BASIC

basic = tot de basis beho­rend

basic adjustment = basisaf­stelling

basic circuit = basisscha­keling

basic coat = grondlaag

basic data = basisgege­vens

basic engine = basismotor

basic material = grondstof, ruw mate­riaal

basic metal = onedel metaal

basic model = instapmodel

basic position = uitgangs­positie

basic size = nominale maat

basic structure = chassis, onderstel

 

BASIN

basin = opvangbak voor vloeistoffen

 

BASIS

basis = [1] basis

basis = [2] fundament

 

BASKET

basket = korf, mand

basket-type oil strainer = oliekorfzeef

 

BASS

bass button = knop van radio voor de afregeling van lage muziektonen

bass sound = bastoon, lage muziektoon

bass treb button = knop van radio voor de afregeling van lage en hoge muziektonen

 

BASTARD

bastard = onecht, ongewoon

bastard file = bastaard­vijl

bastard threat = niet gestandaardiseerde schroe­fdraad

 

BATH

bath (verb) = [1] behandelen met een vloeistof

bath (verb) = [2] onderdompelen

bath lubrication = spat­smering

 

BATTER

batter (verb) = beuken, rammen

 

BATTERED

battered = gedeukt, geha­vend

 

BATTERY

battery = accu, batterij

battery acid = accuzuur, accuvloeistof

battery-acid density = zuurdichtheid van accuvloeistof

battery-acid level = accuvloeistofniveau

battery-and-coil ignition = accu-bobine-ontsteking

battery box = accubak, accuhuis

battery cable = accukabel

battery-cable terminal = accupool

battery capacity = accu-capaciteit

battery carrier = accubak, accudrager

battery casing = accubak, accuhuis

battery cell = accucel

battery-cell cover = accu­celdeksel

battery-cell filler plug = accuvuldop

battery-cell separator = scheidingswand tussen accucellen

battery-cell tester = accuceltester

battery charge = laad­stroom van accu

battery-charge condition indicator = laadstroomcon­trolelicht op dashboard

battery-charge control light = laadstroomcontro­lelicht

battery-charge indicator = laadstroomcontrolelicht op dashboard

battery charger = accu­laadapparaat

battery clamp = accuklem­beugel

battery-coil ignition = accu-bobine-ontsteking

battery condition = laad­toestand van accu

battery connector = ver­bindingsstrip tussen accu­cellen

battery cover = accudeksel

battery current = door accu gegenereerde stroom

battery cut-off = hoofdstroom­schakelaar

battery discharge = ont­laadstroom van accu

battery-discharge test = accuspanningstest

battery earth strap = massastrip van accu

battery earth terminal = minpool van accu

battery element = accucel

battery fluid = accuvloei­stof

battery-fluid density = zuurdichtheid van accuvloeistof

battery-fluid level = accuvloeistofniveau

battery housing = accubak, accuhuis

battery ignition = accu-bobine-ontsteking

battery-isolator switch = hoofd­stroomschakelaar

battery jump cable = star­tkabel

battery lead = accukabel

battery-load tester = accuconditiemeter, accu­tester

battery main switch = hoofdstroomschakelaar

battery mud = bezinksel in accu

battery negative voltage = accuspanning aan massa

battery pan = accudrager, accuhouder

battery plug = accuvuldop

battery pole = accupool

battery-pole clamp = accupoolklem

battery positive voltage = accuspanning aan pluspool

battery quick-charger = snellader

battery terminal = accu­pool

battery-terminal clamp = accupoolklem

battery tester = accutes­ter

battery traction = accu-aandrijving

battery tray = accubak, accuhouder

battery vehicle = elek­trisch voer­tuig

battery voltage = accu­spanning

 

BAULK

baulk ring = synchromesh-ring van versnellingsbak

 

BAUXITE

bauxite = bauxiet

 

BAYONET

bayonet = bajonet

bayonet cap = lampvoet met bajonetsluiting

bayonet catch = bajonet­sluiting

bayonet clip = bajonetklem

bayonet coupling = bajo­netkoppeling

bayonet lamp socket = bajonetfitting van lamp

bayonet lock = bajonet­sluiting

bayonet-type socket = bajonetlamphouder

 

BBDC

BBDC (before-bottom dead center; Am.) = vóór BDP (vóór het onder­ste dode punt)

BBDC (before-bottom dead centre) = vóór BDP (vóór het onder­ste dode punt)

 

BEACON

beacon = lichtsignaal, waarschuwingssignaal

 

BEAD

bead (verb) = doorzetten, een ril aanbrengen

bead (subst.) = [1] felsrand

bead (subst.) = [2] hiel van autoband

bead (subst.) = [3] lasrups

bead base = hiel van auto­band

bead core = hielkern van autoband

bead creeping = bewegingen van autoband rondom velg

bead toe = hiel van auto­band

bead wire = hieldraad van autoband

 

BEAM

beam (verb) = in één richting uitzenden, uitstralen

beam (subst.) = [1] draagbalk

beam (subst.) = [2] lichtbundel

beam aim = koplichtafstel­ling

beam axle = starre as

beam-axle end = asvuist

beam caliper = schuifmaat

beam engine = rudimentaire stoommachine met jaknikker-mechanisme

beam frame = balkchassis

beam lever = hefboom, hendel

beam of light = lichtbun­del, lichtstraal

beam setter = koplichtaf­stelapparaat

 

BEAR

bear (verb) = dragen, ondersteunen

 

BEARER

bearer = draagbalk, drager

 

BEARING

bearing = [1] lager

bearing = [2] onder­steuning

bearing area = draagvlak

bearing ball = kogel van kogellager

bearing base = lagerstoel

bearing body = lagerhuis

bearing bow = lagerkap

bearing bracket = lager­bok, lagersteun

bearing brass = lager­schaal

bearing bush = lagerbus, lagerschaal

bearing capacity = draag­vermogen

bearing cage = lagerkooi

bearing cap = lagerdeksel, lagerkap

bearing carrier = lager­bok, lagersteunl

bearing casing = lagerhuis

bearing clearance = ge­wenste lagerspeling

bearing cover = lagerdek­sel

bearing cup = lagerloop­ring

bearing distance = afstand tussen twee lagers van een as

bearing extractor = lager­trekker

bearing grease = lagervet

bearing halfshell = halve lagerschaal van glijlager

bearing housing = lager­huis

bearing lining = be­kleding van glijlagerb

bearing load = lagerbelas­ting

bearing lubricated for life = zelfsmerend lager

bearing neck = lagertap

bearing needle = naald van naaldlager

bearing pin = lagertap

bearing play = ongewenste lagerspeling

bearing pre-load = lager­voorspanning

bearing race = loopring van kogellager

bearing shell = volledige lagerschaal van glijlager

bearing-shell locating lip = lagerschaalnok

bearing sleeve = lagerbus

bearing support = lager­bok, lagersteun

bearing surface = aanlig­vlak, draagvlak

 

BEAT

beat (verb) = uitdeuken

beat (subst.) = [1] geluidstrilling

beat (subst.) = [2] slag

 

BEATER

beater = oud barrel van een auto

 

BED

bed (subst.) = bed, drager, fundatie

bed (verb) = [1] inlopen

bed (verb) = [2] zich zetten

bed clearance = bodemspe­ling

bed in (verb) = inlopen van een motor

bed plate = grondplaat

 

BEDDING

bedding-down process = in­loopproces van remvoering

bedding-in oil = inloopolie

bedding-in process = in­loopproces van motor

 

BEEF

beef up (verb) = opvoeren van een motor

BEEP

 beep = geluids­sig­naal

 

BEFORE

before bottom dead center (Am.) = vóór het onder­ste dode punt, vóór ODP

before bottom dead centre = vóór het onder­ste dode punt, vóór ODP

before top dead center (Am.) = vóór BDP, vóór het bovenste dode punt

 before top dead centre = vóór BDP, vóór het bovenste dode punt

BEHAVE

behave (verb) = zich gedragen, zich goed gedragen

 

BEHAVIOR

behavior (Am.)= eigenschappen, gedrag, wegligging

 

BEHAVIOUR

behaviour = eigenschappen, gedrag, wegligging

 

BEHING

behind-engine cab (Am.) = vrachtautocabine met tor­pedofront

 

BELL

bell (verb) = een klokvorm geven, een tulpvorm geven

bell (subst.) = klokvormig voorwerp

bell crank = haakse hef­boom, haakse hendel, tui­melaar

bell-crank lever = haakse hefboom, haakse hendel

bell housing = differen­tieelhuis, koppelingshuis

bell joint = homokineti­sche koppeling, kogelkop­peling, tulpkoppeling

bell-shaped = klokvormig, tulpvormig

bell-shaped bearing= uit­geslagen lager

 

BELLEVILLE

Belleville washer = Belle­ville-veer, schijfvormige veer, schotelveer

 

BELLOWS

bellows = balg

bellows air spring = bal­gluchtveer

bellows seal = bescherm­balg van homokinetische koppeling of stuurhuis

bellows thermostat = balg­thermostaat

 

BELLY

belly = buik, onderkant

belly clearance = bodem­speling, bodemvrijheid

belly tank = onder vrachtauto gemonteerde brandstoftank

 

BELT

belt (verb) = voorzien van een gordel, voorzien van een riem

belt (subst.) = aandrijfriem, gordel van autoband, veiligheidsgor­del

belt adjustment gear = afstelmechanisme van vei­ligheidsgordel

belt anchorage = veranke­ring van veiligheidsgordel

belt buckle = sluiting van veiligheidsgordel

belt buzzer = controlezoe­mer ‘veiligheidsgordel aandoen!’

belt cleaner = riemontvet­ter

belt deflection = riem­doorbuiging

belt drive = riemaandrij­ving

belt fastener = bevesti­gingsinrichting van vei­ligheidsgordel

belt gear = riemoverbrenging

belt grabber = door senso­ren activeerbaar afklemsysteem van veiligheids­gordel

belt guide = riemgeleider van veiligheidsgordel

belt in (verb) = de veiligheids­gordel omdoen

belt latch = slot van veiligheidsgordel

belt line = rondlopende lijn, taillelijn van carrosserie

belt-line moulding = sier­lijst ter hoogte van tail­lelijn van carrosserie

belt-line wear indicator = bandslijtage-indicator

belt moulding = sierlijst ter hoogte van taillelijn van carrosserie

belt pilling = neiging tot pluizen van aandrijfriem

belt pre-load system = voorspaninrichting van veiligheidsgordel

belt pretensioner = gor­delspanner, voorspanin­richting van veiligheids­gordel

belt pulley = riempoelie, riemschijf

belt retractor gear = oprolmechanisme van vei­ligheidsgordel

belt sander = lintschuur­machine

belt side bar = rail van hoogteverstelinrichting van veiligheidsgordel

belt slip = slip van riem

belt strap = band van veiligheidsgordel

belt strip = sierlijst ter hoogte van taillelijn van carrosserie

belt tension = riemspan­ning

belt tensioner = riemspan­inrichting, riemspanner

belt-tension gauge = riem­spanningsmeter

belt tightener = gordel­spanner, riemspaninrich­ting, riemspanner

belt transmission = riem­overbrenging

belt up (verb) = de veiligheidsgordel aandoen

belt wear = riemslijtage

belt webbing = band van veiligheidsgordel

 

BELTED

belted bias ply = gordelband, radiaalband

belted tire (Am.) = gordelband, radiaalband

belted tyre = gordelband, radiaalband

BEMF (back electromotive force) = tegen-EMK

 

BENCH

bench = testbank, werk­bank, zitbank

bench drilling machine = tafelboormachine

bench grinding machine = tafelslijpmachine, werk­bankslijpmachine

bench hammer = bankhamer

bench screw = bankschroef

bench seat = bank, zitbank

bench test = rol­lenbanktest

bench vice = bankschroef

bench vise (Am.) = bankschroef

 

BEND

bend (verb) = buigen, door­buigen, verbuigen

bend (subst.) = boc­ht, buiging, kniestuk

bend test = buigproef

 

BENDER

bender = buigtang

 

BENDING

bending force = buigkracht

bending load = buigbelas­ting

bending moment = buigmo­ment

bending pliers = buigtang met platte bek

bending power = buig­kracht, vermogen tot bui­gen

bending radius = buig­straal

bending spring = buigveer

bending strength = buig­kracht, vermogen tot bui­gen

bending stress = buigbe­lasting, buigspanning

 

BENDIX

bendix drive = bendix-aandrijving van startmotor, bendix-koppeling

 

BENT

bent = ingedeukt, krom, verbogen

bent lever = haakse hef­boom, haakse hendel

bent ring spanner = gebo­gen ringsleutel

bent spanner = gebogen steeksleutel

bent valve = kromme klep

bent wire = stuk lasdraad

 

BENZENE

benzene = benzeen

 

BENZOL

benzol = benzeen, benzol

 

BENZOLE

benzole = benzeen, benzol

 

BERTH

berth = slaapplaats in vrachtauto

 

BEST

best-available control technology = meet- en regeltechniek van het hoogste niveau

best-station memory button = radioknop voor opslag van voorkeurzenders in geheugen

BEVEL

bevel (verb) = afschuinen, voorzien van een schuine rand

bevel (subst.) = schuine rand

bevel drive pinion = co­nisch aandrijftandwiel

bevel gear = conisch tand­wiel, haakse tandwielover­brenging, kegeltandwiel

bevel-gear couple = kroon­wiel en pignon

bevel-gear differential = differentieel met conische tandwielen

bevel gear-to-pinion back lash = tandflankspeling tussen kroon- en pignon­wiel

bevel pinion = pignon

bevel-roller bearing = conisch rollager

bevel spider = satelliet­tandwiel van differentieel

bevel wheel = conisch tand­wiel, kegeltandwiel

 

BEVELLED

bevelled = afgeschuind, conisch

bevelled edge = schuine kant, schuine rand

 

BEZEL

bezel = gegroefde ring, scherpe kant van beitel, sierring van koplicht

 

BHP (brake horse power) = brake horse power (eenheid van vermogen)

 

BIAS

bias = diagonale lijn, schuinte, voorspanning

bias-belted tyre = gordel­band met diagonaalkarkas

bias-ply tire (Am.) = diagonaal­band

bias-ply tyre = diagonaal­band

BI-AXIAL

bi-axial = twee-assig

 

BIB

bib = beschermhoes voor neus van auto tegen steenslag

 

BIC (best in class) = beste in zijn klasse, eerste in zijn klasse

 

BICOLORED

bicolored (Am.)= uitgevoerd in twee kleuren

BICOLOURED

bicoloured = uitgevoerd in twee kleuren

 

BICYCLE

bicycle-arrier rack = fietsdrager

 

BIFUEL

bifuel engine = motor die op meerdere brandstoffen kan draaien

 

BIG

big = groot, fors uitgevoerd, zwaar uitgevoerd

big-block engine = motor met cilinderinhoud van circa 7 liter

big end = drijfstangvoet

big-end bearing = drijfstanglager

big-end bearing cap = drijfstanglagerkap

big-end bearing journal = kruktap

big-end bearing shell = drijfstanglagerschaal

big-end big end = ‘big end’, drijfstangvoet

big-end bolt = drijfstanglagerkapbout

big-end eye = drijfstangoog

big-end rod = drijfstang, zuigerstang

big-end side clearance = zijdelingse speling van de drijfstangen

big-end small end = drijfstangkop

big-end small-end bearing = zuiger­penooglager

big-end small-end bush = zuigerpenbus

 


BILEVEL

bilevel = boven en onder, op twee verschillende niveaus

bilevel position = stand van verwarming waarbij hoofd en voeten worden verwarmd

bilevel-rack car transpor­ter = dubbeldeks-auto­transportauto

 

BIMETAL

bimetal = bimetaal, gemaakt van bimetaal

bimetal vacuum-switching valve = bimetalen klep voor vacuümbediend in­laatluchtvoorver­war­mingssysteem

 

BIMETALLIC

bimetallic = uit twee metalen samengesteld, van bimetaal

bimetallic spring = bime­talen veer

bimetallic strip = bimeta­len strip

bimetallic valve = bimeta­len klep

 

BIN

bin = bak, bakje in magazijnstelling, laadruimte

 

BINARY

binary = binair, dubbel-, met twee getallen

binary digit = binair cijfer, bit

binary-number system = binair getallensysteem

 

BIND

bind (verb) = chemisch binden, vastbinden

 

BVINDER

binder = bindmiddel in oplossing, verharder in lak

 

BINDING

binding agent = bindmiddel in oplossing, verharder in lak

 

BIOCHEMISTRY

biochemistry = biochemie

 

BIOGAS

biogas = biogas

 

BIOLOGICAL

biological fuel = brand­stof van biologische oor­sprong

 

BIOMASS

biomass = biomassa

 

BIPARTITE

bipartite = in tweeën gedeeld

bipartite steering column = gedeelde stuurkolom

 

BIPOLAR

bipolar = dubbelpolig, tweepolig

 

BIRD

bird dropping = vogelpoep op lak

bird droppings = vogelpoep op lak

 

BIT

bit = binair cijfer, brok, stuk

BIT (binary digit) = binair cijfer, bit

bit-brace = boortol

 

BITE (built-in test equipment) = in testauto aangebrachte testuitrus­ting

 

BL (bi-level) = boven en onder, op twee niveaus

BL (boundary layer) = grenslaag bij contact tussen rijwind en carrosse­rie

 

BLACK

black = zwart

black box = elektronische regeleenheid

black ice = ijzel

black lead = grafiet

black-out head light = verduisterd koplicht

black-panel dashboard = dashboard dat ’s nachts onverlicht blijft met uitzondering van het op dat moment door de bestuurder gebruikte instrument

black sludge = black slud­ge, teerachtige substantie onder kleppendeksel

black-top cowboy = vrachtautobestuurder

black wall = buitenband zonder witte zijvlak

 

BLACKEN

blacken (verb) = zwart maken, zwart worden 

 

BLACKENING

blackening = roetvorming door dieselmotor

 

BLADE

blade = uiteinde van platte schroevendraaier, lemmet van mes, lip

blade = lip, schoep van schoepen­wiel, snij­vlak van stuk gereedschap

blade = schot van schottenpomp, vleugel van vleugelpomp

blade connector = messtek­ker, messtekkerverbinding

blade terminal = platte stekker, messtekker

blade-type = voorzien van een buitenge­woon platte doorsnede

blade-type pump = vleugel­pomp, waaierpomp

blade wheel = loopwiel, rotor van rotorpomp

 

BLANK

blank (adj.) = blanco, niet aangegeven, niet afgewerkt

blank (verb) = aan het gezicht onttrekken, verhullen

blank (subst.) = ruw gevormd metalen voor­werp

 

BLANKING

blanking cover = afsluit­deksel

blanking plug = afdicht­stop, afsluitplug

 

BLAST

blast (verb) = inblazen, laten ontploffen, zand­stralen

blast (subst.) = ontploffing, sterke lucht­stroming

blast furnace = hoogoven

 

BLEACH

bleach = bleekmiddel

 

BLEED

bleed (verb) = doorzweten, vloeistof ont­trekken

bleed air (verb) = ontluch­ten

bleed air (subst.) = remlucht

bleed-control valve = luchtafvoerregelklep

bleed fouling = verstop­ping van doseurs en sproe­iers

bleed hole = ontluchtings­boring, ontluchtingsgat

bleed jar = ontluchtings­fles

bleed nipple = ontluch­tingsnippel

bleed tube = ontluchtings­slang

bleed valve = ontluch­tingsklep

 

BLEEDER

bleeder = ontluchtingsnip­pel, ontluchtingsstop

bleeder cap = dopje op ontluchtingsopening

bleeder hole = ontluch­tingsgat

bleeder plug = ontluch­tingsplug, ontluchtings­stop

bleeder screw = ontluch­tingsnippel, ontluchtings­schroef

bleeder valve = ontluch­tingsklep

 

BLEEDING

bleeding = afscheiding van olie in vet, doorslaan van lak, ontluchting

bleeding cap = dopje op ontluchtingsopening

bleeding hole = ontluch­tingsgat

bleeding plug = ontluch­tingsplug, ontluchtings­stop

bleeding screw = ontluch­tingsnippel, ontluchtings­schroef

bleeding valve = ontluch­tingsklep

BLEMISHblemish (verb) = bevlekken, onvolkomen maken

blemish (subst.) = 1] autoband met onschadelijk schoonheids­foutje

blemish (subst.) = [2] onvolkomen­heid, schoonheidsfoutje

 

BLEND

blend (verb) = bijlakken, in elkaar over gaan, zich vermengen

blend (subst.) = mengsel, vermenging

 

BLENDING

blending agent = mengstof

 

BLIND

blind (adj.) = geblindeerd, onzichtbaar gemaakt

blind (verb) = verblinden, verduis­teren

blind (subst.) = blindering van ruit, hoes, jaloezie

blind cable = bowdenkabel

blind cover = afdekplaatje

blind nut = dopmoer

blind plug = borgplug, stop

blind rivet = blinde klin­knagel, popnagel, trekna­gel

blind-sport information system = dodehoekwaarschuwingssysteem

 

BLINK

blink (verb) = knipperen

 

BLINKER

blinker = clignoteur, richtingaanwijzer­au­tomaat

 

BLIP

blip (verb) = kort maar hevig indrukken van gaspedaal, tussengas geven

 

BLIS (blind-spot information system)= dodehoekwaarschuwingssysteem

 

BLISTER

blister (verb) = afbladderen, schilferen

 

BLISTERING

blistering = blaasvorming op lak

 

BLK (black) = zwart als lakkleur

 

BLOCK

block (verb) = blokkeren, versperren, verstoppen

block (subst.) = blok, blokkeermiddel

block diagram = blokdia­gram, blokschema, elek­trisch schakelschema

block engine = monoblok-motor, motor met carter en cilinders in één blok

block-repair painting = lakwerk aan hersteld ge­deelte van auto

block tire (Am.) = autoband mt geblokt profiel

block tyre = autoband met geblokt profiel

 

BLOCKAGE

blockage = blokkade, verstopping

 

BLOCKED

blocked direction = sper­richting van diode

 

BLOCKING

blocking diode = grendel­diode, sperdiode

blocking relay = sperre­lais

blocking ring = blokkeer­ring

 

BLOOD

blood alcohol content = alcoholgehalte in bloed

BLOOM

bloom = blok gietstaal, fluorescentie, weerschijn

 

BLOTCH

blotch (verb) = besmeuren, bevlekken

blotch (subst.) = blaar op loopvlak van autoband

 

BLOW

blow (subst.) = 1] klap van hamer, slag

blow (subst.) = [2]  stoot

blow (verb) = blazen, doorblazen

blow (verb) = doorbran­den, stukdraaien

blow-back = terugslag in carburateur

blow by (verb) = blazen van verbrandingsgassen langs zuigerveren

blow-by gases = blaasgas­sen, blow-by-gassen, car­terdampen

blow dry (verb) = droogblazen

blow hole = gietgal, giet­gat

blow lamp = gasbrander, soldeerlamp

blow-moulding = spuitwerk met behulp van druklucht

blow off (verb) = afblazen

blow-off pressure = af­blaasdruk

blow-off valve = afblaas­klep

blow out (verb) = doorslaan van zekering, springen van band, vertraagd ontploffen

blow-out tyre = klapband

blow-pipe flame = soldeer­vlam

blow the horn (verb) = claxonneren, toeteren

blow torch = lasbrander, soldeerlamp

blow up (verb) = explode­ren, sterker worden

blow-up (subst.) = detailvergroting van tekening, totaal stukge­draaide motor

 

BLOWABLE

blowable fuse = smeltzekering

 

BLOWER

blower = aanjager van verwarmingssysteem, com­pressor van opgeladen motor, ventila­tor

blower dial = draaiknop voor regeling van aanjager

blower fan = aanjager, fan, ventilator

blower motor = aanjagermo­tor

blower position = stand van aanjager

blower pump = compressor

 

BLOWN

blown engine = motor met oplading, totaal stukgedraai­de motor

blown fuse = doorgebrande zekering

blown head gasket = doorgeblazen koppakking

blown tyre = klapband

 

BLUE

blue = blauw

 

BLUEPRINT

blueprint = blauwdruk, blueprin­t

 

BLUEPRINTING

blueprinting = blueprin­ten, overname van gehomo­logeerde maatvoering

 

BLUISH

bluish = blauwachtig

 

BLUNT

blunt (adj.) = bot, stomp

blunt (verb) = bot maken, stomp maken

blunt file = vierkante vijl met stompe punt

 

BLUR

blur (verb) = onduidelijk maken, onscherp maken

blur (verb) = vertroebelen, vervagen

blur (subst.) = on­duidelijke plek, vlek

 

BLUSH

blush (verb) = troebel worden, waasvorming in lak vertonen

blush (subst.) = waasvorming in lak

 

BMAP (barometric manifold absolute-pressure sensor) = sensor die de absolute luchtdruk in het inlaatspruitstuk meet

 

BMC (brake master cylinder) = remhoofdcilinder

BMC (bulk-moulding compound) = mengsel van stroperige hars en fijnverdeel­de vezels dat wordt gebruikt voor de fabricage van carrosserie-onder­delen

 

BMEP (brake mean effective pressure) = gemiddelde effectieve druk

 

BMIP (brake mean indicated pressure) = gemiddelde geïndiceerde druk

 

BOARD

board = bord, paneel, printplaat

board computer = boordcom­puter

board truck = vrachtauto met platte laadbak

 

BOARDING

boarding door = portier van autobus voor instappende passagiers

 

BOB

bob = balanceerge­wicht, centrifugaalge­wicht, contragewicht

bob weight = balanceer­ge­wicht, centrifugaalge­wicht, contragewicht

 

BODY

body = carrosserie, huis, lichaam

body-and-fender tools = carrosseriegereed­schap, uitdeukgereedschap

body aperture = opening in carrosserie voor portier of raam

body-assembly line = car­rosseriemontagelijn in autofabriek

body bottom = wagenbodem, wagenvloer

body builder = carrosseriebouwer

body cavity = holle ruimte in carrosserie

body-chassis unit = zelf­dragende carrosserie

body color (Am.) = carrosserie­kleur

body-color code (Am.) = carros­seriekleurcode

body colour = carrosserie­kleur

body-colour code = carros­seriekleurcode

body component = carrosse­rie-onderdeel

body computer = boordcom­puter

body-control module = carrosserieregelmodule

body deadener = op carros­serie aangebracht geluid­dempend materiaal

body design = carrosserie­vorm

body file = carrosserie­vijl

body fitting = carrosse­rie-onderdeel

body frame = draagbalken van zelfdragende carrosse­rie

body in white = blanke carrosserie, kale car­rosserie

body inside dimensions = inwendige afmetingen van carrosserie of laadruimte

body integral with frame = zelfdragende carrosserie

body-lock restraint system = passief veiligheidssysteem met gordelspanners

body man = schadehersteller, uitdeuker

body member = draagbalk van carrosserie, dragend onderdeel van carrosserie

body moulding = bescher­mingsstrip op zijkant van carrosserie

body-paint colour = car­rosseriekleur

body parts = carrosserie­plaatwerk

body pitch = pitch, stampbeweging van carrosserie

body platform = bodemgroep van carrosserie

body ply = karkas van autoband

body primer = grondlak voor de carrosserie

body repair = carrosserie­reperatie

body roll = body-roll rolneiging van carrosserie om lengte-as

body seam = naad tussen carrosseriepanelen

body shape = carrosserie­vorm

body shell = kale car­rosserie

body shop = carroseriebedrijf, plaatwerkerij

body tilt = overhelling van carrosserie in bocht

body tub = kale carrosserie

body type = carrosserie-uitvoe­ring

body work = koetswerk, plaatwerk

BOGEY

bogey = aanhangwagen voor het transport van bomen

 

BOGIE

bogie = bogie, wiel­stel met twee of drie assen

bogie lift = asstel met ophefbare as

 

BOIL

boil (verb) = koken, laten koken

 

BOILER

boiler = ketel

 

BOILING

boiling characteristics = kooktraject van benzine

boiling point = kookpunt

bolster (verb) = opvullen, versterken

 

BOLSTR

bolster (subst.) = kussen, onder­steuning, polstering

bolster chisel = metse­laarsbeitel

 

BOLT

bolt (verb) = met bouten bevestigen, vastschroeven

bolt (subst.) = bout die met steeksleutel kan worden verdraaid

bolt-and-nut steering = worm-en-moer-stuurinrich­ting

bolt body = boutschacht, boutsteel

bolt chisel = ritsbeitel

bolted joint = bout-/moer­verbinding

bolt head = boutkop

bolt on (verb) = met bouten be­vestigen, monteren

bolt-on part = aange­schroefd onderdeel, met bouten bevestigd onderdeel

 

BOND

bond (verb) = hechten, lijmen

bond (verb) = vastplakken, ver­binden

bond (subst.) = band, kleefmiddel, scheikundige verbinding

bond cable = massakabel

 

BONDED

bonded window = ingelijmde ruit

 

BONDING

bonding agent = kleefmate­riaal

bonding area = hechtvlak

bonding strength = kleef­kracht, kleefvermogen

bonding surface = hecht­vlak

bonding temperature = kleeftemperatuur

 

BONNET

bonnet = motorkap

bonnet catch = motorkap­sluiting

bonnet deflector = rij­windgeleider op motorkap

bonnet hinge = motorkap­scharnier

bonnet lock = motorkapslot

bonnet-release gear = ontgrendelmechanisme van motorkap

bonnet stay = motorkap­steun

bonnet support = motorkap­steun

BONNETED

bonneted cab = vrachtwagencabine met torpedofront

BOOM

boom (verb) = dreunen, resoneren

BOOST

boost (verb) = bekrachti­gen, versterken

boost (subst.; Am.) = gasklepstand

boost (subst.; Eng.) = bekrachtiging, oplading, versterking

boost air = gecomprimeerde inlaatlucht

boost charger = accusnel­laadappaaraat

boost-controlled deceleration device = inrichting bij turbomotor die de druk in het inlaat­spruitstuk bij gesloten gasklep regelt

boost control unit = vul­drukregelaar

boost-controlled = turbod­rukafhankelijk

boost drive = elektronische overdrukklep voor een maximumturbodruk bij ieder toerental

boost meter = turbodrukme­ter

boost pressure = laaddruk

boost-pressure control light = laaddrukcontrole­licht

boost-pressure controller = laaddrukregelinrichting

boost-pressuren gage (Am.) =  laaddrukmeter

boost-pressuren gauge =  laaddrukmeter

boost-pressure limiter = laaddrukbegrenzer

boost rate = bekrachti­gingsfactor, versterkings­factor

boost sensor = sensor voor meting van laaddruk in inlaatspruitstuk

boost venturi = voorventu­ri van carburateur

 

BOOSTER

booster = booster, bekrachtiger, versterker

booster assembly = hulp­krachtbron

booster battery = extra accu, hulpaccu

booster charger = snella­der

booster resistor = voor­schakelweerstand

 

BOOT

boot (Eng.)= bagageruimte, rubberbalg, rubberen bougiekap, stof­hoes

boot (Am.) = linnen dak

boot carpet = vloerbedekking van bagageruimte

boot clamp = hoesklem, manchetklem

boot floor = bodem van bagageruimte

boot key = kofferdeksel­slot

boot lid = kofferdeksel

boot lid rack = bagagerek

boot lid support = steun van kofferdeksel

boot lighting = bagage­ruimteverlichting

boot compartment = bagage­ruimte, kofferruimte

boot-compartment floor = bodem van bagageruimte

boot-compartment key = kofferdeksel­slot

boot-compartment lid = kofferdeksel

boot-compartment lighting = bagage­ruimteverlichting

boot sale = rommelmarkt waarbij de bagageruimte als etalage dient

boot space = ruimte voor bagage binnen in personenauto

boot spoiler = achterspoi­ler

boot version = auto met aparte bagageruimte

 

BOOTH

booth = cel, cabine, werkruimte

 

BORAX

borax = borax

 

BORDER

border = grensgebied, grenslijn, omranding

border-crossing transport = grensoverschrijdend vrachtverkeer

border formalities = grensformaliteiten

 

BORE

bore (verb) = boren, door­boren, uitboren

bore (subst.) = boor­gat, boring van cilinder, gat

bore-glaze breaker = hoon­apparaat

bore glazing = vergla­zing van cilinderwand als gevolg van foutief inrij­den

bore out (verb) = kotteren, opboren, uitboren

bore polishing = verglazen van cilin­derwand als gevolg van foutief inrijden

bore/stroke = boring x slag

bore x stroke = boring x slag

 

BORER

borer = boorapparaat, kotterbank

 

BOSS

boss = naaf, oog, verdik­king

 

BOTTLE

bottle = cilinder voor opslag van gas of zuurstof, fles

bottle holder = flessenhou­der in interieur

bottle jack = torenkrik

 

BOTTOM

bottom (adj.) = onderste

bottom (subst.) = basis, bodem, onderkant

bottom clearance = radiale speling tussen tandwielen

bottom dead centre = ODP, on­derste dode punt

bottom-dump vehicle = onderlosser, vrachtauto met onderlosinrichting

bottom end = drijfstang­voet

bottom-end bearing = drij­fstanglager

bottom gear = eerste ver­snelling, laagste versnel­ling

bottom-level mark = marke­ring voor miniaal toelaat­baar vloeistofniveau

bottom piston ring = olie­schraapveer

bottom plate = bodemplaat, plaat aan onderkant van auto

bottom valve = bodemklep in schokdemper

bottom view = onderaanzicht

 

BOTTOMING

bottoming = bottoming

 

BOUNCE

bounce (verb) = plotseling omhoog springen, stuiteren van auto op slecht wegdek, zweven van kleppen

bounce back (verb) = terugkaatsen van lakdeeltjes tijdens het spuiten, terugkaatsen van radiogolven

bounce test = schokdempertest, valproef

 

BOUNCING

bouncing rubber = aanslagrubber

 

BOUND

bound (verb) = omhoogspringen, stuiteren

bound-up load = spanning in aandrijflijn wanneer met een auto met sper­differentieel door een bocht wordt gereden

 

BOUNDARY

boundary = grens

boundary layer = luchtgrenslaag tussen langsstromende rijwind en carros­serie

boundary lubrication = grenslaagsmering, grens­smering

 

BOW

bow (verb) = doorbuigen, doorzetten

bow (subst.) = boog, daktoog

bow (subst.) = over­spanning, ronde beugel

bow shackle = harpsluiting

 

BOWDEN

bowden cable = bowdenkabel

 

BOWER

bower spoiler = boegspoi­ler, voorspoiler

 

BOWL

bowl = bak, kom, gaasje van brandstofilter

bowl = schaal, vlotterkamer

bowl-in-piston = komvormige verbran­dingsruimte in zuigerbodem

bowl-vent valve = klep van vlotterkamerontluchting

 

BOWSER

bowser = vliegtuigtankwagen

 

BOX

box (verb) = in een doos verpakken

box (subst.) = bak, cabine, doos

box (subst.) = huis, kast

box beam = kokerbalk, kokerprofiel

box body = gesloten opbouw van vrachtauto

boxer engine = boxermotor

box filter = doosfilter

box girder = kokerbalk

box section = doosprofiel, doosvormige draagbalk, kokerbalk

box-section member = doos­profiel, kokerbalk

box-section side member = drempelkokerbalk

box sill = drempel, drem­pelkokerbalk

box spanner = pijpsleutel

box van = vrachtauto met doosvormige gesloten laadruimte

box wrench (Am.) = pijpsleutel

 

BP (back pressure) = tegendruk

BP (boiling point) = kookpunt

BP (brake power) = remvermogen

 

BPM (brake-pressure modulator) = remdrukmodulator

 

BPMV (brake-pressure modulator valve) = klep van remdrukmodulator

 

BPP (brake-pedal position) = positie van het rempedaal

 

BPS (back-pressure sensor) = sensor die de uitlaatgastegendruk meet

 

BPT (back-pressure trans­ducer) = regelklep voor de uitlaatgastegendruk van EGR

 

BR (basic research) = basis-research

 

BRACE

brace (verb) = aanhalen, vastbinden

brace (subst.) = band, beugel

brace (subst.) = steun, versterking

 

BRACING

bracing = versterking, verstijving

bracing ply = koordlaag van autoband

bracket (verb) = beugels aanbrengen, steunen aanbrengen

 

BRACKET

bracket (subst.) = [1] beugel, console

bracket (subst.) = [2] steun, voet

bracket joint = hoeklas

 

BRAKE

brake (verb) = afremmen, tot stilstand brengen, tot stilstand komen

brake (subst.) = rem

brake action = remwerking

brake actuating lever = bedieningshendel van hand­rem

brake adjuster = remstel­apparaat

brake-adjusting screw = remstelbout

brake-adjusting spanner = remstelsleutel

brake-adjusting wrench (Am.) = remstelsleutel

brake-air compressor = luchtcompressor van lucht­drukremsysteem

brake analyser = remmen­testbank

brake analyzer (Am.) = remmentestbank

brake anchor = remanker

brake-anchor plate = re­mankerplaat

brake assist = remassistent

brake-assist = remassistent

brake axle = remas

brake back plate = reman­kerplaat

brake balance = rembalans, remkrachtverdeling

brake band = remband van automatische transmissie

brake-band adjusting span­ner = rembandstelsleutel

brake-band torque spanner = rembandmomentsleutel

brake bleeder = remont­luchtingsinrichting

brake booster = rembe­krachtiger, remservo

brake-booster pump = pomp van rembe­krachtiger

brake-booster vacuum = door rembekrachtiger gegenereerde onderdruk 

brake-by-wire = elektro­nisch remsysteem

brake cable = remkabel

brake caliper = remblokhouder, remklauw, remzadel

brake cam = remnok

brake camshaft = remnok-as

brake check = remblok, remschoen, remmentest

brake cheek = remschoen

brake circuit = remkring

brake collar = remband

brake conduit = remleiding

brake control = bediening van reminrichting

brake-control lever = bedieningshendel van op­looprem

brake-control light = controlelicht voor defect aan remsysteem

brake-control rod = rembe­dieningsstang

brake-control valve = remklep

brake cylinder = wielrem­cilinder

brake deceleration = rem­vertraging

brake disc = remschijf

brake-disc splash screen = beschermplaat voor remschijf tegen spatwater

brake-disc turning machine = apparaat voor het afdraai­en van remschijven

brake disk (Am.) = remschijf

brake-disk splash shield (Am.) = beschermplaat voor remschijf tegen spatwater

brake-disk turning machine (Am.) = apparaat voor het afdraai­en van remschijven

brake distribution = remkrachtverdeling over voor- en achteras

brake drag = remweerstand

brake drum = remtrommel

brake-drum grinding machi­ne = apparaat voor het uitdraaien van remtrommels

brake dust = remstof

brake-efficiency meter = remtestapparaat

brake equaliser = equali­zer van handremkabelsys­teem

brake fading = remfading

brake fluid = remvloeistof

brake-fluid level = rem­vloeistofniveau

brake-fluid level control light = controlelicht voor remvloeistofniveau

brake-fluid reservoir = remvloeistofreservoir, remvloeistofvoorraadtank

brake force = remkracht

brake-force balance = remkrachtverdeling

brake-force distribution = remkrachtverdelingssysteem over voor- en achteras

brake-force limiter = remkrachtbegrenzer

brake-force proportioning device = remkrachtverdeler

brake-function test = remmentest

brake gladhand = aanhang­wagenremkoppeling

brake grease = remmenvet

brake handle = hendel van handrem

brake hose = remslang

brake imbalance = onbalans in remkrachtverdeling

brake indicated power = geïndiceerd vermogen

brake lever = remhefboom van trommelremsys­teem

brake lag = naijling van remsysteem

brake light = remlicht

brake-light failure indi­cator = controlelicht voor defecte remlichten

brake line = remleiding

brake-line pressure = remdruk

brake lining = remvoering

brake-lining area = rem­voeringoppervlak

brake-lining grinding machine = apparaat voor het afdraaien van remvoe­ringen

brake-lining wear = rem­voeringslijtage

brake-lining wear indica­tor = slijtage-indicator voor remvoerin­gen

brake-lining lathe = rem­professor, remvoering-afslijpapparaat

brake linkage = stangen­stelsel voor rembediening

brake lock-up = blokkering van remmen

brake master cylinder = hoofdremcilinder

brake mean effective pressure = gemiddelde effectieve druk

brake mean indicated pressure = gemiddelde geïndiceerde druk

brake moment = remkoppel

brake operating lever = remhefboom van trommelrem­systeem

brake pad = remblok

brake-pad area = oppervlakte van remblokje dat in contact komt met remschijf

brake-pad pin = pen voor bevestiging van remblok

brake-pad wear = remblok­slijtage

brake-pad wear control light = controlelicht voor versleten remblokken

brake-pad wear indicator = slijtage-indicator voor remblokken

brake path = remweg

brake pedal = rempedaal

brake-pedal clearance = toelaatbare rempedaalspe­ling

brake-pedal depressor = rempedaalindrukapparaat

brake-pedal free travel = vrije slag van rempedaal

brake-pedal pad = rempe­daalrubber

brake-pedal play = ontoe­laatbare rempedaalspeling

brake-pedal position = stand van het rempedaal

brake-pedal sealing cup = manchet van rempedaal

brake performance = rem­vermogen, remwerking

brake pipe = metalen rem­leiding

brake-pipe bending kit = gereedschap om rem­leidingen te buigen

brake-pipe flaring kit = trompetvormgereedschap voor remleidingen

brake piston = remzuiger, zuiger in wielremcilinder

brake-piston cup = af­dichtrubber van wielremci­linder, remcup

brake plate = remanker­plaat

brake plunger = remzuiger, zuiger in wielremcilinder

brake point = rempunt

brake power = nuttig remver­mogen, remkracht, remver­mogen

brake-power assist unit = rembekrachtiger

brake-power balance = remkrachtverdeling

brake-power distributer = remkrachtverdeler

brake-power distribution = remkrachtverdeling

brake-power distributor = remkrachtverdeler

brake-power equaliser = equalizer van kabelremsysteem

brake-power limiter = remkrachtbegrenzer

brake-power proportioning device = remkrachtverdeler

brake pressure = remdruk

 brake-pressure control light = remdrukcontrole­licht

brake-pressure control valve = remdrukregelklep van anti-blokkeerremsysteem

 brake-pressure regulator = remkrachtregelaar

brake-pressure sensor = remdruksensor

brake-pressure tester = remdruktestapparaat

brake puck = remblok

brake pull (verb) = scheeftrekken tijdens remmen

brake-pull cable = remka­bel van aanhangwagen

brake-release spring = remschoenterugtrekveer

brake response = remeigen­schappen, remkarakteris­tiek

brake-roller test stand = remmenbank

brake rotor = remschijf

brake servo = rembekrach­tiging

brake shoe = remschoen

brake-shoe adjusting devi­ce = remstelapparaat

brake-shoe lining = rem­voering

brake-shoe lining area = remvoeringoppervlak

brake-shoe lining lathe = remprofessor, remvoering-afslijpapparaat

brake-shoe lining wear = remvoeringslijtage

brake slip = wielslip tijdens remmen

brake-specific fuel consumption = specifiek brandstofver­bruik

brake spring = remveer

brake-spring pliers = remveertang

brake squeal = gierend geluid tijdens het remmen

brake support = remzadel­drager

brake stop = aanslag

brake strap = remband

brake switch = rempedaalschakelaar

brake system = remsysteem

brake-system control light = controlelicht voor defect aan remsysteem

brake test = remproef, remtest

brake tester = remmentestbank, remmentestkoffer

brake-test stand = remmenstraat

brake thermal efficiency = thermisch rendement

brake torque = remkoppel

brake traction-control system = aandrijfregelsysteem

brake tube = remleiding

brake-vacuum hose = vacuümslang van rembekrachtiger

brake-vacuum valve = remvacuümklep

brake valve = remklep

brake warning light = controlelicht voor defect aan remsysteem

brake wear = slijtage als gevolg van remmen

brake wheel cilinder = wielremcilinder

brake wheel slip = wielremcilinder

 

BRAKING

braking = afremming, remmanoeuvre

braking action = remwerking

braking-control system = anti-blokkeerremsysteem

braking deceleration = rem­vertraging

braking distance = remafstand

braking force = remkracht

braking-force balance = remkrachtverdeling

braking-force distribution = remkrachtverdelingssysteem over voor- en achteras

braking-force limiter = remkrachtbegrenzer

braking-force proportioning device = remkrachtverdeler

braking limit = maximale remwerking

braking moment = remkoppel

braking power = nuttig remver­mogen, remkracht, remver­mogen

braking-power assist unit = rembekrachtiger

braking-power balance = remkrachtverdeling

braking-power distributer = remkrachtverdeler

braking-power distribution = remkrachtverdeling

braking-power distributor = remkrachtverdeler

braking-power equaliser = equalizer van kabelremsysteem

braking-power limiter = remkrachtbegrenzer

braking-power proportioning device = remkrachtverdeler

braking pressure = remdruk

 braking-pressure control light = remdrukcontrole­licht

braking-pressure control valve = remdrukregelklep van anti-blokkeerremsysteem

 braking-pressure regulator = remkrachtregelaar

braking-pressure tester = remdruktestapparaat

braking response = remeigen­schappen, remkarakteris­tiek

braking spring = remveer

braking-spring pliers = remveertang

braking stability = stabiliteit van auto tijdens het remmen

braking system = remsysteem

braking-system control light = controlelicht voor defect aan remsysteem

braking test = remproef, remtest

braking tester = remmentestbank, remmentestkoffer

braking-test stand = remmenstraat

braking torque = remkoppel

 

BRANCH

branch (verb) = aftakken, zich splitsen

branch (subst.) = aftakking, splitsing, spruitstuk

branch box = aftakkingsdoos, lasdoos

branch point = aftakking, splitsing, vertakking

BRAND

brand = merknaam, type

 

BRASS

brass = geelkoper, gietkoper, messing

brass alloy = koperlegering, koper-zinklegering

 

BR (basic research) = basis-research

 

BRAT (bi-drive recreational-altering transporter) = lichte pick-up met 4WD

 

BRKT (bracket) = beugel, console, steun, voet

 

BRN (brown) = bruin als lakkleur

 

BRS (body-lock restraint system) = passief veiligheidssysteem met gordelspanners

 

BRV (basic-research vehicle) = voertuig voor het uitvoeren van basis-research

 

BRAZE

braze (verb) = hardsolderen, met messing solderen

 

BRAZED

brazed seam = soldeernaad

 

BRAZING

brazing alloy = hardsoldeerlegering

 

BREAK

break (verb) = afbreken, doorbreken, onderbreken

break (subst.) = breuk, onderbreking, stationcar

break angle = openingshoek van onderbreker

break-away brake = losbreekreminrichting van aanhangwagen

break-away load = afbreekbelasting betreffende achteruitkijkspiegel

break-away range = afregelbereik van pomp

break-away valve = aanhangwagenregelklep

break down (verb) = afbreken, defect maken, defect raken

break-down (subst.) = defect, pech

break-down vehicle = bergingsauto, takelwagen

break-down voltage = doorslagspanning

break-even point = omslagpunt

break for spares (verb) = slopen om de onderdelen te gebruiken

break in (verb) = inlopen van motor, inrijden van auto

break-in engine oil = inrijmotorolie

break-in period = inloopperiode, inrijperiode

break-over angle = minimumbodemvrijheid bij het rijden over oprijplanken

break up (verb) = helemaal uit elkaar halen, slopen

break yard = autodemontagebedrijf, autosloperij

 

BREAKAGE

breakage = breuk

 

BREAKER

breaker = autosloper, grondplaat van onderbreker, onderbreker van ontstekingssys­teem

breaker angle = contacthoek

breaker arm = onderbrekerarm

breaker base = onderbrekerplaat

breaker cam = onderbrekernok

breaker cam angle = contacthoek

breaker coil = onderbrekerspoel

breaker contact = onderbrekercontact

breaker contact gap = contactpuntafstand

breaker drive shaft = onderbrekeras

breaker fixed contact = niet-beweegbaar contactpunt, vast contactpunt

breaker gap = contactpuntafstand

breaker gap angle = openingshoek van onderbreker

breaker lever = beweegbaar contactpunt

breaker moving contact = beweegbaar contactpunt, contactpunthamer

breaker plate = grondplaat van onderbreker

breaker point = contactpunt, onderbrekerpunt

breaker point gap = contactpuntafstand

breaker points = contactpunten, onderbrekerpunten

breaker resistor = voorschakelweerstand

breaker spring = hamerveer, onderbrekerveer

breaker strip = loopvlakversterking van autoband, loopvlakslijtage-indicator

 

BREAKERS

breakers’ yard = autosloperij

 

BREAKING

breaking point = breukgrens

breaking pressure = openingsdruk van verstuiver

breaking resistance = weerstand tegen breuk

breaking strength = breuksterkte

 

BREATHE

breathe (verb) = beluchten, inademen

breathe (verb) = ontluchten, uitblazen

 

BREATHER

breather = beluchtingsinrichting, ontluch­tingsinrichting, ventila­tie-opening

breather hose = ontluchtingsslang

breather pipe = ontluchtingsleiding

breather valve = ontluchtingsklep

 

BREATHING

breathing hole = ontluchtingsgat

breathing material = ademend materiaal

 

BREEZER

breezer plug = ontluchtingsplug

 

BRIDGE

bridge (verb) = overbruggen

bridge (subst.) = brug, overbrugging

bridge connection = brugschakeling

bridge rectifier = gelijkrichtbrug, gelijkrichter

 

BRIGHT

bright = glanzend, helder

bright metal = blank metaal, chroomwerk

 

BRIGHTEN

brighten (verb) = blank schuren, glanzend maken

 

BRIGHTNESS

brightness = helderheid, lichtsterkte

 

BRILLIANT

brilliant = glanzend, stralend

brilliant paint = glanslak

 

BRINE

brine = pekel

 

BRINELL

Brinell hardness = Brinell-hardheid

 

BRITISH

British Standard Pipe = Engels norm voor gaspijpschroefdraad

British Wire Gauge = draaddiktemeter met Engelse standaardmaten

BRITTLE

brittle = breekbaar, broos, bros

 

BRITTLENESS

brittleness = broosheid, brosheid

 

BROACH

broach (verb) = ruimen van boring

 

BROAD

broad = breed, ruimbemeten

broad-beam head light = breedstraler

broadcast (verb) = uitzenden op radio of TV

broadcast (subst.) = radio-uitzending, TV-uitzending

 

BROCHURE

brochure = brochure, folder

 

BROKEN

broken = gebroken, kapot, stuk

 

BROMINE

bromine = broom

 

BRONZE

bronze (adj.) = bronskleurig

bronze (subst.) = brons

 

BROWN

brown = bruin

BRUISE

bruise (verb) = kneuzen, gekneusd zijn

bruise (subst.) = zwakke plek

 

BRUSH

brush (verb) = borstelen, met een borstel bewerken

brush (subst.) = [1] grillebeschermer, takkenscherm vóór grille

brush (subst.) = [2] schade na lichte botsing

brush holder = koolborstelhouder

brush-plate holder = koolborstelhouder

brush spring = borstelveer

brush-type car wash = autowasstraat met borstels

 

BSFC

BSFC (brake-specific fuel consumption) = specifiek brandstofver­bruik

 

BSI

BSI (Bosch semi-conductor ignition) = verdelerloos ontstekingssysteem

 

BSM

BSM button (best-station memory button) = toets van radio om voorkeurzen­ders in het geheugen op te slaan

 

BSR

BSR (buzzers, squeaks, rattles) = kraakjes, piepjes en rammeltjes

 

BSP

BSP (British Standard Pipe) = Britse norm voor gaspijpschroef­draad

 

BTCS

BTCS (brake-traction control system) = aandrijfregelsysteem

 

BTDC

BTDC (before-top dead centre) = vóór BDP (vóór het bovenste dode punt)

 

BTE

BTE (brake thermal efficiency) = thermisch rendement

 

BTS

BTS (bench-test specification) = specificatie zoals bij test op rollenbank

 

BTSI

BTSI (brake-transaxle shift interlock) = schakelvergrendeling van remtransmissie

 

BTV

BTV (basic-transport vehicle) = eenvoudige lichte bedrijfsauto voor gebruik in derdewe­reldlanden (Amerikaans)

 

BU

BU (back-up) = reserve

BUBBLE

bubble (verb) = blaasjes vormen, opborrelen

bubble (subst.) = blaasje in lak, gasbel

bubble (subst.) = luchtbel, plastic koepel

 

BUCK

buck (verb) = bokken, schokken

 

BUCKET

bucket = emmer, uitholling in schoep waarin vloeistof kan worden meegevoerd

bucket seat = kuipstoel

bucket tappet = schotelklepstoter

bucket vehicle = vrachtauto voor vervoer van open containers

 

BUCKING TOOL

bucking tool = trillerbobine

 

BUCKLE

buckle (verb) = kromtrekken, met een gesp sluiten, naar buiten toe knikken

buckle (subst.) = gesp van veiligheidsgordel, knik, welving

buckle pretensioner = gordelspanner, voorspaninrichting van veiligheidsgordel

buckle switch = draaiknop van slotmechanisme van veiligheidsgordel

buckle up (verb) = de veiligheidsgor­del omdoen

 

BUCKLED

buckled = gewelfd, kromgetrokken, ontzet

 

BUCKLING

buckling force = knikkracht

buckling load = knikbelasting

buckling resistance = weerstand tegen knik

buckling stress = knikbelasting

 

BUFF

buff (verb) = dempen, polijsten

buff up (verb) = polijsten

 

BUFFER

buffer = buffer, silent-bloc, stootkussen

buffer plate = schot in oliecarter van motor, schot in tank van tankauto

 

BUG

bug = defect in de elektrische installatie

bug deflector = spoiler op motorkap die de voorruit tegen insekten beschermt

 

BUGGER

bugger edge = stootrand

 

BUGGY

buggy = buggy, zelfgebouwde auto op chassis van Volkswagen Kever

 

BUILD

build (verb) = bouwen, fabriceren

build date = fabricagedatum

build-up = opbouw, toename, vorming

build-up time = zweltijd

 

BUILDER

builder = [1] bouwer, constructeur

builder = [2] fabrikant

BUILT

built-in = ingebouwd, verzonken ingebouwd

built-in test equipment = in de auto ingebouwde testapparatuur

built-up = in elkaar gezet, verhoogd

built-up crankshaft = samengestelde krukas

built-up edge = opbouwsnijkant van beitel

 

BULB

bulb = gloeilamp met bolvormig uiterlijk

bulb adapter = lampfitting

bulb chart = gloeilampentabel

bulb-failure module = gloeilampstoringsmoduul

bulb holder = lamphouder

bulb socket = lampfitting, lampvoet

 

BULGE

bulge (verb) = bol gaan staan

bulge (subst.) = bobbel, uitstulping, vooruitstekend gedeelte

 

BULK

bulk (verb) = in omvang toenemen, opzwellen

bulk (subst.) = lading stortgoed, massa

bulk (subst.) = omvang, volume

bulk-tank vehicle = vrachtauto voor bulkgoederen

 

BULKER

bulker = vrachtauto voor bulkgoederen

 

BULKHEAD

bulkhead (Am.) = schutbord, wand tussen cilinders van cilinderblok

 

BULL

bull bar = koeienvanger, grillebeschermer

bull low = kruipver­snelling, ultra-lage versnelling

bull nose = afronding van scherpe hoek

 

BUMP

bump (verb) = ergens tegenaan botsen

bump (subst.) = schok, stoot

bump out (verb) = uitdeuken

bump-pressure space = oliewerkruimte in schokdemper

bump rubber = stootrubber

bump steer = bump steer, verandering van rolrichting van wiel door in- en uitvering

bump stop = aanslagrubber, bump-stop, veerwegbegrenzer

bump stroke = uitgaande slag van schokdemper

bump travel = maximale veerweg

bump valve = regelklep van schokdemper

 

BUMPER

bumper = bumper, stootbalk, veeraanslag

bumper bar = bumper, stootbalk

bumper beam = middelste gedeelte van bumper, stootbalk

bumper bracket = bumpersteun

bumper-end cap = beschermkap op uiteinde van bumper

bumper guard = bumperbeschermer, bumperrozet

bumper holder = bumpersteun

bumper horn = bumperhoord, bumperrozet

bumper moulding = beschermlijst op bumper

bumper-mounting bracket = bumpersteun

bumper rubber strip = rubberen stootlijst op bumper

bumper stay = bumpersteun

bumper support = bumpersteun

 

BUMPY

bumpy = hobbelig

 

BUNK

bunk = bed in slaapcabine van vrachtauto

 

BURBLE

burble (verb) = gaan wervelen, turbulent worden

 

BURBLING

burbling = enigszins borrelend klinkend uitlaatgeluid, luchtturbulentie

 

BURGLARY

burglary prevention = diefstalpreventie, inbraakbeveiliging

 

BURL

burl-walnut inlay = bekleding van interieur met walnootwortelhout

 

BURN

burn (verb) = branden, inbranden, verbranden

burn away (verb)= afbranden, schoonbijten, wegbranden

burn off (verb) = afbranden, schoonbijten, wegbranden

burn out (verb) = doorbranden, opbranden, uitbranden

burn-out temperature = temperatuur waarbij zekering doorbrandt

 

BURNISH

burnish (verb) = gaan glanzen, polijsten, rijklaar maken

burnish procedure = inrijprocedure

 

BURR

burr (verb) = bramen verwijderen

burr (subst.) = braam, gietnaad, onregelmatigheid in metaaloppervlak

 

BURRED

burred = met bramen, met gietmaden

 

BURST

burst (verb) = barsten, scheuren

burst (subst.) = barst, breuk, scheur waardoor lekkage ontstaat

burst (subst.; Am.) = klapband

burst tire (Am.) = klapband

burst tyre = klapband

 

BUS

bus (verb) = verschillende digitale signalen tegelijkertijd versturen langs één enkele kabel van koper of glasvezel

bus (subst.) = koperen of glasvezel kabel waarlangs tegelij­kertijd meerdere digitale signalen kunnen worden verstuurd

BUS = koperen of glasvezel kabel waarlangs tegelijkertijd meerdere digitale signalen kunnen worden verstuurd

bus (subst.; Am.) = autobus

bus bar = kabeldoos, kabelgoot

 

BUSH

bush (verb) = een huls monteren, een voering aanbrengen, verbussen

bush (subst.) = [1] bus, huls

bush (subst.) = [2] lagerschaal, voering

 

BUSHING

bushing = [1] beugel, bus van zuigerpen

bushing = [2] huls, cilinder van brandstofinspuitpomp, lager­schaal

bushing = [3] manchet, voering van cilinder

 

BUSSED

bussed electrical center (Am.) = elektronische regeleenheid waarvan de bedrading in kabelgo­ten is aangebracht

bussed electrical centre = elektronische regeleenheid waarvan de bedrading in kabelgo­ten is aangebracht

BUSTLE

bustle-back = notch-back, personenauto met aparte bagageruimte

 

BUTANE

butane = butaan, butaangas

 

BUTT

butt (verb) = stuiken, vast met elkaar verbinden

butt (subst.) = lasnaad, stomp uiteinde, stuik

butt joint = stompe las, stootlas

butt weld (verb) = stomplassen, stuiklassen

butt-welded joint = stomplasverbinding

butt-weld seam = stomplasnaad

 

BUTTERFLY

butterfly = vlindervormige klep, vlinderklep

butterfly door = portier dat scharniert aan de voorzijde maar aan de achterzijde schuin omhoog opent

butterfly nut = vleugelmoer

butterfly screw = vleugelschroef

butterfly valve = gasklep, vleugelklep, vlinderklep

 

button = knoop, knop

button-headed rivet = klinknagel met halfronde kop

button switch = drukknopschakelaar

 

BUTTRESS

buttress (verb) = ondersteunen, versterken

buttress screw thread = trapeziumdraad, trapeziumvormige schroefdraad

 

BUTYL

butyl = butyl

 

BUZZ

buzz (verb) = gonzen, zoemen

buzz bomb = scheurijzer

 

BUZZER

buzzer = [1] krakend geluidje

buzzer = [2] zoemer van waarschuwingssysteem

 

BV

BV (by-pass valve) = omloopklep in remsysteem, ontlastklep in parallelleiding

 

BVSV

BVSV (bimetal vacuum switching valve) = bimetalen vacuümschakelklep

 

BWG (British Wire Gauge) = draaddiktemeter volgens in Engeland vastgelegde normen

BUV (basic utility vehicle) = basismodel van bedrijfs­automerk

 

BWJ

BWJ (butt-welded joint) = stomplasverbinding

 

BY-PASS

by-pass (verb) = omleiden

by-pass (subst.) = by-pass, omleiding

by-pass (subst.) = omloopleiding, parallelleiding

by-pass air control = luchtomloopregeling, omloopluchtregeling

by-pass bore = by-pass-boring, overgangsboring

by-pass circulation = kortgesloten kringloop

by-pass cock = hulpkraan, omloopkraan

by-pass filter = by-pass-filter, nevenstroomfilter

by-pass jet = hulpsroeier

by-pass thermostat = parallelthermostaat

by-pass valve = [1] omloopklep in remsysteem

by-pass valve = [2] ontlastklep in parallel­leiding